Belastingrente voorkomen: zo betaalt u in 2026 geen rente over uw belastingaanslag

U doet netjes aangifte, u betaalt wat u moet betalen, en toch staat onderaan de aanslag nog een extra bedrag: belastingrente. Bij een bijbetaling van enkele tienduizenden euro’s loopt dat al snel op tot duizenden euro’s. Het vervelende is dat die kosten in veel gevallen niet nodig waren. Belastingrente voorkomen kan namelijk met één administratieve handeling: op tijd aangifte doen, of vóór 1 mei zelf om een voorlopige aanslag vragen. In dit artikel leest u wanneer de renteteller gaat lopen, welk percentage in 2026 geldt, hoe u de rente op nul houdt en wat u nog kunt doen als de rente al is berekend.

Wat is belastingrente precies?

Belastingrente is geen boete. Het is een vergoeding voor de tijd die zit tussen het moment waarop uw belastingschuld ontstaat en het moment waarop de Belastingdienst die schuld met een aanslag vaststelt. Een aanslag is de brief waarin de Belastingdienst vaststelt hoeveel belasting u over een jaar moet betalen. Duurt dat vaststellen lang omdat u laat aangifte doet, dan rekent de Belastingdienst rente. Duurt het lang doordat de Belastingdienst zelf traag is, dan vergoedt hij juist rente aan u.

De rente wordt enkelvoudig berekend. Dat betekent dat er alleen rente over het belastingbedrag zelf wordt gerekend, en dus geen rente over eerder berekende rente. De Hoge Raad heeft meermalen bevestigd dat belastingrente geen straf is. U krijgt er dus geen boete bij, maar de kosten zijn wel echt.

In dit artikel komen vier soorten aanslagen langs. Een voorlopige aanslag is een tussentijdse aanslag op basis van een schatting. Een definitieve aanslag stelt de belasting over het jaar echt vast. Een navorderingsaanslag is een extra aanslag achteraf, als blijkt dat er te weinig belasting is geheven. Een naheffingsaanslag is de variant daarvan bij belastingen die u zelf aangeeft en betaalt, zoals de btw (belasting over de toegevoegde waarde) en de loonheffing.

Hoeveel belastingrente betaalt u in 2026?

Vanaf 1 januari 2026 bedraagt de belastingrente 5 procent, voor alle belastingen. Dat was niet altijd zo. Voor de vennootschapsbelasting gold jarenlang een hoger percentage, in 2026 zou dat 7,5 procent zijn geweest. De Hoge Raad heeft op 16 januari 2026 beslist dat dat hogere percentage niet mag worden toegepast en dat voor de vennootschapsbelasting hetzelfde percentage moet gelden als voor de andere belastingen. Het verhoogde percentage blijft daardoor buiten toepassing. De Belastingdienst heeft zijn gepubliceerde overzicht van percentages daarop aangepast voor de jaren vanaf 2022.

Figuur 1 zet de percentages van de afgelopen jaren op een rij. Van oktober 2020 tot en met december 2021 gold 4 procent voor alle belastingen, ook voor de vennootschapsbelasting. Van januari 2022 tot en met juni 2023 bleef dat 4 procent, waarna het opliep naar 6 procent in de tweede helft van 2023, 7,5 procent in heel 2024 en 6,5 procent in heel 2025. Vanaf 1 januari 2026 is het 5 procent. Voor de vennootschapsbelasting zou zonder het arrest een hoger percentage hebben gegolden: 8 procent in 2022 en 2023, 10 procent in 2024, 9 procent in 2025 en 7,5 procent in 2026. Die verhoogde percentages zijn buiten toepassing verklaard en staan in de figuur als gestippelde balken.

     Figuur 1: de belastingrente per periode. De gestippelde balken tonen het hogere percentage dat voor de vennootschapsbelasting zou hebben gegolden zonder het arrest van 16 januari 2026.

Heeft uw bv (besloten vennootschap) sinds oktober 2020 een aanslag vennootschapsbelasting gekregen waarop belastingrente stond, en is daar tijdig bezwaar tegen gemaakt? Dan valt dat bezwaar onder de regeling massaal bezwaar, waarbij één rechtsvraag uit heel veel bezwaren collectief wordt uitgeprocedeerd. Op 25 februari 2026 zijn die bezwaren gegrond verklaard. De rentebeschikkingen worden binnen zes maanden na de kennisgeving verlaagd. De bezwaren over de inkomstenbelasting zijn juist ongegrond verklaard, omdat het reguliere percentage wel in stand blijft.

Is er destijds geen bezwaar gemaakt, dan valt uw rentebeschikking buiten die collectieve uitspraak. In dat geval kunt u de Belastingdienst nog vragen de rentebeschikking alsnog te verlagen met een verzoek om ambtshalve vermindering, een verzoek om een aanslag aan te passen buiten de bezwaartermijn om. Laat vooraf beoordelen of dat in uw geval kans maakt.

Wanneer gaat de renteteller lopen?

Het startmoment verschilt per belasting. Dat verschil is groter dan de meeste ondernemers denken en het bepaalt hoeveel tijd u heeft om in te grijpen. Figuur 2 zet de drie startmomenten naast elkaar.

Figuur 2: de drie startmomenten van de renteteller. Bij btw en loonheffing loopt de rente al vanaf 1 januari na het jaar, bij inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting pas vanaf 1 juli, en bij erfbelasting pas twintig maanden na het overlijden.

Inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting: de eerste zes maanden zijn renteloos

Bij de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting begint de rente pas te lopen zes maanden na het einde van het belastingjaar. Loopt uw boekjaar gelijk met het kalenderjaar, dan is dat 1 juli van het volgende jaar. Over het jaar 2026 gaat de teller dus op 1 juli 2027 lopen. Die eerste zes maanden zijn gratis en geven u ruimte om uw cijfers rond te krijgen.

Btw en loonheffing: de teller loopt al vanaf 1 januari

Bij de belastingen die u zelf aangeeft en betaalt gelden strengere regels. Voor onder meer de btw, de loonheffing, de dividendbelasting, de overdrachtsbelasting en de accijns geldt geen renteloze periode van zes maanden. De rente loopt daar al vanaf de dag na het einde van het jaar, dus vanaf 1 januari.

Er is wel een uitweg, en die is belangrijk. Meldt u een fout binnen drie maanden na het einde van het jaar met een suppletie of een correctiebericht, dan wordt geen rente gerekend. Een suppletie is de verplichte herstelmelding waarmee u fouten in eerdere btw-aangiften corrigeert; een correctiebericht is de vergelijkbare correctie op een eerdere loonaangifte. Bij een kalenderjaar betekent dat: insturen vóór 1 april. Betaalt u te laat maar wel binnen die drie maanden, dan geldt hetzelfde. Meldt u het later, dan stopt de renteteller uiterlijk tien weken nadat de Belastingdienst uw melding heeft ontvangen, maar alleen als de naheffingsaanslag precies uw melding volgt. Legt de Belastingdienst er uit eigen beweging nog een bedrag bovenop, dan geldt die rentestop daarvoor niet. En voor de btw geldt hij voorlopig helemaal nog niet.

Erfbelasting: twintig maanden na het overlijden

Bij de erfbelasting begint de rente te lopen twintig maanden na het overlijden. Die termijn geldt voor overlijdens in 2026 en later; bij een overlijden in 2025 of eerder was het acht maanden. Doet u binnen die termijn aangifte of vraagt u binnen die termijn om een aanslag, dan betaalt u geen rente. Belangrijk om te weten: bij de erfbelasting vergoedt de Belastingdienst nooit rente aan u, ook niet als hij zelf traag is. Voor de schenkbelasting geldt overigens helemaal geen belastingrente.

Zo voorkomt u belastingrente helemaal

Voor de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting biedt de wet twee routes om de rente op precies nul te houden. U hoeft er maar één van te bewandelen. Figuur 3 laat in vier vragen zien waar u uitkomt.

Figuur 3: de beslisboom. Was uw aangifte op tijd binnen en volgde de aanslag die aangifte exact, dan betaalt u niets. Was de aangifte te laat, dan redt een tijdig verzoek om een voorlopige aanslag u alsnog.

Route 1: dien uw aangifte op tijd in

Is uw aangifte inkomstenbelasting vóór 1 mei na het jaar bij de Belastingdienst binnen, of uw aangifte vennootschapsbelasting vóór de eerste dag van de zesde maand na uw boekjaar, en legt de Belastingdienst de aanslag op zoals u die heeft aangegeven? Loopt uw boekjaar gelijk met het kalenderjaar, dan is die tweede datum 1 juni. Dan wordt geen belastingrente in rekening gebracht. Voor de aangifte over 2026 betekent dat dus: uiterlijk 30 april 2027 bij de inkomstenbelasting en uiterlijk 31 mei 2027 bij de vennootschapsbelasting.

Route 2: vraag vóór 1 mei om een voorlopige aanslag

Lukt de aangifte niet op tijd, dan is er een tweede route. Vraagt u vóór 1 mei na het jaar zelf om een (aangepaste) voorlopige aanslag, en volgt de Belastingdienst dat verzoek, dan betaalt u ook geen rente. Deze route geldt voor de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting allebei, en in beide gevallen is 30 april de uiterste dag.

Krijgt u een eenmalig groot bedrag binnen, bijvoorbeeld dividend uit uw bv of de opbrengst van de verkoop van uw aandelen, vraag dan meteen een voorlopige aanslag aan en wacht niet tot het voorjaar daarna. Bij dat soort bedragen loopt de rente in enkele maanden op tot tienduizenden euro’s. Doe het verzoek op de manier die de Belastingdienst voorschrijft, dus met het daarvoor bestemde formulier of via de opengestelde kanalen. Maak de schatting zo goed mogelijk. Een verzoek om een hógere voorlopige aanslag mag ook: wie een betere winst verwacht dan eerder gedacht, kan zo de rente afkappen. Aan de motivering worden geen zware eisen gesteld. Wel geldt: geef nooit bewust een te laag bedrag op om liquiditeit te sparen, want dat kan een vergrijpboete opleveren, een boete die de Belastingdienst oplegt bij opzet of grove schuld.

Wacht ook niet tot de laatste dag. De Belastingdienst heeft wettelijk veertien weken om uw verzoek te verwerken, en een aanslag die binnen die termijn wordt opgelegd geldt als voortvarend genoeg. Een klacht dat het te lang duurde, heeft dan geen kans. Rechtbank Gelderland oordeelde in april 2026 nog zo in een zaak waarin het verzoek pas in juni was gedaan.

Twee praktische punten tot slot. Heeft u over een eerder jaar nog geen aangifte gedaan, breng dat dan eerst in orde: zolang die aangifte ontbreekt, verleent de Belastingdienst geen voorlopige teruggaaf. En bent u bang dat uw bedrag te klein is voor een voorlopige aanslag? Vraagt u er zelf om, dan legt de Belastingdienst die ook voor kleine bedragen op.

Let op deze twee valkuilen

De eerste valkuil is de datum. Beslissend is de dag waarop de Belastingdienst uw aangifte of verzoek ontvangt, niet de dag waarop u het verstuurt. De Algemene termijnenwet geldt hier niet, dus “vóór 1 mei” betekent uiterlijk 30 april, ook als dat een zondag of een feestdag is. Eén dag te laat is te laat: de rechter heeft geen ruimte om een minimale overschrijding door de vingers te zien. Reken ook niet met de dag waarop de Belastingdienst laat weten dat de aanslag eraan komt. Alleen de datum op het aanslagbiljet telt, en die ligt altijd later.

De tweede valkuil is de conformiteitseis. De aanslag moet zijn vastgesteld precies zoals u het heeft aangegeven of gevraagd. Wijkt de Belastingdienst af, ook maar op één punt, dan vervalt de vrijstelling en wordt rente gerekend over het hele te betalen bedrag, niet alleen over de correctie. Wie eerst een voorlopige aanslag conform de aangifte laat vaststellen, beperkt de grondslag tot het bedrag dat per saldo nog bij te betalen is.

Figuur 4 vat de drie data samen waarmee u de rente op nul houdt.

Figuur 4: de drie data die tellen: 1 april voor een suppletie of correctiebericht, 30 april voor de aangifte inkomstenbelasting en voor een verzoek om een voorlopige aanslag, en 31 mei voor de aangifte vennootschapsbelasting bij een kalenderboekjaar.

Waarom uitstel voor uw aangifte niet helpt

Uitstel voor het doen van aangifte beschermt u niet tegen belastingrente. Wie uitstel vraagt, schuift de aangifte voorbij 1 mei of 1 juni en accepteert daarmee dat de rente gaat lopen. Dat is een bewuste keuze van de wetgever geweest. Sterker nog: uitstel verlengt ook de termijn waarbinnen de Belastingdienst een aanslag of een navorderingsaanslag mag opleggen, en daarmee de periode waarover rente kan worden berekend.

Loopt uw aangifte via de beconregeling, de uitstelregeling waarmee belastingadviseurs de aangiften van hun klanten gespreid indienen, dan is dat extra van belang. Adviseurs leveren die aangiften volgens een maandschema aan, waarbij de laatste aangiften pas in april van het jaar daarna binnenkomen. Zit uw aangifte achteraan in dat schema en verwacht u een forse bijbetaling, dan is een tijdig verzoek om een voorlopige aanslag geen luxe maar noodzaak. Bespreek met uw adviseur waar u in het schema staat.

Bewaar wel altijd de brief waarin het uitstel is verleend. Stond daarin geen waarschuwing dat u door dat uitstel belastingrente gaat betalen, en heeft u binnen de uitsteltermijn een correcte aangifte gedaan, dan is er een verweer tegen de rente. Dat u een adviseur inschakelde, doet daar niet aan af.

Wat kost belastingrente u? Een rekenvoorbeeld

Stel, uw bv heeft een boekjaar dat gelijkloopt met het kalenderjaar en moet over 2026 nog 60.000 euro vennootschapsbelasting bijbetalen.

Doet u tijdig aangifte, dan komt die over 2026 op 20 mei 2027 binnen, dus vóór 1 juni, en volgt de aanslag uw aangifte. U betaalt dan nul euro belastingrente. Vraagt u uitstel aan, dan komt de aangifte pas op 1 maart 2028 binnen. De aanslag krijgt als datum 1 mei 2028 en moet uiterlijk 12 juni 2028 zijn betaald. De rente loopt dan van 1 juli 2027 tot en met 11 juni 2028, oftewel 341 dagen. Bij 5 procent komt dat neer op 2.841 euro. Figuur 5 zet beide uitkomsten naast elkaar.

Figuur 5: hetzelfde belastingbedrag, twee uitkomsten. Een tijdige aangifte kost nul euro rente, uitstel kost 2.841 euro over 341 dagen bij 5 procent.

Dat verschil van ruim 2.800 euro kost u niets meer dan één tijdige aangifte of één verzoekformulier. Bij de renteberekening telt de Belastingdienst een volle maand als 30 dagen en een jaar als 360 dagen; alleen in de laatste maand telt hij de werkelijke dagen. Rente die u moet betalen wordt naar beneden afgerond op hele euro’s, rente die u krijgt naar boven.

Ook bij de btw loopt het snel op. Ontdekt u in de zomer van 2027 dat u over 2026 nog 50.000 euro btw moet afdragen, dan loopt de rente daar al vanaf 1 januari 2027. Bij 5 procent is dat ongeveer 2.500 euro over een jaar. Had u de suppletie vóór 1 april 2027 ingestuurd, dan was de rente nul geweest.

De rente loopt al: zo beperkt u het bedrag

Staat er al een rentebedrag op uw aanslag, dan is het bijna altijd de moeite waard om dat na te rekenen. Er zijn drie controles die in de praktijk geld opleveren.

Had de Belastingdienst uw geld al?

Had de Belastingdienst het bedrag in dezelfde belasting en over hetzelfde jaar al binnen, bijvoorbeeld door een eerdere voorlopige aanslag, dan hoeft u over die periode geen rente te betalen. Dat speelt bij heen-en-weer gaande voorlopige aanslagen, bij een gewijzigd boekjaar, bij opname in een fiscale eenheid en bij teruggedraaide verliesverrekening. Voor verschuivingen tussen fiscale partners of tussen erfgenamen geldt een aparte, bij regeling aangewezen groep gevallen. Let op: geld dat u alvast uit eigen beweging overmaakt telt hier niet mee, en een bedrag dat u uit een andere aanslag of een andere belasting tegoed heeft evenmin.

In een zaak uit 2022 was over 14.478 euro rente berekend over 483 dagen, terwijl het geld een groot deel van die tijd al bij de Belastingdienst stond. De Hoge Raad beperkte de rente tot 219 dagen en verlaagde het bedrag van 1.553 euro naar 704 euro. Belangrijk: deze vermindering gaat meestal niet automatisch, u moet er zelf om vragen. Vermeld daarbij duidelijk en overzichtelijk over welke periode het gaat en maak aannemelijk dat u er recht op heeft. Is het rentebedrag op de beschikking niet hoger dan 100 euro, dan wordt de vermindering overigens niet toegepast.

Eén beperking blijft altijd staan: over de periode tussen de datum op het aanslagbiljet en de uiterste betaaldatum, meestal zes weken, blijft u rente verschuldigd. Ook als u de aanslag meteen betaalt. De wetgever heeft dat bewust aanvaard als een enigszins ruwe berekening.

Controleer de einddatum van de renteperiode

De renteperiode loopt in beginsel door tot de dag vóór de uiterste betaaldatum. Er gelden echter maximumtermijnen. Volgt de aanslag uw aangifte, dan stopt de teller uiterlijk negentien weken na ontvangst van die aangifte. Volgt de aanslag een verzoek, dan is dat veertien weken; bij een navorderingsaanslag op verzoek twaalf weken.

Wijkt de aanslag af van uw aangifte, dan hoeft de Belastingdienst die negentienwekengrens niet toe te passen, maar in de praktijk doet hij dat soms wel. In een zaak uit 2021 scheelde dat ruim een jaar aan rente. Kijk daar dus altijd naar. Ook een aantoonbaar gebrek aan voortvarendheid bij de Belastingdienst kan de periode verkorten: Gerechtshof Den Haag haalde er in maart 2026 twaalf maanden af.

Wees wel realistisch over wat kansrijk is. Narekenen op de periode, op het percentage en op geld dat de Belastingdienst al binnen had, levert regelmatig geld op. Een klacht dat het percentage te hoog is of dat u de cijfers onmogelijk eerder kon kennen, slaagt vrijwel nooit: de rechter mag de rekenregels niet op redelijkheid toetsen en de Belastingdienst hoeft geen rekening te houden met uw persoonlijke situatie.

Wanneer vergoedt de Belastingdienst rente aan u?

De Belastingdienst vergoedt alleen rente als hij zelf te traag is geweest. Krijgt u geld terug via een voorlopige aanslag, dan bestaat recht op rente als de Belastingdienst die aanslag heeft vastgesteld precies zoals u die heeft gevraagd of aangegeven, én er meer dan acht weken zijn verstreken na uw verzoek of meer dan dertien weken na uw aangifte. De teller begint daarbij niet eerder dan zes maanden na het einde van het jaar. Bij een teruggaaf van btw of loonheffing geldt een termijn van acht weken na het teruggaafverzoek.

Twee situaties leveren juist géén vergoeding op. Wordt uw aanslag verlaagd na een bezwaar of een rechtszaak, dan krijgt u geen rente over de periode dat u te veel had betaald. En bij achterwaartse verliesverrekening, waarbij u een verlies verrekent met de winst van een eerder jaar, wordt evenmin rente vergoed. Anders dan bij bezwaar wordt de rente die u over dat eerdere jaar al betaalde dan ook niet verlaagd. Alleen de zogenoemde coulancerente, die de Belastingdienst buiten de wettelijke regeling om vergoedt bij vertraging die aan hem te wijten is, kan dat soms deels goedmaken.

U bent het niet eens met de rente: bezwaar of herziening?

De rente wordt vastgesteld in een rentebeschikking: een aparte beslissing waarin het bedrag aan belastingrente staat. Welke stap u moet zetten, hangt af van het soort aanslag. Kiest u de verkeerde route, dan wordt uw protest niet inhoudelijk behandeld. Figuur 6 zet de twee routes naast elkaar.

Figuur 6: de twee routes. Bij een definitieve aanslag of een navorderingsaanslag maakt u bezwaar binnen zes weken; bij een voorlopige aanslag vraagt u om herziening en kunt u pas bezwaar maken tegen een afwijzing.

Definitieve aanslag of navordering: bezwaar binnen zes weken

Gaat het om een definitieve aanslag of een navorderingsaanslag, dan maakt u binnen zes weken na de datum op het aanslagbiljet bezwaar. Bezwaar tegen de aanslag geldt automatisch ook als bezwaar tegen de rentebeschikking. Bent u die zes weken voorbij, dan resteert alleen een verzoek om ambtshalve vermindering: een verzoek om de aanslag alsnog te verlagen buiten de bezwaartermijn om, waarbij minder ruime regels gelden.

Voorlopige aanslag: geen bezwaar, maar een verzoek om herziening

Bij een voorlopige aanslag ligt het anders. Daartegen staat geen bezwaar open, ook niet tegen de rente die erbij hoort. U vraagt dan om herziening van de voorlopige aanslag: een verzoek om die aanslag aan te passen. Wijst de Belastingdienst dat verzoek geheel of gedeeltelijk af, dan doet hij dat met een beslissing waartegen u wél bezwaar kunt maken.

Die bezwaartermijn is ongewoon ruim. Hij eindigt pas op de datum van de definitieve aanslag waarmee de voorlopige aanslag wordt verrekend, en voor de rentebeschikking geldt altijd ten minste zes weken na de afwijzing. U heeft dus meer tijd dan de gebruikelijke zes weken om uw punt op te bouwen. Er zit wel een harde buitengrens aan: een verzoek om herziening van de rentebeschikking kunt u nog indienen tot zes weken na de datum van de definitieve aanslag waarmee de voorlopige aanslag wordt verrekend. Daarna is de deur dicht. Let wel op twee dingen: op een bezwaar tegen zo’n afwijzing beslist de Belastingdienst binnen zes weken, en een bezwaarschrift tegen een voorlopige aanslag levert geen uitstel van betaling op. Wilt u later betalen, vraag dat dan apart aan.

Verstuurt u uw brief naar de verkeerde instantie? Dat kost u in de regel geen termijn. De ontvangende instantie moet uw brief doorsturen en het moment waarop u hem daar indiende telt als indieningsmoment.

Praktische checklist: wat u moet regelen

  • Zet 30 april in uw agenda. Dat is de uiterste dag voor uw aangifte inkomstenbelasting én voor een verzoek om een voorlopige aanslag over het voorgaande jaar.
  • Zet 31 mei erbij voor de bv. Dat is de uiterste dag voor uw aangifte vennootschapsbelasting over een boekjaar dat gelijkloopt met het kalenderjaar.
  • Zet 1 april erbij voor btw en loonheffing. Een suppletie of correctiebericht over het vorige jaar dat vóór die datum binnen is, kost geen rente.
  • Schat realistisch. Laat uw verwachte winst en belasting tijdig doorrekenen en vraag op basis daarvan een voorlopige aanslag aan die zo dicht mogelijk bij de werkelijkheid ligt.
  • Reken niet op uitstel. Uitstel voor de aangifte voorkomt geen rente. Vraag bij uitstel altijd óók vóór 1 mei een voorlopige aanslag aan.
  • Vraag ruim op tijd. De Belastingdienst mag veertien weken over uw verzoek doen; die tijd loopt gewoon door terwijl de rente oploopt.
  • Vergelijk aanslag en aangifte. Wijkt de aanslag ook maar op één punt af, dan vervalt de vrijstelling en gaat rente lopen over het hele bedrag.
  • Reken de rentebeschikking na. Controleer de periode, het percentage en of de maximumtermijn van negentien of veertien weken is toegepast.
  • Claim de vermindering zelf. Stond het geld al bij de Belastingdienst, vraag dan actief om vermindering van de rente over die periode. Dit gebeurt niet automatisch.
  • Kies het juiste rechtsmiddel. Bezwaar bij een definitieve aanslag of navordering, een verzoek om herziening bij een voorlopige aanslag.
  • Bespreek uw plek in het becon-schema. Vraag uw adviseur in welke maand uw aangifte is ingepland en trek die naar voren als u een forse bijbetaling verwacht.

Veelgestelde vragen

Welk percentage belastingrente geldt in 2026?

Vanaf 1 januari 2026 geldt 5 procent voor alle belastingen, dus ook voor de vennootschapsbelasting. Dat laatste is nieuw: de Hoge Raad heeft op 16 januari 2026 beslist dat het hogere percentage voor de vennootschapsbelasting niet mag worden toegepast. De rente wordt enkelvoudig berekend, dus zonder rente over rente.

Voorkomt uitstel voor uw aangifte de belastingrente?

Nee. Uitstel schuift uw aangifte juist voorbij de datum waarop de vrijstelling nog geldt, waardoor de rente gaat lopen. De oplossing bij uitstel is om vóór 1 mei alsnog een voorlopige aanslag aan te vragen die aansluit bij de belasting die u verwacht te moeten betalen.

Wat gebeurt er als u één dag te laat bent?

Dan vervalt de vrijstelling volledig. De termijn is fataal en de rechter heeft geen ruimte om een kleine overschrijding door de vingers te zien. Bovendien telt de dag waarop de Belastingdienst uw stuk ontvangt, niet de dag waarop u het verstuurt.

Kunt u bezwaar maken tegen de belastingrente?

Dat hangt af van het soort aanslag. Bij een definitieve aanslag of een navorderingsaanslag maakt u binnen zes weken bezwaar; uw bezwaar tegen de aanslag geldt dan ook voor de rente. Bij een voorlopige aanslag staat geen bezwaar open en vraagt u om herziening van die aanslag.

Krijgt u rente terug als u gelijk krijgt in bezwaar?

Nee. Wordt uw aanslag na bezwaar of na een rechtszaak verlaagd, dan vergoedt de Belastingdienst daarover geen rente. Wel wordt de eerder in rekening gebrachte rente naar evenredigheid verlaagd. Dit is een bewuste keuze van de wetgever. Het is een reden om samen met uw adviseur te bekijken of u de aanslag betaalt of uitstel van betaling vraagt: krijgt u uiteindelijk ongelijk, dan betaalt u over de uitstelperiode invorderingsrente.

Geldt belastingrente ook voor de btw en de loonheffing?

Ja, en daar is de regeling strenger, omdat de renteloze periode van zes maanden ontbreekt. De teller loopt al vanaf 1 januari na het jaar. U ontloopt de rente volledig door een fout binnen drie maanden na het jaareinde te melden met een suppletie of een correctiebericht, dus vóór 1 april bij een kalenderjaar.

Hoe Taxcount u kan helpen

Belastingrente is een van de weinige kostenposten die u volledig zelf in de hand heeft, mits u de data en de bedragen scherp heeft. Taxcount bewaakt voor u de aangifte- en verzoektermijnen, maakt een realistische schatting van de belasting die u over het lopende jaar verschuldigd bent en dient waar nodig tijdig een verzoek om een voorlopige aanslag in. Ook voor de btw en de loonheffing bewaken wij de deadline van 1 april voor suppleties en correctieberichten.

Staat er al een rentebedrag op een aanslag, dan rekenen wij de beschikking voor u na: klopt de periode, is het juiste percentage gebruikt, is de maximumtermijn toegepast en had de Belastingdienst uw geld misschien al? Wij verzorgen vervolgens het bezwaar of het herzieningsverzoek. Laat uw situatie vrijblijvend beoordelen, dan weet u binnen één gesprek of er geld te besparen of terug te halen valt.

Dit artikel bevat algemene informatie en is geen fiscaal advies. Tarieven, percentages, drempels en termijnen kunnen wijzigen, en de uitkomst hangt altijd af van uw persoonlijke situatie. Laat uw situatie daarom altijd beoordelen door een belastingadviseur voordat u actie onderneemt.