Fiscale eenheid Vpb: het voordeel dat u duizenden euro’s kan schelen
Heeft u een holding met een of meer werk-bv’s? Dan hebt u een keuze die zomaar duizenden euro’s belasting kan schelen: wel of geen fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting. Een fiscale eenheid Vpb laat u meerdere bv’s samen als één belastingplichtige behandelen, waardoor u verliezen direct kunt verrekenen en binnen de groep geruisloos kunt schuiven. Maar de keuze heeft ook nadelen. In dit artikel leest u wanneer een fiscale eenheid voordelig is, welke voorwaarden gelden in 2026 en hoe u de afweging voor uw eigen situatie maakt.
Wat is een fiscale eenheid?
Normaal doet elke bv apart aangifte over haar eigen winst. Een fiscale eenheid doorbreekt dat: op gezamenlijk verzoek van moeder en dochter heft de Belastingdienst de belasting “alsof er één belastingplichtige is”. De winst van de dochters wordt bij de moeder opgeteld en de aanslag gaat naar de moeder. Dat levert drie hoofdvoordelen op:
- Onderlinge verliesverrekening: verlies van de ene bv verlaagt meteen de belaste winst van de andere bv.
- Onzichtbare interne resultaten: winst op onderlinge leveringen, verhuur of leningen (intercompanyresultaten) telt voor de belasting niet mee.
- Geruisloos reorganiseren: u kunt bedrijfsmiddelen binnen de groep verschuiven zonder er direct belasting over te betalen.
Daar komt administratief gemak bij: de groep doet één gezamenlijke aangifte in plaats van elke bv apart. Belangrijk is wel dat een fiscale eenheid een keuze is, geen verplichting — en dat u die keuze steeds moet afwegen tegen de nadelen.
Wanneer kunt u een fiscale eenheid vormen?
De Belastingdienst stelt een aantal harde voorwaarden. Voldoet u daaraan, dan kunt u een fiscale eenheid aanvragen:
| Voorwaarde | Wat betekent dit? |
| Rechtsvorm | Het gaat om een bv, nv, coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij. Een eenmanszaak of vof kan geen fiscale eenheid vormen (die valt onder de inkomstenbelasting). |
| 95%-belang | De moedervennootschap bezit ten minste 95% van de aandelen in de dochter — zowel juridisch als economisch — én heeft recht op minstens 95% van de stemmen, de winst en het vermogen. |
| Gelijk boekjaar | Beide vennootschappen hebben hetzelfde boekjaar en dezelfde regels voor de winstbepaling. |
| Gevestigd in Nederland | Beide vennootschappen zijn feitelijk in Nederland gevestigd (of voldoen aan de bijzondere voorwaarden voor het buitenland). |
| Gezamenlijk verzoek | U dient samen een verzoek in bij de Belastingdienst. De eenheid kan maximaal drie maanden terugwerken tot vóór dat verzoek. |
Voldoet u aan al deze punten, dan is de eenheid mogelijk. Of hij ook verstandig is, hangt af van uw winst- en verliespositie en van uw plannen met de groep.
Rekenvoorbeeld
De situatie. Uw holding heeft twee werk-bv’s. Werk-bv 1 maakt in 2026 € 300.000 winst. Werk-bv 2 draait dit jaar € 200.000 verlies. De vraag: laat u de bv’s los aangifte doen, of vormt u een fiscale eenheid? Voor 2026 geldt een Vpb-tarief van 19% over de eerste € 200.000 winst en 25,8% over het meerdere.
| Scenario A: zonder fiscale eenheid | Scenario B: met fiscale eenheid | |
| Winst Werk-bv 1 | € 300.000 | samengeteld |
| Verlies Werk-bv 2 | € 200.000 (blijft staan) | samengeteld |
| Belastbaar resultaat groep | € 300.000 (bv 1); verlies bv 2 nog niet benut | € 300.000 − € 200.000 = € 100.000 |
| Vennootschapsbelasting | 19% × € 200.000 + 25,8% × € 100.000 = € 63.800 | 19% × € 100.000 = € 19.000 |
De conclusie: in Scenario A betaalt de groep dit jaar € 63.800 en blijft het verlies van Werk-bv 2 ongebruikt op de plank liggen. In Scenario B wordt het verlies meteen verrekend en betaalt de groep maar € 19.000. Dat is dit jaar € 44.800 minder belasting — plus een direct liquiditeitsvoordeel doordat u niet hoeft te wachten tot Werk-bv 2 zelf weer winst maakt.
Praktische gevolgen
Een fiscale eenheid is aantrekkelijk, maar niet in elke situatie. Let op de volgende punten:
- Opstaptarief maar één keer: het lage tarief van 19% over de eerste € 200.000 geldt voor de hele eenheid samen, niet per bv. Als beide bv’s winst maken, kan een eenheid u juist tot € 13.600 per “extra” bv per jaar kosten.
- Investeringsaftrek samengeteld: investeringen van alle bv’s worden bij elkaar opgeteld voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA), waardoor de aftrek lager kan uitvallen.
- Hoofdelijke aansprakelijkheid: elke gevoegde bv is aansprakelijk voor de héle Vpb-schuld van de eenheid, niet alleen voor haar eigen deel.
- Sanctie bij verbreking: haalt u binnen de sanctietermijn (in beginsel zes jaar) een bv uit de eenheid nadat u intern een bedrijfsmiddel met stille reserve hebt overgedragen, dan moet u daar alsnog direct over afrekenen.
- Aanvragen met terugwerkende kracht: u dient een gezamenlijk verzoek in bij de Belastingdienst; de eenheid kan maximaal drie maanden terugwerken tot vóór het verzoek.
Conclusie en advies
De fiscale eenheid Vpb is een krachtig instrument: verliezen verrekenen, geruisloos reorganiseren en één aangifte. Maar de keerzijde — het opstaptarief dat u maar één keer krijgt, de samengetelde investeringsaftrek en de hoofdelijke aansprakelijkheid — kan het voordeel deels of helemaal opeten. De uitkomst hangt volledig af van uw concrete situatie: maken uw bv’s afwisselend winst en verlies, dan is een eenheid vaak voordelig; maken ze allemaal winst, dan is losstaan meestal beter. Wilt u zeker weten welke route voor uw holding het meeste oplevert? De adviseurs van Taxcount helpen u graag uit. Neem gerust contact met ons op. Wij analyseren uw situatie en adviseren u over de meest optimale fiscale route..