Zelfstandigenaftrek 2026: zo verlaagt u als ondernemer uw belastbare winst

Als ondernemer betaalt u inkomstenbelasting over uw winst. Voldoet u aan een aantal voorwaarden, dan mag u een vast bedrag van die winst aftrekken voordat de belasting wordt berekend. Dat is de zelfstandigenaftrek. In 2026 is het bedrag lager dan u van vroeger gewend bent, want de aftrek wordt al jaren stap voor stap afgebouwd. Toch blijft het de moeite waard, zeker voor starters. In dit artikel leest u wat de zelfstandigenaftrek in 2026 inhoudt, wanneer u er recht op heeft, hoeveel de aftrek bedraagt en wat u praktisch moet regelen om hem veilig te benutten.

Wat is de zelfstandigenaftrek?

De zelfstandigenaftrek is een vast bedrag dat u als ondernemer van uw winst mag aftrekken. Uw belastbare winst wordt daardoor lager, en dus betaalt u minder inkomstenbelasting. De aftrek hoort bij de ondernemersaftrek, een verzamelnaam voor fiscale voordelen die alleen voor ondernemers gelden. De zelfstandigenaftrek is niet afhankelijk van de hoogte van uw winst: het is een vast bedrag, geen percentage.

Wie heeft recht op de zelfstandigenaftrek?

De aftrek is bedoeld voor ondernemers voor de inkomstenbelasting: eigenaren van een eenmanszaak, vennoten in een vof en maten in een maatschap. Werknemers, freelancers zonder onderneming en directeuren-grootaandeelhouders van een bv hebben er geen recht op.

De belangrijkste voorwaarde is het urencriterium. U moet in het jaar minimaal 1.225 uur aan uw onderneming besteden (zie figuur 1). Kunt u dat niet aannemelijk maken, dan vervalt de aftrek. Houd daarom een goede urenadministratie bij. Had u aan het begin van het jaar de AOW-leeftijd nog niet bereikt, dan krijgt u de volledige aftrek. Bent u bij het begin van het jaar al AOW-gerechtigd, dan is de aftrek de helft.

Figuur 1: het urencriterium van 1.225 uur per jaar bepaalt of u recht heeft op de zelfstandigenaftrek.

Hoeveel bedraagt de zelfstandigenaftrek in 2026?

In 2026 is de zelfstandigenaftrek 1.200 euro. Voor wie bij het begin van het jaar al de AOW-leeftijd heeft, is dit de helft: 600 euro. De aftrek werkt tegen maximaal het tarief van de tweede schijf, dat in 2026 37,56 procent bedraagt. Bij het volledige bedrag levert de aftrek dus ongeveer 451 euro belastingvoordeel op.

Situatie (2026) Bedrag Maximaal voordeel
Zelfstandigenaftrek (vóór AOW-leeftijd) 1.200 euro circa 451 euro
Zelfstandigenaftrek (AOW-leeftijd bereikt) 600 euro circa 225 euro
Startersaftrek (extra, zie hierna) 2.123 euro circa 797 euro

De startersaftrek: extra voordeel in de eerste jaren

Bent u een startende ondernemer, dan krijgt u boven op de zelfstandigenaftrek een extra bedrag: de startersaftrek van 2.123 euro in 2026. U bent starter als u in een of meer van de vijf voorgaande jaren geen ondernemer was en in die periode niet meer dan twee keer de zelfstandigenaftrek heeft gehad. U kunt de startersaftrek daardoor maximaal drie keer krijgen, meestal in uw eerste drie jaar. Samen met de zelfstandigenaftrek trekt u dan 3.323 euro af.

De startersaftrek kent nog een voordeel. Anders dan de gewone zelfstandigenaftrek mag u de aftrek als starter drie jaar lang ook verrekenen met ander inkomen in box 1, zoals loon uit een dienstverband. Zo profiteert u ook als uw onderneming nog weinig winst maakt.

Wat gebeurt er als uw winst te laag is?

De zelfstandigenaftrek kan niet hoger zijn dan uw winst. Maakt u te weinig winst, dan blijft een deel van de aftrek onbenut. Dat deel gaat niet verloren: het heet niet gerealiseerde zelfstandigenaftrek en u mag het in de volgende negen jaar alsnog van de winst aftrekken. Laat dit onbenutte deel per beschikking door de Belastingdienst vaststellen, zodat het doorschuiven later niet ter discussie staat. Let op: dit winstplafond geldt niet voor de startersaftrek.

Rekenvoorbeeld

Tom start in 2026 een klusbedrijf. Hij haalt het urencriterium en maakt 20.000 euro winst. Als starter trekt hij de zelfstandigenaftrek van 1.200 euro en de startersaftrek van 2.123 euro af, samen 3.323 euro (zie figuur 2). Zijn belastbare winst daalt daardoor naar 16.677 euro. Daarna wordt over de resterende winst ook nog de MKB-winstvrijstelling berekend, waardoor zijn belastbare winst verder daalt.

Figuur 2: rekenvoorbeeld van starter Tom. Door 3.323 euro aftrek daalt zijn belastbare winst van 20.000 naar 16.677 euro.

Let op: wijziging vanaf 2027

Het kabinet heeft aangekondigd de startersaftrek per 1 januari 2027 te schrappen, zonder overgangsregeling. Voor het belastingjaar 2026 geldt de startersaftrek van 2.123 euro nog wel. Start u nu, dan kunt u er in 2026 dus nog van profiteren. De gewone zelfstandigenaftrek daalt naar verwachting verder na 2026.

Praktische checklist: wat u moet regelen

  • Urenadministratie bijhouden. Noteer het hele jaar door uw gewerkte uren, zodat u de 1.225 uur van het urencriterium kunt aantonen.
  • Starterstatus toetsen. Ga na of u in de afgelopen vijf jaar geen ondernemer was en de aftrek hooguit twee keer had; alleen dan heeft u recht op de startersaftrek.
  • Aftrek claimen in de aangifte. Vermeld de zelfstandigenaftrek en eventuele startersaftrek in uw aangifte inkomstenbelasting.
  • Onbenut deel laten vaststellen. Is uw winst lager dan de aftrek, vraag dan een beschikking niet gerealiseerde zelfstandigenaftrek aan om het bedrag negen jaar te kunnen doorschuiven.
  • Startersaftrek benutten in 2026. De startersaftrek vervalt naar verwachting per 2027; gebruik hem zolang het nog kan.

Veelgestelde vragen

Hoeveel is de zelfstandigenaftrek in 2026?

De zelfstandigenaftrek bedraagt in 2026 1.200 euro. Heeft u bij het begin van het jaar de AOW-leeftijd bereikt, dan is het de helft: 600 euro.

Wat is het verschil tussen zelfstandigenaftrek en startersaftrek?

De zelfstandigenaftrek krijgt elke ondernemer die aan het urencriterium voldoet. De startersaftrek is een extra bedrag van 2.123 euro dat u in uw eerste jaren als starter boven op de zelfstandigenaftrek krijgt, maximaal drie keer.

Moet ik het urencriterium halen voor de zelfstandigenaftrek?

Ja. U moet minimaal 1.225 uur per jaar aan uw onderneming besteden en dat aannemelijk kunnen maken. Zonder het urencriterium heeft u geen recht op de aftrek.

Wat als mijn winst lager is dan de aftrek?

Dan kunt u de aftrek niet volledig benutten. Het onbenutte deel heet niet gerealiseerde zelfstandigenaftrek en mag u in de volgende negen jaar alsnog aftrekken. Voor starters geldt bovendien dat zij de aftrek drie jaar met ander box 1-inkomen mogen verrekenen.

Verdwijnt de startersaftrek?

Het kabinet wil de startersaftrek per 1 januari 2027 afschaffen. In 2026 kunt u de startersaftrek nog toepassen als u aan de voorwaarden voldoet.

Hoe Taxcount u kan helpen

Taxcount beoordeelt of u aan het urencriterium en de starterseisen voldoet, berekent uw voordeel en zorgt dat de zelfstandigenaftrek en startersaftrek correct in uw aangifte terechtkomen. Ook helpen wij bij het vastleggen van een onbenut deel via een beschikking, zodat u niets laat liggen. Wilt u zeker weten dat u het maximale uit de ondernemersaftrek haalt? Neem contact met ons op voor een persoonlijke beoordeling.

Dit artikel bevat algemene informatie en is geen fiscaal advies. Tarieven, bedragen en drempels kunnen wijzigen en de uitkomst hangt af van uw persoonlijke situatie. Laat u adviseren voordat u beslissingen neemt.

MKB-winstvrijstelling 2026: de vaste korting die uw winst met 12,7% verlaagt

Als ondernemer betaalt u inkomstenbelasting over de winst van uw onderneming. Wat veel ondernemers niet beseffen, is dat een vast deel van die winst helemaal buiten de heffing blijft. Dat regelt de mkb-winstvrijstelling: in 2026 is 12,7% van uw winst vrijgesteld, nadat eerst de ondernemersaftrek van de winst is afgehaald. U hoeft er niets voor aan te vragen en u hoeft geen minimumaantal uren te werken. In dit artikel leest u wat de mkb-winstvrijstelling in 2026 inhoudt, voor wie zij geldt, hoe de berekening precies werkt en waar u op moet letten, ook in een jaar met verlies.

Wat is de mkb-winstvrijstelling?

De mkb-winstvrijstelling is een vaste korting op de winst van ondernemers. Zij is de allerlaatste stap voordat uw belastbare winst uit onderneming vaststaat. Van de winst die overblijft nadat u de ondernemersaftrek hebt toegepast, is 12,7% vrijgesteld. Over dat deel betaalt u geen inkomstenbelasting.

De vrijstelling werd in 2007 ingevoerd als tegenwicht voor de verlaging van de vennootschapsbelasting, om te voorkomen dat ondernemers massaal naar de bv zouden overstappen. Het is dus geen subsidie voor een bepaalde investering, maar een algemene verlaging van de belastbare winst die voor vrijwel elke ondernemer geldt.

Wie heeft recht op de mkb-winstvrijstelling?

De vrijstelling geldt voor iedereen die voor de inkomstenbelasting ondernemer is: eigenaren van een eenmanszaak, vennoten in een vof en maten in een maatschap. Zij geldt voor alle ondernemers, ongeacht de omvang of de sector. Sinds 2010 is er geen urencriterium meer, zodat ook parttime-ondernemers, ondernemers met een baan ernaast en starters ervan profiteren.

Een aantal groepen valt er buiten. Medegerechtigden, zoals een commanditaire (stille) vennoot, krijgen de vrijstelling niet. Ook resultaatgenieters (bijvoorbeeld freelancers met resultaat uit overige werkzaamheden) en terbeschikkingstellers (iemand die een pand aan de eigen bv verhuurt) hebben er geen recht op. Gewone werknemers en directeuren-grootaandeelhouders van een bv vallen er evenmin onder. De kernvraag is dus of u echt ondernemer bent; is dat het geval, dan volgt de vrijstelling vanzelf.

Hoe berekent u de mkb-winstvrijstelling?

De berekening gaat in twee stappen (zie figuur 1). Eerst neemt u de gezamenlijke winst uit al uw ondernemingen en haalt daar de ondernemersaftrek af. De ondernemersaftrek is de verzamelnaam voor aftrekposten zoals de zelfstandigenaftrek en de startersaftrek. Van het bedrag dat dan overblijft, is 12,7% vrijgesteld.

Figuur 1: de mkb-winstvrijstelling wordt in twee stappen berekend, na de ondernemersaftrek. Het percentage is de laatste jaren stap voor stap verlaagd tot 12,7% in 2026.

Een voorbeeld maakt het concreet (zie figuur 2). Stel, u maakt in 2026 een winst van 60.000 euro en u hebt recht op 1.200 euro zelfstandigenaftrek. Eerst trekt u de aftrek af: 60.000 euro min 1.200 euro is 58.800 euro. Daarover past u de mkb-winstvrijstelling toe: 12,7% van 58.800 euro is afgerond 7.468 euro. Uw belastbare winst wordt dan 58.800 euro min 7.468 euro, dus 51.332 euro. U hoeft hiervoor niets aan te vragen; de vrijstelling wordt automatisch in uw aangifte verwerkt.

Figuur 2: in het voorbeeld krimpt de winst van 60.000 euro via de ondernemersaftrek en de vrijstelling tot een belastbare winst van 51.332 euro.

Kenmerk Waarde in 2026
Vrijstellingspercentage 12,7% van de winst
Grondslag winst na aftrek van de ondernemersaftrek
Urencriterium niet vereist (vervallen sinds 2010)
Toepassing automatisch, geen keuze of aanvraag
Maximaal aftrektarief in hoogste schijf 37,56%

 

Wat betekent de vrijstelling in een jaar met verlies?

De mkb-winstvrijstelling werkt in beide richtingen. Lijdt u verlies, dan verkleint de vrijstelling juist dat verlies met 12,7%. Bij een verlies van 10.000 euro blijft fiscaal 8.730 euro over om met andere jaren te verrekenen. Dat is bewust zo geregeld, omdat de vrijstelling feitelijk als een tariefmaatregel werkt. In een verliesjaar pakt zij dus nadelig uit, wat van belang is als u het verlies wilt verrekenen met winst uit andere jaren.

Waarom telt de vrijstelling niet altijd tegen het toptarief?

De vrijstelling verlaagt uw belastbare winst, maar zij verlaagt niet het tarief. Sinds 2020 wordt het tarief waartegen aftrekposten zoals deze vrijstelling meetellen stap voor stap afgebouwd. Valt uw inkomen in de hoogste schijf, dan telt de vrijstelling in 2026 mee tegen maximaal 37,56%, en niet tegen het toptarief van 49,50%. Voor ondernemers met een hoog inkomen ontstaat zo een verschil tussen het tarief van de winst en dat van de vrijstelling. Voor de meeste ondernemers speelt dit niet, omdat hun winst onder de bovengrens van de eerste schijf blijft.

Praktische checklist: dit regelt u rond de mkb-winstvrijstelling

  • Ondernemerschap vaststellen: controleer of u echt ondernemer bent voor de inkomstenbelasting en niet slechts medegerechtigde, resultaatgenieter of terbeschikkingsteller. Alleen dan hebt u recht op de vrijstelling.
  • Volgorde bewaken: zorg dat eerst de ondernemersaftrek van de winst wordt afgehaald en pas daarna de 12,7% vrijstelling wordt berekend. De volgorde is dwingend en bepaalt de uitkomst.
  • Aangifte controleren: u hoeft niets aan te vragen, maar controleer wel dat de vrijstelling correct in uw aangifte staat.
  • Verliesjaren doorrekenen: houd er rekening mee dat de vrijstelling een verlies verkleint. Betrek dit in uw planning voor verliesverrekening.
  • Buitenlandse winst: hebt u buitenlandse winst waarvoor u voorkoming van dubbele belasting claimt, laat dan de berekening controleren; de vrijstelling werkt door in die aftrek.

Veelgestelde vragen

Moet ik het urencriterium halen voor de mkb-winstvrijstelling?

Nee. Sinds 2010 geldt er geen urencriterium meer voor de mkb-winstvrijstelling. Ook als u weinig uren in uw onderneming steekt, hebt u recht op de vrijstelling, zolang u ondernemer bent voor de inkomstenbelasting.

Hoeveel bedraagt de mkb-winstvrijstelling in 2026?

In 2026 is de vrijstelling 12,7% van de winst na aftrek van de ondernemersaftrek. In 2024 was dit nog 13,31% en het percentage is de afgelopen jaren stap voor stap verlaagd.

Moet ik de mkb-winstvrijstelling aanvragen?

Nee. De vrijstelling wordt automatisch toegepast in uw aangifte inkomstenbelasting. U hoeft geen keuze te maken en geen apart verzoek in te dienen.

Geldt de vrijstelling ook als ik verlies maak?

Ja, maar dan pakt zij nadelig uit. De vrijstelling verkleint uw verlies met 12,7%, waardoor u minder verlies overhoudt om met andere jaren te verrekenen.

Krijgt een dga ook de mkb-winstvrijstelling?

Nee. De vrijstelling geldt alleen voor ondernemers in de inkomstenbelasting. Een directeur-grootaandeelhouder werkt via een bv en valt onder de vennootschapsbelasting en box 2, en heeft daarom geen recht op de mkb-winstvrijstelling.

Hoe Taxcount u kan helpen

Taxcount controleert of u als ondernemer kwalificeert, berekent uw voordeel en zorgt dat de ondernemersaftrek en de mkb-winstvrijstelling in de juiste volgorde en correct in uw aangifte terechtkomen. Ook denken wij met u mee over de gevolgen in verliesjaren en bij buitenlandse winst, zodat u geen voordeel laat liggen en geen onnodig risico loopt. Wilt u zeker weten dat u het maximale uit de ondernemersregelingen haalt? Neem contact met ons op voor een persoonlijke beoordeling van uw situatie.

Dit artikel bevat algemene informatie en is geen fiscaal advies. Tarieven, bedragen en drempels kunnen wijzigen en de uitkomst hangt af van uw persoonlijke situatie. Laat u adviseren voordat u beslissingen neemt.

Zie ook:

Urencriterium 2026: haalt u de 1.225 uur en wat levert het op?

Werkt u als ondernemer hard aan uw bedrijf, dan wilt u ook de belastingvoordelen benutten die daarbij horen. De toegangspoort tot die voordelen is het urencriterium: de eis dat u genoeg tijd in uw onderneming steekt. Haalt u die drempel, dan mag u de ondernemersaftrek toepassen, met onder meer de zelfstandigenaftrek. Haalt u hem net niet, of kunt u uw uren niet aantonen, dan loopt u die aftrek mis of krijgt u achteraf een naheffing. In dit artikel leest u wat het urencriterium in 2026 precies inhoudt, welke uren meetellen, wat het u oplevert en hoe u uw uren waterdicht vastlegt.

Wat is het urencriterium?

Het urencriterium is de voorwaarde dat u minimaal 1.225 uur per jaar aan uw onderneming besteedt, en dat u daar (als u geen starter bent) ook het grootste deel van uw werktijd aan besteedt. Het criterium geldt voor ondernemers in de inkomstenbelasting: eenmanszaken, vennoten in een vof en maten in een maatschap. Het geldt niet voor een bv (die valt onder de vennootschapsbelasting) en niet voor mensen met alleen loondienst of losse bijverdiensten.

Figuur 1 laat zien uit welke eisen het urencriterium bestaat en hoe de uitzondering voor starters werkt.

Figuur 1: de eisen van het urencriterium en de toegang tot de ondernemersaftrek.

De twee eisen: 1.225 uur en het grotendeelscriterium

Om het urencriterium te halen, moet u aan twee eisen voldoen die allebei gelden. Voor starters geldt alleen de eerste eis.

De 1.225-ureneis

U besteedt in het kalenderjaar ten minste 1.225 uur aan uw onderneming of ondernemingen. Dat komt neer op gemiddeld zo’n 24 uur per week. Deze drempel is een vast aantal en wordt niet naar rato verlaagd als u pas halverwege het jaar start: ook als starter in bijvoorbeeld juli moet u de volle 1.225 uur halen.

Het grotendeelscriterium (en de uitzondering voor starters)

Van al uw werktijd samen (uw onderneming, plus eventueel loondienst en bijverdiensten) moet meer dan de helft naar uw onderneming gaan. Deze tweede eis heet het grotendeelscriterium. Combineert u uw bedrijf met een baan, dan is dit vaak het lastigste punt: u moet aannemelijk maken dat u méér tijd aan de onderneming besteedt dan aan uw dienstbetrekking. Bent u starter (u was in een of meer van de vijf voorgaande jaren geen ondernemer), dan geldt het grotendeelscriterium niet en hoeft u alleen de 1.225 uur te halen.

Welke uren tellen mee (en welke niet)?

Alle tijd die u besteedt met het oog op de zakelijke belangen van uw bedrijf telt mee. Dat is dus veel meer dan alleen de declarabele of productieve uren. Denk aan administratie, het opstellen van offertes, reistijd en woon-werkverkeer, acquisitie, bijscholing om uw vakkennis op peil te houden en zelfs het afwikkelen van een gestaakt bedrijf.

Niet mee tellen onder meer ziekte-uren en uren waarin u alleen maar beschikbaar was zonder daadwerkelijk te werken. Er geldt wel een belangrijke tegemoetkoming bij zwangerschap: gedurende 16 weken rond de bevalling wordt u geacht gewoon te hebben doorgewerkt, zodat een zwangerschap uw urencriterium niet in gevaar brengt.

Wat levert het urencriterium op in 2026?

Haalt u het urencriterium, dan krijgt u toegang tot de ondernemersaftrek: een verzameling aftrekposten die uw belastbare winst verlagen. De belangrijkste bedragen voor 2026 staan in figuur 2.

Figuur 2: de aftrekposten die het urencriterium in 2026 ontsluit.

De zelfstandigenaftrek bedraagt in 2026 € 1.200. Dat bedrag is de afgelopen jaren stap voor stap verlaagd (in 2025 was het nog € 2.470) en daalt in 2027 verder naar € 900. Juist daardoor worden de andere aftrekposten relatief belangrijker. Starters krijgen bovenop de zelfstandigenaftrek de startersverhoging van € 2.123, die u in de eerste vijf jaar maximaal drie keer mag toepassen. Doet u speur- en ontwikkelingswerk met een S&O-verklaring, dan komt daar de S&O-aftrek van € 15.979 bij (met € 7.996 extra voor starters), mits u ook ten minste 500 S&O-uren maakt. Werkt uw partner onbetaald mee, dan kan de meewerkaftrek oplopen tot 4% van de winst.

Een rekenvoorbeeld maakt het concreet. Sara start in 2026 een webshop naast haar baan van drie dagen. Ze werkt 1.300 uur in de webshop. Als starter hoeft ze niet aan het grotendeelscriterium te voldoen, dus met 1.300 uur haalt ze het urencriterium. Ze krijgt de zelfstandigenaftrek van € 1.200 plus de startersverhoging van € 2.123, samen € 3.323 minder belastbare winst. Let op: de MKB-winstvrijstelling (12,7% van de winst) en de stakingsaftrek kennen geen urencriterium; die krijgt u dus ook zonder de 1.225 uur.

Let op bij een meewerkende partner

Werkt uw partner of een familielid met u samen in een vof of maatschap, dan tellen die uren niet altijd mee. De uren tellen niet mee als het werk van de partner voor 70% of meer uit ondersteunende taken bestaat (zoals administratie, telefoon aannemen of schoonmaak) én zo’n samenwerkingsverband tussen niet-verwanten ongebruikelijk zou zijn. Beide voorwaarden moeten samen gelden.

Het klassieke voorbeeld uit de wetsgeschiedenis is de huisarts wiens echtgenoot alleen de administratie doet: die partneruren tellen niet mee. Overweegt u een vof of maatschap met uw partner, laat dan vooraf toetsen of diens uren meetellen. Dat voorkomt een verrassing achteraf.

Houd een sluitende urenadministratie bij

De bewijslast ligt bij u: u moet aannemelijk maken dat u de uren echt heeft gewerkt, ook als de Belastingdienst pas jaren later navordert. Een controleerbare urenadministratie met per dag de datum, de activiteit en het aantal uren is daarom in de praktijk onmisbaar. Te algemene omschrijvingen zoals ‘literatuuronderzoek’ zijn niet genoeg.

Kunt u de uren niet onderbouwen, dan wordt de ondernemersaftrek geweigerd of nagevorderd, eventueel met belastingrente. Begin daarom aan het begin van het jaar met bijhouden en wacht niet tot de aangifte. Taxcount stelt hiervoor desgewenst een urenstaat beschikbaar.

Praktische checklist: wat u moet regelen

  • Houd het hele jaar uw uren bij. Noteer per dag datum, activiteit en aantal uren; ook administratie, reistijd en acquisitie tellen mee.
  • Toets het grotendeelscriterium. Heeft u ook een baan? Controleer dan of meer dan de helft van uw totale werktijd naar uw onderneming gaat (geldt niet voor starters).
  • Check uw starterspositie. Was u in een of meer van de vijf voorgaande jaren geen ondernemer, dan hoeft u alleen de 1.225 uur te halen en heeft u recht op de startersverhoging.
  • Toets partneruren vooraf. Werkt uw partner mee, ga dan na of diens uren meetellen voordat u een vof of maatschap aangaat.
  • Benut alle aftrekposten. Naast de zelfstandigenaftrek kunt u mogelijk de startersverhoging, S&O-aftrek en meewerkaftrek toepassen.
  • Denk aan de zwangerschapsregeling. Bij zwangerschap wordt u 16 weken geacht te hebben doorgewerkt; die uren tellen dus mee.

Veelgestelde vragen

Hoeveel uur is het urencriterium in 2026?

Het urencriterium is 1.225 uur per kalenderjaar, ongeacht wanneer u in het jaar bent gestart. Dat is gemiddeld ongeveer 24 uur per week. Daarnaast geldt voor niet-starters het grotendeelscriterium.

Wat is de zelfstandigenaftrek in 2026?

In 2026 is de zelfstandigenaftrek € 1.200. Dit bedrag is de afgelopen jaren verlaagd en daalt in 2027 verder naar € 900. Starters krijgen bovendien de startersverhoging van € 2.123.

Tellen reistijd en administratie mee voor het urencriterium?

Ja. Alle tijd die u besteedt met het oog op de zakelijke belangen van uw onderneming telt mee, dus ook administratie, offertes, acquisitie, reistijd en bijscholing. Ziekte-uren en uren waarin u alleen beschikbaar was, tellen niet mee.

Geldt het urencriterium ook als ik daarnaast een baan heb?

Ja, maar dan is het grotendeelscriterium vaak het knelpunt: u moet aannemelijk maken dat u meer tijd aan uw onderneming besteedt dan aan uw dienstbetrekking. Bent u starter, dan vervalt die eis en telt alleen de 1.225 uur.

Wat gebeurt er als ik mijn uren niet kan aantonen?

Dan wordt de ondernemersaftrek geweigerd of nagevorderd, eventueel met belastingrente. De bewijslast ligt bij u, dus een sluitende urenadministratie is essentieel om uw recht op de aftrek veilig te stellen.

Hoe Taxcount u kan helpen

Het urencriterium lijkt eenvoudig, maar de details bepalen of u de aftrek krijgt: het grotendeelscriterium naast een baan, de starterspositie, meetellende partneruren en vooral een bewijskrachtige urenadministratie. Taxcount helpt u om de eisen goed te toetsen, uw urenregistratie op orde te brengen en alle aftrekposten die u toekomen te benutten. Twijfelt u of u het urencriterium haalt of hoe u uw uren het beste vastlegt? Laat uw situatie door Taxcount beoordelen.

Dit artikel bevat algemene informatie en is geen (fiscaal) advies. Tarieven, bedragen en drempels kunnen wijzigen, en de uitkomst hangt af van uw persoonlijke situatie. Laat uw situatie altijd beoordelen door een fiscalist voordat u aftrekposten claimt.

Gratis hulpmiddelen

Download de documenten hieronder en ontvang ze direct in uw mailbox.

Zie ook:

Bronnen: