Heeft uw holding een dochtervennootschap die verlieslatend is en die definitief wordt opgeheven? Normaal zijn winst en verlies op een dochter onbelast door de deelnemingsvrijstelling. Maar bij een echte liquidatie mag u het verlies, het liquidatieverlies, onder voorwaarden tóch van uw winst aftrekken. Dat kan een flinke besparing op de vennootschapsbelasting opleveren. In dit artikel leest u wat een liquidatieverlies is, hoe u het berekent, welke voorwaarden gelden en waar u in 2026 op moet letten.

Wat is een liquidatieverlies?

De deelnemingsvrijstelling zorgt ervoor dat voordelen uit een dochtervennootschap bij de moeder onbelast blijven. Winst is vrijgesteld, maar een verlies is dan ook niet aftrekbaar. De liquidatieverliesregeling is hierop de belangrijkste uitzondering. Gaat de dochter definitief ten onder, dan zou het verlies anders nergens meer kunnen worden benut. Daarom mag de moeder het bij liquidatie alsnog aftrekken.

Let op het verschil tussen liquidatie en verkoop. Verkoopt u een dochter met verlies, dan valt dat verlies onder de deelnemingsvrijstelling en is het niet aftrekbaar. Alleen bij een echte ontbinding of liquidatie komt de aftrek in beeld. De regeling geldt voor vennootschapsbelastingplichtige lichamen, meestal de bv of nv, die een deelneming van 5 procent of meer houden. Voor een eenmanszaak of vof speelt zij niet.

Hoe berekent u het liquidatieverlies?

Het liquidatieverlies is het opgeofferde bedrag min alles wat u bij de opheffing nog terugkrijgt. Het opgeofferde bedrag is vereenvoudigd wat de moeder in totaal in de dochter heeft gestoken: de aankoopprijs en de latere kapitaalstortingen. Wat u bij de afwikkeling nog ontvangt, de liquidatie-uitkeringen, gaat daarvan af.

Rekenvoorbeeld

Stel, uw bv heeft 200.000 euro in haar dochter gestoken, dus het opgeofferde bedrag is 200.000 euro. De dochter wordt geliquideerd en er blijft nog 30.000 euro over dat naar de moeder gaat. Het liquidatieverlies is dan 200.000 euro min 30.000 euro, dus 170.000 euro. Omdat dit onder de drempel van 5.000.000 euro blijft, is het volledig aftrekbaar. In 2026 is het vennootschapsbelastingtarief 19 procent tot 200.000 euro winst en 25,8 procent daarboven. Bij het hoge tarief scheelt een verlies van 170.000 euro ongeveer 43.860 euro belasting (zie figuur 1).

  Figuur 1: het liquidatieverlies is het opgeofferde bedrag min de liquidatie-uitkering. In dit voorbeeld blijft van 200.000 euro na een uitkering van 30.000 euro een verlies van 170.000 euro over, dat bij het hoge Vpb-tarief ongeveer 43.860 euro belasting scheelt.

Welke voorwaarden gelden sinds 2021?

Sinds 1 januari 2021 gelden drie belangrijke beperkingen. Ten eerste een bedragdrempel: verliezen tot 5.000.000 euro per opgeheven lichaam blijven aftrekbaar zonder de kwantitatieve en territoriale eis. De temporele voorwaarde geldt wél altijd: is de vereffening niet uiterlijk in het derde kalenderjaar na het jaar van staking afgerond, dan vervalt de aftrek ook onder die 5.000.000 euro. Door deze drempel blijft een liquidatieverlies in het MKB doorgaans volledig aftrekbaar.

Boven 5.000.000 euro gelden twee eisen naast elkaar. Een kwantitatieve eis: u moet een belang hebben gehad waarmee u de activiteiten van de dochter kon bepalen, in de regel meer dan de helft van de stemrechten. En een territoriale eis: aftrek is alleen mogelijk als de dochter in Nederland, de EU, de EER of een aangewezen associatiestaat is gevestigd. Ten derde een tijdseis: de afwikkeling moet zijn afgerond uiterlijk in het derde kalenderjaar na het jaar waarin de dochter haar onderneming (nagenoeg) helemaal staakte. Wie te lang wacht zonder goede reden, kan het recht op aftrek verliezen (zie figuur 2).

Figuur 2: de termijn loopt van het jaar waarin de onderneming (nagenoeg) geheel wordt gestaakt tot uiterlijk 31 december van het derde kalenderjaar daarna. Rondt u op tijd af, dan neemt u het verlies in het jaar van voltooiing; wacht u zonder goede reden langer, dan kan het recht op aftrek vervallen.

Wanneer mag u het verlies nemen?

U mag het liquidatieverlies pas nemen zodra de vereffening is voltooid, dus zodra de vennootschap volledig is afgewikkeld en is opgehouden te bestaan. De gedachte daarachter is dat pas dan zeker is dat het verlies bij de dochter voorgoed verloren gaat. Neemt u de aftrek te vroeg, dan corrigeert de inspecteur de aangifte.

Bij een turboliquidatie, de ontbinding van een lege vennootschap zonder bezittingen, is er geen formele vereffening. De vennootschap houdt dan meteen op te bestaan. In dat geval geldt de vereffening als voltooid op het ontbindingstijdstip, zodat u het verlies vanaf dat moment kunt nemen.

Let op bij een tussenhoudster

Hield de opgeheven vennootschap zelf ook weer aandelen in een andere vennootschap, een kleindochter? Dan geldt een bijzondere correctie. Is die kleindochter verkocht of mee overgegaan en sinds de verkrijging in waarde gedaald, dan telt het liquidatieverlies alleen mee voor zover het die waardedaling te boven gaat. Zo wordt voorkomen dat een niet-aftrekbaar deelnemingsverlies wordt omgezet in een aftrekbaar liquidatieverlies (zie figuur 3).

Belangrijk daarbij: ook tussentijdse kapitaalstortingen in de kleindochter tellen mee bij het bepalen van die waardedaling. De Hoge Raad heeft dit bevestigd. Zet u of een verbonden bedrijf de onderneming van de opgeheven dochter voort, dan wordt de aftrek bovendien uitgesteld tot die onderneming alsnog geheel wordt gestaakt of uitsluitend door een ander wordt voortgezet.

Figuur 3: bij een tussenhoudster verlaagt de waardedaling van de kleindochter het aftrekbare liquidatieverlies. Van 400.000 euro blijft in dit voorbeeld 250.000 euro over, omdat de kleindochter sinds de verkrijging 150.000 euro in waarde daalde.

Praktische checklist: wat u moet regelen

  • Aard van het verlies bepalen. Ga na of het om een liquidatie gaat (mogelijk aftrekbaar) of om een verkoop (niet aftrekbaar).
  • Opgeofferd bedrag vaststellen. Breng aankoopprijs en latere stortingen in kaart en laat het opgeofferde bedrag bij beschikking vaststellen, zodat er later geen discussie is.
  • Vereffening afronden. Neem het verlies pas in het jaar waarin de vennootschap volledig is afgewikkeld.
  • Termijn bewaken. Rond de afwikkeling af binnen het derde kalenderjaar na het jaar van staking.
  • Tussenhoudster controleren. Breng bij een kleindochter de waardeontwikkeling en tussentijdse stortingen sinds de verkrijging in beeld.
  • Onderbouwing bewaren. Bewaar alle stukken; de bewijslast voor omvang en voorwaarden ligt zwaar bij u.

Veelgestelde vragen

Mag ik een verlies bij verkoop van mijn dochter-bv aftrekken?

Nee. Een verlies bij verkoop van een deelneming valt onder de deelnemingsvrijstelling en is niet aftrekbaar. Alleen bij een echte liquidatie of ontbinding kan het liquidatieverlies aftrekbaar zijn.

Wat is het opgeofferde bedrag?

Het opgeofferde bedrag is vereenvoudigd alles wat u in de dochter heeft gestoken: de aankoopprijs en de latere kapitaalstortingen. Het is het startpunt voor de berekening van het liquidatieverlies.

Geldt de regeling ook voor het MKB?

Ja. Dankzij de drempel van 5.000.000 euro per opgeheven lichaam is een liquidatieverlies in het MKB doorgaans volledig aftrekbaar. De extra eisen voor grote en internationale structuren spelen dan meestal niet.

Wanneer mag ik het liquidatieverlies aftrekken?

Pas nadat de vennootschap volledig is afgewikkeld en is opgehouden te bestaan. Bij een turboliquidatie geldt de afwikkeling als voltooid op het ontbindingstijdstip.

Wat is een turboliquidatie?

Een turboliquidatie is de ontbinding van een vennootschap zonder bezittingen. Er is dan geen formele vereffening en de vennootschap houdt meteen op te bestaan.

Hoe Taxcount u kan helpen

De liquidatieverliesregeling kan een aanzienlijk verlies aftrekbaar maken, maar de voorwaarden zijn talrijk en formeel. Een te vroeg genomen aftrek, een overschreden termijn of een gemiste tussenhoudstercorrectie leidt al snel tot een correctie of navordering. Taxcount stelt het opgeofferde bedrag juist vast, plant de liquidatie binnen de termijn, beoordeelt de tussenhoudster- en fiscale-eenheidsregels en onderbouwt het verlies zodat het standhoudt. Overweegt u een dochter op te heffen of is dat al gebeurd? Leg uw situatie voor aan Taxcount en wij toetsen of en hoe u het liquidatieverlies kunt benutten.

Dit artikel bevat algemene informatie en is geen fiscaal advies. Tarieven, drempels en voorwaarden kunnen wijzigen en de uitkomst hangt af van uw persoonlijke situatie. Laat u daarom altijd persoonlijk adviseren voordat u fiscale beslissingen neemt.