U woont samen, bent getrouwd of heeft net samen een huis gekocht. In de aangifte inkomstenbelasting komt dan de vraag hoe u de gezamenlijke posten onderling verdeelt, en vaak vult u daar zonder nadenken vijftig om vijftig in. Toch is fiscaal partnerschap geen keuze maar een gevolg van vaste feiten, en juist daarom zijn de keuzes die eruit voortvloeien elk jaar geld waard. Een onnadenkende verdeling kost u zo enkele duizenden euro’s, en een ontbrekend samenlevingscontract kan bij een overlijden een veelvoud daarvan kosten. In dit artikel leest u wanneer u in 2026 fiscaal partner bent, welke posten u vrij mag verdelen, tot wanneer u die verdeling nog kunt wijzigen en welke nadelen het partnerschap ongevraagd meebrengt. Ook leest u wat u praktisch moet vastleggen voordat u aangifte doet.

Wanneer bent u fiscaal partner?

Fiscaal partnerschap is geen keuze die u in de aangifte aanvinkt. De wet werkt met objectieve feiten: een huwelijk, een notarieel samenlevingscontract, een gezamenlijk kind of een gezamenlijke woning. Voldoet u aan een van die feiten, dan bent u partner, ook als u dat liever niet was. Wat u wel kunt sturen, zijn de feiten zelf. U kunt bijvoorbeeld besluiten om wel of niet naar de notaris te gaan, maar dat moet dan gebeuren vóór het jaar waarin het effect moet optreden.

Getrouwd of geregistreerd partner: direct partner

Bent u getrouwd of heeft u een geregistreerd partnerschap, dan bent u fiscaal partner. Er geldt geen wachttijd: vanaf de trouwdag telt u voor de belastingen als paar. Woont u samen zonder te trouwen, dan bent u fiscaal partner als u twee dingen combineert: een notarieel samenlevingscontract én een inschrijving op hetzelfde woonadres in de basisregistratie personen, de bevolkingsadministratie van de gemeente. Beide voorwaarden moeten kloppen. Alleen samenwonen is niet genoeg en alleen een contract ook niet.

Zes situaties waarin u ook zonder contract partner bent

Voor de inkomstenbelasting komen er zes situaties bij. Staat u samen op één adres ingeschreven, dan bent u ook fiscaal partner als een van deze punten geldt:

  • u heeft samen een kind;
  • een van u heeft het kind van de ander erkend;
  • u bent bij een pensioenregeling als partner van de ander aangemeld;
  • u bent samen eigenaar van de woning waarin u woont;
  • er staat een minderjarig kind van een van u beiden op het adres ingeschreven;
  • u was in het vorige kalenderjaar al fiscaal partner.

Die laatste wordt het vaakst over het hoofd gezien. Bent u eenmaal partner, dan bent u het jaar daarna opnieuw partner zolang u samen ingeschreven staat. De op één na belangrijkste is de gezamenlijke woning: veel stellen worden fiscaal partner op het moment dat zij samen een huis kopen, zonder dat zij ooit iets hebben getekend.

Wie geen fiscaal partner kan zijn

Drie groepen vallen af. Een bloed- of aanverwant in de eerste graad, dus uw ouder, uw kind, uw schoonouder of uw stiefkind, is geen partner, tenzij u beiden bij het begin van het kalenderjaar 27 jaar of ouder was. Iemand die buiten Nederland woont, is alleen partner als hij kwalificerend buitenlands belastingplichtige is, dus als hij vrijwel zijn hele inkomen in Nederland verdient. En voor een pleegkind of een kind waarvoor u kinderbijslag ontvangt en dat jonger is dan 27 jaar, kunt u samen een verzoek doen om het partnerschap uit te sluiten. U kunt bovendien maar één fiscaal partner tegelijk hebben.

Naast het pleegkind is er nog één situatie die u zelf kunt uitsluiten. Woont u samen met iemand terwijl er een minderjarig kind op het adres staat, dan kunt u met een schriftelijke huurovereenkomst op zakelijke gronden aantonen dat u geen partners bent. Denk aan een inwonende volwassen huisgenoot. U dient daarvoor een verzoek in bij de inspecteur, die beslist met een beschikking waartegen u bezwaar kunt maken.

Figuur 1 zet de vier vragen op een rij waarmee u in één oogopslag ziet of er fiscaal partnerschap is.

 

Figuur 1: beslisboom. Vier vragen bepalen of u fiscaal partner bent, met rechts de zes extra situaties die gelden zodra u samen op één adres staat ingeschreven.

Wanneer begint en eindigt het fiscaal partnerschap?

Bent u een deel van het jaar partner, dan wordt u ook partner genoemd in de overige perioden van dat jaar waarin u samen ingeschreven stond. Het partnerschap wordt dus over het jaar heen doorgetrokken.

Bij een echtscheiding stopt het partnerschap pas als aan twee eisen tegelijk is voldaan: het verzoek tot echtscheiding of scheiding van tafel en bed is bij de rechter ingediend, én u staat niet meer op hetzelfde adres ingeschreven. Blijft u samen ingeschreven staan omdat een van u de woning nog niet uit is, dan loopt het partnerschap door. En omdat u het vorige jaar partner was, bent u het jaar daarna opnieuw partner. Het moment van uitschrijven bepaalt dus meer dan veel mensen denken.

Wordt samenwonen onmogelijk door opname in een verpleeghuis of verzorgingshuis wegens medische redenen of ouderdom, dan blijft het partnerschap bestaan zolang geen van u beiden een nieuwe partner krijgt. Wilt u dat beëindigen, dan moet u dat schriftelijk melden aan de inspecteur. Een vakje aankruisen in de aangifte is daarvoor niet genoeg.

Bent u maar een deel van het jaar partner, bijvoorbeeld omdat u in de loop van het jaar bent gaan samenwonen of uit elkaar bent gegaan, dan kunt u samen kiezen om toch als partners voor het hele jaar te gelden. Alleen dan staat de vrije verdeling voor u open. Die keuze maakt u bij de aangifte of bij een verzoek om voorlopige teruggaaf en niet later. Let op: de keuze telt niet mee voor de zesmaandsregel bij het uitbetalen van de algemene heffingskorting.

Welke posten mag u samen vrij verdelen?

De hoofdregel is dat ieder zijn eigen inkomen en zijn eigen vermogen aangeeft. Voor een beperkte groep posten maakt de wet een uitzondering: die mag u als partners in elke verhouding over elkaar verdelen, zolang u samen op precies 100 procent uitkomt.

Vrij te verdelen zijn vijf posten: het saldo van de eigen woning (het eigenwoningforfait, een vast bedrag dat u bij uw inkomen optelt op basis van de WOZ-waarde, min de aftrekbare rente), het inkomen uit aanmerkelijk belang in box 2, de persoonsgebonden aftrek zoals zorgkosten, partneralimentatie en giften, de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen in box 3, en de ingehouden dividendbelasting. Niet verdeelbaar zijn onder meer loon, uitkering, pensioen en lijfrente-uitkeringen, winst uit onderneming, het resultaat uit terbeschikkingstelling (verhuur van vermogen aan de onderneming of bv van uw partner) en de heffingskortingen. Figuur 2 zet beide groepen naast elkaar.

Figuur 2: de vijf posten die u samen vrij mag verdelen tegenover de posten die de wet bij ieder afzonderlijk laat.

Kiest u niets, of komt u samen niet precies op 100 procent uit, dan rekent de Belastingdienst automatisch de helft aan ieder toe. De Hoge Raad besliste in maart 2025 dat die verdeling ook geldt als de partner van de post niets af wist. De standaardverdeling is dus hard: wie niets kiest, kiest vijftig om vijftig.

Bij de eigen woning mag u alleen het saldo verdelen. Het eigenwoningforfait bij de ene partner nemen en de rente bij de andere is niet toegestaan. Bij de persoonsgebonden aftrek mag u wél per aftrekpost een andere verhouding kiezen.

Wat levert een goede verdeling u op in 2026?

Twee lage schijven in box 2

Keert uw bv, uw besloten vennootschap, dividend uit, dan is dit het grootste eenmalige voordeel in dit artikel. Box 2 kent twee schijven, en die schijven gelden per persoon.

Deel van het box 2-inkomen (2026)Tarief
Tot en met 68.843 euro24,5 procent
Boven 68.843 euro31 procent

Omdat u het box 2-inkomen vrij mag verdelen, kunt u samen tot en met 137.686 euro tegen 24,5 procent afrekenen.

Rekenvoorbeeld. Uw bv keert in 2026 140.000 euro dividend uit. Rekent u alles aan uzelf toe, dan betaalt u over de eerste 68.843 euro 24,5 procent en over de resterende 71.157 euro 31 procent. Samen is dat afgerond 38.925 euro. Verdeelt u het dividend gelijk over u beiden, dan blijft ieder van u met 70.000 euro vrijwel volledig in de eerste schijf. Samen betaalt u dan afgerond 34.450 euro. Het verschil is 4.475 euro, alleen door een ander getal in de aangifte. Figuur 3 laat zien waar dat verschil vandaan komt.

Figuur 3: bij een dividend van 140.000 euro schuift een gelijke verdeling het volledige bedrag vrijwel geheel in de eerste schijf van beide partners. Dat scheelt 4.475 euro.

Deze verdeling staat alleen open als u het hele jaar dezelfde fiscaal partner had, of als u samen kiest voor voljaarspartnerschap.

De eigen woning: minder speelruimte dan u denkt

Veel mensen rekenen de hypotheekrenteaftrek automatisch toe aan de partner met het hoogste inkomen. Dat helpt minder dan vroeger, want de aftrek voor de eigen woning is in tarief beperkt. In 2026 levert die aftrek maximaal 37,56 procent op, ook als u in de schijf van 49,50 procent valt.

Rekenvoorbeeld. U verdient 90.000 euro en uw partner 20.000 euro. Samen heeft u een eigen woning met een negatief saldo van 8.000 euro. Rekent u dat volledig aan uzelf toe, dan levert de aftrek 3.005 euro op. Bij uw partner, die in de eerste schijf van 35,75 procent valt, is dat 2.860 euro. Het verschil is ongeveer 145 euro.

Het echte effect van de verdeling zit hier dus niet in het tariefverschil, maar in wat de verdeling doet met uw verzamelinkomen, het totaal van uw inkomen in box 1, box 2 en box 3: de afbouw van heffingskortingen, de drempels voor zorgkosten en giften en het recht op toeslagen.

Sturen op uw verzamelinkomen

Heeft u of uw partner de AOW-leeftijd bereikt, de leeftijd waarop de uitkering op grond van de Algemene Ouderdomswet ingaat, dan is de ouderenkorting van 2.067 euro het duidelijkste voorbeeld. Die korting wordt lager zodra het verzamelinkomen van degene die de AOW-leeftijd heeft bereikt boven 46.002 euro komt, met 15 procent van het meerdere, en is nihil vanaf 59.782 euro. Door de eigen woning en het box 3-vermogen anders te verdelen, stuurt u dat verzamelinkomen. Dat is toegestaan.

Wat volgens de rechter niet werkt, is de ouderenkorting eerst opmaken om vervolgens meer algemene heffingskorting uitbetaald te krijgen. Drie uitspraken hebben die route afgewezen. Een ouderenkorting die u zelf niet kunt gebruiken, is definitief verloren en kunt u niet aan uw partner overdragen.

Wat u niet kunt sturen

De inkomensafhankelijke combinatiekorting geldt alleen als er een kind jonger dan 12 jaar ten minste zes maanden bij u in huis woont. Die korting gaat naar de partner met het laagste inkomen uit werk en volgt dat arbeidsinkomen. Zij is dus niet met een verdeling in de aangifte te beïnvloeden. In 2026 bedraagt zij 11,45 procent van het arbeidsinkomen boven 6.239 euro, met een maximum van 3.032 euro dat u bereikt bij een arbeidsinkomen van 32.720 euro. Heeft een van u helemaal geen inkomen uit werk, dan krijgt niemand deze korting.

Ook de uitbetaling van de algemene heffingskorting aan de minstverdienende partner is niet meer voor iedereen beschikbaar. Die bestaat alleen nog voor wie is geboren vóór 1 januari 1963 en meer dan zes maanden dezelfde partner heeft. In het Belastingplan 2025 is een gedeeltelijke herinvoering opgenomen voor wie later is geboren, met een afbouw van 14,70 procent boven een gezamenlijk verzamelinkomen van 36.000 euro. Die regeling treedt pas in werking bij koninklijk besluit. De beoogde datum is 1 januari 2028, maar die staat nog niet vast.

Tot wanneer kunt u de verdeling nog wijzigen?

U mag de gekozen verhouding samen wijzigen tot het moment waarop de aanslagen van u beiden onherroepelijk vaststaan, dus tot er geen bezwaar of beroep meer mogelijk is. Bewaak daarom ook de aanslagdatum van uw partner en niet alleen die van uzelf. Werd een aanslag onherroepelijk door een uitspraak van de Hoge Raad, dan heeft u daarna nog zes weken.

Staan beide aanslagen vast, dan is de verdeling in beginsel definitief. Er blijft één route over: zelf om een navorderingsaanslag verzoeken, een extra aanslag over een jaar dat al was afgerond. Zo’n navorderingsaanslag opent de verdeling opnieuw, en niet alleen voor de post waarop de navordering ziet. Bespreek die route met uw adviseur, want een navorderingsaanslag heeft ook nadelen. Houd er verder rekening mee dat de Belastingdienst bij een keuze over de verdeling zonder termijn kan navorderen.

Er loopt op dit moment een bijzondere termijn voor box 3. Heeft u over de jaren 2017 tot en met 2020 meegedaan aan het massaal bezwaar over de heffing op vermogen, en heeft u daarna een verminderingsbeschikking ontvangen, de brief waarmee de inspecteur uw aanslag verlaagt? De Hoge Raad heeft op 27 maart 2026 beslist dat u dan vanaf de dagtekening van die beschikking nog zes weken heeft om de verdeling van het vermogen samen te wijzigen. Een verzoek om ambtshalve vermindering, waarmee u de Belastingdienst vraagt een aanslag te verlagen die al vaststaat, geeft daarna geen extra ruimte. Omdat het rechtsherstel is berekend op de verdeling die u destijds koos, kan een andere verdeling in deze dossiers geld opleveren. Zet de dagtekening van uw beschikkingen per jaar op een rij.

Figuur 4 zet de momenten op een tijdlijn, met de aparte termijn voor box 3 eronder.

Figuur 4: tijdlijn van de wijzigingstermijn. De deur sluit pas als de aanslagen van beide partners onherroepelijk vaststaan; voor box 3 over 2017 tot en met 2020 geldt een eigen termijn van zes weken.

Welke nadelen brengt fiscaal partnerschap ongevraagd mee?

Naast keuzes levert het partnerschap ook beperkingen op waar u niet om heeft gevraagd. Deze vijf komen in de praktijk het vaakst voor.

Samen mag u maar één hoofdverblijf hebben

Heeft u allebei een koopwoning, dan mag maar één daarvan als hoofdverblijf gelden. U kiest samen welke, en die keuze is voor dat jaar onherroepelijk. Maakt u geen keuze, dan geldt géén van beide woningen als eigen woning: de rente is dan niet aftrekbaar en beide woningen gaan naar box 3. Geeft u in uw aangiften een verschillende woning op, dan telt de woning uit de eerst ingediende aangifte. Leg de keuze dus schriftelijk vast voordat een van u aangifte doet.

Koopt u samen een woning, dan telt een overwaarde uit een eerdere woning van uw partner, de eigenwoningreserve, ook mee bij de toets van uw eigen maximale eigenwoningschuld. Vraag het woningverleden van uw partner daarom op vóór de aankoop. Een lening die u bij uw partner afsluit, is nooit een eigenwoningschuld.

Het leenmaximum bij uw eigen bv geldt voor u samen

Leent u geld van uw eigen bv, anders dan voor de eigen woning, dan wordt het bedrag boven 500.000 euro belast alsof u dividend heeft ontvangen. Dat maximum geldt voor u en uw partner samen, en de schulden van u beiden worden bij elkaar opgeteld. Twee aandeelhouders die geen partners zijn, mogen ieder 500.000 euro lenen. Worden zij fiscaal partner, dan halveert die ruimte in feite. Houd de stand het hele jaar in de gaten, want ook bijgeschreven rente telt mee.

De uren van uw meewerkende partner kunnen vervallen

Heeft u samen met uw partner een vof (vennootschap onder firma) of maatschap, dan tellen de uren van degene wiens werk hoofdzakelijk ondersteunend is niet mee, als twee dingen tegelijk gelden: dat werk is voor 70 procent of meer ondersteunend, én zo’n samenwerking zou tussen mensen die geen familie van elkaar zijn ongebruikelijk zijn. Is dat zo, dan tellen alle uren van die persoon voor dat samenwerkingsverband niet mee. Hij haalt het urencriterium van 1225 uur dan mogelijk niet meer en verliest daarmee de zelfstandigenaftrek. In de praktijk is dat meestal de meewerkende partner. De bewijslast ligt volledig bij u, ook bij een navordering, en de rechter verlangt dat u per taak kunt aangeven welk deel niet ondersteunend was. Een enkel totaal aantal uren is niet genoeg.

Betaalt u uw partner een vergoeding voor het meewerken, let dan op de grens van 5.000 euro. Blijft de vergoeding daaronder, dan is niets aftrekbaar en bij uw partner ook niets belast; de meewerkaftrek blijft dan wel mogelijk, een aftrekpost voor ondernemers van wie de partner onbetaald of tegen een lage vergoeding meewerkt. Vanaf 5.000 euro is de volledige beloning aftrekbaar en bij uw partner belast. Reken uit welke variant in uw situatie gunstiger uitpakt.

Verhuurt u een pand aan de bv van uw partner?

Dan valt het pand niet in box 3, maar wordt de opbrengst min de kosten in box 1 belast, tegen een hoger tarief. Dit heet terbeschikkingstelling: vermogen dat u aan de onderneming of bv van uw partner beschikbaar stelt. Dat resultaat mag u niet vrij tussen u beiden verdelen. Eindigt het partnerschap, bijvoorbeeld door een scheiding, dan moet u afrekenen over de waardestijging van het pand zonder dat u die opbrengst in handen heeft. Er is dan geen doorschuifregeling, alleen uitstel van betaling.

Hetzelfde geldt voor een lening of een borgstelling. Staat u borg voor de onderneming of bv van uw partner uit genegenheid en niet op zakelijke voorwaarden, dan is het verlies niet aftrekbaar terwijl u er wel volledig voor kunt worden aangesproken. Leg vergoeding, plafond en looptijd daarom zakelijk vast.

U kunt aansprakelijk zijn voor de belasting van uw partner

Rekent u een post aan uw partner toe, dan kan de Belastingdienst u aanspreken voor een evenredig deel van de inkomstenbelasting. Dat deel wordt per box berekend. De aansprakelijkheid blijft bestaan nadat de relatie is geëindigd, want bepalend is het jaar waarin de toerekening plaatsvond. Voor de belasting zelf kunt u zich niet disculperen, dus niet aantonen dat het u niet valt aan te rekenen. Wel geldt de aansprakelijkheid niet als er na verliesverrekening geen te betalen aanslag overblijft, en uw partner moet eerst in gebreke zijn. Voor een boete, rente en invorderingskosten bent u alleen aansprakelijk voor zover dat aan u te wijten is, en bij een boete moet de Belastingdienst opzet of grove schuld bewijzen. Weeg dit mee als een van u financiële problemen heeft.

Let op: er bestaan drie verschillende partnerbegrippen

Voor de inkomstenbelasting, voor de toeslagen en voor de erf- en schenkbelasting gelden niet dezelfde regels. U kunt dus voor de belasting wél partner zijn en voor de erfbelasting niet.

Voor de toeslagen gelden vrijwel dezelfde regels als voor de inkomstenbelasting, maar met drie verschillen die er in de praktijk toe doen: het partnerschap gaat pas in vanaf de dag waarop het ontstaat en werkt niet terug over het jaar, uw ouder of kind is er nooit partner, en verzoeken over het partnerschap dient u in bij de Dienst Toeslagen en niet bij de inspecteur. Figuur 5 zet de drie begrippen naast elkaar.

Figuur 5: de drie partnerbegrippen met hun eigen wachttijden. Rechts het bedrag waar het bij de erfbelasting om gaat: 828.035 euro vrijgesteld tegenover 2.769 euro.

Voor de erfbelasting is het verschil het grootst. Erft u van uw partner, dan is in 2026 828.035 euro vrijgesteld. Bent u geen partner in de zin van de Successiewet, dan is dat 2.769 euro en geldt bovendien een hoger tarief. Ter vergelijking: een kind of kleinkind erft 26.230 euro belastingvrij. Een notarieel samenlevingscontract met een wederzijdse zorgplicht brengt de hoge vrijstelling al na zes maanden binnen bereik; zonder contract duurt het vijf jaar onafgebroken op hetzelfde adres. Voor ongehuwd samenwonenden met vermogen is de gang naar de notaris daarmee de goedkoopste maatregel met het grootste bedrag erachter.

Let daarbij op drie punten. De wederzijdse zorgplicht moet in de notariële akte zelf staan; afspraken die u onderling regelt buiten de akte om zijn onvoldoende, oordeelde het gerechtshof in een zaak die de Hoge Raad in 2022 in stand liet. Verder wordt op de partnervrijstelling de helft van de waarde van een nabestaandenpensioen of lijfrente in mindering gebracht, waarbij de vrijstelling na die korting ten minste 213.915 euro bedraagt. En wonen er drie of meer mensen samen die allemaal aan de voorwaarden voldoen ten opzichte van dezelfde persoon, dan is niemand partner en vervalt de vrijstelling voor iedereen.

Gaat u trouwen en wordt er in de familie geschonken? Schenkingen aan u en aan uw partner worden voor de schenkbelasting bij elkaar opgeteld alsof u één persoon bent. Dat geldt ook al voor schenkingen in de twaalf maanden vóór uw huwelijksdag. Schenkingen tussen u beiden vallen daar juist buiten. De timing van een schenking ten opzichte van de trouwdatum is dus een bewuste keuze.

Praktische checklist: wat u moet regelen

  • Stel eerst vast of er partnerschap is. Vraag een uittreksel van de basisregistratie personen op met alle bewoners van uw adres en loop de zes extra situaties na. Partnerschap volgt uit feiten, niet uit uw gevoel.
  • Reken de verdeling elk jaar opnieuw door. De beste verdeling verandert mee met uw inkomen, uw vermogen en uw leeftijd. Vijftig om vijftig uit gewoonte is zelden de beste uitkomst.
  • Vul samen precies 100 procent in. Komt u samen niet op 100 procent uit, dan rekent de Belastingdienst automatisch de helft aan ieder toe.
  • Kies vóór de aangifte welke woning uw hoofdverblijf is. Leg die keuze schriftelijk vast, want bij verschillende aangiften telt de eerst ingediende.
  • Bewaak de aanslagdata van u beiden. Zolang één aanslag nog openstaat, kunt u de verdeling samen nog wijzigen. Daarna is de weg vrijwel dicht.
  • Vraag vóór een gezamenlijke aankoop op welke woningen uw partner eerder had. Een overwaarde uit een eerdere woning van uw partner telt mee bij de toets van uw eigen maximale eigenwoningschuld.
  • Houd een urenadministratie per taak bij als uw partner meewerkt. Alleen daarmee kunt u aantonen dat het werk niet hoofdzakelijk ondersteunend is.
  • Houd de stand van uw leningen bij de bv in de gaten. Het maximum van 500.000 euro geldt voor u samen, inclusief bijgeschreven rente.
  • Ga naar de notaris als u ongehuwd samenwoont en vermogen heeft. Zonder notarieel samenlevingscontract met zorgplicht mist u de partnervrijstelling in de erfbelasting.
  • Leg bij een scheiding de verdeling vast in het convenant. Zonder medewerking van uw ex kunt u de verdeling later niet meer wijzigen.
  • Zoek uw verminderingsbeschikkingen box 3 over 2017 tot en met 2020 op. Vanaf de dagtekening loopt een termijn van zes weken om de verdeling nog te wijzigen.

Veelgestelde vragen

Kunt u zelf kiezen of u fiscaal partner bent?

Nee. Het partnerschap volgt uit vaste feiten, zoals een huwelijk, een notarieel samenlevingscontract, een gezamenlijk kind of een gezamenlijke woning. U kunt het niet aan- of uitzetten in de aangifte. U kunt wel de feiten beïnvloeden, bijvoorbeeld door wel of geen samenlevingscontract te sluiten. Er is één uitzondering waarvoor u een verzoek kunt doen: bij een huisgenoot terwijl er een minderjarig kind op het adres staat, met een schriftelijke zakelijke huurovereenkomst.

Wat gebeurt er als u samen geen verdeling invult?

Dan rekent de Belastingdienst de helft aan ieder toe. Dat geldt ook als u samen niet precies op 100 procent uitkomt, en zelfs als een van u niet wist dat de post er was. Bij een groot dividend of een hoog box 3-vermogen kan dat duizenden euro’s schelen.

Kunt u de verdeling achteraf nog wijzigen?

Ja, zolang de aanslagen van u beiden nog niet onherroepelijk vaststaan. U moet dat samen doen. Staan beide aanslagen vast, dan blijft alleen de route over om zelf om een navorderingsaanslag te verzoeken, waardoor de verdeling opnieuw opengaat. Bespreek die route eerst met uw adviseur.

Bent u fiscaal partner als u samenwoont zonder samenlevingscontract?

Dat hangt ervan af. Zonder notarieel contract bent u alleen partner als u samen op één adres staat ingeschreven én een van de zes extra situaties geldt, bijvoorbeeld een gezamenlijk kind of een gezamenlijke koopwoning. Geldt geen van die punten, dan bent u geen fiscaal partner. U mist dan de vrije verdeling: u kunt vermogen en aftrekposten niet naar elkaar verschuiven, zodat een onbenut heffingvrij vermogen of een onbenutte aftrek bij een van u verloren gaat.

Bent u tijdens uw scheiding nog fiscaal partner?

Ja, totdat aan twee eisen tegelijk is voldaan: het echtscheidingsverzoek is bij de rechter ingediend én u staat niet meer op hetzelfde adres ingeschreven. Blijft u samen ingeschreven, dan loopt het partnerschap door en bent u het jaar daarna opnieuw partner. Het moment van uitschrijven is daarom belangrijk.

Is uw partner die in het buitenland woont ook uw fiscaal partner?

Alleen als hij kwalificerend buitenlands belastingplichtige is, dus als vrijwel het hele inkomen in Nederland wordt belast. Uw partner kan daarbij meeliften op het gezamenlijke inkomen. Voldoet u niet, dan is er geen partnerschap: u kunt niets verdelen, de hypotheekrente is alleen aftrekbaar voor zover die op u drukt en u heeft één keer het heffingvrije vermogen. Sinds 2026 is een inkomensverklaring geen harde voorwaarde meer; de inspecteur kan die opvragen, waarna ander bewijs is toegestaan.

Hoe Taxcount u kan helpen

Fiscaal partnerschap raakt bijna elk onderdeel van uw aangifte tegelijk: de eigen woning, box 2, box 3, de heffingskortingen, de toeslagen en bij ondernemers ook het urencriterium. Taxcount stelt eerst vast of er partnerschap is en vanaf welke datum, en rekent daarna verschillende verdelingen door op het totaal van u beiden samen, inclusief de doorwerking naar kortingen, drempels en toeslagen.

Daarnaast kijken wij vooruit. Wij lopen na of uw hoofdverblijfkeuze, uw leningen bij de bv, uw urenadministratie en uw samenlevingscontract op elkaar aansluiten, en welke oude jaren nog openstaan om te herstellen. Wilt u weten of uw verdeling in 2026 optimaal is, of wat er verandert als u gaat samenwonen, trouwen of scheiden? Laat uw situatie door ons beoordelen.

Dit artikel bevat algemene informatie en is geen fiscaal advies. Tarieven, vrijstellingen en drempelbedragen kunnen wijzigen en de uitkomst hangt af van uw persoonlijke situatie. Laat uw eigen situatie altijd beoordelen voordat u een keuze vastlegt in de aangifte of bij de notaris.

Zie ook: