Bijleenregeling en hypotheekrenteaftrek: hoe je overwaarde je aftrek kan beperken

Veel huiseigenaren gaan ervan uit dat de rente op hun hypotheek altijd aftrekbaar is zolang het geld in de eigen woning zit. Dat klopt niet altijd. Wie een woning verkoopt met overwaarde en daarna een nieuwe woning koopt, krijgt te maken met de bijleenregeling en de aflossingsstand. Die twee regels bepalen samen welk deel van de nieuwe hypotheek nog recht geeft op renteaftrek. Een verkeerde keuze bij het afsluiten van de hypotheek kan de aftrek onbedoeld helemaal laten vervallen.

 

Wat is de bijleenregeling?

De bijleenregeling verplicht je om de overwaarde van je oude woning opnieuw in je nieuwe woning te steken als je maximale renteaftrek wilt behouden. De overwaarde die je niet herinvesteert, telt niet mee voor de eigenwoningschuld. Over dat deel van je financiering is de rente niet aftrekbaar in box 1; die schuld verhuist naar box 3.
De regeling is vastgelegd in artikel 3.119a van de Wet inkomstenbelasting 2001. Kort gezegd: je eigenwoningschuld voor de nieuwe woning is gelijk aan de verwervingskosten van die woning, verminderd met je eigenwoningreserve.

 

Wat is de eigenwoningreserve (overwaarde)?

De eigenwoningreserve is de fiscale naam voor je overwaarde bij verkoop. Je berekent die als de verkoopprijs van de oude woning, verminderd met de nog openstaande eigenwoningschuld en de verkoopkosten zoals de makelaarscourtage. Dit staat in artikel 3.119aa van de Wet inkomstenbelasting 2001.
De eigenwoningreserve blijft na verkoop drie jaar staan. Investeer je die binnen die termijn niet opnieuw in een eigen woning, dan vervalt het restant. Zolang de reserve loopt, verlaagt zij de eigenwoningschuld van je volgende woning.

 

De aflossingsstand: je opgebouwde looptijd verhuist mee

Voor hypotheken die vanaf 2013 zijn afgesloten geldt de aflossingseis: je moet ten minste annuïtair en in maximaal 360 maanden volledig aflossen (artikel 3.119c). Wie eerder al een eigenwoningschuld had, neemt de al verstreken looptijd mee naar de nieuwe lening. Dit heet de aflossingsstand (artikel 3.119d).
Concreet: heb je op je oude hypotheek al tien jaar renteaftrek gehad, dan resteert voor het overeenkomstige deel van je nieuwe hypotheek geen 360 maanden meer, maar 240. Kies je voor de nieuwe lening toch een looptijd van 30 jaar, dan los je voor dat deel te langzaam af. Het gevolg is dat dat deel niet aan de aflossingseis voldoet en de rente erover niet aftrekbaar is.

Praktijkvoorbeeld: een langere looptijd die de renteaftrek kostte

Een klant verkocht in 2025 zijn woning met een aanzienlijke overwaarde en kocht een nieuwe woning. Voor de aankoop sloot hij een annuïteitenhypotheek af met een looptijd van 30 jaar. De financieel adviseur koos bewust voor die lange looptijd, omdat lage maandlasten belangrijker waren dan de renteaftrek.
Fiscaal pakte dit als volgt uit. Door de bijleenregeling kon maar een klein deel van de nieuwe hypotheek als eigenwoningschuld kwalificeren, omdat de overwaarde niet volledig opnieuw was geïnvesteerd. En dat kleine deel had via de aflossingsstand een kortere resterende looptijd moeten krijgen dan de gekozen 30 jaar. Doordat de hele lening over 360 maanden liep, voldeed ook dat deel niet aan de aflossingseis. Per saldo bleef er nauwelijks aftrekbare eigenwoningschuld over en was de hypotheekrente niet aftrekbaar.
De les: de keuze voor lage maandlasten en de keuze voor renteaftrek gaan niet altijd samen. Wie beide wil afwegen, moet de fiscale gevolgen kennen voordat de hypotheek wordt getekend, niet pas bij de aangifte.

Hoe voorkom je dat je renteaftrek misloopt?

Laat de fiscale opzet van je hypotheek toetsen voordat je tekent. Belangrijke aandachtspunten zijn: hoeveel overwaarde herinvesteer je, hoeveel maanden renteaftrek heb je al gehad, en welke looptijd hoort daar fiscaal bij. Soms is het mogelijk de lening te splitsen in een deel dat wel aan de aflossingseis voldoet en een deel dat je bewust in box 3 laat vallen. Zo maak je een geïnformeerde keuze tussen maandlasten en aftrek.

 

Veelgestelde vragen

Is de rente op mijn hypotheek altijd aftrekbaar als ik het geld voor mijn woning gebruik?

Nee. De aftrekbaarheid volgt de fiscale kwalificatie van de schuld, niet het gebruik van het geld. Ook een lening die je voor de aankoop van je woning afsluit, kan geheel of deels in box 3 vallen als niet aan de voorwaarden is voldaan.

Moet ik mijn hele overwaarde opnieuw in mijn woning steken?

Voor maximale renteaftrek wel. Het deel van de overwaarde dat je niet herinvesteert, verlaagt je aftrekbare eigenwoningschuld. Over het overeenkomstige deel van je financiering is de rente niet aftrekbaar.

Waarom kan een looptijd van 30 jaar een probleem zijn?

Op zichzelf is 30 jaar toegestaan; dat is het wettelijke maximum. Het probleem ontstaat als je al eerder renteaftrek hebt gehad. De al verstreken jaren gaan via de aflossingsstand van je oude schuld mee, waardoor de resterende toegestane looptijd korter is dan 30 jaar.

Hoelang blijft mijn overwaarde meetellen?

De eigenwoningreserve vervalt drie jaar na de verkoop van je oude woning. Daarna telt een niet-benut deel niet meer mee.

Kan ik de aftrek nog herstellen na het tekenen?

Soms. Afhankelijk van de situatie kan de lening worden aangepast of gesplitst zodat een deel alsnog aan de aflossingseis voldoet. Dit vraagt maatwerk en werkt meestal pas vanaf een volgend jaar.

 

Advies nodig over je hypotheek en renteaftrek?

Taxcount rekent je situatie graag door voordat je een hypotheek tekent of je aangifte indient. Wij toetsen de bijleenregeling, de eigenwoningreserve en de aflossingsstand en laten zien welk deel van je rente aftrekbaar is. Neem contact op via www.taxcount.nl of bezoek ons aan de Lange Voorhout 86 te Den Haag.

Deze tekst bevat algemene informatie en is geen fiscaal advies. Bedragen, tarieven en termijnen zijn afhankelijk van het belastingjaar en van je persoonlijke situatie. Laat je eigen situatie beoordelen voordat je beslissingen neemt.

Willekeurige afschrijving: zo bepaal je zelf wanneer je aftrekt

Normaal schrijf je een bedrijfsmiddel in vaste stappen af en verdeel je de kosten over minstens vijf jaar. Voor sommige investeringen mag je zelf bepalen in welk tempo je afschrijft. Dat heet willekeurige afschrijving. Door de aftrek naar voren te halen, verlaag je je winst in een vroeg jaar en betaal je later belasting. In dit artikel lees je wat willekeurige afschrijving is, voor wie zij geldt, welke voorwaarden er in 2026 gelden en wat zij oplevert.

Wat is willekeurige afschrijving?

Bij gewone afschrijving trek je ieder jaar maximaal 20% van de aanschafprijs af, zodat je er minstens vijf jaar over doet. Met willekeurige afschrijving bepaal je dat tempo zelf. Je mag het af te schrijven bedrag naar eigen keuze over de jaren verdelen en zelfs in het eerste jaar alles ineens aftrekken.

Het voordeel zit in de timing, niet in een groter totaal. Je schrijft niet meer af, maar wel eerder. Doordat je de aftrek naar voren haalt, betaal je de belasting pas later. Zo houd je het geld langer in het bedrijf en bespaar je rente. Het gaat dus om een liquiditeits- en rentevoordeel en om uitstel, niet om afstel.

Voor wie geldt de regeling?

Willekeurige afschrijving is niet voor alle investeringen mogelijk. Zij geldt voor twee groepen:

Milieu-investeringen (VAMIL): ondernemingen die investeren in een bedrijfsmiddel dat op de Milieulijst van de overheid staat en dat nieuw en nog niet gangbaar is. Deze variant geldt voor eenmanszaken, vof’s, maatschappen en bv’s, en er is geen urencriterium.

Startende ondernemers: natuurlijke personen die recht hebben op de verhoogde zelfstandigenaftrek (de startersaftrek) mogen sneller afschrijven op hun investeringen. Bv’s en andere rechtspersonen zijn van deze startersvariant uitgesloten.

Voorwaarden in 2026

Welke voorwaarden gelden, hangt af van de variant.

Voor milieu-investeringen (VAMIL):

  • Het bedrijfsmiddel staat op de Milieulijst en is nieuw en niet eerder gebruikt.
  • Je meldt de investering binnen drie maanden bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).
  • De kosten bedragen minstens € 2.500 per melding.
  • Je mag 75% van de kosten willekeurig afschrijven; de overige 25% volgt de normale afschrijvingsregels.
  • VAMIL gaat wel samen met de milieu-investeringsaftrek (MIA), maar niet met de energie-investeringsaftrek (EIA).

Voor startende ondernemers:

  • Je bent een natuurlijk persoon met recht op de startersaftrek in dat jaar.
  • Je investering blijft binnen het jaarlijkse plafond, dat gelijk is aan het maximale investeringsbedrag voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA). Over het meerdere geldt de normale afschrijving.

Voor beide varianten geldt dat je de keuze voor willekeurige afschrijving in je aangifte moet maken; het gebeurt niet automatisch. Voldoe je binnen de sanctietermijn (vijf jaar voor starters, tien jaar voor zeeschepen) niet meer aan de voorwaarden, dan wordt het voordeel teruggenomen.

Rekenvoorbeeld

De situatie: een startende ondernemer koopt een machine van € 50.000. De restwaarde is nihil en de levensduur vijf jaar. We rekenen met een belastingtarief van ongeveer 37%.

Scenario A: normale afschrijving

  • Afschrijving: € 10.000 per jaar, vijf jaar lang.
  • Belastingvoordeel: ongeveer € 3.700 per jaar.
  • Het voordeel is gelijkmatig over vijf jaar verdeeld.

Scenario B: willekeurige afschrijving

  • Afschrijving: de volle € 50.000 in jaar 1.
  • Belastingvoordeel jaar 1: ongeveer 37% x € 50.000 = € 18.500.
  • In de jaren erna is er niets meer af te schrijven, dus geen aftrek meer.

De conclusie: in scenario B betaal je in jaar 1 ongeveer € 18.500 minder belasting dan zonder de machine, terwijl dat bij scenario A pas over vijf jaar oploopt. Het totale voordeel is in beide gevallen even groot; met willekeurige afschrijving heb je het geld alleen eerder tot je beschikking.

Praktische gevolgen

Willekeurige afschrijving levert geen extra aftrek op, alleen vervroeging. Dat maakt de timing belangrijk. Let op het volgende:

  • Maak de keuze in je aangifte. De faciliteit komt niet automatisch.
  • Meld milieu-investeringen op tijd bij RVO, binnen drie maanden. Te laat melden betekent geen recht op VAMIL.
  • Bewaak het plafond bij de startersvariant en houd rekening met uitgesloten bedrijfsmiddelen.
  • Denk aan het tarief. In een verlieslatend of laagbelast jaar kan vervroegd afschrijven juist nadelig zijn, omdat de aftrek dan tegen een laag tarief neerslaat. Plan het tempo op basis van je verwachte winst.
  • Houd rekening met de terugname. Verandert het gebruik of verkoop je het bedrijfsmiddel binnen de termijn, dan kan het voordeel worden teruggedraaid.

Conclusie en advies

Willekeurige afschrijving is een aantrekkelijke manier om belasting uit te stellen en geld in je onderneming te houden, vooral bij milieu-investeringen en voor startende ondernemers. Het voordeel is een liquiditeits- en rentevoordeel, geen permanente aftrek. Het rendement hangt sterk af van de timing en van je verwachte winst en tarief.

Overweeg je een investering in een milieuvriendelijk bedrijfsmiddel, of ben je een startende ondernemer die versneld wil afschrijven? Laat de fiscalisten van Taxcount berekenen wat het je oplevert en wanneer vervroegd afschrijven verstandig is, zodat je het maximale uit je investering haalt.

Zie ook:

Te veel belasting betaald? Zo vraagt u geld over oude jaren terug

Ontdek je dat je in een eerder jaar te veel belasting hebt betaald, bijvoorbeeld door een vergeten aftrekpost, een fout in je aangifte of een te hoge aanslag? Dan is dat geld vaak nog terug te halen. Wie te veel betaalde belasting wil terugvragen, heeft twee routes: binnen zes weken via een bezwaar, en daarna nog jarenlang via een verzoek om ambtshalve vermindering. In dit artikel lees je welke route wanneer geldt, welke termijnen in 2026 hard zijn en hoe je voorkomt dat je geld definitief laat liggen.

Twee routes naar teruggaaf

Zodra je een belastingaanslag of beschikking ontvangt, kun je daartegen bezwaar maken. Bezwaar is je formele protest bij de Belastingdienst. De termijn is zes weken en start op de dag na de dagtekening, de datum die op het aanslagbiljet staat. Betaal je of draag je belasting zelf af op aangifte, zoals btw of loonheffing, dan start de termijn op de dag na de betaling of inhouding. Binnen die zes weken kun je de aanslag inhoudelijk laten corrigeren en hou je al je rechten open.

Is de termijn van zes weken voorbij, dan is de aanslag onherroepelijk: definitief. Toch bestaat er dan nog een tweede route. De inspecteur kan een onjuiste aanslag ambtshalve verminderen en te veel betaalde belasting alsnog teruggeven. Ambtshalve vermindering is een correctie die de Belastingdienst buiten de bezwaartermijn om verleent, op je verzoek of uit eigen beweging. Dien je per ongeluk te laat bezwaar in, dan wordt dat bezwaar niet inhoudelijk behandeld, maar automatisch als zo’n verzoek opgevat. Het verschil met bezwaar is belangrijk: bij de meeste belastingen kun je tegen een afwijzing van dit verzoek niet in beroep bij de rechter. Alleen bij de inkomstenbelasting staat die weg wel open.

Termijnen en voorwaarden

De tijd is bij het terugvragen van belasting de belangrijkste grens. Twee termijnen bepalen wat mogelijk is:

  • Bezwaar: zes weken na de dagtekening van de aanslag, of na de dag van betaling of inhouding bij belastingen die je zelf afdraagt.
  • Ambtshalve vermindering: tot vijf jaar na afloop van het belastingjaar. In 2026 betekent dit dat je nog terecht kunt voor het jaar 2021 en later; voor oudere jaren is de termijn verstreken.

Naast de termijn gelden nog enkele voorwaarden. Je moet de gevraagde aangifte hebben gedaan en je administratie op orde hebben, anders krijg je alleen teruggaaf als je overtuigend aantoont dat de aanslag onjuist is. Verder werkt een latere, gunstige uitspraak van de rechter of nieuw beleid niet met terugwerkende kracht: over jaren die al definitief vaststonden voordat die uitspraak er was, krijg je langs deze weg geen geld terug. De box 3-zaken lieten dit scherp zien. Wie destijds bezwaar had gemaakt, kreeg rechtsherstel; wie dat niet deed, kreeg dat niet, ook niet na het bekende Kerstarrest. De Hoge Raad bevestigde dit in 2026 nog eens definitief voor de zogenoemde niet-bezwaarmakers. Ten slotte kun je een gemiste keuze uit je aangifte, bijvoorbeeld een regeling waarvoor je toen had moeten kiezen, langs deze route niet meer herstellen.

Rekenvoorbeeld

De situatie: een ondernemer ontdekt in juli 2026 dat hij in zijn aangifte inkomstenbelasting 2022 een aftrekpost van € 10.000 is vergeten. De aanslag 2022 is al lang definitief, dus bezwaar kan niet meer. Een verzoek om ambtshalve vermindering kan nog wel, tot en met 31 december 2027 (vijf jaar na afloop van 2022). We vergelijken twee scenario’s: hij onderneemt niets, of hij dient tijdig een verzoek in. Ter illustratie gaan we uit van een belastingvoordeel van € 3.700 dat de vergeten aftrekpost oplevert; het werkelijke bedrag hangt af van je tarief.

 Scenario A – niets doenScenario B – verzoek indienen
Vergeten aftrekpost 2022€ 10.000€ 10.000
Teruggaaf belasting€ 0€ 3.700
Resultaataanspraak vervalt€ 3.700 terug

De conclusie: met een simpele brief haal je € 3.700 terug die je anders definitief was kwijtgeraakt. Let op: over zo’n teruggaaf van inkomstenbelasting vergoedt de Belastingdienst in beginsel geen rente.

Praktische gevolgen

  • Bewaak de zes weken: twijfel je of een aanslag klopt, maak dan tijdig bezwaar, desnoods pro forma. Bij een pro forma bezwaar stel je binnen de termijn je rechten veilig en lever je de motivering later aan.
  • Verstuur je per post: je bezwaar is nog op tijd als het vóór het einde van de termijn op de bus is gedaan en binnen een week na afloop is ontvangen.
  • Voor oude jaren: dien een schriftelijk en gemotiveerd verzoek om ambtshalve vermindering in, binnen vijf jaar na afloop van het belastingjaar.
  • Ben je buiten je schuld te laat: bijvoorbeeld door ziekte of een verkeerd bezorgde aanslag, dan kan de termijnoverschrijding verschoonbaar zijn. Dien je bezwaar dan alsnog in binnen zes weken nadat de belemmering is weggevallen.
  • Btw en loonheffing zijn een plicht, geen keuze: ontdek je dat je over de afgelopen vijf jaar te veel of te weinig btw hebt betaald, dan moet je dit corrigeren met een suppletie, een verplichte herstelmelding. Ook in je voordeel. Voor de loonheffing geldt een vergelijkbare plicht via het correctiebericht. Niet of te laat corrigeren kan een boete opleveren.
  • Vraag je kosten terug: wordt je aanslag in bezwaar herroepen door een fout van de Belastingdienst, dan heb je recht op een kostenvergoeding. Vraag die aan vóórdat de Belastingdienst uitspraak op je bezwaar doet, anders ben je te laat.

Conclusie en advies

Te veel betaalde belasting terugvragen is vaak eenvoudiger dan gedacht: een tijdige brief volstaat meestal. De grootste valkuil zijn de termijnen. Na zes weken is de aanslag definitief en resteert alleen de route van ambtshalve vermindering, en na vijf jaar vervalt ook die. Wie op tijd handelt, houdt niet alleen deze aanspraak open, maar profiteert ook mee van gunstige uitspraken die later komen. De beoordeling of je nog iets kunt terughalen, welke route past en hoe je de aanvraag het sterkst onderbouwt, luistert nauw en verschilt per belasting. Vermoed je dat je in een eerder jaar te veel hebt betaald, of twijfel je over een lopende aanslag? Laat je situatie dan door de fiscalisten van Taxcount beoordelen; wij controleren welke termijn nog loopt en verzorgen het bezwaar of het verzoek voor je.

Te veel belasting betaald? Zo vraagt u geld over oude jaren terug

Ontdek je dat je in een eerder jaar te veel belasting hebt betaald, bijvoorbeeld door een vergeten aftrekpost, een fout in je aangifte of een te hoge aanslag? Dan is dat geld vaak nog terug te halen. Wie te veel betaalde belasting wil terugvragen, heeft twee routes: binnen zes weken via een bezwaar, en daarna nog jarenlang via een verzoek om ambtshalve vermindering. In dit artikel lees je welke route wanneer geldt, welke termijnen in 2026 hard zijn en hoe je voorkomt dat je geld definitief laat liggen.

Twee routes naar teruggaaf

Zodra je een belastingaanslag of beschikking ontvangt, kun je daartegen bezwaar maken. Bezwaar is je formele protest bij de Belastingdienst. De termijn is zes weken en start op de dag na de dagtekening, de datum die op het aanslagbiljet staat. Betaal je of draag je belasting zelf af op aangifte, zoals btw of loonheffing, dan start de termijn op de dag na de betaling of inhouding. Binnen die zes weken kun je de aanslag inhoudelijk laten corrigeren en hou je al je rechten open.

Is de termijn van zes weken voorbij, dan is de aanslag onherroepelijk: definitief. Toch bestaat er dan nog een tweede route. De inspecteur kan een onjuiste aanslag ambtshalve verminderen en te veel betaalde belasting alsnog teruggeven. Ambtshalve vermindering is een correctie die de Belastingdienst buiten de bezwaartermijn om verleent, op je verzoek of uit eigen beweging. Dien je per ongeluk te laat bezwaar in, dan wordt dat bezwaar niet inhoudelijk behandeld, maar automatisch als zo’n verzoek opgevat. Het verschil met bezwaar is belangrijk: bij de meeste belastingen kun je tegen een afwijzing van dit verzoek niet in beroep bij de rechter. Alleen bij de inkomstenbelasting staat die weg wel open.

Termijnen en voorwaarden

De tijd is bij het terugvragen van belasting de belangrijkste grens. Twee termijnen bepalen wat mogelijk is:

  • Bezwaar: zes weken na de dagtekening van de aanslag, of na de dag van betaling of inhouding bij belastingen die je zelf afdraagt.
  • Ambtshalve vermindering: tot vijf jaar na afloop van het belastingjaar. In 2026 betekent dit dat je nog terecht kunt voor het jaar 2021 en later; voor oudere jaren is de termijn verstreken.

Naast de termijn gelden nog enkele voorwaarden. Je moet de gevraagde aangifte hebben gedaan en je administratie op orde hebben, anders krijg je alleen teruggaaf als je overtuigend aantoont dat de aanslag onjuist is. Verder werkt een latere, gunstige uitspraak van de rechter of nieuw beleid niet met terugwerkende kracht: over jaren die al definitief vaststonden voordat die uitspraak er was, krijg je langs deze weg geen geld terug. De box 3-zaken lieten dit scherp zien. Wie destijds bezwaar had gemaakt, kreeg rechtsherstel; wie dat niet deed, kreeg dat niet, ook niet na het bekende Kerstarrest. De Hoge Raad bevestigde dit in 2026 nog eens definitief voor de zogenoemde niet-bezwaarmakers. Ten slotte kun je een gemiste keuze uit je aangifte, bijvoorbeeld een regeling waarvoor je toen had moeten kiezen, langs deze route niet meer herstellen.

Rekenvoorbeeld

De situatie: een ondernemer ontdekt in juli 2026 dat hij in zijn aangifte inkomstenbelasting 2022 een aftrekpost van € 10.000 is vergeten. De aanslag 2022 is al lang definitief, dus bezwaar kan niet meer. Een verzoek om ambtshalve vermindering kan nog wel, tot en met 31 december 2027 (vijf jaar na afloop van 2022). We vergelijken twee scenario’s: hij onderneemt niets, of hij dient tijdig een verzoek in. Ter illustratie gaan we uit van een belastingvoordeel van € 3.700 dat de vergeten aftrekpost oplevert; het werkelijke bedrag hangt af van je tarief.

 Scenario A – niets doenScenario B – verzoek indienen
Vergeten aftrekpost 2022€ 10.000€ 10.000
Teruggaaf belasting€ 0€ 3.700
Resultaataanspraak vervalt€ 3.700 terug

De conclusie: met een simpele brief haal je € 3.700 terug die je anders definitief was kwijtgeraakt. Let op: over zo’n teruggaaf van inkomstenbelasting vergoedt de Belastingdienst in beginsel geen rente.

Praktische gevolgen

  • Bewaak de zes weken: twijfel je of een aanslag klopt, maak dan tijdig bezwaar, desnoods pro forma. Bij een pro forma bezwaar stel je binnen de termijn je rechten veilig en lever je de motivering later aan.
  • Verstuur je per post: je bezwaar is nog op tijd als het vóór het einde van de termijn op de bus is gedaan en binnen een week na afloop is ontvangen.
  • Voor oude jaren: dien een schriftelijk en gemotiveerd verzoek om ambtshalve vermindering in, binnen vijf jaar na afloop van het belastingjaar.
  • Ben je buiten je schuld te laat: bijvoorbeeld door ziekte of een verkeerd bezorgde aanslag, dan kan de termijnoverschrijding verschoonbaar zijn. Dien je bezwaar dan alsnog in binnen zes weken nadat de belemmering is weggevallen.
  • Btw en loonheffing zijn een plicht, geen keuze: ontdek je dat je over de afgelopen vijf jaar te veel of te weinig btw hebt betaald, dan moet je dit corrigeren met een suppletie, een verplichte herstelmelding. Ook in je voordeel. Voor de loonheffing geldt een vergelijkbare plicht via het correctiebericht. Niet of te laat corrigeren kan een boete opleveren.
  • Vraag je kosten terug: wordt je aanslag in bezwaar herroepen door een fout van de Belastingdienst, dan heb je recht op een kostenvergoeding. Vraag die aan vóórdat de Belastingdienst uitspraak op je bezwaar doet, anders ben je te laat.

Conclusie en advies

Te veel betaalde belasting terugvragen is vaak eenvoudiger dan gedacht: een tijdige brief volstaat meestal. De grootste valkuil zijn de termijnen. Na zes weken is de aanslag definitief en resteert alleen de route van ambtshalve vermindering, en na vijf jaar vervalt ook die. Wie op tijd handelt, houdt niet alleen deze aanspraak open, maar profiteert ook mee van gunstige uitspraken die later komen. De beoordeling of je nog iets kunt terughalen, welke route past en hoe je de aanvraag het sterkst onderbouwt, luistert nauw en verschilt per belasting. Vermoed je dat je in een eerder jaar te veel hebt betaald, of twijfel je over een lopende aanslag? Laat je situatie dan door de fiscalisten van Taxcount beoordelen; wij controleren welke termijn nog loopt en verzorgen het bezwaar of het verzoek voor je.

Bedrijfsopvolgingsregeling: draag uw familiebedrijf vrijwel belastingvrij over

Wil je je bedrijf overdragen aan je kind of aan een andere opvolger, maar schrikt je van de belasting die daarbij komt kijken? Over een onderneming die je schenkt of nalaat, is in beginsel schenk- of erfbelasting verschuldigd. Dat geld zit vaak vast in panden, machines en voorraad, waardoor de belasting de continuïteit van het bedrijf in gevaar kan brengen. De bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) biedt dan uitkomst: deze regeling stelt het grootste deel van je ondernemingsvermogen vrij, zodat het bedrijf gewoon door kan draaien. In dit artikel lees je hoe de bedrijfsopvolgingsregeling werkt, welke voorwaarden in 2026 gelden en wat je vooraf moet regelen.

Wat is de bedrijfsopvolgingsregeling?

De bedrijfsopvolgingsregeling stelt ondernemingsvermogen dat je erft of geschonken krijgt grotendeels vrij van schenk- en erfbelasting. Het idee erachter is eenvoudig: een familiebedrijf moet niet hoeven te stoppen of te worden verkocht alleen om de belasting over de overdracht te kunnen betalen. De regeling geldt zowel bij overlijden (erfbelasting) als bij een schenking tijdens leven, en is er voor de eenmanszaak, de vennoot in een vof of maatschap en voor de directeur-grootaandeelhouder met een aanmerkelijk belang (5% of meer van de aandelen) in een bv.

De vrijstelling werkt in twee stappen. Is de onderneming niet meer waard dan 1.543.500 euro (bedrag 2026), dan is de verkrijging voor 100% vrijgesteld. Is het bedrijf meer waard, dan is het deel tot 1.543.500 euro voor 100% vrijgesteld en het meerdere voor 75%. Over de resterende 25% betaal je wel belasting, maar daarvoor kun je tot tien jaar uitstel van betaling krijgen. Zou het bedrijf bij opheffing (liquidatie) meer opbrengen dan bij voortzetting, dan is dat verschil bovendien volledig vrijgesteld. De grens van 1.543.500 euro geldt per onderneming als geheel, niet per persoon die een deel verkrijgt.

Voorwaarden

De Belastingdienst stelt strenge eisen aan de bedrijfsopvolgingsregeling. Wordt aan een van deze voorwaarden niet voldaan, dan vervalt de vrijstelling geheel of gedeeltelijk. De belangrijkste voorwaarden zijn:

  • Kwalificerend ondernemingsvermogen: alleen echt ondernemingsvermogen telt mee. Beleggingen en verhuurd vastgoed kwalificeren niet. Bedrijfsmiddelen boven 103.000 euro die je ook privé gebruikt, tellen alleen mee voor het zakelijke deel.
  • Bezitseis: de overledene moet de onderneming minstens 1 jaar voor het overlijden in bezit hebben gehad, een schenker minstens 5 jaar voor de schenking. Voor gevers boven de AOW-leeftijd worden deze termijnen langer.
  • Voortzettingseis: de opvolger moet de onderneming daarna minstens 3 jaar voortzetten. Verkoopt of staakt hij het bedrijf eerder, dan vervalt de vrijstelling naar verhouding.
  • Minimumleeftijd bij schenking: bij een schenking moet de ontvanger op dat moment 21 jaar of ouder zijn. Bij een erfenis geldt geen leeftijdseis.
  • Aanvraag: je vraagt de vrijstelling zelf aan, gelijktijdig met de aangifte schenk- of erfbelasting. Zonder tijdig verzoek krijg je de vrijstelling niet.

Voldoe je aan al deze voorwaarden, dan blijft het grootste deel van het ondernemingsvermogen buiten de schenk- en erfbelasting.

Rekenvoorbeeld

De situatie: een ondernemer schenkt zijn bedrijf aan zijn dochter van 30 jaar. De onderneming is bij voortzetting 2.000.000 euro waard en de ondernemer heeft het bedrijf al 8 jaar in bezit. Voor een kind geldt in tariefgroep I een schenkbelasting van 10% tot 158.669 euro en 20% over het meerdere. We vergelijken de overdracht met en zonder de bedrijfsopvolgingsregeling.

Scenario A: met de bedrijfsopvolgingsregeling

  • Vrijgesteld: 100% over de eerste 1.543.500 euro plus 75% over het meerdere van 456.500 euro, samen 1.885.875 euro.
  • Belast blijft: 2.000.000 euro min 1.885.875 euro is 114.125 euro.
  • Schenkbelasting: 10% over 114.125 euro is ongeveer 11.413 euro (en daarvoor is uitstel van betaling mogelijk).

Scenario B: zonder de bedrijfsopvolgingsregeling

  • Belast: de volledige 2.000.000 euro.
  • Schenkbelasting: 10% over 158.669 euro plus 20% over 1.841.331 euro, samen ongeveer 384.133 euro.

De conclusie: de bedrijfsopvolgingsregeling levert in dit voorbeeld een besparing van ongeveer 372.720 euro op. Zet de dochter het bedrijf drie jaar voort, dan wordt de vrijstelling definitief.

Praktische gevolgen

Wie van de bedrijfsopvolgingsregeling gebruik wil maken, moet vooral tijdig plannen en de administratie op orde hebben. Let op de volgende punten:

  • Plan de overdracht op tijd: door de bezitseis kan schenken vlak na de aankoop van een bedrijf of op zeer hoge leeftijd de vrijstelling blokkeren.
  • Houd het vermogen zuiver: beleggingen en verhuurd vastgoed kwalificeren niet, dus beoordeel vooraf welk deel van het vermogen echt zakelijk is.
  • Bewaak de voortzettingstermijn: de opvolger zit drie jaar vast aan het bedrijf. Een verkoop, staking of omzetting in preferente aandelen binnen die termijn kost een deel van de vrijstelling.
  • Meld wijzigingen op tijd: doet zich binnen de voortzettingsperiode een strijdige gebeurtenis voor, dan moet je dat binnen 8 maanden melden.
  • Denk aan de samenloop met de inkomstenbelasting: de bedrijfsopvolgingsregeling wordt vrijwel altijd gecombineerd met de doorschuifregeling in box 2 of de doorschuiving bij een IB-onderneming. Beide hebben eigen voorwaarden die op elkaar moeten aansluiten.
  • Gebruik het uitstel van betaling: voor het belaste deel kun je tot tien jaar rentedragend uitstel krijgen, zodat je de belasting niet in een keer hoeft op te brengen.

Conclusie en advies

De bedrijfsopvolgingsregeling is voor de meeste familiebedrijven de belangrijkste faciliteit bij de overdracht naar de volgende generatie. Het voordeel is groot, maar de eisen zijn technisch en de bedragen fors, waardoor een fout snel tienduizenden tot honderdduizenden euro’s kost. De bezitseis, de voortzettingseis en de vraag welk vermogen kwalificeert, vragen bovendien om planning die jaren van tevoren begint. Wil je weten of je bedrijfsoverdracht onder de bedrijfsopvolgingsregeling valt en hoeveel je ermee kunt besparen? Laat je situatie vrijblijvend beoordelen door de fiscalisten van Taxcount, dan weet je zeker dat je de vrijstelling correct en op tijd benut.

De internationale artiestenregeling uitgelegd

Je boekt een dj voor een bedrijfsfeest, een band voor je festival of een spreker voor je congres. De factuur komt binnen en dan komt de vraag: moet je belasting inhouden voordat je uitbetaalt? Voor veel optredens geldt de artiestenregeling, een aparte heffing in de loonbelasting die de opdrachtgever verantwoordelijk maakt. Vooral bij artiesten en sporters uit het buitenland gaat het snel mis. In dit artikel lees je wanneer de artiestenregeling geldt, wanneer een buitenlandse artiest is vrijgesteld en wat je in 2026 concreet moet inhouden en afdragen.

Wat is de artiestenregeling?

De artiesten- en beroepssportersregeling is een bijzondere manier van belasting heffen in de loonbelasting. Een artiest of beroepssporter ontvangt geen loon maar een gage: een vergoeding voor een optreden of sportprestatie op grond van een overeenkomst van korte duur. De wet regelt dat niet de artiest zelf, maar de opdrachtgever de belasting inhoudt en afdraagt. Je bent als opdrachtgever dus inhoudingsplichtig zodra de regeling van toepassing is (artikel 5a en 5b van de Wet op de loonbelasting 1964).

De regeling geldt alleen als er geen sprake is van een gewone dienstbetrekking en de artiest ook niet als ondernemer factureert. In de volgende situaties pas je de artiestenregeling juist niet toe:

  • De artiest of sporter is bij je in gewone loondienst; dan gelden de normale regels voor loonheffing.
  • De artiest heeft een overeenkomst voor langer dan drie maanden; dan valt de beloning buiten de regeling.
  • De artiest of sporter is ondernemer en stuurt een factuur met btw op basis van een verklaring; dan rekent hij zelf af.
  • Het optreden vindt plaats op een privefeest, bijvoorbeeld een bruiloft; dan mag de opdrachtgever bruto uitbetalen.

De internationale regel

Bij artiesten en sporters uit het buitenland speelt eerst de vraag welk land mag heffen. Het OESO-Modelverdrag, de blauwdruk voor de meeste Nederlandse belastingverdragen, geeft in artikel 17 een uitzondering: het land waar het optreden of de wedstrijd plaatsvindt mag heffen, ook al zou de artiest daar normaal niet belastingplichtig zijn. Het woonland voorkomt vervolgens dubbele belasting via de vrijstellings- of verrekeningsmethode (artikel 23A en 23B). Nederland zou als optreedland dus mogen heffen.

Nederland heeft echter besloten van die heffing af te zien. Sinds 1 januari 2007 vallen artiesten en beroepssporters die wonen in een land waarmee Nederland een belastingverdrag heeft niet meer onder de Nederlandse artiestenregeling. Datzelfde geldt voor inwoners van Aruba, Curacao, Sint Maarten en de BES-eilanden. Omdat Nederland met meer dan negentig landen een verdrag heeft, hoef je voor de meeste buitenlandse artiesten geen loonheffing in te houden. De heffing wordt overgelaten aan het woonland. Alleen als de artiest of sporter in een land zonder verdrag woont, pas je de heffing wel toe.

Voorwaarden en tarieven

Valt het optreden onder de regeling, dan bereken je de heffing over de gage. De gage is alles wat de artiest of sporter voor het optreden ontvangt, in geld en in natura. Een aantal posten mag je van de gage aftrekken voordat je de heffing berekent:

  • Reis- en verblijfkosten die je vergoedt op basis van originele facturen (eigen vervoer valt hier niet onder).
  • Verstrekte maaltijden en consumpties tijdens het optreden.
  • De kleinevergoedingsregeling: een vast bedrag van 163 euro per artiest per optreden, dat de artiest via een gageverklaring kan inzetten in plaats van een kostenvergoedingsbeschikking.

Over het bedrag dat overblijft, hou je de loonheffing in. Voor buitenlandse artiesten en sporters uit een niet-verdragsland, en voor buitenlandse gezelschappen, geldt een vast tarief van 20 procent. Voor binnenlandse artiesten geldt het tarief van de eerste schijf van de loonbelasting, in 2026 vastgesteld op 35,75 procent. Die inhouding bij binnenlandse artiesten is een voorheffing: de artiest verrekent het bedrag later met zijn aangifte inkomstenbelasting en krijgt vaak een deel terug. Het vaste tarief van 20 procent voor buitenlandse artiesten is voor hen in de praktijk meestal het eindstation.

Rekenvoorbeeld

De situatie: een evenementenbureau (MKB) huurt voor een bedrijfsfeest een buitenlandse dj in. De afgesproken gage is 5.000 euro. Het bureau vergoedt daarnaast 800 euro aan reis- en verblijfkosten op basis van originele facturen. De uitkomst hangt volledig af van waar de dj woont.

OnderdeelScenario A: verdragslandScenario B: niet-verdragsland
Bruto gage5.0005.000
Af: reis- en verblijfkosten (facturen)800800
Grondslag voor de heffing4.2004.200
Toepasselijk tariefvrijgesteld20%
In te houden loonheffing0840
Netto af te dragen aan de Belastingdienst0840

De conclusie: woont de dj in een verdragsland (bijvoorbeeld Duitsland of België), dan hou je niets in en betaal je de volledige gage uit. Woont de dj in een land zonder verdrag, dan hou je 840 euro loonheffing in en draag je dat af aan de Belastingdienst. Het verschil bedraagt 840 euro, plus de administratieve verplichtingen die bij de inhouding horen.

Praktische gevolgen

Zodra de artiestenregeling van toepassing is, ben je als opdrachtgever inhoudingsplichtig. Dat brengt een aantal verplichtingen met zich mee. Je meldt je aan als inhoudingsplichtige bij de Belastingdienst, houdt de loonheffing in op de gage en draagt die af via de aangifte loonheffingen. Je legt de identiteit van de artiest en de afspraken vast, en je bewaart de gageverklaring en de kostenfacturen in je administratie.

Wil je gebruikmaken van de vrijstelling voor een buitenlandse artiest, dan moet je kunnen aantonen dat de artiest in een verdragsland woont. Leg daarom vast waar de artiest woont en bewaar het bewijs daarvan. Zonder onderbouwing loop je het risico dat de Belastingdienst de niet-ingehouden heffing alsnog bij je naheft, inclusief een eventuele boete. De artiest zelf kan de ingehouden loonheffing verrekenen in zijn aangifte inkomstenbelasting; voor binnenlandse artiesten leidt dat vaak tot een teruggaaf.

Conclusie en advies

De artiestenregeling draait om twee vragen: is er sprake van een gewone dienstbetrekking of ondernemerschap, en waar woont de artiest of sporter? Bij een optreden van korte duur zonder factuur ben je als opdrachtgever verantwoordelijk voor de inhouding. Voor artiesten uit verdragslanden geldt een vrijstelling, voor artiesten uit niet-verdragslanden een tarief van 20 procent, en voor binnenlandse artiesten het tarief van de eerste schijf. De verschillen in geld en in administratieve lasten zijn groot, en een verkeerde inschatting kan je een naheffing opleveren. Huur je regelmatig artiesten of sporters in, of treedt je zelf op? Laat Taxcount je situatie beoordelen, dan weet je zeker dat je de juiste heffing toepast en niets onnodig afdraagt.

Bronnen:

Schenking op papier: zo geef je vermogen door en bespaar je erfbelasting

Heb je vermogen dat vastzit in je woning of in je onderneming, maar wil je je kinderen nu al laten meeprofiteren? Dan is een schenking op papier misschien iets voor jou. Je geeft dan een bedrag weg zonder het geld echt over te maken: je erkent op papier dat je het schuldig bent aan je kind. Zo verklein je alvast je latere nalatenschap en bespaar je erfbelasting, terwijl het geld voorlopig bij jou blijft. In dit artikel lees je hoe een schenking op papier werkt, welke voorwaarden in 2026 gelden en welke valkuil je koste wat kost moet vermijden.

Wat is een schenking op papier?

Een schenking op papier heet officieel een schuldigerkenning uit vrijgevigheid. Je schenkt een bedrag aan bijvoorbeeld je kind, maar in plaats van het over te maken erken je dat je het schuldig bent. Dat bedrag hoeft je kind meestal pas op te eisen bij je overlijden. De belangrijkste begrippen op een rij:

  • Schuldigerkenning: je legt vast dat je een bedrag schuldig bent aan de ontvanger, terwijl het geld op je rekening blijft staan.
  • Opeisbaar bij overlijden: je kind krijgt nu een vordering op jou, maar kan die pas innen als je overlijdt (soms ook bij opname in een verzorgingstehuis).
  • Kleinere nalatenschap: tegenover je bezit staat straks een schuld aan je kind, waardoor er minder overblijft waarover erfbelasting wordt geheven.
  • Jaarlijkse rente: je betaalt elk jaar 6% rente over het schuldig erkende bedrag aan je kind, waarmee je extra vermogen belastingvrij verschuift.

Voorwaarden

De Belastingdienst stelt strenge eisen aan een schenking op papier. Wordt aan een van deze eisen niet voldaan, dan grijpt artikel 10 van de Successiewet in en wordt het volledige bedrag bij je overlijden alsnog met erfbelasting belast. Let daarom goed op het volgende:

  • Notariële akte: de schenking moet je door een notaris laten vastleggen. Ontbreekt de akte, dan vervalt de schenking bij je overlijden en telt het bedrag toch mee in je nalatenschap.
  • 6% rente: je spreekt af dat je jaarlijks minimaal 6% rente betaalt over het schuldig erkende bedrag. Dit percentage ligt sinds 2010 wettelijk vast.
  • Rente echt betalen: je maakt die rente elk jaar daadwerkelijk over. Alleen bijschrijven of een jaar overslaan telt niet mee en is de meest gemaakte fout.
  • Familiekring: de ontvanger is je partner of een familielid tot en met de vierde graad (kinderen, kleinkinderen, ouders, broers, zussen, neven en nichten). Alleen dan heeft de regeling zin.
  • Schenkbelasting en vrijstelling: over de schenking zelf betaal je mogelijk schenkbelasting. Voor een kind is in 2026 jaarlijks € 6.908 vrijgesteld; over het meerdere geldt 10% (tot € 158.669, daarboven 20%).

Voldoe je aan al deze voorwaarden, dan blijft het overgehevelde vermogen buiten de erfbelasting en profiteert je kind van het volledige voordeel.

Rekenvoorbeeld

De situatie: een ondernemer wil in tien jaar tijd vermogen overhevelen naar zijn dochter. Hij schenkt elk jaar € 6.908 op papier, precies binnen de jaarlijkse vrijstelling, en legt dit notarieel vast. Na tien jaar heeft hij zo € 69.080 overgeheveld. We vergelijken twee keuzes.

 Scenario A: schenking op papierScenario B: niets doen
Overgeheveld in 10 jaar€ 69.080€ 0
Schenkbelasting€ 0 (binnen vrijstelling)€ 0
Bedrag in nalatenschap€ 69.080 lager€ 69.080 hoger
Erfbelasting over dit bedrag (10%)€ 0€ 6.908

In scenario A is het vermogen al bij leven overgegaan, belastingvrij binnen de jaarlijkse vrijstelling. In scenario B zit hetzelfde bedrag nog in de nalatenschap en betaalt de dochter er, na verbruik van haar erfvrijstelling, 10% erfbelasting over.

De conclusie: de schenking op papier levert in dit voorbeeld een besparing van € 6.908 op. Daar bovenop verschuift de jaarlijkse rente van 6% nog eens extra vermogen belastingvrij naar je kind.

Praktische gevolgen

  • Discipline is bepalend: betaal de rente elk jaar op tijd en sla nooit een jaar over. Een automatische overboeking voorkomt vergissingen; bijschrijven telt niet.
  • Bewijs bewaren: bewaar de notariële akte en de jaarlijkse betaalbewijzen van de rente, zodat je bij een controle kunt aantonen dat je aan de voorwaarden voldoet.
  • Schenkaangifte: schenk je in een jaar meer dan de vrijstelling, dan doe je schenkaangifte. Let op: alle schenkingen aan hetzelfde kind in één jaar worden bij elkaar opgeteld.
  • Liquiditeit nalatenschap: bij je overlijden moet de schuld, inclusief opgelopen rente, uit je nalatenschap kunnen worden betaald. Houd hier rekening mee.
  • Gevolgen voor box 3: de vordering telt bij je kind mee als bezitting in box 3; bij jou is de schuld een box 3-schuld die je vermogen verlaagt, voor zover je totale schulden boven de drempel van € 3.800 (€ 7.600 met partner) uitkomen.

Conclusie en advies

Een schenking op papier is een beproefde manier om vermogen naar de volgende generatie over te hevelen zonder de contanten nu al weg te geven. Het voordeel kan over de jaren flink oplopen, maar staat of valt met de uitvoering: zonder notariële akte en zonder jaarlijkse betaling van 6% rente slaat het voordeel om in een naheffing erfbelasting over het volledige bedrag. Omdat de valkuil van artikel 10 in de praktijk makkelijk is gemaakt, is een zorgvuldige opzet en jaarlijkse bewaking essentieel. Wil je weten of een schenking op papier in jouw situatie voordelig is en hoe je de regeling waterdicht inricht? De adviseurs van Taxcount rekenen het graag voor je door en zorgen dat je geen enkel jaar overslaat.

Fiscale eenheid Vpb: wanneer is het voor jou voordelig?

Heb je een holding met een of meer werk-bv’s, of een onderneming die over meerdere bv’s is verdeeld? Dan kun je ervoor kiezen om die vennootschappen samen als één belastingplichtige voor de vennootschapsbelasting te behandelen: een fiscale eenheid. Dat kan voordelig zijn, bijvoorbeeld als de ene bv winst maakt en de andere verlies. Maar er zitten ook nadelen aan. Dit artikel legt uit wat een fiscale eenheid is, wat de voordelen en nadelen zijn, welke voorwaarden gelden en hoe je de afweging maakt.

Wat is een fiscale eenheid?

Normaal doet elke bv apart aangifte over haar eigen winst. Een fiscale eenheid doorbreekt dat. Op gezamenlijk verzoek van de moeder- en dochtervennootschap wordt de vennootschapsbelasting geheven alsof er één belastingplichtige is. De winst en het vermogen van de dochter worden bij de moeder geteld, en de belasting wordt bij de moeder geheven. De vennootschappen blijven juridisch zelfstandig, maar fiscaal worden ze als een geheel behandeld (zie figuur 1).

  Figuur 1: een fiscale eenheid van een holding (moeder) met twee werk-bv’s (dochters).

Wat zijn de voordelen?

Een fiscale eenheid heeft drie hoofdvoordelen. Het eerste is de onderlinge verliesverrekening: het verlies van de ene bv verlaagt direct het belaste resultaat van de andere bv. Het tweede is dat transacties tussen de gevoegde vennootschappen fiscaal niet meetellen, zoals onderlinge winst op leveringen, verhuur of leningen. Het derde is dat je binnen de groep geruisloos kunt reorganiseren, dus bedrijfsmiddelen verschuiven zonder direct af te rekenen. Bijkomend voordeel: je doet één gezamenlijke aangifte in plaats van een aparte aangifte per bv.

Rekenvoorbeeld

Stel, moeder M maakt 100 euro winst, dochter D maakt 200 euro verlies en dochter X maakt 300 euro winst. Zonder fiscale eenheid wordt belasting geheven over 400 euro (100 plus 300) en blijft het verlies van D van 200 euro voorlopig ongebruikt liggen. Met een fiscale eenheid worden de resultaten bij elkaar opgeteld: 100 min 200 plus 300 is 200 euro belaste winst. Het verlies van D wordt zo meteen benut, wat de groep direct belasting bespaart (zie figuur 2).

 Figuur 2: verliesverrekening met en zonder fiscale eenheid, bij winst 100, verlies 200 en winst 300.

Wat zijn de nadelen?

Een fiscale eenheid is niet altijd voordelig. De belangrijkste nadelen zijn de volgende. Het lage vennootschapsbelastingtarief van 19 procent geldt maar tot 200.000 euro winst, en binnen een fiscale eenheid geldt die schijf één keer voor de hele groep, in plaats van per bv. Ook worden investeringen van alle vennootschappen samengeteld voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek, waardoor die aftrek lager kan uitvallen. Verder is elke gevoegde vennootschap hoofdelijk aansprakelijk voor de vennootschapsbelastingschuld van de hele eenheid, niet alleen voor haar eigen deel. En bij het verbreken van de eenheid kun je te maken krijgen met een verplichte afrekening over stille reserves.

Welke voorwaarden gelden?

Om een fiscale eenheid te kunnen vormen, moet aan een aantal voorwaarden zijn voldaan:

  • Belang van minstens 95 procent: de moeder bezit de juridische en economische eigendom van ten minste 95 procent van de aandelen in de dochter, met minstens 95 procent van de stemrechten, de winst en het vermogen.
  • Vpb-plichtige lichamen: het gaat om een bv, nv, coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij, niet om een eenmanszaak of vof.
  • Zelfde boekjaar en winstbepaling: de boekjaren vallen samen en voor beide vennootschappen gelden dezelfde regels voor de winstbepaling.
  • Gevestigd in Nederland: beide vennootschappen zijn feitelijk in Nederland gevestigd, of voldoen aan de bijzondere voorwaarden.
  • Gezamenlijk verzoek: je dient een gezamenlijk verzoek in bij de inspecteur; de eenheid kan maximaal drie maanden vóór het verzoek ingaan.

Hoe maak je de afweging?

Een fiscale eenheid is een keuze, geen verplichting. Het loont om die keuze bewust te maken. De voordelen wegen vooral zwaar als minstens één vennootschap verlies maakt terwijl een andere winst maakt, als er veel onderlinge transacties zijn, of als er een reorganisatie op stapel staat (zie figuur 3). Zijn die voordelen er niet, dan kunnen de nadelen (het maar één keer benutten van de lage tariefschijf, de samentelling voor de investeringsaftrek en de hoofdelijke aansprakelijkheid) de doorslag geven om juist geen eenheid te vormen. Omdat de situatie per jaar kan veranderen, is het verstandig de keuze periodiek te herijken. Let bij een eventuele verbreking op de sanctietermijn: verbreek je de eenheid binnen zes jaar (soms drie jaar) na een interne overdracht van een bedrijfsmiddel met een stille reserve, dan kan alsnog directe heffing volgen.

Figuur 3: de voordelen en nadelen van een fiscale eenheid tegen elkaar afgewogen.

Praktische checklist: wat je moet regelen

  • Controleer het belang: de moeder moet minstens 95 procent van de aandelen, stemrechten, winst en vermogen van de dochter hebben.
  • Bepaal of er voordeel is: weeg de winst-verliespositie, onderlinge transacties en reorganisatieplannen tegen elkaar af.
  • Weeg de nadelen mee: denk aan de ene tariefschijf, de samentelling voor de KIA en de hoofdelijke aansprakelijkheid.
  • Dien een gezamenlijk verzoek in: de eenheid kan maximaal drie maanden vóór het verzoek ingaan.
  • Let op verbreking: houd rekening met de sanctietermijn van art. 15ai bij verbreking na een interne overdracht.
  • Herijk periodiek: beoordeel jaarlijks of de fiscale eenheid nog de voordeligste keuze is.

Veelgestelde vragen

Wat is een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting?

Het is een keuze waarbij een moeder- en dochtervennootschap samen als één belastingplichtige voor de vennootschapsbelasting worden behandeld. De resultaten worden samengevoegd en de belasting wordt bij de moeder geheven.

Wat is het grootste voordeel van een fiscale eenheid?

Vaak de onderlinge verliesverrekening: het verlies van de ene bv verlaagt direct de belaste winst van de andere bv. Daarnaast tellen onderlinge transacties niet mee en kun je geruisloos reorganiseren binnen de groep.

Welke nadelen heeft een fiscale eenheid?

De lage tariefschijf van 19 procent geldt maar één keer voor de hele groep, de investeringsaftrek kan lager uitvallen door samentelling, en elke gevoegde bv is hoofdelijk aansprakelijk voor de belastingschuld van de hele eenheid.

Aan welke voorwaarde moet ik voldoen voor een fiscale eenheid?

De belangrijkste voorwaarde is dat de moeder minstens 95 procent van de aandelen in de dochter bezit, inclusief 95 procent van de stemrechten, de winst en het vermogen. Ook moeten de boekjaren samenvallen en gelden er vestigings- en verzoekvereisten.

Kan ik een fiscale eenheid weer verbreken?

Ja, maar let op de gevolgen. Verbreek je de eenheid binnen de sanctietermijn (in beginsel zes jaar, soms drie) na een interne overdracht van een bedrijfsmiddel met een stille reserve, dan kan een verplichte afrekening over die reserve volgen.

Hoe Taxcount je kan helpen

Of een fiscale eenheid in jouw situatie voordelig is, hangt af van je winst-verliespositie, je concernstructuur en je plannen. Taxcount toetst of aan de voorwaarden is voldaan, berekent het voordeel van verliesverrekening tegenover de nadelen en verzorgt het verzoek bij de inspecteur. Ook bij een eventuele verbreking begeleiden wij je, zodat je niet onverwacht hoeft af te rekenen. Wil je weten of een fiscale eenheid voor je bv’s loont? De adviseurs van Taxcount helpen je graag uit. Neem gerust contact met ons op. In de tussentijd kun je kijken of een Fiscale eenheid beter voor jou is dan meerdere bv’s met onze fiscale eenheid dashboard.

Dit artikel bevat algemene informatie en is geen fiscaal advies. Tarieven, drempels en voorwaarden kunnen wijzigen en de uitkomst hangt af van je persoonlijke situatie. Laat je situatie altijd door een adviseur beoordelen.

Zie ook:

Je BV opheffen? Zo werkt de belastingafrekening in box 2 (2026)

Stop je met je BV, dan kijkt de Belastingdienst mee. Bij de liquidatie van een BV volgt altijd een eindafrekening in box 2: soms betaal je belasting, soms levert het juist een aftrekbaar verlies op. In dit artikel lees je in gewone taal hoe dat werkt, met actuele tarieven en rekenvoorbeelden voor 2026.

BV opheffen: wat gebeurt er eigenlijk?

Een BV houdt niet zomaar op te bestaan. Eerst wordt de vennootschap ontbonden (artikel 2:19 BW). Zijn er dan nog bezittingen of schulden, dan blijft de BV bestaan totdat alles is afgewikkeld: de vereffening (artikel 2:23a BW). Tijdens die vereffening worden bezittingen verkocht, schulden betaald en wordt wat overblijft uitgekeerd aan de aandeelhouders.

Dat restbedrag heet het liquidatiesaldo. En juist dat saldo – of het ontbreken ervan – bepaalt hoe de belastingafrekening voor jou uitpakt.

Waarom betaal je belasting bij liquidatie van een BV?

Heb je minimaal 5% van de aandelen in een BV, dan heb je een aanmerkelijk belang. Je inkomsten daaruit vallen in box 2 van de inkomstenbelasting. Denk aan dividend, maar ook aan de winst bij verkoop van je aandelen.

Bij een liquidatie verkoop je je aandelen niet. Toch wil de wetgever voorkomen dat waardestijgingen (of -dalingen) buiten beeld blijven als een BV verdwijnt. Daarom merkt de wet twee situaties aan als een fictieve vervreemding (artikel 4.16, lid 1, Wet IB 2001):

  • Onderdeel c: het betaalbaar stellen van een liquidatie-uitkering telt als vervreemding;
  • Onderdeel g: het niet langer aanwezig zijn van een aanmerkelijk belang telt eveneens als vervreemding.

Kort gezegd: het einde van je aandelenbelang leidt altijd tot een fiscale afrekening – óók als er geen euro wordt uitgekeerd.

Situatie 1: er blijft geld over (positief liquidatiesaldo)

Blijft er na de vereffening geld over voor jou als aandeelhouder, dan is dat een liquidatie-uitkering. Je betaalt alleen belasting over de winst, niet over je eigen inbreng.

Hoe wordt de belaste winst berekend?

Het belaste voordeel is het bedrag dat je ontvangt boven je verkrijgingsprijs (artikel 4.34 in samenhang met artikel 4.19 Wet IB 2001). De verkrijgingsprijs is – simpel gezegd – wat je ooit in de BV hebt gestoken:

  • het gestorte aandelenkapitaal;
  • agio (storting boven de nominale waarde);
  • informele kapitaalstortingen;
  • latere bijstortingen.

Rekenvoorbeeld: belaste winst bij opheffing

OnderdeelBedrag
Liquidatiesaldo (uitkering)€ 220.000
Verkrijgingsprijs aandelen€ 150.000
Belast voordeel in box 2€ 70.000

 

Over dit voordeel betaal je in 2026 het box 2-tarief: 24,5% over de eerste € 68.843 en 31% over het meerdere. In dit voorbeeld is dat afgerond € 17.225. Heb je een fiscaal partner, dan geldt het lage tarief zelfs over maximaal € 137.686 aan gezamenlijk box 2-inkomen en blijft de heffing beperkt tot € 17.150.

En de dividendbelasting?

De BV moet bij de uitkering 15% dividendbelasting inhouden, maar alleen over het deel van de uitkering dat uitgaat boven het gemiddeld gestorte kapitaal op de aandelen (artikel 3, lid 1, onderdeel b, Wet DB 1965). Die dividendbelasting ben je niet extra kwijt: zij wordt als voorheffing verrekend met je inkomstenbelasting in box 2.

Situatie 2: er blijft niets over (verlies op je aandelen)

Blijft er na het betalen van alle schulden niets over, dan krijg je als aandeelhouder geen uitkering. Je aanmerkelijk belang houdt op te bestaan (artikel 4.16, lid 1, onderdeel g, Wet IB 2001) en de opbrengst wordt op nihil gesteld.

De verkrijgingsprijs die je nooit hebt terugverdiend, wordt dan een negatief vervreemdingsvoordeel: een verlies uit aanmerkelijk belang. Dit verlies neem je fiscaal in aanmerking op het moment dat de vereffening is voltooid (artikel 4.46, lid 6, Wet IB 2001).

Rekenvoorbeeld: verlies bij opheffing

OnderdeelBedrag
Liquidatie-opbrengst€ 0
Verkrijgingsprijs aandelen€ 150.000
Verlies uit aanmerkelijk belang (box 2)€ 150.000

 

Er is in deze situatie geen dividendbelasting verschuldigd: er wordt immers niets uitgekeerd.

Wat kun je met een verlies in box 2?

Een box 2-verlies is geld waard, maar je kunt het niet onbeperkt gebruiken. Artikel 4.49 Wet IB 2001 bepaalt hoe het verlies wordt verrekend:

  • Eerst terug: verrekening met box 2-inkomen van het voorafgaande kalenderjaar (carry-back);
  • Dan vooruit: verrekening met box 2-inkomen van de zes volgende kalenderjaren (carry-forward).

Daarna verdampt het verlies in box 2. Voorwaarde is bovendien dat de inspecteur het verlies bij beschikking heeft vastgesteld (artikel 4.50 Wet IB 2001) – controleer dat dus altijd.

Geen aandelen meer? Vraag de belastingkorting aan

Na de opheffing van je enige BV heb je vaak helemaal geen box 2-inkomen meer om het verlies mee te verrekenen. Voor die situatie biedt artikel 4.53 Wet IB 2001 een oplossing. Heb je (en je fiscaal partner) in het kalenderjaar en het voorafgaande jaar geen aanmerkelijk belang meer, dan kun je de Belastingdienst verzoeken het openstaande verlies om te zetten in een belastingkorting van 24,5% van dat verlies.

Die korting verlaagt je belasting in box 1 (inkomen uit werk en woning, zoals loon of AOW). De korting is te benutten in het jaar van omzetting en de zeven jaren daarna, maar uiterlijk tot en met het negende jaar na het verliesjaar.

Voorbeeld: bij een verlies van € 150.000 bedraagt de belastingkorting € 36.750 (24,5%). Dat bedrag gaat rechtstreeks af van je inkomstenbelasting in box 1.

BV onder een holding? Dan werkt het anders

Worden de aandelen in de geliquideerde BV gehouden door je holding, dan valt het resultaat bij de holding in beginsel onder de deelnemingsvrijstelling en blijft heffing op dat niveau achterwege. Een verlies op de deelneming kan bij liquidatie onder voorwaarden wél aftrekbaar zijn via de liquidatieverliesregeling (artikel 13d Wet VPB 1969).

De box 2-afrekening bij jou privé volgt pas wanneer de holding vermogen aan je uitkeert – of zelf wordt geliquideerd. Belastingheffing wordt zo uitgesteld, maar niet definitief voorkomen.

Vijf praktische aandachtspunten bij het opheffen van je BV

  • Stel het juiste moment van de (fictieve) vervreemding vast; bij een verlies is dat de voltooiing van de vereffening.
  • Onderbouw de verkrijgingsprijs zorgvuldig – vooral informele kapitaalstortingen worden vaak vergeten.
  • Controleer of het verlies bij beschikking is vastgesteld door de Belastingdienst.
  • Beoordeel tijdig of verrekening binnen de termijnen haalbaar is, of dat de belastingkorting van artikel 4.53 Wet IB 2001 gunstiger is.
  • Let bij een uitkering op de juiste inhouding en aangifte van dividendbelasting.

Veelgestelde vragen

Betaal ik altijd belasting als ik mijn BV opheffen?

Nee. Je betaalt alleen box 2-belasting als de liquidatie-uitkering hoger is dan je verkrijgingsprijs. Is de uitkering lager of nihil, dan heb je juist een verrekenbaar verlies.

Hoeveel belasting betaal ik in box 2 in 2026?

In 2026 betaal je 24,5% over de eerste € 68.843 aan box 2-inkomen en 31% over het meerdere. Met een fiscaal partner geldt het lage tarief over maximaal € 137.686 gezamenlijk.

Hoe lang is een verlies uit aanmerkelijk belang te verrekenen?

Eén jaar terug en zes jaar vooruit binnen box 2. Heb je geen aanmerkelijk belang meer, dan kun je het restant laten omzetten in een belastingkorting van 24,5% die je box 1-belasting verlaagt.

Moet mijn BV dividendbelasting inhouden bij liquidatie?

Alleen over het deel van de liquidatie-uitkering boven het gemiddeld gestorte kapitaal. Deze 15% wordt verrekend met je inkomstenbelasting.

Conclusie: laat je adviseren vóór de liquidatie

De liquidatie van een BV leidt altijd tot een fiscale eindafrekening in box 2. Bij een positief saldo betaal je belasting over de winst; blijft er niets over, dan ontstaat een verlies dat – mits goed begeleid – veel geld waard kan zijn. Het moment van afwikkeling, de onderbouwing van de verkrijgingsprijs en de keuze tussen verliesverrekening en de belastingkorting maken een groot verschil.

Overweeg je je BV op te heffen? De adviseurs van Taxcount in Den Haag rekenen graag vooraf voor je uit wat de liquidatie fiscaal betekent – en hoe je een verlies optimaal benut. Neem vrijblijvend contact op via www.taxcount.nl.

Van Eenmanszaak naar BV: Wanneer is het Tijd voor de Overstap?

Je eenmanszaak groeit en de winst stijgt. Een fantastische prestatie! Met die groei komt onvermijdelijk de vraag: is het tijd om de overstap te maken naar een Besloten Vennootschap (BV)? Deze beslissing hangt af van twee cruciale factoren: de fiscale voordelen en de beperking van je persoonlijke aansprakelijkheid. In dit artikel leggen we uit wanneer de BV de slimmere keuze wordt.

Het Fiscale Omslagpunt: De €100.000-Vuistregel

Fiscaal gezien is er een omslagpunt waarop de belastingdruk in een BV lager wordt dan in een eenmanszaak. Als algemene vuistregel wordt vaak een winst van circa €100.000 per jaar gehanteerd.

  • Onder de €100.000: De eenmanszaak is meestal voordeliger. Je profiteert van waardevolle aftrekposten zoals de zelfstandigenaftrek en de MKB-winstvrijstelling, die je belastbaar inkomen aanzienlijk verlagen.
  • Boven de €100.000: De BV wordt vaak aantrekkelijker. De ondernemersaftrekposten vervallen, maar je profiteert van een lager vennootschapsbelastingtarief op de winst die in de BV achterblijft.

Het is echter cruciaal om te begrijpen dat dit een vuistregel is. De hoogte van je DGA-salaris (het loon dat je jezelf uitkeert vanuit de BV) heeft een enorme invloed. Een hoger salaris wordt zwaarder belast in de inkomstenbelasting (Box 1), waardoor het fiscale voordeel van de BV pas bij een hogere winst wordt bereikt.

Het Voordeel van Beperkte Aansprakelijkheid

Misschien wel het belangrijkste voordeel van een BV is de juridische bescherming van je privévermogen.

  • In een eenmanszaak zijn jij en je bedrijf juridisch gezien één. Als je bedrijf schulden maakt of een schadeclaim krijgt, ben je met je volledige privévermogen aansprakelijk. Je spaargeld, je auto en zelfs je huis kunnen in gevaar komen.
  • In een BV is er een strikte scheiding. De BV is een aparte rechtspersoon. Schulden en claims zijn in principe van de BV, niet van jou persoonlijk. Je privévermogen is veilig.

Een praktisch voorbeeld: Stel, je levert een product en een klant stelt je aansprakelijk voor €50.000 schade.

  • Met een eenmanszaak: Als de rechter de klant gelijk geeft, kan er beslag worden gelegd op je privé-bankrekening en woning.
  • Met een BV: De claim is gericht aan de BV. Alleen het vermogen binnen de BV kan worden aangesproken. Je privébezittingen blijven buiten schot.

Let op: Deze bescherming is niet absoluut. Bij ‘onbehoorlijk bestuur’, zoals fraude of het bewust aangaan van verplichtingen die de BV niet kan nakomen, kun je als bestuurder alsnog persoonlijk aansprakelijk worden gesteld.

Conclusie en Advies

De overstap van een eenmanszaak naar een BV is een strategische beslissing die verder gaat dan alleen de winstcijfers. Het is een afweging tussen fiscale optimalisatie en het afdekken van persoonlijke risico’s. De €100.000-grens is een nuttige indicator, maar het werkelijke omslagpunt is afhankelijk van je specifieke situatie, je salariswensen en je risicobereidheid.

De juiste keuze is maatwerk en kan je op de lange termijn duizenden euro’s en veel kopzorgen besparen. Wil je een heldere berekening die is toegespitst op je onderneming? Neem contact met ons op. Wij analyseren je situatie en adviseren je over de meest voordelige en veilige route voor jouw toekomst.