
Betaalt u belasting over uw loon, uw winst, dividend uit uw bv of uw spaargeld? Dan krijgt u te maken met het boxenstelsel. De Nederlandse inkomstenbelasting verdeelt al uw inkomen namelijk over drie zogenoemde boxen: box 1, box 2 en box 3. Elke box heeft een eigen tarief en eigen regels. Voor veel ondernemers en particulieren is niet meteen duidelijk in welke box een inkomen of vermogen hoort, en juist dat bepaalt hoeveel belasting u betaalt. In dit artikel leggen wij uit wat box 1, 2 en 3 inhouden, welke tarieven in 2026 gelden, hoe de wet bepaalt in welke box iets valt en wat u praktisch moet regelen om fouten en naheffingen te voorkomen.
Wat is het boxenstelsel?
De inkomstenbelasting werkt met een gesloten boxenstelsel. Dat betekent dat al uw inkomen en vermogen wordt ingedeeld in drie groepen, de boxen, en dat elke box zijn eigen manier van belasten en zijn eigen tarief heeft. Gesloten wil zeggen dat u niet vrij tussen de boxen kunt schuiven: een verlies in de ene box mag u in beginsel niet aftrekken van winst in een andere box. Aan het eind worden de bedragen uit de drie boxen bij elkaar opgeteld, en daar gaan uw heffingskortingen nog vanaf.
De onderstaande tabel geeft in het kort weer wat er in elke box valt en welk tarief in 2026 geldt (zie ook figuur 1). Daarna bespreken wij de boxen één voor één.
| Box | Wat valt erin | Tarief 2026 |
| Box 1 – werk en woning | Winst, loon, uitkering, pensioen en de eigen woning | 35,75% tot € 38.883; 37,56% tot € 78.426; 49,50% daarboven |
| Box 2 – aanmerkelijk belang | Dividend en verkoopwinst uit een belang van 5% of meer | 24,5% tot € 68.843; 31% daarboven |
| Box 3 – sparen en beleggen | Spaargeld, beleggingen, tweede woning, vorderingen en crypto | 36% over een forfaitair rendement (boven € 59.357 vrij vermogen) |

Figuur 1: de drie boxen van de inkomstenbelasting en de rangorde (box 1 vóór box 2 vóór box 3), met de tarieven voor 2026.
Box 1: werk en woning
In box 1 valt uw actieve inkomen. Denk aan winst uit onderneming, loon, resultaat uit overige werkzaamheden, pensioen en uitkeringen. Ook uw eigen woning hoort hier thuis: u telt het eigenwoningforfait bij uw inkomen op en trekt de hypotheekrente ervan af. Box 1 heeft een oplopend (progressief) tarief. Dat betekent dat u over een hoger inkomen een hoger percentage betaalt.
Voor wie de AOW-leeftijd nog niet heeft bereikt, geldt in 2026 een tarief van 35,75% over de eerste € 38.883, daarna 37,56% tot € 78.426 en 49,50% over het inkomen daarboven. In deze percentages zitten voor de eerste schijf ook de premies volksverzekeringen (AOW, Anw en Wlz) verwerkt. Wie al AOW-gerechtigd is, betaalt over de eerste schijf een lager percentage van 17,85%, omdat de AOW-premie dan wegvalt.
Aftrekposten in box 1, zoals de ondernemersaftrek, de MKB-winstvrijstelling en de hypotheekrente, tellen voor de hoogste inkomens mee tegen een maximaal tarief van 37,56% in 2026. Verdient u meer dan de tweedeschijfgrens, dan levert een aftrekpost dus niet het volle toptarief van 49,50% op, maar een lager voordeel.
Box 2: aanmerkelijk belang
Box 2 is de box voor de grootaandeelhouder. U valt hierin als u, samen met uw fiscale partner, een belang van 5% of meer heeft in een bv of nv. Dat heet een aanmerkelijk belang. Het dividend dat u uit uw vennootschap ontvangt en de winst die u maakt bij verkoop van de aandelen, worden in box 2 belast.
In 2026 kent box 2 twee schijven: 24,5% over de eerste € 68.843 en 31% over het meerdere. Over inkomen in box 2 betaalt u geen premies volksverzekeringen. Heeft u een fiscale partner, dan kent de wet geen aparte partnergrens, maar mag u het box 2-inkomen wel vrij tussen u beiden verdelen. Zo benut ieder de eigen lage schijf van € 68.843, samen ongeveer € 137.686 tegen het lage tarief.
Box 3: sparen en beleggen
In box 3 valt uw privévermogen dat niet al in box 1 of box 2 wordt belast: spaargeld, beleggingen, een tweede woning, vorderingen en crypto. Bijzonder aan box 3 is dat de Belastingdienst niet uitgaat van uw werkelijke opbrengst, maar van een forfaitair rendement. Dat is een vooraf vastgesteld, gemiddeld rendement. Over dat rendement betaalt u in 2026 een vast tarief van 36%.
U betaalt pas belasting boven het heffingvrije vermogen. In 2026 is dat € 59.357 per persoon, en € 118.714 voor fiscale partners samen. De peildatum voor box 3 is 1 januari van het belastingjaar: de omvang van uw vermogen op die datum telt. Let op: het box 3-stelsel wordt herzien. De Wet werkelijk rendement box 3 is beoogd per 1 januari 2028, en tot die tijd geldt een tegenbewijsregeling waarmee u kunt aantonen dat uw werkelijke rendement lager was dan het forfait.
Hoe bepaalt de wet in welke box iets valt?
Omdat de tarieven per box verschillen, is het belangrijk dat een inkomen in de juiste box terechtkomt. Daarvoor kent de wet de rangorderegeling. De regel is eenvoudig: box 1 gaat vóór box 2, en box 2 gaat vóór box 3. Past een inkomen of vermogen in box 1, dan wordt het daar belast en niet nog eens in een lagere box. Deze volgorde geldt ook binnen een box: winst uit onderneming gaat bijvoorbeeld vóór loon.
Een gevolg van de rangorde is dat een vermogen dat inkomen in box 1 of box 2 oplevert, niet óók in box 3 wordt meegeteld. Verhuurt u bijvoorbeeld een pand aan uw eigen bv, dan valt dat pand door de terbeschikkingstellingsregeling in box 1 en niet in box 3. Twijfelt u waar iets thuishoort, laat dit dan controleren: een verkeerde boxindeling is een van de meest voorkomende fouten in de aangifte.
De wet bevat ook maatregelen tegen boxhoppen. Dat is het tijdelijk verplaatsen van vermogen naar een andere box rond de peildatum om belasting te besparen. Haalt u vermogen kort vóór 1 januari uit box 3 en zet u het er kort daarna weer in, dan kan de Belastingdienst dat vermogen tóch in box 3 belasten. Bij een periode korter dan drie maanden is geen tegenbewijs mogelijk; bij langere perioden kunt u soms aantonen dat er zakelijke, niet-fiscale redenen waren.
Kunt u een verlies uit de ene box met een andere box verrekenen?
In beginsel niet. Het boxenstelsel is gesloten, dus een verlies blijft binnen zijn eigen box. Een verlies in box 1 verrekent u met box 1-inkomen: tot drie jaar terug en negen jaar vooruit. Een verlies in box 2 verrekent u binnen box 2, tot zes jaar vooruit. Box 3 kent geen verlies, omdat het forfaitaire rendement niet negatief kan zijn.
Op de geslotenheid bestaat één belangrijke uitzondering. Heeft u een verlies uit aanmerkelijk belang dat u niet meer kon verrekenen, en heeft u zowel dit jaar als vorig jaar geen aanmerkelijk belang meer, dan kunt u dat verlies op verzoek omzetten in een belastingkorting van 25%. Die korting brengt u in mindering op uw belasting in box 1. Er geldt een wachttijd van minstens één jaar. Deze regeling zorgt ervoor dat een ex-aandeelhouder een vergelijkbare mogelijkheid heeft als een ondernemer die zijn zaak beëindigt.
Wat is het verzamelinkomen en waarom telt het?
Nadat de belasting per box is berekend, telt de wet de drie boxinkomens bij elkaar op. Deze optelsom heet het verzamelinkomen. Het verzamelinkomen is niet alleen de basis voor uw belasting, maar ook de maatstaf voor veel inkomensafhankelijke regelingen, zoals toeslagen, heffingskortingen en eigen bijdragen. Een hoger verzamelinkomen kan dus betekenen dat u minder toeslag ontvangt of dat uw heffingskortingen sneller afbouwen.
Heeft u een fiscale partner, dan mag u gemeenschappelijke posten, zoals de eigen woning, het box 2-inkomen en het box 3-vermogen, jaarlijks vrij tussen u beiden verdelen. Een slimme verdeling kan zowel belasting als toeslagen schelen. Het loont daarom om die verdeling elk jaar opnieuw te bekijken.
Een voorbeeld maakt dit concreet (zie figuur 2). Stel dat een DGA in 2026 € 60.000 loon uit zijn bv ontvangt, daarnaast € 50.000 dividend uitkeert en € 150.000 aan privévermogen heeft. Het loon wordt progressief belast in box 1, het dividend valt met 24,5% in box 2 en over het vermogen boven het heffingvrije bedrag betaalt hij in box 3 belasting over een forfaitair rendement. Elke box wordt apart berekend, en de uitkomsten vormen samen zijn belasting.

Figuur 2: een DGA met inkomen in alle drie de boxen. Elke box heeft een eigen tarief; de uitkomsten worden bij elkaar opgeteld tot de te betalen belasting.
Praktische checklist: wat u moet regelen
- Bepaal de juiste box. Ga per inkomen en vermogen na of het in box 1, box 2 of box 3 hoort, en respecteer de rangorde (box 1 vóór box 2 vóór box 3).
- Controleer de tarieven en grenzen 2026. Gebruik de actuele schijven en het heffingvrije vermogen van € 59.357 per persoon in box 3.
- Houd de peildatum in de gaten. Voor box 3 telt uw vermogen op 1 januari; vermijd tijdelijke boxwisselingen rond die datum.
- Verdeel gemeenschappelijke posten. Heeft u een fiscale partner, verdeel de eigen woning, het box 2-inkomen en het box 3-vermogen zo voordelig mogelijk.
- Bewaak uw verliezen. Verreken verliezen binnen de juiste box en vergeet een oud aanmerkelijkbelangverlies niet: dat kan soms nog als belastingkorting in box 1.
- Geef alles volledig aan. Meld alle inkomen en vermogen, ook buitenlandse rekeningen en crypto; verzwijgen leidt tot navordering en boete.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen box 1, 2 en 3?
Box 1 belast uw werk en woning (winst, loon, uitkering, pensioen en de eigen woning) tegen een oplopend tarief. Box 2 belast dividend en verkoopwinst uit een aanmerkelijk belang van 5% of meer in een bv. Box 3 belast uw spaargeld en beleggingen via een forfaitair rendement. Elke box heeft een eigen tarief.
Welke tarieven gelden in 2026?
Box 1 kent in 2026 tarieven van 35,75%, 37,56% en 49,50% (voor wie de AOW-leeftijd nog niet heeft). Box 2 kent 24,5% tot € 68.843 en 31% daarboven. Box 3 kent een vast tarief van 36% over het forfaitaire rendement, met een heffingvrij vermogen van € 59.357 per persoon.
Wat is de rangorderegeling?
De rangorderegeling bepaalt in welke box een inkomen valt als het in meerdere boxen zou kunnen vallen. De volgorde is box 1 vóór box 2 vóór box 3. Een inkomen dat in box 1 past, wordt daar belast en niet nog eens in een lagere box.
Kan ik een verlies uit box 3 verrekenen met box 1?
Nee. Verliezen blijven binnen hun eigen box, en box 3 kent geen verlies. De enige uitzondering is een onverrekend verlies uit box 2 (aanmerkelijk belang): dat kunt u onder voorwaarden omzetten in een belastingkorting van 25% die met uw box 1-belasting wordt verrekend.
Wat is het verzamelinkomen?
Het verzamelinkomen is de optelsom van uw inkomen in de drie boxen. Het is de maatstaf voor uw belasting én voor inkomensafhankelijke regelingen zoals toeslagen en heffingskortingen. Een verkeerde boxindeling of partnerverdeling werkt dus ook door in uw toeslagen.
Hoe Taxcount u kan helpen
Taxcount bepaalt voor u in welke box uw inkomen en vermogen thuishoren, berekent per box de belasting en zorgt dat de rangorde en de verliesverrekening kloppen. Wij kijken ook naar de verdeling tussen fiscale partners en het effect op uw toeslagen en heffingskortingen. Heeft u meerdere soorten inkomen, bijvoorbeeld als DGA met loon, dividend en privévermogen, dan voorkomen wij dat u dubbel belasting betaalt of een aftrekpost misloopt. Wilt u zeker weten dat uw inkomen in de juiste box valt en dat u niets laat liggen? Neem contact met ons op voor een persoonlijke beoordeling van uw situatie.
Dit artikel bevat algemene informatie en is geen fiscaal advies. Tarieven, bedragen en drempels kunnen wijzigen en de uitkomst hangt af van uw persoonlijke situatie. Laat u adviseren voordat u beslissingen neemt.