Milieu-investeringsaftrek 2026: tot 45% aftrek

 

Investeer je als ondernemer in een duurzame stal, een elektrisch werktuig, een circulair gebouw of een installatie voor hergebruik van grondstoffen? Dan kan de milieu-investeringsaftrek (MIA) je in 2026 een fors belastingvoordeel opleveren. Met de MIA mag je 45, 36 of 27 procent van je investering extra van de winst aftrekken, afhankelijk van het soort bedrijfsmiddel. Het voordeel is aantrekkelijk, maar de regels zijn strikt: het bedrijfsmiddel moet precies op de Milieulijst staan en je moet de investering op tijd melden. In dit artikel lees je wat de MIA in 2026 inhoudt, wie er recht op heeft, hoeveel je kunt aftrekken en wat je moet regelen om het voordeel veilig te benutten.

 

Wat is de milieu-investeringsaftrek?

De milieu-investeringsaftrek (MIA) is een extra aftrekpost voor ondernemers die investeren in milieuvriendelijke of circulaire bedrijfsmiddelen. Bovenop de gewone afschrijving, waarbij je elk jaar een deel van de aanschafprijs van de winst aftrekt, mag je eenmalig een percentage van het investeringsbedrag van de winst aftrekken. Je belastbare winst wordt daardoor lager en je betaalt over dat jaar minder belasting.

Het aftrekpercentage hangt af van de categorie waarin het bedrijfsmiddel valt: 45 procent, 36 procent of 27 procent. De MIA geldt alleen voor nieuwe bedrijfsmiddelen die op de Milieulijst staan, een lijst die de overheid elk jaar opnieuw vaststelt. Denk aan duurzame stallen, elektrische voertuigen en werktuigen, circulaire gebouwen en installaties voor hergebruik en grondstoffenbesparing.

Wie komt in aanmerking voor de MIA?

De milieu-investeringsaftrek is bedoeld voor ondernemers voor de inkomstenbelasting: eigenaren van een eenmanszaak, vennoten in een vof en maten in een maatschap. Ook bv’s kunnen de MIA benutten, dan loopt het voordeel via de vennootschapsbelasting.

Net als bij de energie-investeringsaftrek (EIA), en anders dan bij de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA), geldt de MIA alleen voor echte ondernemers. Ben je alleen geldschieter of stille vennoot, bijvoorbeeld als commanditaire vennoot, dan heb je geen recht op de MIA.

Hoeveel bedraagt de MIA in 2026?

In 2026 zijn de aftrekpercentages van de MIA 45, 36 of 27 procent. Welk percentage voor je geldt, hangt af van de categorie en het type bedrijfsmiddel op de Milieulijst. Hoe groter de milieuwinst, hoe hoger de categorie en het percentage. De percentages zijn gelijk aan die van 2025 (zie figuur 1).

Categorie (2026) Aftrekpercentage
Categorie I 45% van het investeringsbedrag
Categorie II 36% van het investeringsbedrag
Categorie III 27% van het investeringsbedrag

 

Per bedrijfsmiddel moet je minimaal 2.500 euro investeren, anders telt het niet mee. Daarnaast geldt een investeringsplafond: per jaar telt maximaal 25 miljoen euro aan milieu-investeringen mee voor de MIA. Boven dat bedrag bestaat geen recht op MIA. Dit plafond speelt alleen bij zeer grote investeringen.

\"\"

Figuur 1: de drie MIA-categorieen en de bijbehorende aftrekpercentages in 2026.

Rekenvoorbeeld: een melkveehouder investeert in 2026 voor 200.000 euro in een duurzame stal die op de Milieulijst in categorie I staat en meldt op tijd bij de RVO. De MIA is 45 procent van 200.000 euro, dus 90.000 euro extra aftrek, bovenop de normale afschrijving. Bij een belastingtarief van ongeveer 37 procent scheelt dat zo’n 33.300 euro belasting (zie figuur 2).

\"\"

Figuur 2: rekenvoorbeeld van de MIA bij een investering van 200.000 euro in een duurzame stal (categorie I).

Aan welke voorwaarden moet je investering voldoen?

Om de MIA te krijgen, moet je investering aan een aantal eisen voldoen. Het bedrijfsmiddel moet nieuw zijn, dus niet eerder gebruikt. Het moet op de Milieulijst van dat jaar staan en strikt aan de omschrijving van de betreffende code voldoen. De investering moet minimaal 2.500 euro per bedrijfsmiddel bedragen en binnen het jaarplafond van 25 miljoen euro blijven.

De toetsing aan de Milieulijst is streng. De letterlijke tekst van de lijst is bepalend. Een kleine afwijking van de code-omschrijving, bijvoorbeeld een gering deel niet-gecertificeerd materiaal, kan de hele aftrek doen vervallen. Controleer daarom vóór ingebruikname of de gebruikte materialen en certificering exact aansluiten bij de omschrijving. Getoetst wordt aan de versie van de Milieulijst die gold op het moment dat je de verplichting aanging; leg die versie dus goed vast.

Let op: woningen zijn uitgesloten. Zo geven appartementen voor kort verblijf en recreatiewoningen die naar aard en inrichting woningen zijn, geen recht op MIA.

Melden bij de RVO en de verklaring

Je moet de investering binnen drie maanden na het aangaan van de verplichting digitaal melden bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Die termijn begint op het moment dat je de opdracht aangaat, bijvoorbeeld het tekenen van de opdrachtbevestiging. Ook een opschortende of ontbindende voorwaarde in de opdracht verschuift dit startmoment niet. Daarnaast kies je voor de MIA in je aangifte.

Sinds 2025 geeft de RVO, net als bij de EIA, een verklaring af dat sprake is van een milieu-investering. Zonder die verklaring is er geen MIA. De driemaandstermijn is fataal: meld je te laat, dan vervalt het recht op de aftrek volledig, ook als je de melding wel op tijd hebt verstuurd maar de RVO deze te laat ontvangt. Meld daarom direct na het tekenen van de opdracht.

Kun je de MIA met andere regelingen combineren?

Voor dezelfde investering mag je de MIA en de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) naast elkaar gebruiken. Bijzonder aan de MIA is dat je deze bovendien mag combineren met de willekeurige afschrijving milieu-bedrijfsmiddelen (Vamil), waarmee je zelf bepaalt wanneer je afschrijft. Dat levert een extra liquiditeitsvoordeel op. De MIA en de energie-investeringsaftrek (EIA) mogen echter niet allebei voor dezelfde investering. Je moet dan kiezen welke regeling het gunstigst is: de MIA van 45, 36 of 27 procent of de EIA van 40 procent. Figuur 3 laat zien wat wel en niet samen mag (zie figuur 3).

\"\"

Figuur 3: de MIA combineren. Met KIA en Vamil mag samen, met de EIA moet je kiezen.

Let op de desinvesteringsbijtelling

Verkoop je het bedrijfsmiddel binnen vijf jaar na de investering, dan moet je een deel van de aftrek terugnemen. Dat heet de desinvesteringsbijtelling. Houd hier rekening mee als je van plan bent het bedrijfsmiddel op korte termijn weer af te stoten, en bewaar de gegevens van je MIA-investering goed.

Praktische checklist: wat je moet regelen

  • Controleer de Milieulijst. Kijk of je bedrijfsmiddel op de Milieulijst van dat jaar staat en of het precies aan de code-omschrijving voldoet.
  • Zorg dat het nieuw is. Alleen niet eerder gebruikte bedrijfsmiddelen komen in aanmerking.
  • Haal de drempel. Investeer minimaal 2.500 euro per bedrijfsmiddel en blijf onder het jaarplafond van 25 miljoen euro.
  • Meld binnen drie maanden. Dien de melding digitaal in bij de RVO binnen drie maanden na het aangaan van de opdracht.
  • Wacht de RVO-verklaring af. Zonder verklaring dat sprake is van een milieu-investering krijg je geen MIA.
  • Kies voor de MIA in de aangifte. Neem de aftrek op in je aangifte inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting.
  • Combineer waar het kan. Benut naast de MIA ook de KIA en de Vamil, maar kies tussen de MIA en de EIA.
  • Bewaak de vijfjaarstermijn. Houd rekening met de desinvesteringsbijtelling bij verkoop binnen vijf jaar en bewaar je stukken.

Veelgestelde vragen

Hoeveel is de milieu-investeringsaftrek in 2026?

De MIA is in 2026 45, 36 of 27 procent van het investeringsbedrag, afhankelijk van de categorie op de Milieulijst. Je moet per bedrijfsmiddel minimaal 2.500 euro investeren en het bedrijfsmiddel moet nieuw zijn en op de Milieulijst staan.

Wat is het verschil tussen de MIA en de EIA?

De MIA geldt voor milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen op de Milieulijst, de EIA voor energiebesparende bedrijfsmiddelen op de Energielijst. Voor dezelfde investering mag je ze niet allebei gebruiken; je kiest de gunstigste. De MIA mag je wel combineren met de Vamil, de EIA niet.

Kan ik de MIA en de Vamil combineren?

Ja. Voor milieu-investeringen op de Milieulijst kun je de MIA en de willekeurige afschrijving (Vamil) naast elkaar toepassen. Zo profiteer je van een extra aftrek én van een vrije keuze in het moment van afschrijven.

Wat gebeurt er als mijn investering net niet aan de code voldoet?

Dan kan de MIA voor de hele investering worden geweigerd, ook bij een klein afwijkend onderdeel. De letterlijke tekst van de Milieulijst is bepalend. Controleer daarom materialen en certificering vóór ingebruikname.

Geldt de MIA ook voor een verhuurde recreatiewoning?

Nee. Woningen zijn uitgesloten van de MIA, ook appartementen voor kort verblijf en recreatiewoningen die naar aard en inrichting woningen zijn.

Hoe Taxcount je kan helpen

De milieu-investeringsaftrek biedt een hoog voordeel, maar de eisen zijn strikt en een kleine fout kan de hele aftrek kosten. Taxcount beoordeelt of je investering exact aan de Milieulijst-code voldoet, bewaakt de driemaandstermijn, verzorgt de melding en de RVO-verklaring en berekent bij samenloop of de MIA of de EIA het gunstigst is. Ook combineren wij waar mogelijk de MIA met de KIA en de Vamil. Overweeg je een duurzame investering? Leg je plannen aan ons voor, dan bepalen wij samen het maximale voordeel. In de tussentijd kun je alvast gebruikmaken van onze Investeringsaftrek Planner.

Dit artikel bevat algemene informatie en is geen fiscaal advies. Tarieven, percentages en drempelbedragen kunnen wijzigen, en de uitkomst hangt af van je persoonlijke situatie. Laat je situatie daarom altijd beoordelen door een adviseur.

Zie ook:

Geruisloze inbreng in een bv: uw onderneming omzetten zonder direct af te rekenen

Uw eenmanszaak of vof groeit en u overweegt een bv. Maar over de meerwaarde van uw bedrijf, zoals opgebouwde goodwill en stille reserves, zou u bij de overgang naar de bv in één keer belasting moeten betalen. Dat kan flink oplopen. De geruisloze inbreng in een bv biedt uitkomst: u zet uw onderneming om zonder direct af te rekenen. De belastingclaim verdwijnt niet, maar schuift door naar de bv en naar uw aandelen. Dit artikel legt uit hoe de geruisloze inbreng werkt, welke voorwaarden gelden en waar u op moet letten.

Wat is een geruisloze inbreng?

Wie zijn onderneming inbrengt in een bv, staakt die onderneming in fiscale zin. Normaal zou u dan in één keer inkomstenbelasting betalen over de meerwaarde: de stille reserves (het verschil tussen de werkelijke waarde en de boekwaarde van uw bedrijfsmiddelen), de goodwill en de fiscale reserves. Dat heet een ruisende inbreng. Bij een geruisloze inbreng wordt uw onderneming geacht niet te zijn gestaakt, maar rechtstreeks te zijn voortgezet door de bv. U hoeft op dat moment dus niets af te rekenen.

De belasting verdwijnt niet, maar verschuift. De bv neemt uw boekwaarden over en betaalt later vennootschapsbelasting over de winst. U krijgt aandelen met een lage verkrijgingsprijs, waardoor de oude claim terugkomt als u die aandelen ooit verkoopt of dividend ontvangt. Zo wordt uw inkomstenbelastingclaim in box 1 omgezet in een claim in box 2 (aanmerkelijk belang) plus vennootschapsbelasting. In figuur 1 ziet u die verschuiving schematisch.

Figuur 1: de belastingclaim verdwijnt niet, maar verschuift. Uw box 1-claim over de meerwaarde wordt een box 2-claim op de aandelen plus vennootschapsbelasting in de bv.

Waarom kiezen voor een geruisloze inbreng?

De belangrijkste reden is het uitstel van belasting. Bij een onderneming met veel goodwill of grote stille reserves kan directe afrekening in box 1 oplopen tot het toptarief van 49,5 procent (2026). Door geruisloos in te brengen, voorkomt u die directe heffing en houdt u geld in het bedrijf. Daarnaast biedt de bv andere voordelen: u beperkt uw aansprakelijkheid, uw onderneming wordt makkelijker overdraagbaar via aandelen, en over de winst die u in de bv laat zitten betaalt u het vennootschapsbelastingtarief van 19 procent tot 200.000 euro en 25,8 procent daarboven (2026), in plaats van het hogere tarief in box 1.

Toch is geruisloos niet altijd het beste. Bij een ruisende inbreng rekent u wel af, maar kunt u gebruikmaken van de stakingsaftrek en een stakingslijfrente, en de meerwaarde wordt verminderd met de MKB-winstvrijstelling. Of geruisloos of ruisend voordeliger is, hangt af van de hoogte van de goodwill en uw persoonlijke situatie (zie figuur 2). Dat vraagt altijd om een berekening op maat.

Figuur 2: geruisloos versus ruisend inbrengen naast elkaar, uitgewerkt voor een onderneming met een boekwaarde van 100.000 euro en een werkelijke waarde van 400.000 euro.

Welke voorwaarden gelden?

De geruisloze inbreng kent strikte voorwaarden. U dient een verzoek in bij de Belastingdienst, die de voorwaarden vastlegt in een beschikking. De belangrijkste eisen zijn:

  • Dezelfde verhouding: de oprichters zijn in het aandelenkapitaal (nagenoeg) in dezelfde verhouding gerechtigd als in de oude onderneming.
  • Termijn van 15 maanden: de bv komt tot stand en de inbreng vindt plaats binnen 15 maanden na het gekozen overgangstijdstip.
  • Terugwerkende kracht: wilt u de omzetting laten terugwerken naar het begin van het boekjaar, dan moet u binnen negen maanden na het laatste volledige boekjaar een voorovereenkomst of intentieverklaring aangetekend naar de Belastingdienst sturen.
  • Beperkte creditering: de schuld die de bv aan u overhoudt (de creditering) blijft beperkt tot uw materiële belastingschuld plus een afronding van maximaal 5 procent van de storting, met een grens van 30.000 euro.
  • Aandelen drie jaar aanhouden: u verkoopt de verkregen aandelen in beginsel niet binnen drie jaar; doet u dat toch, dan moet u aannemelijk maken dat de inbreng geen onderdeel was van een verkoopplan.

De belangrijkste termijnen ziet u in figuur 3.

  Figuur 3: de termijnen bij een geruisloze inbreng: negen maanden voor de voorovereenkomst bij terugwerkende kracht, 15 maanden voor oprichting en inbreng, en drie jaar aandelen aanhouden.

Wat gebeurt er als u niet aan de voorwaarden voldoet?

De voorwaarden worden streng gehanteerd. Voldoet u er niet aan, dan vervalt de geruisloosheid en moet u alsnog afrekenen over alle stille reserves en goodwill. Dat kan een forse, onverwachte heffing opleveren. De termijnen van 15 maanden en negen maanden zijn hard, net als het driejaarsverbod op verkoop van de aandelen. Ook een te hoge creditering of het niet volstorten van de aandelen kan de faciliteit kosten. Goede planning en een tijdig, volledig verzoek zijn daarom essentieel. Figuur 4 vat de kernvoorwaarden samen.

Figuur 4: de vier kernvoorwaarden voor een geruisloze inbreng. Voldoet u aan een ervan niet, dan vervalt de geruisloosheid. Bij terugwerkende kracht geldt daarnaast de termijn van negen maanden voor de voorovereenkomst (zie figuur 3).

Praktische checklist: wat u moet regelen

  • Laat een waardering maken: breng de goodwill en stille reserves in beeld, zodat u het uitstelvoordeel kunt inschatten.
  • Vergelijk geruisloos en ruisend: laat berekenen of geruisloos inbrengen voordeliger is dan ruisend inbrengen met stakingsaftrek en stakingslijfrente.
  • Bewaak de termijnen: 15 maanden voor oprichting en inbreng, en negen maanden voor de voorovereenkomst bij terugwerkende kracht.
  • Houd de creditering binnen de grens: maximaal uw belastingschuld plus circa 5 procent van de storting, met een maximum van 30.000 euro.
  • Dien een volledig verzoek in: met fiscale eindbalans, openingsbalans, berekening van de verkrijgingsprijs en opgave van het aandelenkapitaal.
  • Houd de aandelen drie jaar aan: verkoop binnen drie jaar kan de faciliteit in gevaar brengen.

Veelgestelde vragen

Wat betekent geruisloze inbreng in een bv?

Het betekent dat u uw eenmanszaak, vof of maatschap omzet in een bv zonder direct belasting te betalen over de meerwaarde. De belastingclaim schuift door naar de bv en naar uw aandelen, in plaats van dat u meteen afrekent.

Wat is het verschil tussen geruisloos en ruisend inbrengen?

Bij een geruisloze inbreng rekent u niet af en schuift de claim door. Bij een ruisende inbreng rekent u wel af over de meerwaarde, maar kunt u gebruikmaken van de stakingsaftrek, een stakingslijfrente en de MKB-winstvrijstelling. Welke route voordeliger is, verschilt per situatie.

Moet ik de aandelen na een geruisloze inbreng aanhouden?

In beginsel wel. U verkoopt de bij de omzetting verkregen aandelen niet binnen drie jaar. Doet u dat toch, dan moet u aannemelijk maken dat de inbreng geen onderdeel was van een plan om de onderneming te verkopen.

Kan de omzetting terugwerken naar het begin van het jaar?

Ja, dat kan, mits u binnen negen maanden na het laatste volledige boekjaar een voorovereenkomst of intentieverklaring aangetekend naar de Belastingdienst stuurt en er geen eenmalige bate van 100.000 euro of meer speelt in de terugwerkperiode.

Wat gebeurt er als ik niet aan de voorwaarden voldoe?

Dan vervalt de geruisloosheid en moet u alsnog afrekenen over alle stille reserves en goodwill. Dit kan een aanzienlijke, onverwachte belastingaanslag opleveren. De termijnen en voorwaarden worden strikt gehanteerd.

Hoe Taxcount u kan helpen

De geruisloze inbreng kan een groot uitstelvoordeel opleveren, maar de procedure kent strikte termijnen en formele eisen, en een misstap kost u de faciliteit. Taxcount rekent voor u uit of geruisloos of ruisend inbrengen voordeliger is, verzorgt het verzoek met alle bijlagen en bewaakt de termijnen en voorwaarden. Overweegt u de stap naar een bv? Leg uw plannen voor aan Taxcount, dan begeleiden wij de omzetting van begin tot eind.

Dit artikel bevat algemene informatie en is geen fiscaal advies. Tarieven, drempels en voorwaarden kunnen wijzigen en de uitkomst hangt af van uw persoonlijke situatie. Laat uw situatie altijd door een adviseur beoordelen.

Zie ook:

Fiscale eenheid Vpb: wanneer is het voor jou voordelig?

Heb je een holding met een of meer werk-bv’s, of een onderneming die over meerdere bv’s is verdeeld? Dan kun je ervoor kiezen om die vennootschappen samen als één belastingplichtige voor de vennootschapsbelasting te behandelen: een fiscale eenheid. Dat kan voordelig zijn, bijvoorbeeld als de ene bv winst maakt en de andere verlies. Maar er zitten ook nadelen aan. Dit artikel legt uit wat een fiscale eenheid is, wat de voordelen en nadelen zijn, welke voorwaarden gelden en hoe je de afweging maakt.

Wat is een fiscale eenheid?

Normaal doet elke bv apart aangifte over haar eigen winst. Een fiscale eenheid doorbreekt dat. Op gezamenlijk verzoek van de moeder- en dochtervennootschap wordt de vennootschapsbelasting geheven alsof er één belastingplichtige is. De winst en het vermogen van de dochter worden bij de moeder geteld, en de belasting wordt bij de moeder geheven. De vennootschappen blijven juridisch zelfstandig, maar fiscaal worden ze als een geheel behandeld (zie figuur 1).

 Figuur 1: een fiscale eenheid van een holding (moeder) met twee werk-bv’s (dochters).

Wat zijn de voordelen?

Een fiscale eenheid heeft drie hoofdvoordelen. Het eerste is de onderlinge verliesverrekening: een verlies dat een bv lijdt terwijl zij in de fiscale eenheid zit, verlaagt direct het belaste resultaat van de andere bv’s. Verliezen van vóór de voeging blijven wel apart: die kunt u alleen verrekenen met het deel van de winst van de eenheid dat aan die bv zelf is toe te rekenen. Het tweede is dat transacties tussen de gevoegde vennootschappen fiscaal niet meetellen, zoals onderlinge winst op leveringen, verhuur of leningen. Het derde is dat je binnen de groep geruisloos kunt reorganiseren, dus bedrijfsmiddelen verschuiven zonder direct af te rekenen. Bijkomend voordeel: je doet één gezamenlijke aangifte in plaats van een aparte aangifte per bv.

Rekenvoorbeeld

Stel, moeder M maakt 100 euro winst, dochter D maakt 200 euro verlies en dochter X maakt 300 euro winst. Zonder fiscale eenheid wordt belasting geheven over 400 euro (100 plus 300) en blijft het verlies van D van 200 euro voorlopig ongebruikt liggen. Met een fiscale eenheid worden de resultaten bij elkaar opgeteld: 100 min 200 plus 300 is 200 euro belaste winst. Het verlies van D wordt zo meteen benut, wat de groep direct belasting bespaart (zie figuur 2).

Figuur 2: verliesverrekening met en zonder fiscale eenheid, bij winst 100, verlies 200 en winst 300.

Wat zijn de nadelen?

Een fiscale eenheid is niet altijd voordelig. De belangrijkste nadelen zijn de volgende. Het lage vennootschapsbelastingtarief van 19 procent geldt maar tot 200.000 euro winst, en binnen een fiscale eenheid geldt die schijf één keer voor de hele groep, in plaats van per bv. Ook worden investeringen van alle vennootschappen samengeteld voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek, waardoor die aftrek lager kan uitvallen. Verder is elke gevoegde vennootschap hoofdelijk aansprakelijk voor de vennootschapsbelastingschuld van de hele eenheid, niet alleen voor haar eigen deel. En bij het verbreken van de eenheid kun je te maken krijgen met een verplichte afrekening over stille reserves.

Welke voorwaarden gelden?

Om een fiscale eenheid te kunnen vormen, moet aan een aantal voorwaarden zijn voldaan:

  • Belang van minstens 95 procent: de moeder bezit de juridische en economische eigendom van ten minste 95 procent van de aandelen in de dochter, met minstens 95 procent van de stemrechten, de winst en het vermogen.
  • Vpb-plichtige lichamen: het gaat om een bv, nv, coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij, niet om een eenmanszaak of vof.
  • Zelfde boekjaar en winstbepaling: de boekjaren vallen samen en voor beide vennootschappen gelden dezelfde regels voor de winstbepaling.
  • Gevestigd in Nederland: beide vennootschappen zijn feitelijk in Nederland gevestigd, of voldoen aan de bijzondere voorwaarden.
  • Gezamenlijk verzoek: je dient een gezamenlijk verzoek in bij de inspecteur; de eenheid kan maximaal drie maanden vóór het verzoek ingaan.

Hoe maak je de afweging?

Een fiscale eenheid is een keuze, geen verplichting. Het loont om die keuze bewust te maken. De voordelen wegen vooral zwaar als minstens één vennootschap verlies maakt terwijl een andere winst maakt, als er veel onderlinge transacties zijn, of als er een reorganisatie op stapel staat (zie figuur 3). Zijn die voordelen er niet, dan kunnen de nadelen (het maar één keer benutten van de lage tariefschijf, de samentelling voor de investeringsaftrek en de hoofdelijke aansprakelijkheid) de doorslag geven om juist geen eenheid te vormen. Omdat de situatie per jaar kan veranderen, is het verstandig de keuze periodiek te herijken. Let bij een eventuele verbreking op de sanctietermijn: verbreek je de eenheid binnen zes jaar (soms drie jaar) na een interne overdracht van een bedrijfsmiddel met een stille reserve, dan kan alsnog directe heffing volgen.

Figuur 3: de voordelen en nadelen van een fiscale eenheid tegen elkaar afgewogen.

Praktische checklist: wat je moet regelen

  • Controleer het belang: de moeder moet minstens 95 procent van de aandelen, stemrechten, winst en vermogen van de dochter hebben.
  • Bepaal of er voordeel is: weeg de winst-verliespositie, onderlinge transacties en reorganisatieplannen tegen elkaar af.
  • Weeg de nadelen mee: denk aan de ene tariefschijf, de samentelling voor de KIA en de hoofdelijke aansprakelijkheid.
  • Dien een gezamenlijk verzoek in: de eenheid kan maximaal drie maanden vóór het verzoek ingaan.
  • Let op verbreking: houd rekening met de sanctietermijn van art. 15ai bij verbreking na een interne overdracht.
  • Herijk periodiek: beoordeel jaarlijks of de fiscale eenheid nog de voordeligste keuze is.

Veelgestelde vragen

Wat is een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting?

Het is een keuze waarbij een moeder- en dochtervennootschap samen als één belastingplichtige voor de vennootschapsbelasting worden behandeld. De resultaten worden samengevoegd en de belasting wordt bij de moeder geheven.

Wat is het grootste voordeel van een fiscale eenheid?

Vaak de onderlinge verliesverrekening: het verlies van de ene bv verlaagt direct de belaste winst van de andere bv. Daarnaast tellen onderlinge transacties niet mee en kun je geruisloos reorganiseren binnen de groep.

Welke nadelen heeft een fiscale eenheid?

De lage tariefschijf van 19 procent geldt maar één keer voor de hele groep, de investeringsaftrek kan lager uitvallen door samentelling, en elke gevoegde bv is hoofdelijk aansprakelijk voor de belastingschuld van de hele eenheid.

Aan welke voorwaarde moet ik voldoen voor een fiscale eenheid?

De belangrijkste voorwaarde is dat de moeder minstens 95 procent van de aandelen in de dochter bezit, inclusief 95 procent van de stemrechten, de winst en het vermogen. Ook moeten de boekjaren samenvallen en gelden er vestigings- en verzoekvereisten.

Kan ik een fiscale eenheid weer verbreken?

Ja, maar let op de gevolgen. Verbreek je de eenheid binnen de sanctietermijn (in beginsel zes jaar, soms drie) na een interne overdracht van een bedrijfsmiddel met een stille reserve, dan kan een verplichte afrekening over die reserve volgen.

Hoe Taxcount je kan helpen

Of een fiscale eenheid in jouw situatie voordelig is, hangt af van je winst-verliespositie, je concernstructuur en je plannen. Taxcount toetst of aan de voorwaarden is voldaan, berekent het voordeel van verliesverrekening tegenover de nadelen en verzorgt het verzoek bij de inspecteur. Ook bij een eventuele verbreking begeleiden wij je, zodat je niet onverwacht hoeft af te rekenen. Wil je weten of een fiscale eenheid voor je bv’s loont? De adviseurs van Taxcount helpen je graag uit. Neem gerust contact met ons op. In de tussentijd kun je kijken of een Fiscale eenheid beter voor jou is dan meerdere bv’s met onze fiscale eenheid dashboard.

Dit artikel bevat algemene informatie en is geen fiscaal advies. Tarieven, drempels en voorwaarden kunnen wijzigen en de uitkomst hangt af van je persoonlijke situatie. Laat je situatie altijd door een adviseur beoordelen.

Zie ook:

De BV en Aansprakelijkheid: Wanneer is de Bestuurder écht Persoonlijk Aansprakelijk?

Een van de belangrijkste redenen om voor een Besloten Vennootschap (BV) te kiezen, is de beperkte aansprakelijkheid. De BV is een zelfstandige rechtspersoon, wat betekent dat de vennootschap in principe zelf aansprakelijk is voor haar schulden. Je privévermogen – je huis, je spaargeld – is veilig. Echter, deze bescherming is niet absoluut. In situaties van ‘onbehoorlijk bestuur’ kan deze juridische muur worden doorbroken en kun je als bestuurder alsnog persoonlijk aansprakelijk worden gesteld.

Onbehoorlijk Bestuur

De meeste vormen van bestuurdersaansprakelijkheid komen voort uit wat de wet ‘onbehoorlijk bestuur’ noemt. Hier is geen harde definitie voor, maar het komt neer op handelen op een manier die geen redelijk denkend bestuurder onder dezelfde omstandigheden zou doen. Het gaat om een ernstig verwijt. We kunnen de risico’s onderverdelen in drie categorieën.

  1. Interne Aansprakelijkheid

Dit betreft de verantwoordelijkheid die je als bestuurder hebt naar de vennootschap. Als je handelen de BV schade berokkent, kan de BV (of de curator bij een faillissement) je persoonlijk aansprakelijk stellen.

  • Voorbeelden:
    • Het aangaan van zeer risicovolle transacties zonder gedegen vooronderzoek.
    • Het vermengen van privé-uitgaven met de zakelijke financiën.
    • Handelen in strijd met de statuten van de BV.
  1. Externe Aansprakelijkheid (Tegenover Derden)

Dit is de meest voorkomende vorm en betreft de aansprakelijkheid jegens schuldeisers, zoals leveranciers, klanten en de Belastingdienst.

  • Voorbeelden:
    • De ‘Beklamel-norm’: Je gaat namens de BV een contract aan waarvan je op dat moment al weet (of redelijkerwijs had moeten weten) dat de BV de verplichtingen niet kan nakomen. Bijvoorbeeld, het bestellen van een grote partij goederen terwijl de bankrekening leeg is en er geen zicht is op inkomsten.
    • Belastingschulden: Als de BV haar belastingen en premies niet kan betalen, ben je als bestuurder verplicht dit tijdig te melden bij de Belastingdienst (melding van betalingsonmacht). Doe je dit niet, dan wordt vermoed dat de betalingsproblemen aan jouw onbehoorlijk bestuur te wijten zijn en ben je persoonlijk aansprakelijk voor de volledige belastingschuld.
  1. Aansprakelijkheid bij Faillissement

    Bij een faillissement kan de curator je als bestuurder persoonlijk aansprakelijk stellen voor het volledige tekort in de boedel, als aannemelijk is dat onbehoorlijk bestuur een belangrijke oorzaak van het faillissement is.

  • Cruciale valkuil: De wet stelt dat als je je boekhoudplicht hebt verzaakt (bijvoorbeeld geen deugdelijke administratie gevoerd) of de jaarrekening niet op tijd hebt gedeponeerd, er automatisch wordt aangenomen dat er sprake is van onbehoorlijk bestuur. De bewijslast wordt dan omgedraaid: je moet dan zelf bewijzen dat dit niet de oorzaak van het faillissement was, wat in de praktijk zeer lastig is.

Conclusie en Advies

De BV biedt uitstekende bescherming voor je privévermogen, maar het is geen vrijbrief. De sleutel tot het voorkomen van persoonlijke aansprakelijkheid ligt in deugdelijk en zorgvuldig bestuur. Dit betekent:

  • Voer een correcte en volledige administratie.
  • Deponeer je jaarrekening op tijd.
  • Meld betalingsonmacht direct bij de Belastingdienst.
  • Ga geen verplichtingen aan die de BV redelijkerwijs niet kan dragen.

Een goede administratieve organisatie is je eerste en beste verdedigingslinie. Bij Taxcount helpen wij je niet alleen met de cijfers, maar ook met het inrichten van een deugdelijke administratie en het voldoen aan je wettelijke verplichtingen. Zo kun je met een gerust hart ondernemen, wetende dat je aansprakelijkheidsrisico’s geminimaliseerd zijn.

Van Eenmanszaak naar BV: Wanneer is het Tijd voor de Overstap?

Je eenmanszaak groeit en de winst stijgt. Een fantastische prestatie! Met die groei komt onvermijdelijk de vraag: is het tijd om de overstap te maken naar een Besloten Vennootschap (BV)? Deze beslissing hangt af van twee cruciale factoren: de fiscale voordelen en de beperking van je persoonlijke aansprakelijkheid. In dit artikel leggen we uit wanneer de BV de slimmere keuze wordt.

Het Fiscale Omslagpunt: De €100.000-Vuistregel

Fiscaal gezien is er een omslagpunt waarop de belastingdruk in een BV lager wordt dan in een eenmanszaak. Als algemene vuistregel wordt vaak een winst van circa €100.000 per jaar gehanteerd.

  • Onder de €100.000: De eenmanszaak is meestal voordeliger. Je profiteert van waardevolle aftrekposten zoals de zelfstandigenaftrek en de MKB-winstvrijstelling, die je belastbaar inkomen aanzienlijk verlagen.
  • Boven de €100.000: De BV wordt vaak aantrekkelijker. De ondernemersaftrekposten vervallen, maar je profiteert van een lager vennootschapsbelastingtarief op de winst die in de BV achterblijft.

Het is echter cruciaal om te begrijpen dat dit een vuistregel is. De hoogte van je DGA-salaris (het loon dat je jezelf uitkeert vanuit de BV) heeft een enorme invloed. Een hoger salaris wordt zwaarder belast in de inkomstenbelasting (Box 1), waardoor het fiscale voordeel van de BV pas bij een hogere winst wordt bereikt.

Het Voordeel van Beperkte Aansprakelijkheid

Misschien wel het belangrijkste voordeel van een BV is de juridische bescherming van je privévermogen.

  • In een eenmanszaak zijn jij en je bedrijf juridisch gezien één. Als je bedrijf schulden maakt of een schadeclaim krijgt, ben je met je volledige privévermogen aansprakelijk. Je spaargeld, je auto en zelfs je huis kunnen in gevaar komen.
  • In een BV is er een strikte scheiding. De BV is een aparte rechtspersoon. Schulden en claims zijn in principe van de BV, niet van jou persoonlijk. Je privévermogen is veilig.

Een praktisch voorbeeld: Stel, je levert een product en een klant stelt je aansprakelijk voor €50.000 schade.

  • Met een eenmanszaak: Als de rechter de klant gelijk geeft, kan er beslag worden gelegd op je privé-bankrekening en woning.
  • Met een BV: De claim is gericht aan de BV. Alleen het vermogen binnen de BV kan worden aangesproken. Je privébezittingen blijven buiten schot.

Let op: Deze bescherming is niet absoluut. Bij ‘onbehoorlijk bestuur’, zoals fraude of het bewust aangaan van verplichtingen die de BV niet kan nakomen, kun je als bestuurder alsnog persoonlijk aansprakelijk worden gesteld.

Conclusie en Advies

De overstap van een eenmanszaak naar een BV is een strategische beslissing die verder gaat dan alleen de winstcijfers. Het is een afweging tussen fiscale optimalisatie en het afdekken van persoonlijke risico’s. De €100.000-grens is een nuttige indicator, maar het werkelijke omslagpunt is afhankelijk van je specifieke situatie, je salariswensen en je risicobereidheid.

De juiste keuze is maatwerk en kan je op de lange termijn duizenden euro’s en veel kopzorgen besparen. Wil je een heldere berekening die is toegespitst op je onderneming? Neem contact met ons op. Wij analyseren je situatie en adviseren je over de meest voordelige en veilige route voor jouw toekomst.

Vastgoed in de BV of Privé? De Fiscale Afweging  

Je overweegt te investeren in vastgoed, of je bezit al een of meerdere panden. Dan sta je voor een cruciale keuze met grote financiële gevolgen: houd je het vastgoed in privé (Box 3) of breng je het onder in een besloten vennootschap (BV)? Wat vroeger de standaardkeuze was, is vandaag de dag niet meer vanzelfsprekend. In dit artikel zetten we de voor- en nadelen van beide structuren helder op een rij.

De manier waarop de Belastingdienst je vastgoed belast, verschilt fundamenteel tussen de twee structuren. Het is essentieel om deze verschillen te begrijpen.

Vastgoed in Privé (Box 3)

Wanneer je een pand privé bezit, valt dit in Box 3. De belastingheffing is hier gebaseerd op een fictief rendement over de WOZ-waarde van het pand, minus de eventuele schuld. Je werkelijke huurinkomsten zijn dus niet direct van belang. Een groot nadeel is dat kosten zoals onderhoud, rente en VvE-bijdragen niet aftrekbaar zijn. Het grote voordeel is echter dat een eventuele waardestijging bij verkoop volledig onbelast is. Je betaalt dus één enkele heffing in Box 3 over de waarde van je bezit.

Vastgoed in de BV

In de BV werkt het compleet anders. Hier wordt de werkelijke winst belast. Dit is het totaal van je huurinkomsten minus alle zakelijke kosten. Alle kosten die je maakt, zoals onderhoud, afschrijvingen en rente, zijn dus volledig aftrekbaar. Dit verlaagt je belastbare winst. Een eventuele winst bij verkoop van het pand is echter wel volledig belast met vennootschapsbelasting. Tot slot is er sprake van een dubbele heffing: de BV betaalt eerst vennootschapsbelasting (VPB) over de winst, en als je de resterende winst naar je privérekening wilt halen, betaal je daarover nog eens inkomstenbelasting in Box 2.

De Grote Valstrik: De Grens Tussen Box 3 en Box 1

Een belangrijk risico bij privé-investeringen is de “Box 1 valstrik”. Als de Belastingdienst oordeelt dat je meer doet dan alleen passief beleggen, worden je inkomsten niet in Box 3, maar in het veel hogere Box 1-tarief (tot 49,5%) belast. Dit gebeurt als je je te actief met het vastgoed bezighoudt. Denk aan:

– Zelf intensief renoveren en verbouwen.

– Actief en veelvuldig panden aan- en verkopen (flippen).

– Zelf alle administratie, marketing en het huurderscontact doen voor een groot aantal panden.

Is er sprake van “meer dan normaal vermogensbeheer”? Dan is de BV vrijwel altijd de fiscaal betere keuze.

Het Omslagpunt: Wanneer is de BV Beter?

De keuze tussen privé en de BV hangt af van je rendement. Er is geen magisch omslagpunt, maar de volgende vuistregels helpen:

  1. Je werkelijke rendement hoog is. De belasting over je werkelijke winst in de BV is dan vaak lager dan de hoge, fictieve belasting in Box 3.
  2. Je veel kosten maakt. Denk aan onderhoud, rente of beheerkosten. In de BV kun je deze kosten aftrekken, wat de belastbare winst verlaagt.
  3. Je van plan bent de winst te herinvesteren. In de BV kun je de winst (na vennootschapsbelasting) direct gebruiken voor een nieuwe aankoop. Privé moet je eerst de Box 3-heffing betalen over het vermogen.

Vooruitkijken naar 2028: De Strategische Keuze

Het huidige Box 3-stelsel met een fictief rendement wordt op zijn vroegst in 2028 vervangen door een systeem dat het werkelijke rendement belast. Dit betekent dat dan ook in privé de huurinkomsten en de waardestijging belast zullen worden.

Veel investeerders anticiperen hier nu al op door hun vastgoed in een BV onder te brengen. Waarom? Een pand later van privé naar een BV overdragen is een dure transactie. Je betaalt dan overdrachtsbelasting (momenteel 10,4%) over de waarde van het pand. Door nu al de juiste structuur te kiezen, voorkom je deze hoge kosten in de toekomst.

Conclusie: Wat is Beter, BV of Privé?

  • Privé (Box 3) is administratief eenvoudiger en de verkoopwinst is onbelast. Het is vooral geschikt voor passieve beleggers met een beperkt rendement en weinig kosten.
  • De BV is fiscaal aantrekkelijker bij een hoog rendement, veel kosten, of als je van plan bent te herinvesteren. Het is de standaardkeuze voor de actievere vastgoedbelegger.

De juiste keuze is maatwerk en kan je jaarlijks duizenden euro’s aan belasting besparen. Laat je persoonlijke situatie daarom altijd doorrekenen. Neem contact met ons op voor een helder advies en een berekening die is toegespitst op je plannen. De accountants van Taxcount staan voor je klaar.

Voorraadwaardering: Hoe de waarde van je voorraad je winst bepaalt

Heb je een bedrijf met een fysieke voorraad, zoals een fietshandel? Dan moet je aan het einde van het jaar de waarde van die voorraad bepalen voor op de balans. De manier waarop je dit doet, is niet zomaar een administratieve handeling; het heeft directe invloed op je winst en de hoeveelheid belasting die je betaalt.

De Belastingdienst eist dat je een methode kiest die past bij ‘goed koopmansgebruik’ en dat je deze methode consequent toepast. We leggen de meest voorkomende systemen uit met een eenvoudig voorbeeld.

Stel, je bent een fietshandelaar. We gebruiken simpele getallen voor het rekenvoorbeeld.

  • Op 1 januari koop je 10 fietsen in voor €100 per stuk.
  • Op 1 juli koop je nog eens 10 fietsen in voor €120 per stuk (de prijs is gestegen).
  • Je hebt in totaal 20 fietsen ingekocht.
  • Aan het einde van het jaar heb je 15 fietsen verkocht. Er zijn dus nog 5 fietsen in voorraad.

De vraag is: wat is de waarde van die 5 fietsen op je balans?

FIFO (First-In, First-Out)

Dit is de meest logische en gebruikte methode. De fiets die als eerste binnenkwam, wordt geacht als eerste te zijn verkocht. Denk aan een rij bij de kassa: wie het eerst komt, is het eerst aan de beurt. Je overgebleven voorraad bestaat dus uit de meest recent ingekochte fietsen.
Stel, je hebt 15 fietsen verkocht. Volgens FIFO zijn dat de eerste 10 van €100 en 5 van de partij van €120.

  • De 5 fietsen die overblijven, komen dus uit de laatste partij.
  • Waarde van de voorraad: 5 fietsen x €120 = €600.

LIFO (Last-In, First-Out)

Bij LIFO ga je ervan uit dat de laatst ingekochte fietsen als eerste worden verkocht. Denk aan een stapel borden: je pakt altijd het bovenste bord. Je overgebleven voorraad bestaat dus uit de oudste, en vaak goedkopere, fietsen.
Je hebt 15 fietsen verkocht. Volgens LIFO zijn dat de laatste 10 van €120 en 5 van de eerste partij van €100.

  • De 5 fietsen die overblijven, komen dus uit de eerste partij.
  • Waarde van de voorraad: 5 fietsen x €100 = €500.

Let op: In tijden van stijgende prijzen leidt LIFO tot een lagere voorraadwaarde en een hogere kostprijs van de omzet, wat resulteert in een lagere winst (en dus minder belasting op de korte termijn).

IJzeren Voorraadstelsel

Dit stelsel is speciaal voor bedrijven die een vaste, minimale voorraad moeten hebben om te kunnen draaien. We passen dit nu toe op ons voorbeeld, waarbij we de beginvoorraad als de ‘ijzeren voorraad’ beschouwen.

De ijzeren voorraad is vastgesteld op 10 fietsen tegen de vaste ‘ijzeren prijs’ van €100 per stuk. De 10 fietsen die later voor €120 worden ingekocht, zien we als aanvulling. We verkopen 15 fietsen. Volgens dit stelsel verkopen we eerst de ‘extra’ voorraad.

  1. We verkopen de 10 laatst ingekochte fietsen van €120.
  2. We moeten er nog 5 verkopen, dus we moeten onze ijzeren voorraad aanspreken.

Er blijven dus 5 fietsen over, die allemaal onderdeel zijn van de oorspronkelijke ijzeren voorraad. Dit creëert een tekort (manco) van 5 fietsen in onze ijzeren voorraad. De waarde van de 5 fietsen op de balans is gebaseerd op de vaste ijzeren prijs: Waarde van de voorraad: 5 fietsen x €100 = €500.
Omdat we een tekort (manco) van 5 fietsen hebben, mogen we de kostprijs van deze 5 verkochte ‘ijzeren’ fietsen direct boeken tegen de huidige vervangingswaarde (de laatste inkoopprijs van €120). Dit verlaagt je winst. De kostprijs van de 15 verkochte fietsen is dus (10 x €120) + (5 x €120) = €1.800, wat hoger is dan bij de andere stelsels.

Aanbeveling en Conclusie

De keuze voor een waarderingsstelsel heeft direct effect op je balans en winst- en verliesrekening.

  • FIFO is de meest gangbare methode. Het geeft een realistisch beeld van de actuele waarde van je voorraad en wordt internationaal breed geaccepteerd.
  • GIP is een uitstekend alternatief dat prijsschommelingen dempt en administratief eenvoudig is.
  • LIFO wordt fiscaal minder vaak toegepast en kan een vertekend beeld geven van de werkelijke waarde op je balans.
  • Het IJzeren Voorraadstelsel is specialistisch en alleen relevant voor specifieke bedrijfstypen.

De beste keuze hangt af van je branche, de aard van je producten en je administratieve processen. Het is cruciaal om een stelsel te kiezen en dit consequent te hanteren. Wil je weten welk systeem het beste bij je onderneming past en wat de fiscale gevolgen zijn? Neem dan contact met ons op. Wij rekenen het graag voor je door. Wil je zeker weten dat je voorraad correct op de balans staat? Bekijk dan onze dienstenpagina over het opstellen en deponeren van de jaarrekening.

 

Ondernemen over de Grens: Wat is een Vaste Inrichting?

Droom je ervan om met je Nederlandse bedrijf de Duitse of Belgische markt te veroveren? Je opent een kantoor, start een werkplaats of richt een verkooplocatie in. Op dat moment krijg je fiscaal te maken met het begrip ‘vaste inrichting’. Een vaste inrichting is geen aparte juridische entiteit zoals een dochter-BV, maar een onderdeel van je Nederlandse onderneming in het buitenland. Dit heeft belangrijke fiscale gevolgen. In dit artikel leggen we uit wat een vaste inrichting is, wanneer je er een hebt en wat de consequenties zijn voor de belastingheffing.

Wanneer is er sprake van een vaste inrichting?

De Belastingdienst kijkt heel praktisch naar de situatie. Er is sprake van een vaste inrichting als je in een ander land een bedrijfsruimte hebt die voldoende is uitgerust om zelfstandig te functioneren en vanuit waar je goederen of diensten levert. Denk hierbij aan (belastingdienst):

  • Een winkel of andere vaste verkooplocatie.
  • Een werkplaats of fabriek met een kantoor.
  • De plek van waaruit de leiding van de onderneming wordt gevoerd.

Wat is het juist niet?

Bepaalde ruimtes worden expliciet niet als vaste inrichting gezien, omdat ze slechts een ondersteunend karakter hebben. Voorbeelden zijn:

  • Een opslagruimte of goederendepot.
  • Een kantoor dat uitsluitend wordt gebruikt voor reclame, onderzoek of het verzamelen van informatie.
  • Een vakantiewoning die je verhuurt.

De fiscale gevolgen van een vaste inrichting

Als je een vaste inrichting hebt, heeft dat twee belangrijke consequenties voor je winstbelasting.

  1. Belasting betalen in het buitenland
    Het land waar je vaste inrichting is gevestigd, mag belasting heffen over de winst die specifiek door die inrichting wordt behaald. Je moet de winst dus eerlijk verdelen tussen het Nederlandse hoofdkantoor en de buitenlandse vestiging. Dit moet gebeuren alsof het twee losse bedrijven zijn die met elkaar handelen tegen zakelijke prijzen (het ‘at arm’s length’-beginsel).
  2. Vrijstelling in Nederland (de objectvrijstelling)
    Gelukkig hoef je niet twee keer belasting te betalen. Dankzij de ‘objectvrijstelling’ in Nederland is de winst van je buitenlandse vaste inrichting hier vrijgesteld van vennootschapsbelasting. De winst is immers al in het buitenland belast. Let op: deze vrijstelling geldt ook voor verliezen. Een verlies van de buitenlandse vestiging is dus in principe ook niet aftrekbaar in Nederland.

Conclusie en Advies

Het hebben van een vaste inrichting in het buitenland heeft directe fiscale gevolgen. Je moet een deel van je winst toerekenen aan het buitenland en daar belasting betalen, terwijl je in Nederland een vrijstelling krijgt. De regels voor het correct verdelen van de winst zijn complex en de internationale belastingverdragen zijn gedetailleerd. Een juiste aanpak is cruciaal om dubbele belasting of discussies met de Belastingdienst te voorkomen. Ben je internationaal actief of heb je plannen om de grens over te gaan? Neem dan contact met ons op. Wij zorgen ervoor dat je structuur fiscaal optimaal is en je aan alle regels voldoet.

Deelnemingsvrijstelling: zo blijft winst binnen je holding onbelast

Heb je een holding met daaronder een of meer werk-bv’s, dan is de deelnemingsvrijstelling waarschijnlijk de belangrijkste fiscale regeling voor jou. De deelnemingsvrijstelling zorgt ervoor dat dividend en verkoopwinst uit een dochtervennootschap bij je holding onbelast blijven. Zo betaal je niet twee keer vennootschapsbelasting over dezelfde winst. In dit artikel lees je wanneer sprake is van een deelneming, wat er wel en niet onder de vrijstelling valt, en waar je op moet letten om verrassingen te voorkomen.

Wat is de deelnemingsvrijstelling?

Als een bv winst maakt, betaalt zij daarover vennootschapsbelasting. Keert die bv de winst daarna als dividend uit aan haar moeder-bv, dan zou de moeder er nog een keer belasting over betalen. Datzelfde speelt bij de verkoop van een dochter: de verkoopwinst weerspiegelt vaak winst die al belast is of nog belast wordt. De deelnemingsvrijstelling voorkomt die dubbele heffing. Voordelen uit een deelneming, zoals dividend en verkoopwinst, blijven bij de moeder buiten de winst en dus onbelast.

De vrijstelling werkt twee kanten op. Niet alleen winst en dividend zijn vrijgesteld, ook een verlies op de deelneming is niet aftrekbaar, en de kosten van aankoop of verkoop van de deelneming zijn dat evenmin. Wie een deelneming met winst verkoopt, hoeft dus niets af te rekenen. Wie hem met verlies verkoopt, kan dat verlies in beginsel niet aftrekken.

Wanneer is sprake van een deelneming?

Er is sprake van een deelneming bij een belang van ten minste 5 procent van het nominaal gestorte kapitaal in een vennootschap. Dat kan een Nederlandse of een buitenlandse vennootschap zijn. Ook een belang van 5 procent in een fonds voor gemene rekening telt mee, en bij een coöperatie is elk lidmaatschap al genoeg. Voor bepaalde belangen in EU-vennootschappen kan onder voorwaarden ook het stemrecht meetellen.

Zakt je belang onder de 5 procent, dan is er in beginsel geen deelneming meer. Er geldt echter een aflooptermijn van drie jaar als je het belang daarvoor meer dan een jaar onafgebroken boven de 5 procent hield. In die periode blijft de vrijstelling nog gelden. De beslisboom in figuur 1 laat zien hoe je stap voor stap beoordeelt of je belang onder de vrijstelling valt.

Figuur 1: beslisboom om stap voor stap te bepalen of je belang onder de deelnemingsvrijstelling valt.

Rekenvoorbeeld

Een holding bezit 100 procent van de aandelen in een werk-bv. De werk-bv maakt 500.000 euro winst, betaalt daarover vennootschapsbelasting en keert 300.000 euro als dividend uit aan de holding. Door de deelnemingsvrijstelling is dat dividend van 300.000 euro bij de holding volledig onbelast. Verkoopt de holding de werk-bv later voor 2.000.000 euro meer dan de aankoopprijs, dan is ook die verkoopwinst van 2.000.000 euro vrijgesteld (zie figuur 2).

Figuur 2: rekenvoorbeeld van een holding met werk-bv. Dividend van 300.000 euro en verkoopwinst van 2.000.000 euro blijven onbelast.

Wanneer geldt de vrijstelling niet?

De deelnemingsvrijstelling geldt niet altijd. Houd je een belang als belegging en is de dochter laagbelast, dan is er sprake van een beleggingsdeelneming. In dat geval geldt de vrijstelling in beginsel niet. Er is dan pas toch vrijstelling als het een kwalificerende beleggingsdeelneming is: de dochter wordt naar Nederlandse begrippen reëel belast, of haar bezittingen bestaan doorgaans voor minder dan de helft uit laagbelaste beleggingen. Dit onderscheid speelt vooral bij internationale structuren. Ook een fiscale beleggingsinstelling valt buiten de vrijstelling. Deze afwegingen zie je terug in de beslisboom (figuur 1).

Waar je verder op moet letten

Verandert het regime van een belang, bijvoorbeeld doordat een deelneming een beleggingsdeelneming wordt of andersom, dan moet je het resultaat splitsen over de perioden waarin de vrijstelling wel en niet gold. Dat heet compartimenteren. Let ook op eerder afgewaardeerde vorderingen op de dochter: bij verkoop of omzetting daarvan kan een bijtelling volgen. Deze onderwerpen zijn technisch, dus laat ze bij twijfel beoordelen door een adviseur.

Wat levert de vrijstelling op?

De waarde van de vrijstelling hangt samen met het tarief van de vennootschapsbelasting. In 2026 is dat tarief 19 procent over de winst tot 200.000 euro en 25,8 procent over het meerdere. Doordat dividend en verkoopwinst onbelast blijven, kan de deelnemingsvrijstelling bij een bedrijfsverkoop of een winstuitkering binnen het concern een zeer groot voordeel opleveren.

Praktische checklist: wat je moet regelen

  • Belang toetsen. Ga na of je ten minste 5 procent van het nominaal gestorte kapitaal houdt; alleen dan is er een deelneming.
  • Karakter bepalen. Beoordeel of je het belang als belegging houdt en of de dochter laagbelast is; dat bepaalt of de vrijstelling geldt.
  • Kosten juist verwerken. Houd aan- en verkoopkosten van de deelneming en een deelnemingsverlies buiten aftrek.
  • Regimewijziging signaleren. Verandert de status van een deelneming, laat dan de compartimentering beoordelen.
  • Vorderingen bewaken. Let bij een eerder afgewaardeerde vordering op de dochter op een mogelijke bijtelling bij verkoop of omzetting.

Veelgestelde vragen

Vanaf welk percentage geldt de deelnemingsvrijstelling?

Vanaf een belang van 5 procent van het nominaal gestorte kapitaal in een vennootschap. Bij een coöperatie is elk lidmaatschap al voldoende.

Is dividend uit mijn werk-bv onbelast?

Ja, als de deelnemingsvrijstelling van toepassing is, blijft het dividend dat je holding uit de werk-bv ontvangt onbelast in de vennootschapsbelasting.

Is de verkoopwinst van een dochter belast?

Nee, als de deelnemingsvrijstelling geldt, is de winst bij verkoop van de deelneming vrijgesteld. Een verlies bij verkoop is dan echter ook niet aftrekbaar.

Wat is een beleggingsdeelneming?

Een deelneming die je als belegging houdt in een laagbelaste vennootschap. Daarop geldt de vrijstelling in beginsel niet, tenzij het een kwalificerende beleggingsdeelneming is.

Zijn de aankoopkosten van een deelneming aftrekbaar?

Nee. De kosten van aankoop en verkoop van een deelneming vallen onder de vrijstelling en zijn niet aftrekbaar van de winst.

Hoe Taxcount je kan helpen

Taxcount beoordeelt of je belangen onder de deelnemingsvrijstelling vallen, ook bij internationale structuren en beleggingsdeelnemingen. Wij helpen je bij de opzet van een holdingstructuur, bij de verwerking van dividend en verkoopwinst in de aangifte vennootschapsbelasting en bij lastige onderwerpen zoals compartimentering en afgewaardeerde vorderingen. Overweeg je een herstructurering of verkoop? Laat je situatie vooraf door ons beoordelen.

Dit artikel bevat algemene informatie en is geen fiscaal advies. Tarieven, bedragen en drempels kunnen wijzigen en de uitkomst hangt af van je persoonlijke situatie. Laat je adviseren voordat je beslissingen neemt.

Zie ook: