Btw-correctie privégebruik auto: zo betaalt u jaarlijks btw over het privégebruik van uw auto van de zaak

Rijdt u in een auto van de zaak en gebruikt u die ook privé? Dan hebt u de btw op de aanschaf, het onderhoud en het gebruik waarschijnlijk afgetrokken. Voor het deel dat u privé rijdt, hebt u dan eigenlijk te veel afgetrokken. De Belastingdienst wil dat u dat verschil één keer per jaar rechtzet met de btw-correctie privégebruik auto. Deze correctie is makkelijk te vergeten, omdat u die niet in uw gewone kwartaalaangifte doet maar in de laatste btw-aangifte van het jaar. In dit artikel leest u wanneer de correctie speelt, hoe u het bedrag berekent met het forfait van 2,7% of op basis van uw werkelijke gebruik, en wat u praktisch moet regelen.

Wat is de btw-correctie privégebruik auto?

Koopt of leaset u een auto voor uw onderneming, dan mag u de btw op de aanschaf, het onderhoud en het gebruik (zoals brandstof en reparaties) aftrekken als voorbelasting. Dat mag alleen voor het deel waarmee u belaste omzet maakt. Zolang u de auto puur zakelijk gebruikt, is er niets aan de hand.

Gebruikt u de auto ook privé, dan hebt u over dat privédeel eigenlijk te veel btw afgetrokken. De wet lost dit op door uw privégebruik één keer per jaar te behandelen als een dienst die u aan uzelf verricht. Over die zogenoemde fictieve dienst betaalt u btw. Zo betaalt u alsnog de btw terug die bij het privégebruik hoort. In gewone taal: u corrigeert aan het eind van het jaar de btw die u eerder te ruim hebt afgetrokken.

Wanneer moet u de correctie toepassen?

De btw-correctie speelt zodra aan twee voorwaarden is voldaan. Ten eerste behoort de auto tot uw ondernemingsvermogen en hebt u bij de aanschaf, de lease, het onderhoud of het gebruik btw afgetrokken. Ten tweede gebruikt u, uw personeel of de directeur-grootaandeelhouder (DGA) de auto ook privé.

Let op: woon-werkverkeer telt voor de btw als privégebruik. Ook als u de auto verder alleen zakelijk gebruikt, rijdt u dus vrijwel altijd een stukje privé. De correctie speelt daarom bij bijna elke auto van de zaak waarvan de btw is afgetrokken.

U hoeft de correctie niet toe te passen als u geen btw hebt afgetrokken, bijvoorbeeld bij een marge-auto of een auto die u van een particulier kocht. Ook een volledig vrijgestelde ondernemer maakt de correctie niet. En kunt u aantonen dat de auto helemaal niet privé wordt gebruikt, dan is er evenmin een correctie. Het onderstaande schema helpt u bepalen of de correctie voor u speelt (zie figuur 1).

   Figuur 1: beslisboom om te bepalen of de btw-correctie privégebruik auto voor u speelt.

Hoe berekent u de btw-correctie?

U betaalt de btw over het werkelijke privégebruik van de auto. Omdat dat lastig precies bij te houden is, mag u kiezen: u gebruikt een vast forfait, of u rekent met uw werkelijke privégebruik. U mag altijd het laagste van de twee aangeven. Welk forfaitpercentage bij uw auto hoort, ziet u in figuur 2.

Figuur 2: welk forfait past bij uw auto, 2,7% of het verlaagde 1,5%.

Met het forfait van 2,7%

Hebt u geen administratie waaruit uw privégebruik blijkt, dan stelt u de verschuldigde btw op 2,7% van de catalogusprijs van de auto, inclusief btw en bpm. Dit forfait geldt ook voor lease-auto’s. U hoeft dan niets bij te houden: u rekent simpelweg met de catalogusprijs. Rijdt de auto maar een deel van het jaar mee, dan verlaagt u het forfait naar evenredigheid, bijvoorbeeld 6/12 als u de auto op 1 juli in gebruik neemt.

Het verlaagde forfait van 1,5%

In twee situaties gebruikt u 1,5% in plaats van 2,7% van de catalogusprijs. De eerste situatie is een auto die u langer dan vier jaar geleden voor het eerst bent gaan gebruiken: vanaf het vijfde jaar na het jaar van ingebruikname geldt het lagere percentage. De tweede situatie is een auto die u zonder btw-aftrek hebt gekocht, zoals een marge-auto of een auto van een particulier. Voor het overige blijft de berekening hetzelfde. Voor elektrische auto’s en waterstofauto’s gelden dezelfde percentages als voor gewone auto’s.

De onderstaande tabel vat de percentages samen.

Situatie Forfait (van catalogusprijs incl. btw en bpm)
Standaard: btw afgetrokken, auto binnen vier jaar na ingebruikname 2,7%
Auto langer dan vier jaar in gebruik (vanaf het vijfde jaar) 1,5%
Auto gekocht zonder btw-aftrek (marge-auto of van particulier) 1,5%

 

Op basis van uw werkelijke privégebruik

Het forfait is een aanbod, geen verplichting. Kunt u aantonen dat u minder privé rijdt, dan mag u de lagere, werkelijke correctie aangeven. U betaalt dan btw over de kosten die echt aan het privégebruik zijn toe te rekenen: de aanschaf, het onderhoud en het gebruik, telkens zonder btw en alleen voor zover u die btw hebt afgetrokken. De aanschafkosten telt u niet in één keer mee, maar verdeeld over vijf jaar (elk jaar een vijfde deel). Vanaf het zesde jaar tellen de aanschafkosten helemaal niet meer mee, waardoor de correctie dan een stuk lager uitvalt.

Het bewijs levert u met een sluitende kilometeradministratie waaruit de verhouding tussen zakelijke en privékilometers blijkt. Hebt u die niet, dan mag u het privégebruik ook onderbouwen met andere gegevens uit uw administratie, zoals de aard van uw onderneming, de functie van de gebruiker en de manier waarop de auto privé wordt gebruikt. Statistische gegevens mogen daarbij als richtsnoer dienen, maar zijn op zichzelf niet voldoende: u moet ze combineren met gegevens over uw eigen situatie.

Rekenvoorbeeld

Stel, u hebt een auto met een catalogusprijs van 45.000 euro, inclusief btw en bpm. U hebt de btw op de aanschaf, het onderhoud en het gebruik volledig afgetrokken en u gebruikt de auto het hele jaar ook privé, zonder dat u uw privégebruik bijhoudt. De correctie via het forfait bedraagt dan 2,7% van 45.000 euro, oftewel 1.215 euro. Dat bedrag geeft u aan in uw laatste btw-aangifte van het jaar.

Neemt u dezelfde auto pas op 1 september in gebruik, dan rekent u met 4/12: 4/12 van 2,7% van 45.000 euro komt uit op 405 euro. Kunt u met een rittenadministratie aantonen dat u maar weinig privé rijdt, dan mag u een lager bedrag aangeven en betaalt u dus minder btw. Figuur 3 laat de berekening in stappen zien.

Figuur 3: de correctie in drie stappen: catalogusprijs maal het forfait geeft de te betalen btw.

Is er een maximum aan de correctie?

Ja. De correctie kan nooit hoger zijn dan de btw die u dat jaar daadwerkelijk hebt afgetrokken. Valt de afgetrokken btw in de eerste vier jaar lager uit dan het forfait, dan is de correctie beperkt tot de som van twee bedragen: de btw op onderhoud en gebruik die u dat jaar hebt afgetrokken, plus een vijfde deel van de bij aanschaf afgetrokken btw. Bij een auto die u langer dan vier jaar geleden in gebruik nam, of die u zonder btw-aftrek kocht, is de correctie zelfs beperkt tot alleen de dat jaar afgetrokken btw op onderhoud en gebruik. Zo betaalt u nooit meer terug dan u ooit hebt afgetrokken.

Wat als uw werknemer een eigen bijdrage betaalt?

Betaalt uw werknemer of de DGA een vergoeding voor het privégebruik, dan verandert de berekening. Is die vergoeding kostendekkend, dan draagt u btw af over de ontvangen vergoeding en past u het forfait niet toe. Is de vergoeding niet kostendekkend, dan vergelijkt u de btw over de vergoeding met de uitkomst van het forfait en volgt u de regels van de Belastingdienst. Belangrijk is dat een te lage eigen bijdrage aan een verbonden gebruiker (zoals een werknemer, bestuurder of familielid) niet loont: in dat geval mag de Belastingdienst uitgaan van de normale, marktconforme waarde. Zo voorkomt de wet dat u de correctie kunstmatig laag houdt.

Gelden er bijzondere situaties?

Een paar situaties vragen om extra aandacht. Gebruikt u de auto deels voor vrijgestelde omzet, dan verlaagt u de correctie naar evenredigheid, omdat u de btw ook maar deels hebt afgetrokken. Werkt u met een maatschap of vof en hebt u de auto privé gekocht, dan mag het samenwerkingsverband onder voorwaarden toch de 2,7%- of 1,5%-regeling toepassen. En bestaat uw privégebruik uitsluitend uit woon-werkverkeer, dan bestaat er een aparte rekenmethode waarmee u de correctie soms lager kunt vaststellen. Twijfelt u over uw situatie, laat de berekening dan vooraf toetsen.

Praktische checklist: wat u moet regelen

  • Controleer of de correctie speelt: hebt u btw afgetrokken op een auto van de zaak die ook privé (inclusief woon-werkverkeer) wordt gebruikt? Dan geldt de correctie.
  • Kies uw methode: reken met het forfait (2,7% of 1,5% van de catalogusprijs) of met uw werkelijke privégebruik, en geef het laagste bedrag aan.
  • Gebruik het juiste percentage: 1,5% als de auto langer dan vier jaar in gebruik is of zonder btw-aftrek is gekocht, anders 2,7%.
  • Reken naar tijdsgelang: gebruikt u de auto maar een deel van het jaar, verlaag het forfait dan evenredig (bijvoorbeeld 6/12).
  • Bewaar uw onderbouwing: houd een sluitende kilometeradministratie bij als u van het forfait wilt afwijken, of leg gegevens vast voor een redelijke schatting.
  • Verwerk de correctie op tijd: geef het bedrag aan en betaal het in de laatste btw-aangifte van het kalenderjaar, niet in een gewone kwartaalaangifte.
  • Let op oudere en dure auto’s: bij weinig privékilometers of een auto ouder dan vijf jaar is de werkelijke correctie vaak lager dan het forfait; dat verschil kunt u claimen.

Veelgestelde vragen

Wanneer moet ik de btw-correctie privégebruik auto aangeven?

U geeft de correctie aan in de laatste btw-aangifte van het kalenderjaar. Voor de meeste ondernemers is dat de aangifte over het vierde kwartaal of over december. U doet dit dus maar één keer per jaar (zie figuur 4).

Figuur 4: u geeft de correctie één keer per jaar aan, in de laatste btw-aangifte van het kalenderjaar.

Hoeveel btw betaal ik met het forfait?

Standaard betaalt u 2,7% van de catalogusprijs van de auto, inclusief btw en bpm. Bij een auto van 45.000 euro is dat 1.215 euro per jaar. Voor auto’s die langer dan vier jaar in gebruik zijn of zonder btw-aftrek zijn gekocht, geldt 1,5%.

Telt woon-werkverkeer mee als privégebruik?

Ja. Voor de btw geldt woon-werkverkeer als privégebruik. Zelfs als u de auto verder alleen zakelijk gebruikt, moet u daarom vrijwel altijd de correctie toepassen.

Kan ik minder betalen dan het forfait?

Ja, als u kunt aantonen dat u weinig privé rijdt. Met een sluitende kilometeradministratie of een goed onderbouwde schatting mag u de lagere, werkelijke correctie aangeven. Dat loont vooral bij dure auto’s, weinig privékilometers of een auto ouder dan vijf jaar.

Geldt de correctie ook voor een elektrische auto?

Ja. Voor elektrische auto’s en waterstofauto’s gelden dezelfde percentages en regels als voor benzine- en dieselauto’s.

Wat gebeurt er als ik de correctie vergeet?

Dan hebt u te veel btw afgetrokken. De Belastingdienst kan de te veel afgetrokken btw naheffen, met belastingrente en mogelijk een boete. Omdat de correctie buiten de gewone aangiften valt, is dit een veelgemaakte fout; controleer dit dus jaarlijks.

Hoe Taxcount u kan helpen

De btw-correctie privégebruik auto lijkt eenvoudig, maar de keuze tussen het forfait en uw werkelijke gebruik kan flink schelen. Taxcount berekent voor u wat het voordeligst is, beoordeelt of u het verlaagde forfait van 1,5% mag toepassen en helpt u de correctie correct te verwerken in uw laatste btw-aangifte. Ook als u een eigen bijdrage van personeel ontvangt of de auto deels voor vrijgestelde omzet gebruikt, zorgen wij dat de berekening klopt en dat u niet te veel btw afdraagt. Wilt u weten of u de correctie juist toepast en of u niet te veel betaalt? Laat uw situatie beoordelen door Taxcount en voorkom naheffingen.

Dit artikel bevat algemene informatie en is nadrukkelijk geen (fiscaal) advies. Tarieven, percentages en drempels kunnen wijzigen en de uitkomst hangt af van uw persoonlijke situatie. Laat u daarom altijd persoonlijk adviseren voordat u fiscale beslissingen neemt.

Auto van de zaak of privé: zo maakt u in 2026 de fiscaal slimste keuze

Gebruikt u uw auto zowel voor uw bedrijf als privé, dan staat u voor een keuze die jaarlijks honderden tot duizenden euro’s kan schelen: zet u de auto van de zaak of houdt u hem in privé? Veel ondernemers maken die keuze op gevoel, terwijl de fiscale gevolgen sterk verschillen. Bij een auto van de zaak trekt u alle autokosten af, maar betaalt u belasting over een vaste bijtelling. Bij een auto in privé is er geen bijtelling, maar mag u alleen een vast bedrag per zakelijke kilometer aftrekken. In dit artikel leest u hoe de keuze auto van de zaak of privé in 2026 uitpakt, welke bijtellingspercentages en bedragen gelden, en waar u op moet letten om achteraf geen naheffing te krijgen.

Wat betekent ‘auto van de zaak’ of ‘auto in privé’?

Rijdt u een auto voor uw onderneming en privé, dan bepaalt u eerst of de auto ondernemingsvermogen (op de zaak) of privévermogen (in privé) is. Dat heet vermogensetikettering: het toedelen van een bezitting aan het bedrijf of aan privé. Die keuze bepaalt hoe de auto fiscaal werkt, en die keuze is niet altijd vrij (zie verderop over de grens van 1.000 kilometer).

De twee routes leiden tot totaal verschillende fiscale werelden. Figuur 1 zet ze naast elkaar: bij een auto op de zaak zijn alle kosten aftrekbaar maar volgt bijtelling, bij een auto in privé is er geen bijtelling maar geldt alleen een vaste kilometeraftrek.

Figuur 1: dezelfde auto, twee fiscale werelden. Auto op de zaak versus auto in privé (bedragen 2026).

Auto op de zaak: volledige kostenaftrek, maar wel bijtelling

Staat de auto op de zaak, dan gaan alle autokosten van de winst af: de afschrijving, brandstof of stroom, verzekering, onderhoud en motorrijtuigenbelasting. Daar staat tegenover dat u belasting betaalt over een vast bedrag voor het privégebruik, de bijtelling (formeel: een onttrekking). U betaalt dus niet over uw werkelijke privévoordeel, maar over een forfaitair percentage van de waarde van de auto.

Hoe hoog is de bijtelling in 2026?

De bijtelling is in 2026 ten minste 22% van de cataloguswaarde (de nieuwprijs inclusief btw en BPM). Voor een volledig elektrische auto (CO2-uitstoot 0 gram per kilometer) geldt een korting van 4%, maar alleen over de eerste € 30.000. Per saldo betaalt u dan 18% tot € 30.000 en 22% over het meerdere; de korting is maximaal € 1.200 per jaar. Voor een auto die ouder is dan 16 jaar (de youngtimer) geldt 35%, berekend over de dagwaarde (de waarde in het economische verkeer) in plaats van de oude cataloguswaarde. Figuur 2 vat de drie percentages samen.

Figuur 2: de bijtellingspercentages voor 2026 en de twee grenzen die u uit elkaar moet houden.

Let op: de lage bijtelling voor elektrische auto’s wordt afgebouwd. In 2027 wordt het effectieve tarief 20% (korting nog 2%) en vanaf 2028 vervalt de korting. Schaft u in 2026 een elektrische auto aan, dan behoudt u het bijtellingspercentage van dat jaar wel 60 maanden (vijf jaar) lang.

De bijtelling wordt verminderd met een eventuele eigen bijdrage of eigen kosten voor het privégebruik. De belaste bijtelling is bovendien nooit hoger dan de autokosten die u in de onderneming heeft afgetrokken.

Wanneer is de bijtelling nihil?

Rijdt u op jaarbasis niet meer dan 500 kilometer privé, dan is de bijtelling nihil en houdt u de volledige kostenaftrek. Woon-werkverkeer telt daarbij niet als privé. U moet dat wel kunnen aantonen, bijvoorbeeld met een sluitende rittenregistratie. Een losse verklaring is niet genoeg: bij een controle ligt de bewijslast dat u onder de 500 kilometer blijft bij u.

Auto in privé: € 0,25 per zakelijke kilometer

Houdt u de auto in privé, dan zijn de autokosten geen bedrijfskosten. U mag voor uw zakelijke ritten een vast bedrag aftrekken van uw winst. Dat bedrag is per 1 januari 2026 verhoogd van € 0,23 naar € 0,25 per kilometer (met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026). Meer dan dat vaste bedrag mag u niet aftrekken, ook al zijn uw werkelijke kosten hoger. Houd daarom uw zakelijke kilometers goed bij, zodat u de aftrek kunt onderbouwen.

Op de zaak of privé: welke keuze is voordeliger?

Welke optie het gunstigst is, hangt af van de cataloguswaarde van de auto, het aantal privékilometers, het aantal zakelijke kilometers en de werkelijke kosten. Een rekenvoorbeeld maakt dit concreet.

Stel: u rijdt een benzineauto met een cataloguswaarde van € 40.000 en maakt 6.000 privékilometers per jaar. Zet u de auto op de zaak, dan telt u 22% × € 40.000 = € 8.800 bij uw winst (de werkelijke autokosten mag u er wel van aftrekken). Houdt u de auto in privé en rijdt u 10.000 zakelijke kilometers, dan trekt u 10.000 × € 0,25 = € 2.500 af. Zoals figuur 1 laat zien: bij een goedkope auto met veel zakelijke en weinig privékilometers is ‘in privé’ vaak voordeliger, terwijl ‘op de zaak’ juist gunstiger kan zijn bij een dure of elektrische auto met veel privégebruik. Reken uw eigen situatie altijd door voordat u kiest.

Let op de vermogensetikettering: de grens van 1.000 kilometer

De keuze op de zaak of privé is niet altijd vrij. Gebruikt u de auto nagenoeg uitsluitend zakelijk, dan is hij verplicht ondernemingsvermogen. ‘Nagenoeg uitsluitend’ betekent minder dan 1.000 kilometer privé per jaar. Rijdt u 1.000 kilometer of meer privé (of maakt u 1.000 zakelijke kilometers of meer), dan is de auto keuzevermogen en mag u zelf kiezen.

Verwar deze grens niet met de bijtellingsgrens. De grens van 1.000 kilometer bepaalt de etikettering (op de zaak of privé), terwijl de grens van 500 kilometer bepaalt of er bijtelling volgt. Beide moet u dus apart toetsen. Uw keuze kunt u herzien totdat de aanslag over dat jaar definitief vaststaat; daarna alleen nog bij bijzondere omstandigheden, zoals een relevante wetswijziging. Leg uw keuze daarom bewust vast in uw administratie.

En de btw? De jaarlijkse correctie voor privégebruik

Heeft u de btw op de aanschaf en de kosten van de auto afgetrokken, dan moet u jaarlijks een btw-correctie maken voor het privégebruik. U geeft die correctie aan in de laatste btw-aangifte van het jaar. U mag de verschuldigde btw forfaitair stellen op 2,7% van de catalogusprijs (inclusief btw en BPM). Een lager forfait van 1,5% geldt als u de auto zonder btw-aftrek heeft gekocht, of nadat de auto vijf jaar (inclusief het jaar van ingebruikname) in de onderneming is gebruikt. De uitkomst is nooit hoger dan de btw die u dat jaar heeft afgetrokken.

Kunt u aannemelijk maken dat uw werkelijke privégebruik lager is dan het forfait, dan mag u dat lagere bedrag gebruiken. Een sluitende kilometeradministratie is voor de btw niet verplicht, maar u moet het lagere privégebruik wel met een redelijke schatting kunnen onderbouwen.

Werknemer of dga met een auto van de zaak

Stelt u als werkgever een auto ter beschikking aan een werknemer of aan uzelf als directeur-grootaandeelhouder (dga), dan loopt de bijtelling via de loonbelasting (artikel 13bis Wet LB 1964). De percentages, de grondslag en de grens van 500 kilometer zijn gelijk aan die voor de ondernemer. Het voordeel wordt verminderd met de eigen bijdrage die de werknemer betaalt voor privégebruik.

Wilt u de bijtelling in de loonadministratie achterwege laten, dan kan de werknemer een ‘verklaring geen privégebruik auto’ bij de Belastingdienst aanvragen. Blijkt achteraf dat er toch meer dan 500 kilometer privé is gereden, dan wordt de belasting in beginsel bij de werknemer nageheven, tenzij u als werkgever wist dat de verklaring onjuist was. Voor een uitsluitend zakelijk gebruikte bestelauto bestaat een vergelijkbare verklaring.

Praktische checklist: wat u moet regelen

  • Bepaal de etikettering. Toets of de auto verplicht ondernemingsvermogen is (minder dan 1.000 km privé) of keuzevermogen, en leg uw keuze vast in de administratie.
  • Reken beide opties door. Vergelijk de bijtelling bij ‘op de zaak’ met de aftrek van € 0,25 per km bij ‘in privé’, op basis van de cataloguswaarde en uw kilometers.
  • Houd een rittenregistratie bij. Wilt u de nihil-bijtelling claimen (maximaal 500 km privé), dan is een sluitende rittenregistratie onmisbaar; woon-werkverkeer telt niet als privé.
  • Verwerk de bijtelling correct. Neem het juiste percentage (18%, 22% of 35%) over de juiste grondslag op in uw aangifte of loonadministratie.
  • Vergeet de btw-correctie niet. Heeft u btw afgetrokken, geef dan in de laatste aangifte van het jaar de correctie privégebruik aan (forfait 2,7% of 1,5%).
  • Administreer zakelijke kilometers. Rijdt u zakelijk met een privéauto, houd die kilometers dan bij om de aftrek van € 0,25 per km te onderbouwen.

Veelgestelde vragen

Wat is de bijtelling voor een elektrische auto in 2026?

In 2026 betaalt u 18% bijtelling over de eerste € 30.000 van de cataloguswaarde en 22% over het bedrag daarboven. De korting is maximaal € 1.200 per jaar. Vanaf 2027 wordt de korting kleiner en vanaf 2028 vervalt hij.

Hoeveel privé mag ik rijden zonder bijtelling?

Maximaal 500 kilometer per jaar. Blijft u daaronder en kunt u dat aantonen met een sluitende rittenregistratie, dan is de bijtelling nihil. Woon-werkverkeer telt niet als privékilometers.

Is de auto van de zaak of in privé voordeliger?

Dat hangt af van de prijs van de auto, het aantal privé- en zakelijke kilometers en de werkelijke kosten. Bij een goedkope auto met veel zakelijk en weinig privé is ‘in privé’ vaak gunstiger; bij een dure of elektrische auto met veel privégebruik kan ‘op de zaak’ beter uitpakken.

Wat is het verschil tussen de grens van 500 en 1.000 kilometer?

De grens van 500 kilometer bepaalt of u bijtelling betaalt. De grens van 1.000 kilometer bepaalt de vermogensetikettering: onder 1.000 km privé is de auto verplicht ondernemingsvermogen, daarboven mag u kiezen tussen op de zaak of privé.

Hoeveel kilometervergoeding mag ik in 2026 aftrekken?

Voor zakelijke ritten met een privéauto trekt u in 2026 € 0,25 per kilometer af. Dit bedrag is verhoogd van € 0,23 en geldt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026.

Hoe Taxcount u kan helpen

De keuze auto van de zaak of privé lijkt eenvoudig, maar de uitkomst hangt af van veel factoren: de cataloguswaarde, uw kilometers, de CO2-uitstoot, de btw en de vermogensetikettering. Een verkeerde keuze of een onterechte nihil-claim kan leiden tot een naheffing met belastingrente. Taxcount rekent beide opties voor u door, beoordeelt de etikettering, richt uw rittenregistratie en btw-correctie goed in en zorgt dat de bijtelling correct in uw aangifte of loonadministratie komt. Wilt u weten welke keuze voor uw situatie het voordeligst is? Laat uw situatie door Taxcount beoordelen. In de tussentijd kan u kijken of een zakelijke of privé auto het beste voor u is met onze zakelijk vs. privé auto dashboard.

Dit artikel bevat algemene informatie en is geen (fiscaal) advies. Tarieven, percentages en drempelbedragen kunnen wijzigen, en de uitkomst hangt af van uw persoonlijke situatie. Laat uw situatie altijd beoordelen door een fiscalist voordat u een keuze maakt.

Zie ook:

Belangrijke rechtspraken:

  • ECLI:NL:GHARL:2024:6420 (Privégebruik auto & Urencriterium)
  • ECLI:NL:GHARL:2024:7637 (Bijtelling bedrijfsauto)
  • ECLI:NL:RBZWB:2025:691 (Bewijslast 500km-grens)