Investeringsaftrek in de BV: zo betaal je minder vennootschapsbelasting

Investeer je bv in machines, installaties, inventaris of duurzame bedrijfsmiddelen? Dan mag je vaak meer aftrekken dan alleen de gewone afschrijving. De investeringsaftrek geeft je bv een extra aftrekpost die de winst verlaagt en dus de vennootschapsbelasting drukt. Er zijn drie vormen: de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA), de energie-investeringsaftrek (EIA) en de milieu-investeringsaftrek (MIA). Voor een bv gelden bovendien een paar extra spelregels die aftrek bij aankopen binnen de eigen groep tegengaan. In dit artikel leest je hoe de investeringsaftrek in de bv in 2026 werkt, welke bedragen gelden en waar je op moet letten.

Wat is investeringsaftrek?

De wetgever wil investeren aanmoedigen. Daarom mag je bv boven op de normale afschrijving nog een deel van de investering aftrekken. Voor de bv loopt dit via de vennootschapsbelasting: de winst wordt met dezelfde winstregels bepaald als bij een ondernemer in de inkomstenbelasting. Er zijn drie vormen van investeringsaftrek, die figuur 1 naast elkaar zet.

Figuur 1: de drie vormen van investeringsaftrek en hun percentages (2026).

De kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) is de algemene aftrek voor kleinere totale investeringen en geldt bij vrijwel elke investering. De energie-investeringsaftrek (EIA) geeft 40% extra aftrek voor bedrijfsmiddelen die op de Energielijst staan. De milieu-investeringsaftrek (MIA) geeft afhankelijk van de categorie 45%, 36% of 27% extra aftrek voor bedrijfsmiddelen op de Milieulijst. Je kunt KIA combineren met EIA of MIA, maar EIA en MIA niet allebei op dezelfde investering toepassen. In alle gevallen kies je in de aangifte vennootschapsbelasting voor de aftrek.

Hoeveel KIA krijgt je bv in 2026?

De KIA hangt af van het totale investeringsbedrag in het jaar. In 2026 kom je in aanmerking als je tussen € 2.901 en € 398.236 investeert. Figuur 2 laat de volledige tabel zien.

Figuur 2: de KIA-tabel 2026 en de belangrijkste aandachtspunten voor de bv.

Een voorbeeld maakt het concreet. Koop je bv in 2026 een machine van € 50.000, dan valt dat bedrag in de schijf van 28%. De KIA is dan 28% × € 50.000 = € 14.000 extra aftrek, boven op de gewone afschrijving. Bij een vennootschapsbelastingtarief van 19% scheelt dat € 2.660 belasting; bij 25,8% zelfs € 3.612. De KIA telt over het hele investeringsbedrag van het jaar samen. Let op de ondergrens: een bedrijfsmiddel telt alleen mee als de investering per bedrijfsmiddel € 450 of meer bedraagt.

EIA en MIA: extra aftrek voor duurzame investeringen

Investeer je bv in energiezuinige of milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen, dan kan de EIA of MIA een fors voordeel opleveren, boven op de KIA. De EIA is 40% van de energie-investering, de MIA is 45%, 36% of 27% afhankelijk van de categorie op de Milieulijst. Anders dan de KIA rekenen EIA en MIA alleen over de kwalificerende, aangemelde investering, niet over je totale investeringsbedrag.

Hier geldt een harde voorwaarde: je moet de investering binnen drie maanden na het aangaan van de verplichting elektronisch aanmelden bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Deze termijn is fataal. Wie te laat meldt, verliest het recht op EIA of MIA, ook in een verder bonafide situatie. De bedrijfsmiddelen moeten bovendien op de Energielijst of Milieulijst staan (die jaarlijks wordt vernieuwd) en niet eerder gebruikt zijn, met een ondergrens van € 2.500 per bedrijfsmiddel.

Let op als bv: geen aftrek bij transacties binnen de groep

Dit is het punt dat de investeringsaftrek in de bv onderscheidt van die bij een eenmanszaak. De vennootschapsbelasting sluit investeringsaftrek uit als je bv een bedrijfsmiddel koopt van of via een gelieerde partij. Dat is onder meer het geval bij een aankoop tegen uitreiking van aandelen, of bij een verplichting tegenover iemand die (direct of indirect) voor ten minste een derde aandeelhouder is of dat in de afgelopen vijf jaar was, of tegenover een andere bv waarin hetzelfde belang van een derde speelt.

In gewone taal: koop je bv iets van de directeur-grootaandeelhouder (dga) of van een zuster- of moeder-bv uit dezelfde groep, dan kan de aftrek vervallen. Ook een certificaathouder die via een stichting administratiekantoor (STAK) het volledige belang houdt, geldt als gelieerd. Er bestaat wel een versoepeling: voor reële transacties met gelieerde partijen (bijvoorbeeld een bedrijfsmiddel uit het privévermogen van de dga) staat een besluit de aftrek toch toe. Laat zulke transacties daarom vooraf toetsen, zodat je niet achteraf de aftrek misloopt.

Welke bedrijfsmiddelen zijn uitgesloten?

Niet elke aankoop geeft recht op investeringsaftrek. Uitgesloten zijn onder meer grond, woonhuizen, personenauto’s die niet voor beroepsvervoer worden gebruikt, effecten, vorderingen, goodwill, vergunningen en dieren. Ook bedrijfsmiddelen die je hoofdzakelijk aan derden ter beschikking stelt (verhuurt), tellen niet mee voor de KIA. Twijfel je of een investering kwalificeert, dan is dat het moment om een fiscalist te raadplegen.

Pas op voor de desinvesteringsbijtelling

Verkoop je of onttrek je je bv een bedrijfsmiddel binnen vijf jaar na het begin van het investeringsjaar, en gaat het in totaal om meer dan € 2.900, dan volgt een desinvesteringsbijtelling. Dat betekent dat hetzelfde percentage dat je destijds hebt afgetrokken, weer bij de winst wordt geteld. Hou hier rekening mee als je een bedrijfsmiddel binnen enkele jaren weer van de hand wilt doen, zodat je niet voor een onverwachte bijtelling komt te staan.

Praktische checklist: wat je moet regelen

  • Kies in de aangifte. Zonder expliciete keuze in de aangifte vennootschapsbelasting krijg je geen investeringsaftrek.
  • Meld EIA/MIA op tijd. Meld een energie- of milieu-investering binnen drie maanden na de verplichting aan bij RVO; deze termijn is fataal.
  • Toets transacties binnen de groep. Koop je bv van de dga of een gelieerde bv, laat dan vooraf toetsen of de aftrek in stand blijft (art. 8 lid 8 Wet Vpb).
  • Controleer de uitsluitingen. Grond, woningen, gewone personenauto’s, goodwill en aan derden verhuurde zaken geven geen aftrek.
  • Let op de ondergrenzen. KIA vanaf € 450 per bedrijfsmiddel; EIA en MIA vanaf € 2.500 per bedrijfsmiddel.
  • Bewaak de vijfjaarstermijn. Verkoop binnen vijf jaar leidt tot een desinvesteringsbijtelling; plan verkopen bewust.

Veelgestelde vragen

Kan een bv ook investeringsaftrek krijgen?

Ja. De investeringsaftrek werkt via de vennootschapsbelasting door naar de bv. De KIA, EIA en MIA gelden dus ook voor bv’s, met een paar extra spelregels voor transacties binnen de eigen groep. Een fiscale beleggingsinstelling is wel uitgesloten.

Hoeveel is de KIA in 2026?

Bij een totale investering tussen € 2.901 en € 71.683 is de KIA 28% van het investeringsbedrag. Daarboven geldt een vast bedrag van € 20.072, dat vanaf € 132.746 geleidelijk afneemt. Boven € 398.236 is er geen KIA meer.

Kan ik KIA, EIA en MIA combineren?

Je kunt de KIA combineren met de EIA of de MIA. Je mag echter niet zowel de EIA als de MIA op dezelfde investering toepassen. Voor elke aftrek kies je afzonderlijk in de aangifte.

Wat gebeurt er als ik EIA of MIA te laat aanmeld?

Dan vervalt het recht op die aftrek. De aanmeldtermijn van drie maanden bij RVO is fataal en kan niet achteraf worden hersteld, ook niet als je er verder recht op had. Meld een investering dus direct aan.

Wat is de desinvesteringsbijtelling?

Verkoop je of onttrek je je bv een bedrijfsmiddel binnen vijf jaar voor meer dan € 2.900, dan telt de fiscus een deel van de eerder genoten aftrek weer bij de winst. Zo wordt een deel van het voordeel teruggenomen.

Hoe Taxcount je kan helpen

De investeringsaftrek is een van de aantrekkelijkste aftrekposten voor een bv, maar de details bepalen of je het voordeel echt krijgt: de juiste KIA-schijf, een tijdige RVO-melding voor EIA en MIA, de uitsluiting bij transacties binnen de groep en de desinvesteringsbijtelling. Taxcount beoordeelt je investeringen, zorgt voor de juiste keuzes in de aangifte vennootschapsbelasting en bewaakt de termijnen, zodat je geen aftrek misloopt. Wil je weten hoeveel investeringsaftrek je bv kan benutten? Laat je situatie door Taxcount beoordelen. In de tussentijd kun je alvast gebruikmaken van onze Investeringsaftrek Planner.

Dit artikel bevat algemene informatie en is geen (fiscaal) advies. Tarieven, bedragen en drempels kunnen wijzigen, en de uitkomst hangt af van je persoonlijke situatie. Laat je situatie altijd beoordelen door een fiscalist voordat je investeringsaftrek claimt.

Zie ook:

Bronnen:

Holdingstructuur opzetten: het verschil dat je winst beschermt en je belasting uitstelt

Veel ondernemers houden de aandelen van hun bv privé, tot het moment dat er echt iets op het spel staat: een goede winst, een pand in de zaak, plannen voor opvolging of een mogelijke verkoop. Dan komt de vraag op of het niet slimmer is om een holding op te richten en de werk-bv daaronder te hangen. Een holding oprichten kan grote voordelen geven, maar het “omhangen” van je aandelen is fiscaal een verkoop, en zonder de juiste route betaal je daarover direct belasting in box 2. Gelukkig kent de wet vrijstellingen waarmee je een holdingstructuur kunt opzetten zonder nu af te rekenen. In dit artikel leest je wat een holding is, welke routes er zijn (aandelenfusie, juridische fusie of splitsing en geruisloze omzetting), welke voorwaarden gelden en wat je praktisch moet regelen. De bedragen en tarieven gelden voor het belastingjaar 2026.

Wat is een holding en waarom zou je er een oprichten?

Bij een holdingstructuur hou je de aandelen van je bedrijfs-bv (de werkmaatschappij) niet zelf, maar via een aparte moeder-bv: de holding. In de werkmaatschappij zit het eigenlijke bedrijf, met het personeel, de klanten en dus de risico’s. De holding zit daarboven en houdt alleen de aandelen, vaak samen met spaargeld, beleggingen of een pand.

Het voordeel: winst kan als dividend van de werkmaatschappij naar de holding, weg van de bedrijfsrisico’s. Verkoopt de holding later de werkmaatschappij, dan is die verkoopwinst bij de holding in de regel onbelast dankzij de deelnemingsvrijstelling (de vrijstelling waardoor winst op een dochter-bv bij de moeder-bv onbelast blijft). Zolang het geld in de holding blijft, stel je de belasting in box 2 uit tot het moment dat je het naar privé haalt.

Het verschil in cijfers: verkopen met of zonder holding

Twee rekenvoorbeelden maken het verschil concreet. In beide gevallen verkoop je je bedrijf met een verkoopwinst van 1.000.000 euro. We rekenen met de box 2-tarieven van 2026 (24,5% tot 68.843 euro en 31% over het meerdere) en gaan ervan uit dat je dat jaar geen ander inkomen in box 2 hebt.

Rekenvoorbeeld 1: je houdt de aandelen privé, zonder holding. De verkoopwinst van 1.000.000 euro valt direct in box 2. Over de eerste 68.843 euro betaal je 24,5%, dat is 16.866 euro. Over de resterende 931.157 euro betaal je 31%, dat is 288.659 euro. Samen komt de box 2-belasting uit op ongeveer 305.525 euro, zodat je netto 694.475 euro overhoudt. Figuur 1 laat deze situatie zien.

Figuur 1: Bedrijf verkopen zonder holding, de verkoopwinst valt direct in box 2.

Rekenvoorbeeld 2: je hebt een holding. De holding verkoopt de werkmaatschappij en dezelfde verkoopwinst van 1.000.000 euro valt onder de deelnemingsvrijstelling. Daardoor betaal je op dat moment 0 euro belasting en komt het volledige bedrag van 1.000.000 euro beschikbaar in de holding. Box 2-belasting betaal je pas wanneer je geld vanuit de holding naar privé uitkeert, en je bepaalt zelf wanneer en in welk tempo. Figuur 2 toont dit scenario.

Figuur 2: Bedrijf verkopen met holding, de verkoopwinst blijft onbelast via de deelnemingsvrijstelling.

Het verschil tussen figuur 1 en figuur 2 laat zien waarom veel ondernemers een holding oprichten voordat een verkoop in beeld komt. Let op: het gaat om uitstel, niet om afstel. Keer je de volledige 1.000.000 euro later in één jaar uit naar privé, dan betaal je alsnog ongeveer 305.525 euro box 2-belasting. Het voordeel zit in het uitstel (je kunt met het geld ondertussen doorbeleggen of herinvesteren) en in de mogelijkheid om de uitkering te spreiden over meerdere jaren, zodat je vaker het lage tarief van 24,5% benut. Alle bedragen zijn afgerond.

Waarom is het “omhangen” naar een holding een belaste verkoop?

Hou je de aandelen van je bv al privé, dan is het overdragen aan een nieuwe holding fiscaal een vervreemding: elke overgang van aandelen uit je vermogen telt als een verkoop, ook een ruil of inbreng. Over de waardestijging (het verschil tussen de waarde nu en je oorspronkelijke verkrijgingsprijs) zou je dan direct box 2-belasting moeten betalen.

Een voorbeeld maakt dit concreet. Stel, je aandelen in de werk-bv zijn 1.500.000 euro waard en je verkrijgingsprijs (het bedrag waarvoor je de aandelen ooit kreeg) is 50.000 euro. Zonder vrijstelling zou je bij het omhangen moeten afrekenen over 1.450.000 euro. Tegen de box 2-tarieven van 2026 is dat ongeveer 445.000 euro belasting, en dat terwijl je zelf geen euro in handen krijgt. Om precies dit te voorkomen kent de wet een aantal geruisloze routes.

Welke routes zijn er om een holding op te richten zonder af te rekenen?

De wet biedt drie hoofdroutes om een holdingstructuur op te zetten zonder dat je nu belasting betaalt. Welke route past, hangt af van je uitgangssituatie: hou je de aandelen privé, heb je al een bv-structuur, of drij je nog een eenmanszaak of vof? Figuur 3 helpt je om in één oogopslag te bepalen welke route bij je situatie past.

Figuur 3: Beslisboom, welke route past bij je situatie?

Route 1: de aandelenfusie

Bij een aandelenfusie ruil je je aandelen in de werk-bv tegen nieuwe aandelen van de holding. Je draagt dus je aandelen over aan de holding en krijgt daarvoor aandelen in de holding terug. Op verzoek betaal je op dat moment niets: je oude, lage verkrijgingsprijs schuift door naar de holdingaandelen. De belastingclaim verdwijnt niet, hij schuift mee. Voorwaarde is onder meer dat de holding met de ruil meer dan de helft van de stemrechten in de werk-bv verkrijgt.

Route 2: de juridische fusie of splitsing

Bij een juridische fusie smelten twee of meer bv’s samen; het vermogen gaat “onder algemene titel” (automatisch, in één keer) over. Bij een juridische splitsing gebeurt het omgekeerde: het vermogen van een bv wordt geheel of deels afgesplitst naar één of meer andere bv’s. De splitsing is een veelgebruikte manier om een holding boven een bestaande werk-bv te plaatsen, of om bijvoorbeeld het vastgoed apart te zetten van de onderneming. Ook hier geldt: op verzoek geen directe heffing.

Er zijn twee vormen van juridische splitsing. Bij een gewone splitsing (ook wel afsplitsing) blijft de werk-bv gewoon bestaan en komt er een nieuwe holding tussen jou en de werk-bv, zoals te zien is in figuur 4.

Figuur 4: Gewone splitsing (afsplitsing), er komt een nieuwe holding tussen jou en de werk-bv; de werk-bv blijft bestaan.

Bij een zuivere splitsing houdt de gesplitste bv juist op te bestaan. Het vermogen gaat onder algemene titel over naar twee of meer nieuwe bv’s, die vervolgens onder de holding hangen. Figuur 5 laat dit stap voor stap zien.

Figuur 5: Zuivere splitsing, de oorspronkelijke werk-bv verdwijnt en het vermogen gaat over naar twee of meer nieuwe bv’s.

Route 3: eerst een eenmanszaak of vof omzetten

Heb je nog een eenmanszaak of vof, dan zet je de onderneming eerst geruisloos om in een bv (een omzetting zonder direct af te rekenen over de stille reserves en goodwill). Daarna kun je, ondanks het driejaarsverbod op verkoop van de nieuwe aandelen, tóch een holding plaatsen via een aandelenfusie of juridische fusie. Je legt dan schriftelijk aan de Belastingdienst vast dat de holdingaandelen in de plaats treden van de oude aandelen.

Wat is de belangrijkste voorwaarde: zakelijke redenen

De rode draad bij alle routes is dat de stap zakelijke redenen moet hebben: herstructurering, spreiding van risico of voorbereiding van opvolging. Een holding tussenschuiven vlak voor een geplande verkoop, alleen om de belasting uit te stellen, wordt geweigerd. De wet spreekt van transacties die “in overwegende mate zijn gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing”.

Dit is geen theoretisch risico. In een bekende zaak schoof een ondernemer vlak vóór een concrete verkoop een holding tussen; het verwachte fiscale voordeel was ruim 9 miljoen euro. De rechter oordeelde dat de stap vooral was gericht op uitstel van een acute heffing en weigerde de vrijstelling. De les: richt je holding op ruim voordat een verkoop concreet wordt, en leg de zakelijke redenen goed vast. Zekerheid vooraf vragen bij de Belastingdienst kan; dat gebeurt met een beschikking waartegen bezwaar mogelijk is.

Waar moet je op letten nadat de holding staat?

Een holdingstructuur is niet alleen iets om op te zetten, maar ook om te onderhouden. Een paar aandachtspunten die in de praktijk vaak spelen:

  • Lenen van je bv: leen je samen met je partner meer dan 500.000 euro van al je eigen vennootschappen samen, dan wordt het meerdere belast alsof het dividend is. Een holdingstructuur verruimt dit plafond niet, want alle schulden aan al je bv’s tellen bij elkaar op.
  • Dividend uitkeren: voordat de bv dividend uitkeert, moet het bestuur toetsen of de bv daarna haar rekeningen kan blijven betalen (de uitkeringstoets). Zonder deugdelijke toets kunnen bestuurders aansprakelijk zijn voor een tekort.
  • Vermogen binnen een fiscale eenheid verplaatsen: verplaats je een pand of bedrijfsonderdeel met stille reserves van de ene bv naar de andere binnen een fiscale eenheid, en verkoop je of onttrekt je die bv binnen zes jaar (soms drie jaar), dan moet je alsnog afrekenen over de meerwaarde. Hiervoor bestaat geen tegenbewijsregeling.
  • Vastgoed en overdrachtsbelasting: zit er vastgoed in de structuur, hou dan rekening met de overdrachtsbelasting. Sinds 1 juli 2025 gelden nieuwe vrijstellingen bij fusie, interne reorganisatie en splitsing, met eigen driejaarstermijnen.

Praktische checklist: wat je moet regelen

  • Bepaal je uitgangssituatie: hou je de aandelen privé, heb je al een bv-structuur of drij je nog een eenmanszaak of vof? Dit bepaalt welke route (aandelenfusie, splitsing of eerst een geruisloze omzetting) voor je geschikt is.
  • Toets de zakelijke redenen: zorg dat er een duidelijke zakelijke aanleiding is (risicospreiding, opvolging, herstructurering) en dat er geen concrete verkoop op korte termijn speelt.
  • Vraag zekerheid vooraf: laat de Belastingdienst de faciliteit vóór de transactie bevestigen met een beschikking, zeker bij grotere belangen.
  • Dien de verzoeken op tijd in: de doorschuiving in box 2 werkt alleen op verzoek; laat dit tijdig indienen, uiterlijk voordat de aanslag onherroepelijk vaststaat.
  • Leg de verkrijgingsprijs vast: administreer de doorgeschoven verkrijgingsprijs zorgvuldig, zodat later duidelijk is welke claim is meegegaan.
  • Regel de notariële uitvoering: een aandelenfusie, juridische fusie of splitsing loopt via de notaris; stem de stappen op elkaar af.
  • Bewaak de driejaarstermijnen: let op de termijnen na een geruisloze omzetting en bij de overdrachtsbelasting; verkoop binnen die termijnen kan een vrijstelling terugdraaien.
  • Houd het lenen en het dividend in de gaten: bewaak jaarlijks per 31 december het totaal van je leningen bij de bv en leg de uitkeringstoets bij dividend schriftelijk vast.

Veelgestelde vragen

Kost een holding oprichten belasting?

Niet direct, als je een van de wettelijke routes gebruikt (aandelenfusie, juridische fusie of splitsing) en op verzoek de doorschuiving toepast. Je oude verkrijgingsprijs schuift dan door naar de holdingaandelen. Zonder deze routes is het omhangen een belaste verkoop in box 2.

Wat is het voordeel van een holding bij verkoop?

Verkoopt de holding de werkmaatschappij, dan is de verkoopwinst bij de holding meestal onbelast door de deelnemingsvrijstelling. Je betaalt pas box 2-belasting als je geld naar privé haalt. Bij verkoop van privé gehouden aandelen betaal je direct af, zoals figuur 1 en figuur 2 laten zien.

Kan ik nog een holding oprichten als ik mijn bedrijf wil verkopen?

Dat is riskant. Een holding tussenschuiven met een concrete verkoop in zicht wordt vrijwel zeker geweigerd, omdat de stap dan vooral is gericht op uitstel van belasting. Richt je holding daarom op ruim voordat een verkoop speelt.

Wat is het verschil tussen een gewone en een zuivere splitsing?

Bij een gewone splitsing (afsplitsing) blijft de werk-bv bestaan en komt er een nieuwe holding tussen jou en de werk-bv (figuur 3). Bij een zuivere splitsing verdwijnt de oorspronkelijke bv en gaat het vermogen over naar twee of meer nieuwe bv’s (figuur 4).

Ik heb een eenmanszaak. Kan ik direct een holding krijgen?

Niet in één stap. Je zet je eenmanszaak of vof eerst geruisloos om in een bv. Daarna kun je, ook binnen het driejaarsverbod, een holding plaatsen via een aandelenfusie of juridische fusie, mits je schriftelijk verklaart dat de holdingaandelen in de plaats treden van de oude aandelen.

Hoeveel mag ik lenen van mijn eigen bv?

Je mag samen met je partner tot 500.000 euro lenen van al je eigen vennootschappen samen, de eigenwoningschuld meestal niet meegeteld. Boven dat bedrag wordt het meerdere belast als fictief dividend in box 2. Een extra bv in de structuur verhoogt dit plafond niet.

Hoe Taxcount je kan helpen

Een holding oprichten levert vaak veel op, maar de valkuilen zitten in de details: de juiste route, de zakelijke onderbouwing, de verzoeken en de termijnen. Taxcount brengt je situatie in kaart, adviseert over de best passende route (aandelenfusie, fusie of splitsing, of eerst een geruisloze omzetting), verzorgt de aanvraag van zekerheid vooraf bij de Belastingdienst en stemt de uitvoering af met je notaris. Ook daarna houden wij de aandachtspunten voor je bij, van het leenplafond tot de uitkeringstoets en de driejaarstermijnen.

Overweeg je een holding op te richten of wil je je bestaande structuur laten optimaliseren? Laat je situatie vrijblijvend beoordelen door de adviseurs van Taxcount, dan weet je precies welke stappen voor je het meeste opleveren.

Dit artikel bevat algemene informatie en is geen (fiscaal) advies. Tarieven, drempels en voorwaarden kunnen wijzigen, en de uitkomst hangt af van je persoonlijke situatie. Laat je daarom altijd persoonlijk adviseren voordat je een holdingstructuur opzet of wijzigt.

Zie ook:

Liquidatieverlies: wanneer u het verlies op een opgeheven dochter-bv mag aftrekken

Heeft uw holding een dochtervennootschap die verlieslatend is en die definitief wordt opgeheven? Normaal zijn winst en verlies op een dochter onbelast door de deelnemingsvrijstelling. Maar bij een echte liquidatie mag u het verlies, het liquidatieverlies, onder voorwaarden tóch van uw winst aftrekken. Dat kan een flinke besparing op de vennootschapsbelasting opleveren. In dit artikel leest u wat een liquidatieverlies is, hoe u het berekent, welke voorwaarden gelden en waar u in 2026 op moet letten.

Wat is een liquidatieverlies?

De deelnemingsvrijstelling zorgt ervoor dat voordelen uit een dochtervennootschap bij de moeder onbelast blijven. Winst is vrijgesteld, maar een verlies is dan ook niet aftrekbaar. De liquidatieverliesregeling is hierop de belangrijkste uitzondering. Gaat de dochter definitief ten onder, dan zou het verlies anders nergens meer kunnen worden benut. Daarom mag de moeder het bij liquidatie alsnog aftrekken.

Let op het verschil tussen liquidatie en verkoop. Verkoopt u een dochter met verlies, dan valt dat verlies onder de deelnemingsvrijstelling en is het niet aftrekbaar. Alleen bij een echte ontbinding of liquidatie komt de aftrek in beeld. De regeling geldt voor vennootschapsbelastingplichtige lichamen, meestal de bv of nv, die een deelneming van 5 procent of meer houden. Voor een eenmanszaak of vof speelt zij niet.

Hoe berekent u het liquidatieverlies?

Het liquidatieverlies is het opgeofferde bedrag min alles wat u bij de opheffing nog terugkrijgt. Het opgeofferde bedrag is vereenvoudigd wat de moeder in totaal in de dochter heeft gestoken: de aankoopprijs en de latere kapitaalstortingen. Wat u bij de afwikkeling nog ontvangt, de liquidatie-uitkeringen, gaat daarvan af.

Rekenvoorbeeld

Stel, uw bv heeft 200.000 euro in haar dochter gestoken, dus het opgeofferde bedrag is 200.000 euro. De dochter wordt geliquideerd en er blijft nog 30.000 euro over dat naar de moeder gaat. Het liquidatieverlies is dan 200.000 euro min 30.000 euro, dus 170.000 euro. Omdat dit onder de drempel van 5.000.000 euro blijft, is het volledig aftrekbaar. In 2026 is het vennootschapsbelastingtarief 19 procent tot 200.000 euro winst en 25,8 procent daarboven. Bij het hoge tarief scheelt een verlies van 170.000 euro ongeveer 43.860 euro belasting (zie figuur 1).

  Figuur 1: het liquidatieverlies is het opgeofferde bedrag min de liquidatie-uitkering. In dit voorbeeld blijft van 200.000 euro na een uitkering van 30.000 euro een verlies van 170.000 euro over, dat bij het hoge Vpb-tarief ongeveer 43.860 euro belasting scheelt.

Welke voorwaarden gelden sinds 2021?

Sinds 1 januari 2021 gelden drie belangrijke beperkingen. Ten eerste een bedragdrempel: verliezen tot 5.000.000 euro per opgeheven lichaam blijven aftrekbaar zonder de kwantitatieve en territoriale eis. De temporele voorwaarde geldt wél altijd: is de vereffening niet uiterlijk in het derde kalenderjaar na het jaar van staking afgerond, dan vervalt de aftrek ook onder die 5.000.000 euro. Door deze drempel blijft een liquidatieverlies in het MKB doorgaans volledig aftrekbaar.

Boven 5.000.000 euro gelden twee eisen naast elkaar. Een kwantitatieve eis: u moet een belang hebben gehad waarmee u de activiteiten van de dochter kon bepalen, in de regel meer dan de helft van de stemrechten. En een territoriale eis: aftrek is alleen mogelijk als de dochter in Nederland, de EU, de EER of een aangewezen associatiestaat is gevestigd. Ten derde een tijdseis: de afwikkeling moet zijn afgerond uiterlijk in het derde kalenderjaar na het jaar waarin de dochter haar onderneming (nagenoeg) helemaal staakte. Wie te lang wacht zonder goede reden, kan het recht op aftrek verliezen (zie figuur 2).

Figuur 2: de termijn loopt van het jaar waarin de onderneming (nagenoeg) geheel wordt gestaakt tot uiterlijk 31 december van het derde kalenderjaar daarna. Rondt u op tijd af, dan neemt u het verlies in het jaar van voltooiing; wacht u zonder goede reden langer, dan kan het recht op aftrek vervallen.

Wanneer mag u het verlies nemen?

U mag het liquidatieverlies pas nemen zodra de vereffening is voltooid, dus zodra de vennootschap volledig is afgewikkeld en is opgehouden te bestaan. De gedachte daarachter is dat pas dan zeker is dat het verlies bij de dochter voorgoed verloren gaat. Neemt u de aftrek te vroeg, dan corrigeert de inspecteur de aangifte.

Bij een turboliquidatie, de ontbinding van een lege vennootschap zonder bezittingen, is er geen formele vereffening. De vennootschap houdt dan meteen op te bestaan. In dat geval geldt de vereffening als voltooid op het ontbindingstijdstip, zodat u het verlies vanaf dat moment kunt nemen.

Let op bij een tussenhoudster

Hield de opgeheven vennootschap zelf ook weer aandelen in een andere vennootschap, een kleindochter? Dan geldt een bijzondere correctie. Is die kleindochter verkocht of mee overgegaan en sinds de verkrijging in waarde gedaald, dan telt het liquidatieverlies alleen mee voor zover het die waardedaling te boven gaat. Zo wordt voorkomen dat een niet-aftrekbaar deelnemingsverlies wordt omgezet in een aftrekbaar liquidatieverlies (zie figuur 3).

Belangrijk daarbij: ook tussentijdse kapitaalstortingen in de kleindochter tellen mee bij het bepalen van die waardedaling. De Hoge Raad heeft dit bevestigd. Zet u of een verbonden bedrijf de onderneming van de opgeheven dochter voort, dan wordt de aftrek bovendien uitgesteld tot die onderneming alsnog geheel wordt gestaakt of uitsluitend door een ander wordt voortgezet.

Figuur 3: bij een tussenhoudster verlaagt de waardedaling van de kleindochter het aftrekbare liquidatieverlies. Van 400.000 euro blijft in dit voorbeeld 250.000 euro over, omdat de kleindochter sinds de verkrijging 150.000 euro in waarde daalde.

Praktische checklist: wat u moet regelen

  • Aard van het verlies bepalen. Ga na of het om een liquidatie gaat (mogelijk aftrekbaar) of om een verkoop (niet aftrekbaar).
  • Opgeofferd bedrag vaststellen. Breng aankoopprijs en latere stortingen in kaart en laat het opgeofferde bedrag bij beschikking vaststellen, zodat er later geen discussie is.
  • Vereffening afronden. Neem het verlies pas in het jaar waarin de vennootschap volledig is afgewikkeld.
  • Termijn bewaken. Rond de afwikkeling af binnen het derde kalenderjaar na het jaar van staking.
  • Tussenhoudster controleren. Breng bij een kleindochter de waardeontwikkeling en tussentijdse stortingen sinds de verkrijging in beeld.
  • Onderbouwing bewaren. Bewaar alle stukken; de bewijslast voor omvang en voorwaarden ligt zwaar bij u.

Veelgestelde vragen

Mag ik een verlies bij verkoop van mijn dochter-bv aftrekken?

Nee. Een verlies bij verkoop van een deelneming valt onder de deelnemingsvrijstelling en is niet aftrekbaar. Alleen bij een echte liquidatie of ontbinding kan het liquidatieverlies aftrekbaar zijn.

Wat is het opgeofferde bedrag?

Het opgeofferde bedrag is vereenvoudigd alles wat u in de dochter heeft gestoken: de aankoopprijs en de latere kapitaalstortingen. Het is het startpunt voor de berekening van het liquidatieverlies.

Geldt de regeling ook voor het MKB?

Ja. Dankzij de drempel van 5.000.000 euro per opgeheven lichaam is een liquidatieverlies in het MKB doorgaans volledig aftrekbaar. De extra eisen voor grote en internationale structuren spelen dan meestal niet.

Wanneer mag ik het liquidatieverlies aftrekken?

Pas nadat de vennootschap volledig is afgewikkeld en is opgehouden te bestaan. Bij een turboliquidatie geldt de afwikkeling als voltooid op het ontbindingstijdstip.

Wat is een turboliquidatie?

Een turboliquidatie is de ontbinding van een vennootschap zonder bezittingen. Er is dan geen formele vereffening en de vennootschap houdt meteen op te bestaan.

Hoe Taxcount u kan helpen

De liquidatieverliesregeling kan een aanzienlijk verlies aftrekbaar maken, maar de voorwaarden zijn talrijk en formeel. Een te vroeg genomen aftrek, een overschreden termijn of een gemiste tussenhoudstercorrectie leidt al snel tot een correctie of navordering. Taxcount stelt het opgeofferde bedrag juist vast, plant de liquidatie binnen de termijn, beoordeelt de tussenhoudster- en fiscale-eenheidsregels en onderbouwt het verlies zodat het standhoudt. Overweegt u een dochter op te heffen of is dat al gebeurd? Leg uw situatie voor aan Taxcount en wij toetsen of en hoe u het liquidatieverlies kunt benutten.

Dit artikel bevat algemene informatie en is geen fiscaal advies. Tarieven, drempels en voorwaarden kunnen wijzigen en de uitkomst hangt af van uw persoonlijke situatie. Laat u daarom altijd persoonlijk adviseren voordat u fiscale beslissingen neemt.

Geruisloze inbreng: onderneming omzetten zonder afrekening

Je eenmanszaak of vof groeit en je vraagt je af of een bv niet verstandiger is. Vaak zit er dan één ding in de weg: bij de overstap naar een bv moet je in beginsel fiscaal afrekenen over de stille reserves en de goodwill in je onderneming. Dat kan een forse belastingaanslag opleveren, precies op het moment dat je het geld liever in de onderneming houdt. Met een geruisloze inbreng zet je je onderneming om in een bv zonder dat je direct hoeft af te rekenen. In dit artikel lees je hoe de geruisloze inbreng werkt, welke voorwaarden in 2026 gelden en wanneer deze route voor jou voordelig is.

De kern in het kort

De geruisloze inbreng is geregeld in artikel 3.65 van de Wet inkomstenbelasting 2001. De gedachte is eenvoudig: je wijzigt alleen de juridische vorm van je onderneming, van een IB-onderneming naar een bv, zonder dat de Belastingdienst dit als een staking ziet. Daardoor blijft belastingheffing op dat moment achterwege. Belangrijk om te weten:

  • Geen afrekening (doorschuiven). De onderneming wordt geacht niet te zijn gestaakt. De bv neemt de boekwaarden over en zet de onderneming voort. Je betaalt nu geen inkomstenbelasting over de stille reserves en de goodwill.
  • Uitstel, geen afstel. De fiscale claim verdwijnt niet. Die schuift mee naar de bv en komt pas aan de orde als de winst later wordt gerealiseerd.
  • Verzoek en beschikking. Je vraagt de faciliteit aan bij de Belastingdienst. De inspecteur legt de voorwaarden vast in een beschikking waartegen je bezwaar kunt maken.
  • Ruisend als alternatief. Bij een ruisende inbreng reken je wél af over de stakingswinst. Dat kan aantrekkelijk zijn als je die winst kunt omzetten in een lijfrente bij je eigen bv.

De voorwaarden

De Belastingdienst stelt aan de geruisloze inbreng een aantal standaardvoorwaarden (voor het laatst vastgesteld in het besluit van 30 juni 2010). De belangrijkste op een rij:

  • Zelfde gerechtigdheid. Je moet als oprichter geheel of nagenoeg geheel (in de praktijk ten minste 90%) in dezelfde verhouding aandelen krijgen als je aandeel in het ondernemingsvermogen. Breng je samen met een compagnon in? Dan geldt dit per persoon.
  • Vervreemdingsverbod van drie jaar. Verkoop je de aandelen binnen drie jaar na de inbreng? Dan mag dat alleen met voorafgaande toestemming van de Belastingdienst. Je moet dan aantonen dat de inbreng geen onderdeel was van een plan om de onderneming te verkopen. Een aandelenfusie is onder voorwaarden wel toegestaan.
  • Termijn voor de oprichting. Kies je voor terugwerkende kracht, dan gelden strakke termijnen. Werk je met een geregistreerde voorovereenkomst, dan moet de bv binnen negen maanden na het overgangstijdstip zijn opgericht; met een notariële akte van depot geldt een termijn van vijftien maanden.
  • Vaststelling verkrijgingsprijs. De Belastingdienst stelt de verkrijgingsprijs van je aandelen vast. Dat is van belang voor box 2, omdat je door de inbreng een aanmerkelijk belang in de bv krijgt (art. 4.36 Wet IB 2001).
  • Schriftelijke instemming. De bv moet schriftelijk akkoord gaan met de gestelde voorwaarden.

Voldoe je aan deze voorwaarden, dan zet je je onderneming om zonder directe belastingheffing. Voldoe je er niet aan, dan volgt alsnog een ruisende inbreng mét afrekening.

Rekenvoorbeeld

De situatie: een ondernemer met een eenmanszaak wil zijn onderneming in 2026 omzetten naar een bv. In de onderneming zitten stille reserves en goodwill van samen € 150.000. De vraag: ruisend inbrengen (afrekenen) of geruisloos inbrengen (doorschuiven)?

Scenario A – Ruisende inbreng (afrekenen) Bedrag
Stakingswinst (stille reserves + goodwill) € 150.000
Af: stakingsaftrek 2026 – € 3.630
Af: mkb-winstvrijstelling 12,7% – € 18.589
Belastbare stakingswinst € 127.781
Inkomstenbelasting box 1 (toptarief 49,50%) ± € 63.251
Direct te betalen ± € 63.251

 

Scenario B – Geruisloze inbreng (doorschuiven) Bedrag
Stakingswinst (onderneming geacht niet gestaakt) € 0
Boekwaarden schuiven door naar de bv
Direct te betalen € 0
Fiscale claim later: vennootschapsbelasting (19% / 25,8%) + box 2 (24,5% / 31%) bij realisatie

De conclusie: in dit voorbeeld houdt de ondernemer met de geruisloze inbreng ruim € 63.000 in de onderneming die hij anders meteen aan belasting kwijt zou zijn. Let op: dit is uitstel, geen afstel, de claim schuift door naar de bv. Bij de ruisende variant kun je de heffing overigens ook uitstellen door een lijfrente bij je eigen bv te bedingen. Wij rekenen met het toptarief; je werkelijke tarief hangt af van je overige inkomen.

Praktische gevolgen

  • Terugwerkende kracht en termijnen. Je kunt de inbreng met terugwerkende kracht laten ingaan per het begin van een boekjaar. Bewaak de negen- of vijftienmaandstermijn scherp; te laat betekent geen geruisloze inbreng.
  • Voorovereenkomst registreren. Leg je voornemen tijdig vast in een voorovereenkomst of intentieverklaring en laat die registreren bij de Belastingdienst, of gebruik een notariële akte van depot.
  • Beschrijving van activa en passiva. Bij de inbreng wordt een beschrijving van de bezittingen en schulden gemaakt. Deze mag niet ouder zijn dan zes maanden. Een omzetting in de eerste helft van het jaar voorkomt extra tussentijdse cijfers en kosten.
  • Aanmerkelijk belang (box 2). Na de inbreng ben je aandeelhouder met een aanmerkelijk belang. Je vastgestelde verkrijgingsprijs is bepalend bij een latere verkoop of liquidatie van de bv.
  • Gebruikelijk loon. Als bestuurder-aandeelhouder krijg je te maken met de gebruikelijkloonregeling en met de jaarlijkse afweging tussen loon en dividend.
  • Bestaande bv gebruiken. Je hoeft niet per se een nieuwe bv op te richten. Een bestaande vennootschap kan ook, mits die op het overgangstijdstip een soortgelijke onderneming drijft.

Conclusie en advies

De geruisloze inbreng is aantrekkelijk als je wilt overstappen naar een bv zonder direct een belastingaanslag over je stille reserves en goodwill te krijgen. De keuze tussen een geruisloze en een ruisende inbreng hangt af van je cijfers, je wens om af te rekenen of juist uit te stellen, en van de mogelijkheid om een lijfrente te bedingen. De voorwaarden luisteren nauw, vooral de termijnen en het vervreemdingsverbod van drie jaar. Wil je weten welke route in jouw situatie het meeste oplevert? De fiscalisten van Taxcount rekenen beide scenario’s voor je door en verzorgen het verzoek bij de Belastingdienst. Neem gerust contact met ons op voor een vrijblijvende beoordeling van je situatie.

Fiscale eenheid Vpb: wanneer is het voor jou voordelig?

Heb je een holding met een of meer werk-bv’s, of een onderneming die over meerdere bv’s is verdeeld? Dan kun je ervoor kiezen om die vennootschappen samen als één belastingplichtige voor de vennootschapsbelasting te behandelen: een fiscale eenheid. Dat kan voordelig zijn, bijvoorbeeld als de ene bv winst maakt en de andere verlies. Maar er zitten ook nadelen aan. Dit artikel legt uit wat een fiscale eenheid is, wat de voordelen en nadelen zijn, welke voorwaarden gelden en hoe je de afweging maakt.

Wat is een fiscale eenheid?

Normaal doet elke bv apart aangifte over haar eigen winst. Een fiscale eenheid doorbreekt dat. Op gezamenlijk verzoek van de moeder- en dochtervennootschap wordt de vennootschapsbelasting geheven alsof er één belastingplichtige is. De winst en het vermogen van de dochter worden bij de moeder geteld, en de belasting wordt bij de moeder geheven. De vennootschappen blijven juridisch zelfstandig, maar fiscaal worden ze als een geheel behandeld (zie figuur 1).

  Figuur 1: een fiscale eenheid van een holding (moeder) met twee werk-bv’s (dochters).

Wat zijn de voordelen?

Een fiscale eenheid heeft drie hoofdvoordelen. Het eerste is de onderlinge verliesverrekening: het verlies van de ene bv verlaagt direct het belaste resultaat van de andere bv. Het tweede is dat transacties tussen de gevoegde vennootschappen fiscaal niet meetellen, zoals onderlinge winst op leveringen, verhuur of leningen. Het derde is dat je binnen de groep geruisloos kunt reorganiseren, dus bedrijfsmiddelen verschuiven zonder direct af te rekenen. Bijkomend voordeel: je doet één gezamenlijke aangifte in plaats van een aparte aangifte per bv.

Rekenvoorbeeld

Stel, moeder M maakt 100 euro winst, dochter D maakt 200 euro verlies en dochter X maakt 300 euro winst. Zonder fiscale eenheid wordt belasting geheven over 400 euro (100 plus 300) en blijft het verlies van D van 200 euro voorlopig ongebruikt liggen. Met een fiscale eenheid worden de resultaten bij elkaar opgeteld: 100 min 200 plus 300 is 200 euro belaste winst. Het verlies van D wordt zo meteen benut, wat de groep direct belasting bespaart (zie figuur 2).

 Figuur 2: verliesverrekening met en zonder fiscale eenheid, bij winst 100, verlies 200 en winst 300.

Wat zijn de nadelen?

Een fiscale eenheid is niet altijd voordelig. De belangrijkste nadelen zijn de volgende. Het lage vennootschapsbelastingtarief van 19 procent geldt maar tot 200.000 euro winst, en binnen een fiscale eenheid geldt die schijf één keer voor de hele groep, in plaats van per bv. Ook worden investeringen van alle vennootschappen samengeteld voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek, waardoor die aftrek lager kan uitvallen. Verder is elke gevoegde vennootschap hoofdelijk aansprakelijk voor de vennootschapsbelastingschuld van de hele eenheid, niet alleen voor haar eigen deel. En bij het verbreken van de eenheid kun je te maken krijgen met een verplichte afrekening over stille reserves.

Welke voorwaarden gelden?

Om een fiscale eenheid te kunnen vormen, moet aan een aantal voorwaarden zijn voldaan:

  • Belang van minstens 95 procent: de moeder bezit de juridische en economische eigendom van ten minste 95 procent van de aandelen in de dochter, met minstens 95 procent van de stemrechten, de winst en het vermogen.
  • Vpb-plichtige lichamen: het gaat om een bv, nv, coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij, niet om een eenmanszaak of vof.
  • Zelfde boekjaar en winstbepaling: de boekjaren vallen samen en voor beide vennootschappen gelden dezelfde regels voor de winstbepaling.
  • Gevestigd in Nederland: beide vennootschappen zijn feitelijk in Nederland gevestigd, of voldoen aan de bijzondere voorwaarden.
  • Gezamenlijk verzoek: je dient een gezamenlijk verzoek in bij de inspecteur; de eenheid kan maximaal drie maanden vóór het verzoek ingaan.

Hoe maak je de afweging?

Een fiscale eenheid is een keuze, geen verplichting. Het loont om die keuze bewust te maken. De voordelen wegen vooral zwaar als minstens één vennootschap verlies maakt terwijl een andere winst maakt, als er veel onderlinge transacties zijn, of als er een reorganisatie op stapel staat (zie figuur 3). Zijn die voordelen er niet, dan kunnen de nadelen (het maar één keer benutten van de lage tariefschijf, de samentelling voor de investeringsaftrek en de hoofdelijke aansprakelijkheid) de doorslag geven om juist geen eenheid te vormen. Omdat de situatie per jaar kan veranderen, is het verstandig de keuze periodiek te herijken. Let bij een eventuele verbreking op de sanctietermijn: verbreek je de eenheid binnen zes jaar (soms drie jaar) na een interne overdracht van een bedrijfsmiddel met een stille reserve, dan kan alsnog directe heffing volgen.

Figuur 3: de voordelen en nadelen van een fiscale eenheid tegen elkaar afgewogen.

Praktische checklist: wat je moet regelen

  • Controleer het belang: de moeder moet minstens 95 procent van de aandelen, stemrechten, winst en vermogen van de dochter hebben.
  • Bepaal of er voordeel is: weeg de winst-verliespositie, onderlinge transacties en reorganisatieplannen tegen elkaar af.
  • Weeg de nadelen mee: denk aan de ene tariefschijf, de samentelling voor de KIA en de hoofdelijke aansprakelijkheid.
  • Dien een gezamenlijk verzoek in: de eenheid kan maximaal drie maanden vóór het verzoek ingaan.
  • Let op verbreking: houd rekening met de sanctietermijn van art. 15ai bij verbreking na een interne overdracht.
  • Herijk periodiek: beoordeel jaarlijks of de fiscale eenheid nog de voordeligste keuze is.

Veelgestelde vragen

Wat is een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting?

Het is een keuze waarbij een moeder- en dochtervennootschap samen als één belastingplichtige voor de vennootschapsbelasting worden behandeld. De resultaten worden samengevoegd en de belasting wordt bij de moeder geheven.

Wat is het grootste voordeel van een fiscale eenheid?

Vaak de onderlinge verliesverrekening: het verlies van de ene bv verlaagt direct de belaste winst van de andere bv. Daarnaast tellen onderlinge transacties niet mee en kun je geruisloos reorganiseren binnen de groep.

Welke nadelen heeft een fiscale eenheid?

De lage tariefschijf van 19 procent geldt maar één keer voor de hele groep, de investeringsaftrek kan lager uitvallen door samentelling, en elke gevoegde bv is hoofdelijk aansprakelijk voor de belastingschuld van de hele eenheid.

Aan welke voorwaarde moet ik voldoen voor een fiscale eenheid?

De belangrijkste voorwaarde is dat de moeder minstens 95 procent van de aandelen in de dochter bezit, inclusief 95 procent van de stemrechten, de winst en het vermogen. Ook moeten de boekjaren samenvallen en gelden er vestigings- en verzoekvereisten.

Kan ik een fiscale eenheid weer verbreken?

Ja, maar let op de gevolgen. Verbreek je de eenheid binnen de sanctietermijn (in beginsel zes jaar, soms drie) na een interne overdracht van een bedrijfsmiddel met een stille reserve, dan kan een verplichte afrekening over die reserve volgen.

Hoe Taxcount je kan helpen

Of een fiscale eenheid in jouw situatie voordelig is, hangt af van je winst-verliespositie, je concernstructuur en je plannen. Taxcount toetst of aan de voorwaarden is voldaan, berekent het voordeel van verliesverrekening tegenover de nadelen en verzorgt het verzoek bij de inspecteur. Ook bij een eventuele verbreking begeleiden wij je, zodat je niet onverwacht hoeft af te rekenen. Wil je weten of een fiscale eenheid voor je bv’s loont? De adviseurs van Taxcount helpen je graag uit. Neem gerust contact met ons op. In de tussentijd kun je kijken of een Fiscale eenheid beter voor jou is dan meerdere bv’s met onze fiscale eenheid dashboard.

Dit artikel bevat algemene informatie en is geen fiscaal advies. Tarieven, drempels en voorwaarden kunnen wijzigen en de uitkomst hangt af van je persoonlijke situatie. Laat je situatie altijd door een adviseur beoordelen.

Zie ook: