Suppletie btw en correctiebericht loonheffingen: zo herstelt u een fout in een eerdere aangifte

U maakt de jaarrekening op en ziet dat uw btw-aangiften van vorig jaar niet aansluiten op uw administratie. Of u ontdekt dat een nagekomen bonus in de loonaangifte bij de verkeerde werknemer terecht is gekomen. Veel ondernemers denken dan: dat zet ik recht in mijn volgende aangifte, maar dat mag volgens de Belastingdienst alleen bij kleine bedragen. Voor grotere fouten geldt een wettelijke meldplicht: bij de btw doet u een suppletie btw, bij de loonheffingen een correctiebericht. Meldt u niet of te laat, dan riskeert u naast een naheffing en rente een boete die kan oplopen tot het volledige bedrag van de belasting. In dit artikel leest u welke termijnen in 2026 gelden, wat te laat melden u kost en wat u praktisch moet regelen.

Wat is een suppletie btw?

De btw en de loonheffingen zijn aangiftebelastingen. Dat betekent dat u zelf berekent hoeveel u moet betalen, dat zelf aangeeft en zelf betaalt. De Belastingdienst controleert die aangifte niet vooraf. Daarom heeft de wetgever het herstel bij u neergelegd: merkt u zelf dat een eerdere aangifte onjuist of onvolledig was, dan moet u dat melden.

Bij de btw heet die melding een suppletie. Juridisch is een suppletie geen tweede aangifte, maar een mededeling aan de inspecteur, de ambtenaar van de Belastingdienst die uw aangifte beoordeelt en aanslagen oplegt. Op die mededeling volgt een naheffingsaanslag, een rekening voor belasting die u nog moet betalen, of een teruggaaf. De plicht staat in artikel 10a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en is uitgewerkt in artikel 15 van het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968.

Het correctiebericht doet hetzelfde bij de loonheffingen

Bent u werkgever, dan bent u inhoudingsplichtig: u houdt loonheffing in op het loon van uw werknemers en draagt die af aan de Belastingdienst. Klopt een eerdere loonaangifte niet, dan herstelt u dat met een correctiebericht op werknemersniveau (artikel 28a van de Wet op de loonbelasting 1964). Ook een gewezen inhoudingsplichtige moet nog corrigeren, dus ook als u inmiddels bent gestopt als werkgever.

Ook een fout in uw voordeel moet u melden

De meldplicht werkt twee kanten op. De wet spreekt van een onjuistheid waardoor te veel of te weinig belasting is betaald. Hebt u door een verkeerd tarief, een vergeten creditnota of vergeten aftrek juist te veel btw afgedragen, dan moet u dat dus ook melden. Dat is geen loze plicht: wie de aansluiting tussen administratie en aangiften over vijf jaar naloopt, vindt in de praktijk regelmatig geld terug.

De twee routes lijken op elkaar, maar verschillen op vijf punten. Bij de btw meldt u met het formulier Suppletie btw via Mijn Belastingdienst Zakelijk, uiterlijk acht weken na uw constatering; bij de loonheffingen met een correctiebericht per werknemer, bij of los van een loonaangifte. Beide reiken terug tot het lopende jaar en de vijf jaar daarvoor. Bij de btw krijgt u een naheffingsaanslag, maar u kunt het bedrag ook meteen zelf betalen; bij de loonheffingen maakt u een positief saldo altijd zelf over aan de ontvanger, de ambtenaar van de Belastingdienst die de belasting int. Het verschil dat het meeste uitmaakt zit in de boete: bij de btw een vergrijpboete tot 100 procent bij opzet of grove schuld, bij de loonheffingen een verzuimboete van maximaal 1.675 euro. Figuur 1 zet de twee routes naast elkaar.

Figuur 1. Suppletie btw naast correctiebericht loonheffingen: waarvoor, hoe u meldt, welke termijn geldt, hoe ver u terug kunt, wie betaalt en welke boete er staat.

Welke termijnen gelden er voor een suppletie btw?

Er lopen drie termijnen naast elkaar. Ze moeten alle drie kloppen, want elke termijn heeft zijn eigen gevolg. Figuur 2 zet ze op een tijdlijn, met de datum van 1 april er los onder: dat is een rentegrens en geen meldtermijn.

Figuur 2. De drie wettelijke termijnen bij een suppletie btw, met 1 april als aparte rentegrens.

U kijkt vijf jaar terug

U kunt en moet corrigeren over het lopende jaar en de vijf jaar daarvoor. De Belastingdienst rekent dat zo: een btw-aangifte over een tijdvak in 2024 kunt u corrigeren tot en met eind 2029. Dat geldt ook voor een onderneming die inmiddels is beëindigd. Over dezelfde periode kan de inspecteur naheffen, en daarvoor heeft hij geen nieuw feit nodig. Hij mag meerdere tijdvakken in een enkele naheffingsaanslag bundelen.

Acht weken nadat u de fout ziet

Sinds 1 januari 2025 geldt een harde einddatum: de suppletie moet uiterlijk acht weken na uw constatering bij de Belastingdienst zijn. Die termijn loopt vanaf het moment dat u de fout zelf vaststelt, niet vanaf het einde van het jaar. Volgens de toelichting bij de wet telt daarvoor uw eigen kennis: wat uw boekhouder of adviseur weet, wordt niet zonder meer aan u toegerekend. Leg daarom vast wanneer het verschil is gevonden, wie het vond en wanneer de suppletie is verzonden.

Die vastlegging is uw eigen bewijsvoorraad. Te laat melden is zelfstandig beboetbaar, maar wil de Belastingdienst u daarvoor beboeten, dan moet de inspecteur dat overtuigend aantonen; die last ligt niet bij u. Met een gedateerd dossier is de discussie in de praktijk wel in één keer voorbij.

En altijd voordat de Belastingdienst er zelf achter komt

De derde eis is dat u meldt voordat u weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de inspecteur de fout al kent of zal ontdekken. Die toets is objectief bedoeld: het gaat er niet om of u zich betrapt voelt, maar of de Belastingdienst objectief al op het spoor zat. Bestond er nog een serieuze mogelijkheid dat de Belastingdienst er niet achter zou komen, dan kunt u in beginsel nog melden. Heeft de inspecteur al vragen gesteld, een controle aangekondigd of de fout zelf gevonden, dan geldt uw melding niet langer als vrijwillig en kan een boete volgen. Meldt u binnen de acht weken en komt de Belastingdienst u toch voor, dan kan die boete er ook zijn.

Kleine correcties: de Belastingdienst staat 1.000 euro toe in uw volgende aangifte

Gaat het om een bedrag van maximaal 1.000 euro dat u te veel of te weinig hebt aangegeven, dan hoeft u geen suppletieformulier in te vullen. U verwerkt dat bedrag in uw eerstvolgende btw-aangifte, in de rubriek waar u het normaal ook opgeeft. Hebt u bijvoorbeeld 100 euro te weinig voorbelasting opgegeven, dus btw die u zelf aan leveranciers betaalde en mag aftrekken, dan telt u die 100 euro op bij rubriek 5b van uw volgende aangifte.

Gaat het om meer dan 1.000 euro, dan is het suppletieformulier verplicht en moet u dat zo snel mogelijk insturen, in elk geval binnen acht weken. U vindt het formulier door in te loggen op Mijn Belastingdienst Zakelijk en te kiezen voor btw en daarna correctie btw-aangifte. U kunt daarin een enkel tijdvak corrigeren of de gecorrigeerde gegevens over een heel kalender- of boekjaar opgeven; de Belastingdienst kan daarna nog een specificatie vragen. Meld altijd apart en schriftelijk, met een opgave waarmee de inspecteur zonder verder onderzoek de juiste aanslag kan opleggen. Alleen dan geldt uw melding als een vrijwillige verbetering, en dat is precies wat u tegen een boete beschermt.

Let op de status van die grens: het bedrag van 1.000 euro staat niet in de wet, maar is een werkwijze die de Belastingdienst op zijn eigen website toestaat. De wettelijke meldplicht zelf kent geen ondergrens. Wij houden daarom de lijn aan dat u kleine verschillen in de eerstvolgende aangifte meeneemt en dat vastlegt in uw administratie, zodat later duidelijk is waarom er geen suppletie is gedaan.

Figuur 3 loopt de vragen langs die samen bepalen wat u moet doen en of u nog boetevrij bent.

Figuur 3. Beslisboom: moet u suppleren, mag het in uw volgende aangifte, en geldt uw melding nog als vrijwillige verbetering?

Wat kost het als u te laat meldt?

Belastingrente loopt vanaf 1 januari

Belastingrente is de rente die u betaalt over belasting die te laat bij de Belastingdienst binnenkomt. Meldt u de correctie binnen drie maanden na het einde van het kalender- of boekjaar waarover de btw ging, in de regel dus voor 1 april, dan brengt de Belastingdienst geen belastingrente in rekening. Werkt u met een gebroken boekjaar, dan schuift die datum mee. Hetzelfde geldt als u een fout nog binnen hetzelfde jaar corrigeert. Die renteloze termijn geldt uitdrukkelijk ook voor het correctiebericht loonheffingen.

Bent u later, dan loopt de rente vanaf 1 januari van het jaar na het jaar waarop de belasting betrekking heeft, tot de dag voordat u de naheffingsaanslag moet betalen. Voor 2026 is de belastingrente vastgesteld op 5 procent. Bij de btw pakt dat extra ongunstig uit, doordat de rentestop van tien weken die bij sommige andere aanslagen geldt, voor de omzetbelasting niet in de wet is opgenomen. Hoe lang de rente doorloopt, hangt dus mede af van hoe snel de inspecteur de naheffingsaanslag oplegt. U kunt die klok zelf stilzetten: betaalt u het bedrag na uw melding meteen zelf, dan loopt de rente volgens de wet tot de dag van uw betaling en niet langer.

Een rekenvoorbeeld

Stel dat u op 10 maart 2026 bij het opmaken van uw jaarrekening vaststelt dat u over 2025 in totaal 12.600 euro te weinig btw hebt aangegeven.

Stuurt u het suppletieformulier in voor 1 april 2026, dan betaalt u 12.600 euro en geen belastingrente. Meldt u het pas op 1 juli 2026, dan loopt de rente vanaf 1 januari 2026: bij 5 procent en een naheffingsaanslag die begin september 2026 betaald moet zijn, gaat het over ongeveer acht maanden en dus over ongeveer 420 euro. Let op dat uw achtwekentermijn in dit voorbeeld al op 5 mei 2026 afliep, dus melden op 1 juli is niet alleen duurder maar ook te laat. Meld dan alsnog, want de plicht blijft bestaan en niets doen is slechter. Meldt u het helemaal niet en vindt de inspecteur de fout zelf, dan is die termijn hoe dan ook geschonden. Bovenop de naheffing en de rente kan de inspecteur dan een boete opleggen die wettelijk kan oplopen tot 100 procent van 12.600 euro, dus tot 12.600 euro, mits hij opzet of grove schuld aantoont. Wij gaan in dit voorbeeld uit van een gelijkblijvend rentepercentage in 2026.

Figuur 4 zet de drie scenario’s met hun totalen naast elkaar: ongeveer 12.600 euro als u voor 1 april meldt, ongeveer 13.020 euro bij melden op 1 juli en tot ongeveer 25.600 euro als u helemaal niets doet.

Figuur 4. Wat te laat melden kost bij 12.600 euro te weinig btw over 2025: naheffing, belastingrente en boete per scenario.

Welke boetes kunt u krijgen?

De wet kent twee soorten boetes. Een verzuimboete is een boete voor een fout waarbij de Belastingdienst geen opzet hoeft te bewijzen; die is relatief laag en kent een wettelijk maximum. Een vergrijpboete is zwaarder en kan alleen worden opgelegd bij opzet of grove schuld. Opzet betekent dat u bewust fout hebt gehandeld. Grove schuld is een ernstige onzorgvuldigheid die aan opzet grenst: u had redelijkerwijs moeten of kunnen begrijpen dat er te weinig belasting zou worden betaald.

De boete voor het niet melden loopt op tot 100 procent

Het niet, niet tijdig of niet op de voorgeschreven wijze suppleren is een zelfstandig beboetbaar feit. De vergrijpboete daarvoor bedraagt ten hoogste 100 procent van de belasting die door het niet-melden niet is of niet zou zijn geheven. Die boete kan alleen worden opgelegd bij opzet of grove schuld, en de inspecteur moet daarbij ook aantonen dat u van de onjuistheid wist. De bevoegdheid om deze boete op te leggen vervalt vijf jaar na het einde van het kalenderjaar waarin de belastingschuld is ontstaan of de teruggaaf is verleend. Gaat het om een bedrag dat u juist terugkrijgt, dan legt het boetebeleid voor dat te late melden in beginsel geen boete op. Dat staat in beleid en niet in de wet, en de meldplicht zelf geldt onverkort.

Daarnaast een boete voor het niet betalen

Naast de meldplicht staat de betaalplicht, en dat zijn volgens de wetgever wezenlijk verschillende gedragingen. Betaalt u te weinig btw en is dat aan opzet of grove schuld te wijten, dan is een tweede vergrijpboete mogelijk van maximaal 100 procent, waarbij het boetebeleid uitgaat van 25 procent bij grove schuld en 50 procent bij opzet. Bij herhaling of bij listigheid, valsheid of samenspanning gaat het beleid naar 100 procent. Betaalt u alleen te laat, dan volgt een verzuimboete. Betaalt u uw gewone aangifte een paar dagen te laat, dan rekent het beleid 3 procent van dat bedrag. Komt de te lage betaling pas na een correctie of een controle aan het licht, dan is de regel 10 procent van de verschuldigde belasting. In beide gevallen geldt een wettelijk maximum van 6.709 euro in 2026.

Bij die verzuimboete telt de mate van schuld niet mee. Alleen afwezigheid van alle schuld of een verdedigbaar juridisch standpunt houdt de boete tegen, en de lat daarvoor ligt hoog: de rechtbank verwacht dat u alle zorg betracht die in de gegeven omstandigheden redelijk van u te vergen is.

Wat de Hoge Raad in juli 2025 besliste

Dat de meldboete geen papieren dreiging is, bleek in een zaak van 18 juli 2025. Een ervaren verhuurder van onroerende zaken had voorbelasting afgetrokken die hoorde bij vrijgestelde verhuur, waarover dus geen btw wordt gerekend. Een boekenonderzoek, waarbij de Belastingdienst de administratie ter plaatse controleert, bracht dat aan het licht, en er waren geen suppleties gedaan. De inspecteur legde over hetzelfde bedrag twee vergrijpboeten op van elk 25 procent, een voor het te weinig betalen en een voor het niet melden, en beide bleven overeind. Samen dus 50 procent van de te veel afgetrokken btw, naast de naheffing en de rente.

De rechter rekende drie dingen zwaar aan: ervaring in het eigen vakgebied, een administratie die zo’n aftrekfout niet tegenhoudt, en het feit dat de verhuurder ruim de tijd had gehad om te suppleren voordat de inspecteur op het spoor van de fout kwam. Een uitspraak in een enkele zaak is nog geen tarief, en wat de Belastingdienst gemiddeld oplegt volgt er niet uit. Wel maakt de uitspraak duidelijk dat de combinatie van beide boetes reëel is.

Uw eigen melding mag niet als bewijs voor een boete dienen

Hier zit een belangrijke bescherming. De Hoge Raad besliste in 2021 dat de meldplicht zelf is toegestaan, maar dat uw mededeling naar haar aard afhangt van uw eigen wil en daarom niet mag worden gebruikt als bewijs dat u een beboetbaar of strafbaar feit hebt begaan. Sinds 2 juni 2023 staat dat ook in het boetebeleid van de Belastingdienst, voor zowel de verzuimboete voor het niet betalen als de zware vergrijpboete daarvoor. Bovendien blijft de verzuimboete voor het niet betalen achterwege voor zover u de fout vrijwillig verbetert. Dat gunstiger beleid werkt terug naar oudere boetes die nog niet definitief vaststaan.

De bescherming is niet onbeperkt. Berust de boete op ander bewijs, bijvoorbeeld op de bevindingen van een boekenonderzoek of op uw facturen, dan blijft die mogelijk. Wie niets meldt en bij een controle wordt betrapt, mist de bescherming juist volledig. Hebt u wel gemeld en toch een boete gekregen, laat die dan toetsen.

De Belastingdienst moet opzet of grove schuld overtuigend aantonen

Voor een vergrijpboete geldt een zware bewijslast. De Hoge Raad besliste in 2022 dat opzet of grove schuld alleen mag worden aangenomen als de daarvoor vereiste feiten buiten redelijke twijfel vaststaan. Dat is meer dan aannemelijk maken, en bij twijfel krijgt u het voordeel van de twijfel. Voor de zwaarste variant, de boete van 50 procent bij opzet, is bovendien nodig dat u de aanmerkelijke kans op te weinig belasting kende en die kans bewust hebt aanvaard. Dat u het had moeten weten, is daarvoor niet genoeg. Bij een aangekondigde vergrijpboete is de eerste vraag dus altijd welke schuldgradatie de inspecteur echt kan waarmaken. Dat verweer heeft wel een grens. In hetzelfde arrest van juli 2025 besliste de Hoge Raad dat de rechter grove schuld ook mag aannemen op grond van een sterk vermoeden dat u niet weerlegt. En het verwijt dat u iets had moeten begrijpen, gelet op uw ervaring en de inrichting van uw administratie, is een oordeel waarvoor de rechter geen aanvullend bewijs nodig heeft.

Figuur 5 vat de vier boetes samen. Links de verzuimboetes, met een vast maximum in euro’s en zonder dat de mate van schuld meetelt; rechts de vergrijpboetes, die een percentage van de belasting zijn en alleen bij opzet of grove schuld mogelijk zijn.

Figuur 5. De boetes bij een fout in een btw- of loonaangifte in 2026, met de wettelijke maxima en de percentages uit het boetebeleid.

Vier plekken waar het in de praktijk misgaat

De btw-schuld blijft op de balans staan

De meest gemaakte fout is een post “nog te betalen btw” die jaar na jaar op de balans blijft staan. Het boetebeleid is daar duidelijk over: het vermelden van een balansschuld in uw jaarstukken is geen vrijwillige verbetering. Zo’n post beschermt u dus niet tegen een boete en voldoet niet aan de meldplicht. Maak er intern een vaste regel van dat bij elke btw-balansschuld ofwel wordt gesuppleerd, ofwel schriftelijk wordt vastgelegd waarom dat niet nodig is. Figuur 6 laat zien welke route wel aan de meldplicht voldoet en welke niet.

Figuur 6. Een post “nog te betalen btw” op de balans: de jaarrekening en de winstaangifte voldoen niet aan de meldplicht, het suppletieformulier wel.

De btw-schuld gaat mee in de aangifte vennootschapsbelasting

Ook het opnemen van de verschuldigde btw in uw winstaangifte geldt niet als suppletie. Dat staat in de toelichting bij de wettelijke regeling en de Hoge Raad heeft het in maart 2023 bevestigd. Erger nog, die aangifte werkt twee kanten op in uw nadeel: hij voldoet niet aan de meldplicht, maar kan er wel voor zorgen dat u vanaf dat moment moet vermoeden dat de inspecteur van de onjuistheid weet. Daarmee kan de achtwekentermijn gaan lopen en kan de bescherming van een vrijwillige melding verdampen. Stuur de suppletie daarom in voordat de aangifte vennootschapsbelasting de deur uit gaat, niet erna.

Een fout in een concern levert meerdere boetes op

Werkt u met meerdere besloten vennootschappen (bv’s) en een gecentraliseerde financiële administratie, dan telt een fout per vennootschap. In een zaak uit 2024 werkte dezelfde fout in zo’n administratie door bij zes vennootschappen en leverde die zes afzonderlijke verzuimboeten op van samen ongeveer 8.700 euro. In bezwaar vielen er twee af; de rechtbank matigde de rest met 15 procent omdat het om één eenmalige fout ging, maar vernietigde de boetes niet. Het totaal kwam daarmee hoger uit dan het wettelijk maximum dat voor één belastingplichtige zou hebben gegolden. Het argument dat een wisseling van personeel de oorzaak was, hielp niet: bij personeelswisselingen wordt juist extra zorg van u verwacht. Richt de bewaking van aangifte- en betaalmomenten daarom per vennootschap in.

Het verschil met de Opgaaf ICP blijft staan

Levert u goederen of diensten aan ondernemers in andere landen van de Europese Unie, dan doet u daarvan een Opgaaf ICP: een aparte opgave van die leveringen naast uw btw-aangifte. Een verschil tussen die opgave en uw btw-aangifte is een van de meest voorkomende redenen om te suppleren, en juist dat verschil blijft vaak jaren onopgemerkt omdat het niet in de winst of op de balans terugkomt. Neem de aansluiting tussen de btw-aangifte en de Opgaaf ICP daarom mee in uw jaarcontrole.

Hoe werkt het correctiebericht voor de loonheffingen?

Wanneer u moet corrigeren

U moet een correctiebericht indienen zodra u binnen het kalenderjaar, of binnen vijf jaar na het einde van een verstreken kalenderjaar, vaststelt dat een loonaangifte onjuist of onvolledig was. Dat geldt ook als de inspecteur de onjuistheid constateert en u daarop wijst. De aanleiding is vaak een loonkostencorrectie, een nagekomen bonus of een naheffing die op werknemersniveau moet worden doorgevoerd.

Welke termijn geldt voor u?

Doet u maandelijks of per vier weken aangifte, dan voegt u het correctiebericht bij de eerstvolgende of de daaropvolgende loonaangifte. Doet u aangifte per halfjaar of per jaar, of bent u gestopt als werkgever, dan geldt een termijn van acht weken na uw constatering en kunt u dus niet wachten op een volgende aangifte. Gaat het om een aangifte over een verstreken kalenderjaar, dan mag u het correctiebericht binnen acht weken na uw constatering los van een aangifte insturen. Constateert de inspecteur de fout, dan bepaalt hij zelf welke termijn u krijgt.

Betalen en de boete

Het correctiebericht wordt verrekend met de aangifte waarbij u het voegt. Dat heet saldering. Blijft er een bedrag te betalen over, dan maakt u dat zelf over aan de ontvanger; u wacht daarvoor niet op een aanslag. Wordt er te veel verrekend of te veel teruggegeven, dan behandelt de wet dat als niet betaalde belasting. De Belastingdienst kan dan naheffen, met een vergrijpboete als er opzet of grove schuld in het spel is. Let op de termijn: die loopt tot vijf jaar na het einde van het jaar waarin de verrekening plaatsvond, dus langer dan de vijf jaar die voor de correctie zelf geldt.

De boete op het correctieverzuim zelf is een verzuimboete van maximaal 1.675 euro. Er geldt geen verzuimreeks, wat wil zeggen dat de boete niet stap voor stap oploopt bij herhaling: ook bij een eerste verzuim kan het maximum worden opgelegd. Het beleid is er wel terughoudend in en mikt vooral op stelselmatig verzuim. Dient u meerdere correctieberichten tegelijk bij een aangifte in, dan gelden die voor de boete als een correctiebericht. En dient u op eigen initiatief in, voordat u weet of moet vermoeden dat de inspecteur de fout kent, dan blijft de verzuimboete voor de onjuiste aangifte achterwege. Die bescherming geldt niet voor de boete op het correctieverzuim zelf.

Kunt u terugvragen wat u te veel hebt betaald?

Soms wel, maar minder vaak dan u zou denken, en de route bepaalt of u nog naar de rechter kunt. Brengt u de correctie in uw voordeel in binnen zes weken na de betaling van uw eigen aangifte, dan geldt dat als een bezwaar en houdt u de gang naar de belastingrechter open. Bent u later, dan wordt uw melding behandeld als een verzoek om ambtshalve teruggaaf: een teruggaaf die de inspecteur uit eigen beweging kan verlenen nadat de bezwaartermijn is verstreken.

Die ambtshalve route loopt vijf jaar terug, maar kent twee harde beperkingen. Berust uw verzoek op nieuwe rechtspraak of op nieuw beleid, dan wijst de Belastingdienst het af; precies de gevallen waarin ondernemers na jaren nog iets hopen te halen, slagen dus zelden. En wijst de inspecteur uw verzoek af, dan staat bij de btw en de loonheffingen geen bezwaar of beroep open. Melden moet u dus altijd, terugkrijgen is een tweede.

Breng een correctie in uw eigen voordeel dus bij voorkeur binnen die zes weken in. Dat is ook praktisch: u ontdekt een fout vaak pas bij de jaarafsluiting, en dan is de bezwaartermijn voor de eerste tijdvakken van dat jaar al lang verlopen. Loop de aansluiting daarom niet een keer per jaar na, maar bij elke kwartaalafsluiting.

Wanneer hoeft u niet te suppleren?

Er zijn twee situaties waarin de meldplicht of de boete u niet raakt, en beide zijn smaller dan ze lijken. De eerste is het pleitbare standpunt. Deed u aangifte volgens de heersende opvatting en bracht u uw eigen, afwijkende standpunt in via bezwaar tegen uw eigen aangifte, dan is uw aangifte juist gedaan en hoeft u niet te suppleren, ook niet als u later ongelijk krijgt. Dat is het pleitbare standpunt: een verdedigbare uitleg van de wet.

De Hoge Raad heeft die uitzondering wel begrensd. Een pleitbaar standpunt kan uitsluitend een juridisch standpunt zijn, waaronder de juridische duiding van feiten. Een discussie over het tarief, een vrijstelling of de kwalificatie van een prestatie kan dus pleitbaar zijn. Een verkeerd geboekt bedrag, een vergeten factuur of een geschil over de feiten is dat niet, en dan geldt de meldplicht onverkort.

De tweede situatie is beperkter dan zij klinkt: hebt u over een tijdvak in het geheel geen btw-aangifte gedaan, dan kunt u voor dat tijdvak geen boete voor het niet-suppleren krijgen. Dat is geen goed nieuws, want het niet doen van aangifte is zelf beboetbaar en de belasting blijft verschuldigd.

Wat als u de aangegeven btw of loonheffing niet kunt betalen?

Dan is melden nog niet genoeg. Het opzettelijk niet, gedeeltelijk niet of niet op tijd betalen van een aangiftebelasting is sinds 2014 een misdrijf, met een strafmaximum van zes jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vijfde categorie, de op één na hoogste boetecategorie in het strafrecht, of, als dat hoger is, eenmaal het bedrag van de te weinig betaalde belasting. Beslissend is de belasting die u werkelijk verschuldigd bent, dus ook wie netjes betaalt wat een onjuiste aangifte vermeldt, kan onder die bepaling vallen.

De wet geeft één uitweg die voor iedereen geldt: u bent niet strafbaar als u de ontvanger, de ambtenaar van de Belastingdienst die de belasting int, om uitstel van betaling vraagt voordat de wettelijke betalingstermijn is verstreken. Of dat uitstel uiteindelijk wordt toegekend, doet daaraan niet af, en aan het verzoek worden geen vormvereisten gesteld. Werkt u met een bv of een vennootschap onder firma, dan is er een tweede route: onverwijld, dus direct nadat u het merkt, schriftelijk melden dat het bedrijf niet kan betalen. Dat is de melding van betalingsonmacht, die ook bij de aansprakelijkheid van bestuurders een rol speelt. Voor een eenmanszaak bestaat die tweede route niet. In één gepubliceerde zaak uit 2019 achtte het hof het feit bewezen, maar legde het geen straf op, omdat de wetgever kwaadwillende en zich verrijkende belastingplichtigen op het oog had en de ondernemer open kaart had gespeeld bij de ontvanger. Dat is één uitspraak en geen vaste lijn: reken er niet op. Vertrouw er niet op dat de ontvanger een saneringsverzoek zelf als melding van betalingsonmacht leest; doe die melding apart en leg de datum vast.

Praktische checklist: wat u moet regelen

  • Aansluitcontrole in de jaarafsluiting. Laat de btw-aangiften aansluiten op uw administratie, de loonjournaalposten op uw loonaangiften en de btw-aangifte op de Opgaaf ICP. De wetgever gaat er uitdrukkelijk van uit dat fouten bij het opmaken van de jaarstukken worden ontdekt.
  • Deadline drie maanden na uw boekjaar, in de regel 1 april. Zet die datum vast voor alle suppleties en correctieberichten over het voorgaande jaar. Meldt u binnen die drie maanden, dan betaalt u geen belastingrente.
  • Bent u later, betaal dan meteen zelf. Bij de btw ontbreekt de rentestop van tien weken. Door na uw melding zelf te betalen, loopt de rente tot de dag van uw betaling en niet tot een aanslag die maanden later komt.
  • Constateringsdatum vastleggen. Noteer per verschil wanneer u het vond en wanneer u meldde. De achtwekentermijn loopt vanaf uw constatering en die datum moet u kunnen aantonen.
  • Grens van 1.000 euro toetsen. Kleinere verschillen neemt u mee in uw eerstvolgende btw-aangifte, grotere bedragen gaan altijd via het suppletieformulier. Die grens is beleid van de Belastingdienst en staat niet in de wet.
  • Nooit alleen een balanspost. Een post “nog te betalen btw” in de jaarrekening is geen melding en beschermt u niet tegen een boete.
  • Suppletie voor de aangifte vennootschapsbelasting. Stuur de suppletie in voordat de winstaangifte de deur uit gaat, zodat de bescherming van een vrijwillige melding niet verloren gaat.
  • Loonaangiften per werknemer nalopen. Corrigeer nagekomen loon, bonussen en naheffingen met een correctiebericht en houd de termijn van uw eigen aangiftetijdvak aan.
  • Saldo van het correctiebericht zelf betalen. Blijft er na verrekening een bedrag te betalen over, maak dat dan zelf over. U krijgt daarvoor geen aanslag.
  • Correcties in uw voordeel binnen zes weken. Breng die in als bezwaar tegen uw eigen aangifte, anders resteert alleen de ambtshalve route zonder gang naar de rechter.
  • Bij betaalproblemen eerst uitstel vragen. Doe dat voordat de betalingstermijn verstrijkt en leg de datum vast; dat sluit strafrechtelijke aansprakelijkheid voor het niet betalen uit. Werkt u met een bv of een vennootschap onder firma, meld dan ook de betalingsonmacht.
  • Boete na uw eigen melding laten toetsen. Een boete mag niet op uw eigen melding worden gebaseerd. Laat boetebeschikkingen van de afgelopen vijf jaar nalopen.

Veelgestelde vragen

Moet u een fout van 500 euro ook met een suppletieformulier melden?

Nee. De Belastingdienst staat op zijn eigen website toe dat u een verschil van maximaal 1.000 euro verwerkt in uw eerstvolgende btw-aangifte, in de rubriek waar het thuishoort. Boven 1.000 euro is het suppletieformulier verplicht. Dat is beleid en geen wet, want de wettelijke meldplicht kent geen ondergrens. Leg daarom vast waarom u geen suppletie hebt gedaan.

Hoeveel tijd hebt u nadat u een fout hebt ontdekt?

Bij de btw uiterlijk acht weken na uw constatering, en in elk geval voordat de Belastingdienst de fout zelf ontdekt. Bij de loonheffingen dient u het correctiebericht in bij de eerstvolgende of daaropvolgende aangifte, of binnen acht weken als u per halfjaar of per jaar aangifte doet of bent gestopt als werkgever.

Krijgt u een boete als u zelf een fout meldt?

In de regel niet. Uw melding mag niet worden gebruikt als bewijs voor een boete, en de verzuimboete voor het niet betalen blijft achterwege voor zover u vrijwillig verbetert. Berust een boete op ander bewijs, zoals een boekenonderzoek, dan is die wel mogelijk. Hebt u na een eigen melding toch een boete gekregen, laat die dan controleren.

Kunt u een btw-aangifte over 2020 nog corrigeren?

Nee, dat jaar is te ver terug. U corrigeert het lopende jaar en de vijf jaar daarvoor, dus in 2026 gaat u terug tot en met 2021. Voor een tijdvak in 2024 hebt u de tijd tot en met eind 2029. Dezelfde termijn geldt voor het naheffen door de inspecteur.

Voldoet een btw-schuld in uw jaarrekening aan de meldplicht?

Nee. Een balansschuld of een bedrag in uw winstaangifte geldt niet als suppletie en niet als vrijwillige verbetering. U moet het suppletieformulier gebruiken. De aangifte vennootschapsbelasting kan er zelfs voor zorgen dat de acht weken gaan lopen, dus meld eerst en dien die aangifte daarna in.

Is het strafbaar als u de btw op tijd aangeeft maar niet betaalt?

Dat kan het zijn. Het opzettelijk niet of te laat betalen van btw of loonheffing is een misdrijf. U bent echter niet strafbaar als u voor het einde van de betalingstermijn om uitstel van betaling vraagt. Werkt u met een bv of een vennootschap onder firma, dan helpt daarnaast een onverwijlde schriftelijke melding van betalingsonmacht. Doe dat altijd op tijd en bewaar het bewijs.

Hoe Taxcount u kan helpen

Wij maken de aansluiting tussen uw administratie en uw btw- en loonaangiften over de afgelopen vijf jaar, stellen vast welke verschillen een meldplicht opleveren en welke u in de eerstvolgende aangifte mag meenemen, en verzorgen de suppleties en correctieberichten binnen de termijnen. Loopt er al een boete of een vragenbrief, dan beoordelen wij of de boete op uw eigen melding is gebaseerd en of die kan worden bestreden of verminderd. Ook bij betaalproblemen kijken wij mee, zodat het uitstelverzoek of de melding betalingsonmacht op tijd en aantoonbaar de deur uit gaat. Wilt u weten of uw aangiften van de afgelopen jaren aansluiten? Leg uw situatie aan ons voor, dan beoordelen wij wat er nog te herstellen en terug te vragen valt.

Dit artikel bevat algemene informatie en is geen fiscaal advies. Tarieven, drempelbedragen en termijnen kunnen wijzigen, en de uitkomst hangt af van uw persoonlijke situatie. Laat uw situatie daarom altijd afzonderlijk beoordelen.

Belastingrente voorkomen: zo betaalt u in 2026 geen rente over uw belastingaanslag

U doet netjes aangifte, u betaalt wat u moet betalen, en toch staat onderaan de aanslag nog een extra bedrag: belastingrente. Bij een bijbetaling van enkele tienduizenden euro’s loopt dat al snel op tot duizenden euro’s. Het vervelende is dat die kosten in veel gevallen niet nodig waren. Belastingrente voorkomen kan namelijk met één administratieve handeling: op tijd aangifte doen, of vóór 1 mei zelf om een voorlopige aanslag vragen. In dit artikel leest u wanneer de renteteller gaat lopen, welk percentage in 2026 geldt, hoe u de rente op nul houdt en wat u nog kunt doen als de rente al is berekend.

Wat is belastingrente precies?

Belastingrente is geen boete. Het is een vergoeding voor de tijd die zit tussen het moment waarop uw belastingschuld ontstaat en het moment waarop de Belastingdienst die schuld met een aanslag vaststelt. Een aanslag is de brief waarin de Belastingdienst vaststelt hoeveel belasting u over een jaar moet betalen. Duurt dat vaststellen lang omdat u laat aangifte doet, dan rekent de Belastingdienst rente. Duurt het lang doordat de Belastingdienst zelf traag is, dan vergoedt hij juist rente aan u.

De rente wordt enkelvoudig berekend. Dat betekent dat er alleen rente over het belastingbedrag zelf wordt gerekend, en dus geen rente over eerder berekende rente. De Hoge Raad heeft meermalen bevestigd dat belastingrente geen straf is. U krijgt er dus geen boete bij, maar de kosten zijn wel echt.

In dit artikel komen vier soorten aanslagen langs. Een voorlopige aanslag is een tussentijdse aanslag op basis van een schatting. Een definitieve aanslag stelt de belasting over het jaar echt vast. Een navorderingsaanslag is een extra aanslag achteraf, als blijkt dat er te weinig belasting is geheven. Een naheffingsaanslag is de variant daarvan bij belastingen die u zelf aangeeft en betaalt, zoals de btw (belasting over de toegevoegde waarde) en de loonheffing.

Hoeveel belastingrente betaalt u in 2026?

Vanaf 1 januari 2026 bedraagt de belastingrente 5 procent, voor alle belastingen. Dat was niet altijd zo. Voor de vennootschapsbelasting gold jarenlang een hoger percentage, in 2026 zou dat 7,5 procent zijn geweest. De Hoge Raad heeft op 16 januari 2026 beslist dat dat hogere percentage niet mag worden toegepast en dat voor de vennootschapsbelasting hetzelfde percentage moet gelden als voor de andere belastingen. Het verhoogde percentage blijft daardoor buiten toepassing. De Belastingdienst heeft zijn gepubliceerde overzicht van percentages daarop aangepast voor de jaren vanaf 2022.

Figuur 1 zet de percentages van de afgelopen jaren op een rij. Van oktober 2020 tot en met december 2021 gold 4 procent voor alle belastingen, ook voor de vennootschapsbelasting. Van januari 2022 tot en met juni 2023 bleef dat 4 procent, waarna het opliep naar 6 procent in de tweede helft van 2023, 7,5 procent in heel 2024 en 6,5 procent in heel 2025. Vanaf 1 januari 2026 is het 5 procent. Voor de vennootschapsbelasting zou zonder het arrest een hoger percentage hebben gegolden: 8 procent in 2022 en 2023, 10 procent in 2024, 9 procent in 2025 en 7,5 procent in 2026. Die verhoogde percentages zijn buiten toepassing verklaard en staan in de figuur als gestippelde balken.

     Figuur 1: de belastingrente per periode. De gestippelde balken tonen het hogere percentage dat voor de vennootschapsbelasting zou hebben gegolden zonder het arrest van 16 januari 2026.

Heeft uw bv (besloten vennootschap) sinds oktober 2020 een aanslag vennootschapsbelasting gekregen waarop belastingrente stond, en is daar tijdig bezwaar tegen gemaakt? Dan valt dat bezwaar onder de regeling massaal bezwaar, waarbij één rechtsvraag uit heel veel bezwaren collectief wordt uitgeprocedeerd. Op 25 februari 2026 zijn die bezwaren gegrond verklaard. De rentebeschikkingen worden binnen zes maanden na de kennisgeving verlaagd. De bezwaren over de inkomstenbelasting zijn juist ongegrond verklaard, omdat het reguliere percentage wel in stand blijft.

Is er destijds geen bezwaar gemaakt, dan valt uw rentebeschikking buiten die collectieve uitspraak. In dat geval kunt u de Belastingdienst nog vragen de rentebeschikking alsnog te verlagen met een verzoek om ambtshalve vermindering, een verzoek om een aanslag aan te passen buiten de bezwaartermijn om. Laat vooraf beoordelen of dat in uw geval kans maakt.

Wanneer gaat de renteteller lopen?

Het startmoment verschilt per belasting. Dat verschil is groter dan de meeste ondernemers denken en het bepaalt hoeveel tijd u heeft om in te grijpen. Figuur 2 zet de drie startmomenten naast elkaar.

Figuur 2: de drie startmomenten van de renteteller. Bij btw en loonheffing loopt de rente al vanaf 1 januari na het jaar, bij inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting pas vanaf 1 juli, en bij erfbelasting pas twintig maanden na het overlijden.

Inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting: de eerste zes maanden zijn renteloos

Bij de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting begint de rente pas te lopen zes maanden na het einde van het belastingjaar. Loopt uw boekjaar gelijk met het kalenderjaar, dan is dat 1 juli van het volgende jaar. Over het jaar 2026 gaat de teller dus op 1 juli 2027 lopen. Die eerste zes maanden zijn gratis en geven u ruimte om uw cijfers rond te krijgen.

Btw en loonheffing: de teller loopt al vanaf 1 januari

Bij de belastingen die u zelf aangeeft en betaalt gelden strengere regels. Voor onder meer de btw, de loonheffing, de dividendbelasting, de overdrachtsbelasting en de accijns geldt geen renteloze periode van zes maanden. De rente loopt daar al vanaf de dag na het einde van het jaar, dus vanaf 1 januari.

Er is wel een uitweg, en die is belangrijk. Meldt u een fout binnen drie maanden na het einde van het jaar met een suppletie of een correctiebericht, dan wordt geen rente gerekend. Een suppletie is de verplichte herstelmelding waarmee u fouten in eerdere btw-aangiften corrigeert; een correctiebericht is de vergelijkbare correctie op een eerdere loonaangifte. Bij een kalenderjaar betekent dat: insturen vóór 1 april. Betaalt u te laat maar wel binnen die drie maanden, dan geldt hetzelfde. Meldt u het later, dan stopt de renteteller uiterlijk tien weken nadat de Belastingdienst uw melding heeft ontvangen, maar alleen als de naheffingsaanslag precies uw melding volgt. Legt de Belastingdienst er uit eigen beweging nog een bedrag bovenop, dan geldt die rentestop daarvoor niet. En voor de btw geldt hij voorlopig helemaal nog niet.

Erfbelasting: twintig maanden na het overlijden

Bij de erfbelasting begint de rente te lopen twintig maanden na het overlijden. Die termijn geldt voor overlijdens in 2026 en later; bij een overlijden in 2025 of eerder was het acht maanden. Doet u binnen die termijn aangifte of vraagt u binnen die termijn om een aanslag, dan betaalt u geen rente. Belangrijk om te weten: bij de erfbelasting vergoedt de Belastingdienst nooit rente aan u, ook niet als hij zelf traag is. Voor de schenkbelasting geldt overigens helemaal geen belastingrente.

Zo voorkomt u belastingrente helemaal

Voor de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting biedt de wet twee routes om de rente op precies nul te houden. U hoeft er maar één van te bewandelen. Figuur 3 laat in vier vragen zien waar u uitkomt.

Figuur 3: de beslisboom. Was uw aangifte op tijd binnen en volgde de aanslag die aangifte exact, dan betaalt u niets. Was de aangifte te laat, dan redt een tijdig verzoek om een voorlopige aanslag u alsnog.

Route 1: dien uw aangifte op tijd in

Is uw aangifte inkomstenbelasting vóór 1 mei na het jaar bij de Belastingdienst binnen, of uw aangifte vennootschapsbelasting vóór de eerste dag van de zesde maand na uw boekjaar, en legt de Belastingdienst de aanslag op zoals u die heeft aangegeven? Loopt uw boekjaar gelijk met het kalenderjaar, dan is die tweede datum 1 juni. Dan wordt geen belastingrente in rekening gebracht. Voor de aangifte over 2026 betekent dat dus: uiterlijk 30 april 2027 bij de inkomstenbelasting en uiterlijk 31 mei 2027 bij de vennootschapsbelasting.

Route 2: vraag vóór 1 mei om een voorlopige aanslag

Lukt de aangifte niet op tijd, dan is er een tweede route. Vraagt u vóór 1 mei na het jaar zelf om een (aangepaste) voorlopige aanslag, en volgt de Belastingdienst dat verzoek, dan betaalt u ook geen rente. Deze route geldt voor de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting allebei, en in beide gevallen is 30 april de uiterste dag.

Krijgt u een eenmalig groot bedrag binnen, bijvoorbeeld dividend uit uw bv of de opbrengst van de verkoop van uw aandelen, vraag dan meteen een voorlopige aanslag aan en wacht niet tot het voorjaar daarna. Bij dat soort bedragen loopt de rente in enkele maanden op tot tienduizenden euro’s. Doe het verzoek op de manier die de Belastingdienst voorschrijft, dus met het daarvoor bestemde formulier of via de opengestelde kanalen. Maak de schatting zo goed mogelijk. Een verzoek om een hógere voorlopige aanslag mag ook: wie een betere winst verwacht dan eerder gedacht, kan zo de rente afkappen. Aan de motivering worden geen zware eisen gesteld. Wel geldt: geef nooit bewust een te laag bedrag op om liquiditeit te sparen, want dat kan een vergrijpboete opleveren, een boete die de Belastingdienst oplegt bij opzet of grove schuld.

Wacht ook niet tot de laatste dag. De Belastingdienst heeft wettelijk veertien weken om uw verzoek te verwerken, en een aanslag die binnen die termijn wordt opgelegd geldt als voortvarend genoeg. Een klacht dat het te lang duurde, heeft dan geen kans. Rechtbank Gelderland oordeelde in april 2026 nog zo in een zaak waarin het verzoek pas in juni was gedaan.

Twee praktische punten tot slot. Heeft u over een eerder jaar nog geen aangifte gedaan, breng dat dan eerst in orde: zolang die aangifte ontbreekt, verleent de Belastingdienst geen voorlopige teruggaaf. En bent u bang dat uw bedrag te klein is voor een voorlopige aanslag? Vraagt u er zelf om, dan legt de Belastingdienst die ook voor kleine bedragen op.

Let op deze twee valkuilen

De eerste valkuil is de datum. Beslissend is de dag waarop de Belastingdienst uw aangifte of verzoek ontvangt, niet de dag waarop u het verstuurt. De Algemene termijnenwet geldt hier niet, dus “vóór 1 mei” betekent uiterlijk 30 april, ook als dat een zondag of een feestdag is. Eén dag te laat is te laat: de rechter heeft geen ruimte om een minimale overschrijding door de vingers te zien. Reken ook niet met de dag waarop de Belastingdienst laat weten dat de aanslag eraan komt. Alleen de datum op het aanslagbiljet telt, en die ligt altijd later.

De tweede valkuil is de conformiteitseis. De aanslag moet zijn vastgesteld precies zoals u het heeft aangegeven of gevraagd. Wijkt de Belastingdienst af, ook maar op één punt, dan vervalt de vrijstelling en wordt rente gerekend over het hele te betalen bedrag, niet alleen over de correctie. Wie eerst een voorlopige aanslag conform de aangifte laat vaststellen, beperkt de grondslag tot het bedrag dat per saldo nog bij te betalen is.

Figuur 4 vat de drie data samen waarmee u de rente op nul houdt.

Figuur 4: de drie data die tellen: 1 april voor een suppletie of correctiebericht, 30 april voor de aangifte inkomstenbelasting en voor een verzoek om een voorlopige aanslag, en 31 mei voor de aangifte vennootschapsbelasting bij een kalenderboekjaar.

Waarom uitstel voor uw aangifte niet helpt

Uitstel voor het doen van aangifte beschermt u niet tegen belastingrente. Wie uitstel vraagt, schuift de aangifte voorbij 1 mei of 1 juni en accepteert daarmee dat de rente gaat lopen. Dat is een bewuste keuze van de wetgever geweest. Sterker nog: uitstel verlengt ook de termijn waarbinnen de Belastingdienst een aanslag of een navorderingsaanslag mag opleggen, en daarmee de periode waarover rente kan worden berekend.

Loopt uw aangifte via de beconregeling, de uitstelregeling waarmee belastingadviseurs de aangiften van hun klanten gespreid indienen, dan is dat extra van belang. Adviseurs leveren die aangiften volgens een maandschema aan, waarbij de laatste aangiften pas in april van het jaar daarna binnenkomen. Zit uw aangifte achteraan in dat schema en verwacht u een forse bijbetaling, dan is een tijdig verzoek om een voorlopige aanslag geen luxe maar noodzaak. Bespreek met uw adviseur waar u in het schema staat.

Bewaar wel altijd de brief waarin het uitstel is verleend. Stond daarin geen waarschuwing dat u door dat uitstel belastingrente gaat betalen, en heeft u binnen de uitsteltermijn een correcte aangifte gedaan, dan is er een verweer tegen de rente. Dat u een adviseur inschakelde, doet daar niet aan af.

Wat kost belastingrente u? Een rekenvoorbeeld

Stel, uw bv heeft een boekjaar dat gelijkloopt met het kalenderjaar en moet over 2026 nog 60.000 euro vennootschapsbelasting bijbetalen.

Doet u tijdig aangifte, dan komt die over 2026 op 20 mei 2027 binnen, dus vóór 1 juni, en volgt de aanslag uw aangifte. U betaalt dan nul euro belastingrente. Vraagt u uitstel aan, dan komt de aangifte pas op 1 maart 2028 binnen. De aanslag krijgt als datum 1 mei 2028 en moet uiterlijk 12 juni 2028 zijn betaald. De rente loopt dan van 1 juli 2027 tot en met 11 juni 2028, oftewel 341 dagen. Bij 5 procent komt dat neer op 2.841 euro. Figuur 5 zet beide uitkomsten naast elkaar.

Figuur 5: hetzelfde belastingbedrag, twee uitkomsten. Een tijdige aangifte kost nul euro rente, uitstel kost 2.841 euro over 341 dagen bij 5 procent.

Dat verschil van ruim 2.800 euro kost u niets meer dan één tijdige aangifte of één verzoekformulier. Bij de renteberekening telt de Belastingdienst een volle maand als 30 dagen en een jaar als 360 dagen; alleen in de laatste maand telt hij de werkelijke dagen. Rente die u moet betalen wordt naar beneden afgerond op hele euro’s, rente die u krijgt naar boven.

Ook bij de btw loopt het snel op. Ontdekt u in de zomer van 2027 dat u over 2026 nog 50.000 euro btw moet afdragen, dan loopt de rente daar al vanaf 1 januari 2027. Bij 5 procent is dat ongeveer 2.500 euro over een jaar. Had u de suppletie vóór 1 april 2027 ingestuurd, dan was de rente nul geweest.

De rente loopt al: zo beperkt u het bedrag

Staat er al een rentebedrag op uw aanslag, dan is het bijna altijd de moeite waard om dat na te rekenen. Er zijn drie controles die in de praktijk geld opleveren.

Had de Belastingdienst uw geld al?

Had de Belastingdienst het bedrag in dezelfde belasting en over hetzelfde jaar al binnen, bijvoorbeeld door een eerdere voorlopige aanslag, dan hoeft u over die periode geen rente te betalen. Dat speelt bij heen-en-weer gaande voorlopige aanslagen, bij een gewijzigd boekjaar, bij opname in een fiscale eenheid en bij teruggedraaide verliesverrekening. Voor verschuivingen tussen fiscale partners of tussen erfgenamen geldt een aparte, bij regeling aangewezen groep gevallen. Let op: geld dat u alvast uit eigen beweging overmaakt telt hier niet mee, en een bedrag dat u uit een andere aanslag of een andere belasting tegoed heeft evenmin.

In een zaak uit 2022 was over 14.478 euro rente berekend over 483 dagen, terwijl het geld een groot deel van die tijd al bij de Belastingdienst stond. De Hoge Raad beperkte de rente tot 219 dagen en verlaagde het bedrag van 1.553 euro naar 704 euro. Belangrijk: deze vermindering gaat meestal niet automatisch, u moet er zelf om vragen. Vermeld daarbij duidelijk en overzichtelijk over welke periode het gaat en maak aannemelijk dat u er recht op heeft. Is het rentebedrag op de beschikking niet hoger dan 100 euro, dan wordt de vermindering overigens niet toegepast.

Eén beperking blijft altijd staan: over de periode tussen de datum op het aanslagbiljet en de uiterste betaaldatum, meestal zes weken, blijft u rente verschuldigd. Ook als u de aanslag meteen betaalt. De wetgever heeft dat bewust aanvaard als een enigszins ruwe berekening.

Controleer de einddatum van de renteperiode

De renteperiode loopt in beginsel door tot de dag vóór de uiterste betaaldatum. Er gelden echter maximumtermijnen. Volgt de aanslag uw aangifte, dan stopt de teller uiterlijk negentien weken na ontvangst van die aangifte. Volgt de aanslag een verzoek, dan is dat veertien weken; bij een navorderingsaanslag op verzoek twaalf weken.

Wijkt de aanslag af van uw aangifte, dan hoeft de Belastingdienst die negentienwekengrens niet toe te passen, maar in de praktijk doet hij dat soms wel. In een zaak uit 2021 scheelde dat ruim een jaar aan rente. Kijk daar dus altijd naar. Ook een aantoonbaar gebrek aan voortvarendheid bij de Belastingdienst kan de periode verkorten: Gerechtshof Den Haag haalde er in maart 2026 twaalf maanden af.

Wees wel realistisch over wat kansrijk is. Narekenen op de periode, op het percentage en op geld dat de Belastingdienst al binnen had, levert regelmatig geld op. Een klacht dat het percentage te hoog is of dat u de cijfers onmogelijk eerder kon kennen, slaagt vrijwel nooit: de rechter mag de rekenregels niet op redelijkheid toetsen en de Belastingdienst hoeft geen rekening te houden met uw persoonlijke situatie.

Wanneer vergoedt de Belastingdienst rente aan u?

De Belastingdienst vergoedt alleen rente als hij zelf te traag is geweest. Krijgt u geld terug via een voorlopige aanslag, dan bestaat recht op rente als de Belastingdienst die aanslag heeft vastgesteld precies zoals u die heeft gevraagd of aangegeven, én er meer dan acht weken zijn verstreken na uw verzoek of meer dan dertien weken na uw aangifte. De teller begint daarbij niet eerder dan zes maanden na het einde van het jaar. Bij een teruggaaf van btw of loonheffing geldt een termijn van acht weken na het teruggaafverzoek.

Twee situaties leveren juist géén vergoeding op. Wordt uw aanslag verlaagd na een bezwaar of een rechtszaak, dan krijgt u geen rente over de periode dat u te veel had betaald. En bij achterwaartse verliesverrekening, waarbij u een verlies verrekent met de winst van een eerder jaar, wordt evenmin rente vergoed. Anders dan bij bezwaar wordt de rente die u over dat eerdere jaar al betaalde dan ook niet verlaagd. Alleen de zogenoemde coulancerente, die de Belastingdienst buiten de wettelijke regeling om vergoedt bij vertraging die aan hem te wijten is, kan dat soms deels goedmaken.

U bent het niet eens met de rente: bezwaar of herziening?

De rente wordt vastgesteld in een rentebeschikking: een aparte beslissing waarin het bedrag aan belastingrente staat. Welke stap u moet zetten, hangt af van het soort aanslag. Kiest u de verkeerde route, dan wordt uw protest niet inhoudelijk behandeld. Figuur 6 zet de twee routes naast elkaar.

Figuur 6: de twee routes. Bij een definitieve aanslag of een navorderingsaanslag maakt u bezwaar binnen zes weken; bij een voorlopige aanslag vraagt u om herziening en kunt u pas bezwaar maken tegen een afwijzing.

Definitieve aanslag of navordering: bezwaar binnen zes weken

Gaat het om een definitieve aanslag of een navorderingsaanslag, dan maakt u binnen zes weken na de datum op het aanslagbiljet bezwaar. Bezwaar tegen de aanslag geldt automatisch ook als bezwaar tegen de rentebeschikking. Bent u die zes weken voorbij, dan resteert alleen een verzoek om ambtshalve vermindering: een verzoek om de aanslag alsnog te verlagen buiten de bezwaartermijn om, waarbij minder ruime regels gelden.

Voorlopige aanslag: geen bezwaar, maar een verzoek om herziening

Bij een voorlopige aanslag ligt het anders. Daartegen staat geen bezwaar open, ook niet tegen de rente die erbij hoort. U vraagt dan om herziening van de voorlopige aanslag: een verzoek om die aanslag aan te passen. Wijst de Belastingdienst dat verzoek geheel of gedeeltelijk af, dan doet hij dat met een beslissing waartegen u wél bezwaar kunt maken.

Die bezwaartermijn is ongewoon ruim. Hij eindigt pas op de datum van de definitieve aanslag waarmee de voorlopige aanslag wordt verrekend, en voor de rentebeschikking geldt altijd ten minste zes weken na de afwijzing. U heeft dus meer tijd dan de gebruikelijke zes weken om uw punt op te bouwen. Er zit wel een harde buitengrens aan: een verzoek om herziening van de rentebeschikking kunt u nog indienen tot zes weken na de datum van de definitieve aanslag waarmee de voorlopige aanslag wordt verrekend. Daarna is de deur dicht. Let wel op twee dingen: op een bezwaar tegen zo’n afwijzing beslist de Belastingdienst binnen zes weken, en een bezwaarschrift tegen een voorlopige aanslag levert geen uitstel van betaling op. Wilt u later betalen, vraag dat dan apart aan.

Verstuurt u uw brief naar de verkeerde instantie? Dat kost u in de regel geen termijn. De ontvangende instantie moet uw brief doorsturen en het moment waarop u hem daar indiende telt als indieningsmoment.

Praktische checklist: wat u moet regelen

  • Zet 30 april in uw agenda. Dat is de uiterste dag voor uw aangifte inkomstenbelasting én voor een verzoek om een voorlopige aanslag over het voorgaande jaar.
  • Zet 31 mei erbij voor de bv. Dat is de uiterste dag voor uw aangifte vennootschapsbelasting over een boekjaar dat gelijkloopt met het kalenderjaar.
  • Zet 1 april erbij voor btw en loonheffing. Een suppletie of correctiebericht over het vorige jaar dat vóór die datum binnen is, kost geen rente.
  • Schat realistisch. Laat uw verwachte winst en belasting tijdig doorrekenen en vraag op basis daarvan een voorlopige aanslag aan die zo dicht mogelijk bij de werkelijkheid ligt.
  • Reken niet op uitstel. Uitstel voor de aangifte voorkomt geen rente. Vraag bij uitstel altijd óók vóór 1 mei een voorlopige aanslag aan.
  • Vraag ruim op tijd. De Belastingdienst mag veertien weken over uw verzoek doen; die tijd loopt gewoon door terwijl de rente oploopt.
  • Vergelijk aanslag en aangifte. Wijkt de aanslag ook maar op één punt af, dan vervalt de vrijstelling en gaat rente lopen over het hele bedrag.
  • Reken de rentebeschikking na. Controleer de periode, het percentage en of de maximumtermijn van negentien of veertien weken is toegepast.
  • Claim de vermindering zelf. Stond het geld al bij de Belastingdienst, vraag dan actief om vermindering van de rente over die periode. Dit gebeurt niet automatisch.
  • Kies het juiste rechtsmiddel. Bezwaar bij een definitieve aanslag of navordering, een verzoek om herziening bij een voorlopige aanslag.
  • Bespreek uw plek in het becon-schema. Vraag uw adviseur in welke maand uw aangifte is ingepland en trek die naar voren als u een forse bijbetaling verwacht.

Veelgestelde vragen

Welk percentage belastingrente geldt in 2026?

Vanaf 1 januari 2026 geldt 5 procent voor alle belastingen, dus ook voor de vennootschapsbelasting. Dat laatste is nieuw: de Hoge Raad heeft op 16 januari 2026 beslist dat het hogere percentage voor de vennootschapsbelasting niet mag worden toegepast. De rente wordt enkelvoudig berekend, dus zonder rente over rente.

Voorkomt uitstel voor uw aangifte de belastingrente?

Nee. Uitstel schuift uw aangifte juist voorbij de datum waarop de vrijstelling nog geldt, waardoor de rente gaat lopen. De oplossing bij uitstel is om vóór 1 mei alsnog een voorlopige aanslag aan te vragen die aansluit bij de belasting die u verwacht te moeten betalen.

Wat gebeurt er als u één dag te laat bent?

Dan vervalt de vrijstelling volledig. De termijn is fataal en de rechter heeft geen ruimte om een kleine overschrijding door de vingers te zien. Bovendien telt de dag waarop de Belastingdienst uw stuk ontvangt, niet de dag waarop u het verstuurt.

Kunt u bezwaar maken tegen de belastingrente?

Dat hangt af van het soort aanslag. Bij een definitieve aanslag of een navorderingsaanslag maakt u binnen zes weken bezwaar; uw bezwaar tegen de aanslag geldt dan ook voor de rente. Bij een voorlopige aanslag staat geen bezwaar open en vraagt u om herziening van die aanslag.

Krijgt u rente terug als u gelijk krijgt in bezwaar?

Nee. Wordt uw aanslag na bezwaar of na een rechtszaak verlaagd, dan vergoedt de Belastingdienst daarover geen rente. Wel wordt de eerder in rekening gebrachte rente naar evenredigheid verlaagd. Dit is een bewuste keuze van de wetgever. Het is een reden om samen met uw adviseur te bekijken of u de aanslag betaalt of uitstel van betaling vraagt: krijgt u uiteindelijk ongelijk, dan betaalt u over de uitstelperiode invorderingsrente.

Geldt belastingrente ook voor de btw en de loonheffing?

Ja, en daar is de regeling strenger, omdat de renteloze periode van zes maanden ontbreekt. De teller loopt al vanaf 1 januari na het jaar. U ontloopt de rente volledig door een fout binnen drie maanden na het jaareinde te melden met een suppletie of een correctiebericht, dus vóór 1 april bij een kalenderjaar.

Hoe Taxcount u kan helpen

Belastingrente is een van de weinige kostenposten die u volledig zelf in de hand heeft, mits u de data en de bedragen scherp heeft. Taxcount bewaakt voor u de aangifte- en verzoektermijnen, maakt een realistische schatting van de belasting die u over het lopende jaar verschuldigd bent en dient waar nodig tijdig een verzoek om een voorlopige aanslag in. Ook voor de btw en de loonheffing bewaken wij de deadline van 1 april voor suppleties en correctieberichten.

Staat er al een rentebedrag op een aanslag, dan rekenen wij de beschikking voor u na: klopt de periode, is het juiste percentage gebruikt, is de maximumtermijn toegepast en had de Belastingdienst uw geld misschien al? Wij verzorgen vervolgens het bezwaar of het herzieningsverzoek. Laat uw situatie vrijblijvend beoordelen, dan weet u binnen één gesprek of er geld te besparen of terug te halen valt.

Dit artikel bevat algemene informatie en is geen fiscaal advies. Tarieven, percentages, drempels en termijnen kunnen wijzigen, en de uitkomst hangt altijd af van uw persoonlijke situatie. Laat uw situatie daarom altijd beoordelen door een belastingadviseur voordat u actie onderneemt.