Uw BV opheffen: zo verloopt de liquidatie en dit betaalt u aan belasting in 2026

U bent gestopt met ondernemen, u hebt uw activiteiten verkocht of uw holding heeft geen functie meer. Dan blijft er een vennootschap over die alleen nog kosten en administratie oplevert. Uw BV opheffen klinkt als een formaliteit, maar het is vooral een fiscale beslissing. De BV rekent in haar laatste jaar af over alles wat nog niet is belast. Daarnaast betaalt u als aandeelhouder belasting in box 2 over wat u uit de BV krijgt. De datum waarop u de afwikkeling afrondt, bepaalt in welk jaar die belasting valt en of u een verlies nog kunt gebruiken. In dit artikel leest u hoe de opheffing juridisch verloopt, welke belasting de BV en u zelf betalen, welke termijnen hard zijn en wat u vóór de opheffing moet regelen.

Wat betekent het opheffen van een BV precies?

Een BV verdwijnt in twee stappen. Eerst is er de ontbinding: het besluit van de aandeelhoudersvergadering om te stoppen. Daarna volgt de vereffening: de bezittingen worden verkocht, de schulden worden betaald en wat overblijft gaat naar de aandeelhouders. Pas als de vereffening klaar is, houdt de BV op te bestaan. Tussen die twee momenten blijft de BV gewoon bestaan en voert zij achter haar naam de toevoeging “in liquidatie”.

Dat onderscheid is belangrijk, want bijna alle fiscale gevolgen hangen aan het tweede moment: de voltooiing van de vereffening. Dat is niet de dag waarop u besluit te stoppen en ook niet de dag waarop de activiteiten eindigen, maar het moment waarop er geen bekende bezittingen meer zijn.

Turboliquidatie: opheffen zonder bezittingen

Heeft de BV op het moment van ontbinding helemaal niets meer, dan valt er niets te vereffenen en houdt zij meteen op te bestaan. Dat heet een turboliquidatie. Sinds de invoering van de transparantieregels moet het bestuur dan binnen veertien dagen een balans, een staat van baten en lasten en een verklaring over het ontbreken van bezittingen deponeren, samen met de jaarrekeningen die nog niet zijn gedeponeerd. Ook moet u de schuldeisers daarover informeren. Doet u dat niet, dan kan de rechtbank op verzoek van het Openbaar Ministerie een bestuursverbod opleggen.

Een turboliquidatie is dus geen sluiproute om van schulden af te komen. Zijn er nog schuldeisers die niet volledig kunnen worden betaald, dan hoort daar een andere route bij. Fiscaal heeft een turboliquidatie wel een eigen gevolg: omdat er niets te vereffenen valt, vallen alle gevolgen in het jaar van het ontbindingsbesluit. Ook een verlies in box 2 valt dan in dat jaar.

Wanneer is de vereffening klaar?

Bij een gewone vereffening legt u een rekening en verantwoording neer, en bij meerdere gerechtigden ook een plan van verdeling. Die stukken liggen twee maanden ter inzage en gedurende twee maanden kunnen belanghebbenden in verzet komen. Pas daarna kunt u de laatste bedragen uitkeren en de vereffening afronden. Reken dus op enkele maanden tussen het ontbindingsbesluit en het echte einde van de BV. Figuur 1 laat de vier stappen zien en wat er fiscaal bij elke stap gebeurt.

     Figuur 1: de vier stappen van het opheffen van een BV, van ontbindingsbesluit tot voltooide vereffening. Bijna alle fiscale gevolgen hangen aan de laatste stap.

Welke belasting betaalt de BV zelf bij de opheffing?

In het laatste jaar rekent de BV af over alles wat nog niet eerder is belast. Dat heet de eindafrekening. Het gaat om stille reserves (het verschil tussen de werkelijke waarde van een bezitting en de waarde in de boeken), om verkochte goodwill en om fiscale reserves. Een herinvesteringsreserve, waarmee u de winst op de verkoop van een bedrijfsmiddel tijdelijk buiten de heffing hield, valt bij staking verplicht vrij. Hetzelfde geldt voor een kostenegalisatiereserve, waarmee u toekomstige kosten gelijkmatig over de jaren verdeelde. Ook eerder genoten investeringsaftrek kan gedeeltelijk worden teruggenomen.

De BV betaalt over die winst gewoon vennootschapsbelasting. In 2026 is dat 19 procent over de winst tot en met 200.000 euro en 25,8 procent over het meerdere.

Verliezen uit eerdere jaren benutten

Heeft de BV nog niet verrekende verliezen, dan kunt u die in het laatste jaar tegen de eindafrekeningswinst zetten. Twee aandachtspunten. Verliezen zijn alleen verrekenbaar als de Belastingdienst ze bij aparte beschikking heeft vastgesteld, dus controleer of u die beschikkingen hebt. En er geldt een beperking: van de winst boven 1.000.000 euro mag u maar de helft met oude verliezen wegstrepen. Bij een grote eindafrekeningswinst kan het daarom lonen om de afwikkeling over twee boekjaren te spreiden.

Verliezen die u bij de opheffing niet meer kunt gebruiken, gaan in beginsel verloren. Er zijn twee uitzonderingen. Zet u de onderneming voort als eenmanszaak via een geruisloze terugkeer, dan kan een deel van de verliezen meegaan naar uw box 1. En zit de BV in een fiscale eenheid, dan kan ontvoegen vóór de liquidatie haar eigen verliezen redden.

Een rekenvoorbeeld

Uw BV heeft een pand met een boekwaarde van 200.000 euro en een werkelijke waarde van 500.000 euro, een herinvesteringsreserve van 80.000 euro en nog 250.000 euro aan vastgestelde verliezen. Verkoopt u het pand in het laatste jaar, dan valt 300.000 euro boekwinst vrij en komt de herinvesteringsreserve van 80.000 euro daar door de staking bovenop. De belastbare winst van dat laatste jaar is 380.000 euro. Daarvan kunt u 250.000 euro met de oude verliezen verrekenen, zodat 130.000 euro overblijft. Over dat bedrag betaalt de BV 19 procent vennootschapsbelasting, dus 24.700 euro.

Wat betaalt u als aandeelhouder over de liquidatie-uitkering?

De wet ziet een liquidatie-uitkering niet als dividend, maar als een verkoop van (een deel van) uw aandelen. Het voordeel valt daardoor in box 2, het vak van de inkomstenbelasting voor aandeelhouders met een aanmerkelijk belang (kort gezegd: vijf procent of meer van de aandelen). In 2026 is het tarief 24,5 procent over de eerste 68.843 euro en 31 procent daarboven.

Eerst uw verkrijgingsprijs, daarna pas belasting

Belangrijk is dat niet de liquidatie als geheel het belastbare feit is, maar elke afzonderlijke uitkering. En bij elke uitkering geldt de zogeheten overschotmethode: de uitkeringen gaan eerst af van uw verkrijgingsprijs (het bedrag dat u ooit voor de aandelen hebt betaald of gestort), en pas wat daarboven uitkomt is belast. Uw verkrijgingsprijs wordt dus eerst helemaal opgesoupeerd.

Uitkeringen spreiden over meerdere jaren

Omdat elke uitkering apart wordt belast, kunt u de lage schijf van box 2 vaker benutten door de uitkeringen over kalenderjaren te spreiden. Een voorbeeld. Stel dat er na aftrek van uw verkrijgingsprijs 300.000 euro belast wordt uitgekeerd (zie figuur 2).

  • Alles in één jaar: van de 300.000 euro valt 68.843 euro in de lage schijf van 24,5 procent en 231.157 euro in de schijf van 31 procent. U betaalt dan 88.525 euro belasting.
  • Drie jaarlijkse tranches van 100.000 euro: elk jaar valt 68.843 euro in de lage schijf en 31.157 euro in de hoge. In totaal valt 206.529 euro in de lage schijf in plaats van 68.843 euro. U betaalt dan 79.576 euro. Spreiden scheelt in dit voorbeeld 8.950 euro.

Figuur 2: hetzelfde bedrag boven de verkrijgingsprijs, in één jaar of gespreid over drie jaren. Spreiden benut de lage schijf van 24,5 procent drie keer.

Let op dat het samenspel met uw verkrijgingsprijs niet evenredig werkt. Is uw verkrijgingsprijs 100.000 euro en kiest u voor twee tranches van 150.000 euro, dan is in jaar één maar 50.000 euro belast en in jaar twee het volle bedrag van 150.000 euro. Het aantal tranches en hun onderlinge omvang bepalen samen hoe vaak u de lage schijf gebruikt. Houd er bovendien rekening mee dat u tijdens de vereffening al uitkeringen bij voorbaat moet doen om te kunnen spreiden, want na de afronding is er niets meer te verdelen. Doet u zo’n uitkering bij voorbaat nadat de verzettermijn is begonnen, dan hebt u daarvoor toestemming van de rechter nodig. Laat een spreiding over meerdere jaren daarom vooraf toetsen.

Wat als uw BV minder waard is dan u erin hebt gestopt?

Dan ontstaat een verlies in box 2. Dat verlies mag u pas nemen op het moment dat de vereffening is voltooid, en dat is precies het probleem: daarna hebt u meestal geen box 2-inkomen meer om het tegen af te zetten. Een box 2-verlies kunt u verrekenen met het box 2-inkomen van het voorafgaande jaar en van de zes volgende jaren. Verwacht u een verlies, plan de afronding dan in een jaar waarin er nog box 2-inkomen tegenover staat, bijvoorbeeld een dividend uit een andere BV.

Lukt dat niet, dan is er een terugvaloptie: u kunt de Belastingdienst vragen het verlies om te zetten in een belastingkorting van 24,5 procent, die uw belasting in box 1 verlaagt. Daarvoor geldt een wachttijd. U en uw fiscale partner mogen in het jaar waarvoor u de omzetting vraagt en in het jaar daarvóór geen aanmerkelijk belang meer hebben, dus in de praktijk een jaar en een dag. De korting moet u uiterlijk in het negende jaar na het verliesjaar hebben gebruikt. Voorwaarde is wel dat het verlies bij beschikking is vastgesteld.

Een lege BV kan tóch belasting kosten

Er is één situatie die veel ondernemers verrast. Is uw verkrijgingsprijs negatief, dan levert de opheffing box 2-heffing op zonder dat er ook maar één euro wordt uitgekeerd. Een negatieve verkrijgingsprijs ontstaat bijvoorbeeld na een geruisloze omzetting van een eenmanszaak in een BV. Controleer die verkrijgingsprijs dus altijd voordat u besluit een lege BV op te heffen.

Dividendbelasting: 15 procent inhouden en afdragen

Over de liquidatie-uitkering boven het gemiddeld op de aandelen gestorte kapitaal (het bedrag dat ooit als kapitaal in de BV is gestort, gedeeld over de aandelen) moet de BV 15 procent dividendbelasting inhouden op het moment dat de uitkering betaalbaar is gesteld, en die binnen één maand aangeven en afdragen. Voor u is die dividendbelasting geen extra last: het is een voorheffing die u verrekent met de box 2-belasting in uw aangifte inkomstenbelasting. Keert de BV uit aan een holding, dan hoeft er vaak niets te worden ingehouden; dat heet de inhoudingsvrijstelling.

Wilt u vóór de liquidatie gestort kapitaal terugbetalen zonder dividendbelasting, dan moet de aandeelhoudersvergadering daartoe vooraf besluiten én moet de nominale waarde van de aandelen bij statutenwijziging met hetzelfde bedrag worden verlaagd. De terugbetaling moet bovendien lager blijven dan uw verkrijgingsprijs; wat daarboven uitkomt, is alsnog belast. Staat het kapitaal als agio op de balans (kapitaal dat u boven de nominale waarde van de aandelen hebt gestort), dan moet dat eerst in formeel aandelenkapitaal worden omgezet. De formaliteiten moeten in samenhang en kort na elkaar plaatsvinden, en bij elke terugbetaling opnieuw worden doorlopen. Gaat daar iets mis, dan is de terugbetaling alsnog belast.

Figuur 3 zet de drie heffingen die bij een opheffing spelen naast elkaar, met het tarief voor 2026 en wie ze betaalt.

Figuur 3: de drie heffingen bij het opheffen van een BV in 2026: vennootschapsbelasting bij de BV, box 2 bij u en dividendbelasting als voorheffing.

Waarom de datum van afronding zo belangrijk is

Bij een liquidatie lopen drie klokken tegelijk, en ze wijzen niet dezelfde kant op (zie figuur 4).

  • De BV zelf rekent af in het jaar waarin zij ophoudt in Nederland belastbare winst te genieten. De wet stelt daar geen termijn aan. Rondt u de vereffening in januari af in plaats van in december, dan schuift de hele eindafrekening een jaar op.
  • De holding die een verlies op haar dochter wil aftrekken, mag dat pas op datzelfde moment, maar heeft wel een deadline. De vereffening moet uiterlijk zijn afgerond in het derde kalenderjaar na het kalenderjaar waarin de onderneming van de dochter geheel of nagenoeg geheel is gestaakt, of waarin daartoe is besloten als dat eerder was. Te laat betekent geen aftrek, ook niet voor een deel.
  • U als aandeelhouder wilt winst juist uitsmeren over meerdere jaren, terwijl u een verlies pas mag nemen als de vereffening klaar is.

Een voorbeeld van wat dat waard is. Een werk-BV staakt haar activiteiten in maart 2026. De holding heeft 900.000 euro in de dochter opgeofferd (het bedrag dat zij fiscaal in de dochter heeft geïnvesteerd) en verwacht nog 150.000 euro terug te krijgen, dus een verlies van 750.000 euro. De termijn gaat lopen op 1 januari 2027 en de vereffening moet uiterlijk 31 december 2029 zijn afgerond. Wordt de vereffening op 2 januari 2030 afgerond, dan is de aftrek nul, tenzij de holding overtuigend kan aantonen dat het latere tijdstip niet bedoeld was om belasting uit te stellen. Die bewijslast is zwaar. Het verschil tussen 31 december en 2 januari is hier dus het volledige verlies.

Kies daarom vooraf één datum waarop de vereffening wordt voltooid, en reken de gevolgen voor de BV, de holding en uzelf vanuit die ene datum door.

Figuur 4: de BV, de holding en u als aandeelhouder hebben elk een eigen termijn en een eigen belang bij het moment van afronding.

Wat u vóór de opheffing moet regelen

Pensioen in eigen beheer en de oudedagsverplichting

Dit is in de praktijk de grootste blokkade. Staat er nog een pensioen in eigen beheer op de balans, dan kunt u dat niet zomaar laten verdwijnen. Afkoop of omzetting met korting was alleen mogelijk van 1 april 2017 tot en met 31 december 2019. Wikkelt u de aanspraak nu op een verkeerde manier af, dan wordt de volledige waarde in box 1 belast, plus maximaal 20 procent revisierente, een extra heffing omdat de aanspraak op een niet toegestane manier is afgewikkeld. Ook het afstorten in een lijfrenteproduct geldt als afkoop.

Voor een oudedagsverplichting, de spaarpot die in de jaren 2017 tot en met 2019 in de plaats kon komen van pensioen in eigen beheer, liggen de mogelijkheden gunstiger: die mag u geruisloos gebruiken voor een lijfrente bij een verzekeraar of bank, of in twintig jaarlijkse termijnen laten uitkeren. In beide gevallen geldt: regel dit vóórdat de vereffening wordt voltooid en schakel een pensioenspecialist in.

Gebruikelijk loon in het laatste jaar

Zolang de BV bestaat en u er werk voor verricht, blijft de gebruikelijkloonregeling gelden. Het normbedrag is 58.000 euro in 2026 en dat wordt niet naar tijd omgerekend als u maar een deel van het jaar werkt. Ook voor het beheren van alleen vermogen geldt in beginsel een gebruikelijk loon. Is het gebruikelijk loon niet hoger dan 5.000 euro per jaar, dan hoeft u de regeling niet toe te passen. Kan de BV geen loon betalen en wordt zij kort daarna opgeheven, dan kan een lager of nihil gebruikelijk loon verdedigbaar zijn, maar dat vraagt onderbouwing.

Btw over spullen die u meeneemt

Neemt u bij de opheffing goederen mee naar privé, bijvoorbeeld een auto, inventaris of een pand, en heeft de BV bij de aankoop btw afgetrokken? Dan is dat een levering waarover btw verschuldigd is, berekend over de aankoopprijs van vergelijkbare goederen of anders over de kostprijs. Heeft de BV bij de aanschaf geen btw afgetrokken, dan speelt dit niet.

Let daarnaast op de herzieningstermijn. Voor onroerende zaken loopt die over het jaar van ingebruikname plus negen jaren, telkens voor een tiende deel; voor roerende zaken en dure investeringsdiensten over het jaar van ingebruikname plus vier jaren. Draagt u binnen die termijn vrijgesteld over, dan moet u een deel van de eerder afgetrokken btw terugbetalen. Elk jaar dat u later overdraagt, scheelt een tiende of een vijfde deel. Draagt u de hele onderneming over aan iemand die haar voortzet, dan blijft die overdracht van rechtswege buiten de btw. Dat is dus geen keuze: brengt u toch btw in rekening, dan bent u die verschuldigd terwijl de koper haar niet mag aftrekken. Leg de voortzettingsbedoeling van de koper schriftelijk vast.

Een BV binnen een fiscale eenheid

In een fiscale eenheid worden meerdere vennootschappen voor de vennootschapsbelasting als één belastingplichtige behandeld. Wordt een dochter geliquideerd terwijl zij nog in die eenheid zit, dan heeft dat twee stevige gevolgen. Haar eigen verliezen van vóór de voeging gaan definitief verloren. En omdat er binnen de eenheid geen deelneming is, kan de holding geen liquidatieverlies aftrekken, hoe tijdig de vereffening ook is afgerond. Ontvoegen vóór de liquidatie kan dat voorkomen, maar roept andere regels op. Reken deze keuze door vóór het ontbindingsbesluit, want het ontvoegingsverzoek werkt niet met terugwerkende kracht.

Voor de btw geldt iets anders: meld het einde van de fiscale eenheid schriftelijk bij de inspecteur en bewaar het bewijs. Zolang u dat niet meldt, blijft u aansprakelijk voor de btw-schulden van de andere onderdelen.

Wat als de BV niet alle schulden kan betalen?

Dan wordt de opheffing een risico voor u persoonlijk. Blijkt tijdens de vereffening dat de schulden de bezittingen vermoedelijk zullen overtreffen, dan moet de vereffenaar het faillissement aanvragen, tenzij alle bekende schuldeisers instemmen met afwikkeling buiten faillissement. De Belastingdienst hoort daar ook bij. Figuur 5 laat zien welke route bij welke situatie hoort.

Figuur 5: welke route past bij uw BV? Turboliquidatie, gewone vereffening, afwikkeling buiten faillissement of faillissement.

Kan de BV loonheffing of btw niet betalen, meld die betalingsonmacht dan schriftelijk bij de ontvanger, uiterlijk veertien dagen na de dag waarop had moeten worden betaald. Met een tijdige en volledige melding moet de ontvanger bewijzen dat sprake was van kennelijk onbehoorlijk bestuur. Zonder melding wordt dat vermoed en komt u als bestuurder daar vrijwel niet meer onderuit. Aftreden helpt niet: u blijft aansprakelijk voor de schulden die tijdens uw bestuur zijn ontstaan.

Daarnaast kan de ontvanger degene die de vereffening heeft uitgevoerd persoonlijk aanspreken, tot drie jaar na de ontbinding. Dat kan alleen als de ontvanger aantoont dat de vereffenaar zijn taak duidelijk verkeerd heeft uitgevoerd, wat de wet kennelijk onbehoorlijk bestuur noemt. Uitkeren aan uzelf terwijl de BV haar opeisbare schulden niet kan blijven betalen, leidt bovendien tot terugbetaling en tot aansprakelijkheid van het bestuur.

Vergeet ten slotte de administratie niet. Die moet nog zeven jaar na het einde van de BV beschikbaar blijven. Wijs daarvoor een bewaarder aan en laat die zijn naam en adres binnen acht dagen opgeven bij het handelsregister.

Figuur 6 zet alle termijnen op een rij die bij een opheffing gelden. Twee daarvan zijn hard: de veertien dagen voor de melding van betalingsonmacht en de drie kalenderjaren voor het liquidatieverlies bij de holding.

Figuur 6: de termijnen bij het opheffen van een BV, van acht dagen voor de bewaarder tot zeven jaar bewaarplicht.

Praktische checklist: wat u moet regelen

  • Kies één einddatum. Bepaal vooraf wanneer de vereffening wordt voltooid en reken vanuit die datum de gevolgen door voor de BV, een eventuele holding en uzelf.
  • Maak de balans compleet. Breng stille reserves, goodwill, de herinvesteringsreserve en de kostenegalisatiereserve in kaart, zodat u weet hoe hoog de eindafrekening wordt.
  • Controleer uw verliesbeschikkingen. Zonder vastgestelde verliezen kunt u niets verrekenen, en na de opheffing zijn de verliezen definitief weg.
  • Check uw verkrijgingsprijs. Is die negatief, dan betaalt u box 2-belasting ook als er niets wordt uitgekeerd.
  • Wikkel pensioen en oudedagsverplichting eerst af. Doe dit vóór het einde van de vereffening en met een pensioenspecialist, want een fout kost belasting over de volledige waarde plus revisierente.
  • Plan de uitkeringen. Spreid uitkeringen over kalenderjaren als u de lage box 2-schijf vaker wilt benutten, en doe de uitkeringen vóórdat de vereffening eindigt.
  • Regel de dividendbelasting. Houd 15 procent in bij de betaalbaarstelling en doe binnen een maand aangifte.
  • Beoordeel de btw. Kijk naar goederen die naar privé gaan en naar lopende herzieningstermijnen van panden en grote investeringen.
  • Meld betalingsonmacht op tijd. Binnen veertien dagen, schriftelijk, met inzicht in de oorzaken.
  • Deponeer bij een turboliquidatie binnen veertien dagen. Inclusief de achterstallige jaarrekeningen, en informeer de schuldeisers.
  • Wijs een bewaarder aan. De administratie moet zeven jaar beschikbaar blijven en de bewaarder meldt zich binnen acht dagen.
  • Overweeg het alternatief. Wilt u de onderneming voortzetten als eenmanszaak, dan is een geruisloze terugkeer mogelijk een betere route dan liquidatie, met eigen termijnen en voorwaarden.

Veelgestelde vragen

Hoe lang duurt het opheffen van een BV?

Bij een turboliquidatie is de BV op de dag van het ontbindingsbesluit verdwenen, maar moet u binnen veertien dagen stukken deponeren. Bij een gewone vereffening duurt het langer: de rekening en verantwoording ligt twee maanden ter inzage en er geldt een verzettermijn van twee maanden. Reken daarom op enkele maanden, en langer als er nog bezittingen moeten worden verkocht.

Kunt u uw BV opheffen als er nog schulden zijn?

Alleen als alle bekende schuldeisers instemmen met afwikkeling buiten faillissement. Anders moet de vereffenaar het faillissement aanvragen. Een turboliquidatie gebruiken om schulden te laten verdampen is geen begaanbare route en kan leiden tot persoonlijke aansprakelijkheid en zelfs een bestuursverbod.

Betaalt u belasting als uw BV helemaal leeg is?

Meestal niet, maar er is een uitzondering. Is uw verkrijgingsprijs negatief, bijvoorbeeld na een geruisloze omzetting van een eenmanszaak, dan ontstaat bij de opheffing een belast voordeel in box 2 zonder dat er iets wordt uitgekeerd. Laat dat controleren voordat u de BV opheft.

Kunt u een verlies op uw BV nog aftrekken?

Een verlies in box 2 mag u pas nemen als de vereffening is voltooid. Bij een turboliquidatie valt het verlies al in het jaar van het ontbindingsbesluit. U kunt het verrekenen met box 2-inkomen van het voorafgaande jaar en van de zes volgende jaren. Hebt u daarna geen aanmerkelijk belang meer, dan kunt u het verlies op verzoek laten omzetten in een belastingkorting van 24,5 procent op uw belasting in box 1.

Is het slimmer om uw BV te verkopen in plaats van op te heffen?

Dat kan aantrekkelijk lijken, maar er zit een risico aan. Bestaan de bezittingen van de BV voor 30 procent of meer uit beleggingen en banktegoeden, en houdt u alleen of samen met uw partner en uw kinderen of ouders ten minste een derde van de aandelen, dan bent u als verkoper aansprakelijk voor een deel van de vennootschapsbelasting van die BV. Sinds 2015 is de mogelijkheid om zich daaraan te onttrekken vrijwel volledig gesloten. Laat deze afweging altijd vooraf beoordelen.

Wat gebeurt er met de administratie na de opheffing?

Die moet nog zeven jaar na het einde van de BV bewaard blijven en binnen redelijke termijn raadpleegbaar zijn. U wijst daarvoor een bewaarder aan, bij of volgens de statuten of door de aandeelhoudersvergadering. De bewaarder geeft binnen acht dagen zijn naam en adres door aan het handelsregister.

Hoe Taxcount u kan helpen

Het opheffen van een BV is vooral een kwestie van volgorde en timing. Taxcount brengt voor u in kaart wat de eindafrekening kost, welke verliezen u nog kunt gebruiken, wat u in box 2 gaat betalen en welke datum voor uw situatie de beste is. Wij controleren uw verkrijgingsprijs, de pensioen- en oudedagsverplichting, de btw-gevolgen en de positie binnen een fiscale eenheid, en verzorgen de aangiften vennootschapsbelasting, dividendbelasting en inkomstenbelasting die bij de liquidatie horen. Ook de melding van betalingsonmacht en de formele stappen rond ontbinding en vereffening kunnen wij begeleiden.

Zelf rekenen? Gebruik onze rekentool Liquidatie BV: timing en routekeuze 2026. Daarin vult u uw eigen cijfers in en ziet u direct drie dingen: of het voordeliger is om binnen de fiscale eenheid te liquideren of eerst te ontvoegen, wat spreiding van de uitkeringen u in box 2 oplevert, en of uw beoogde einddatum nog binnen de driejaarstermijn valt. De tarieven voor 2026 staan als aanpasbare parameters in de tool, zodat u hem ook volgend jaar kunt gebruiken.

Denkt u erover uw BV te beëindigen, of speelt dat binnen een paar jaar? Laat uw situatie dan vooraf beoordelen. Eén gesprek voordat u het ontbindingsbesluit neemt, voorkomt keuzes die achteraf niet meer te herstellen zijn.

Dit artikel bevat algemene informatie over het opheffen van een BV en is geen fiscaal of juridisch advies. Tarieven, drempelbedragen en termijnen kunnen wijzigen. De uitkomst hangt af van uw persoonlijke situatie en van de exacte feiten. Laat uw situatie daarom altijd beoordelen door een adviseur voordat u besluiten neemt.

Zie ook: