Steeds meer werkgevers stellen een (elektrische) fiets ter beschikking aan hun personeel. Fiscaal is dat aantrekkelijk: de bijtelling is laag en eenvoudig te berekenen. Maar er zijn een paar valkuilen. U kunt geen kilometervergoeding meer geven voor ritten met die fiets, en sinds kort geldt voor deelfietsen en hubfietsen een nihilbijtelling. In dit artikel leest u hoe de fiets van de zaak in 2026 wordt belast, wat u met de grondslag en de btw-drempel van 749 euro moet, en wanneer een renteloze lening voordeliger is dan een fiets ter beschikking stellen.

Wat is de bijtelling voor een fiets van de zaak?

Stelt uw werkgever een fiets ter beschikking die u ook prive mag gebruiken, dan is dat privevoordeel loon. Net als bij de auto van de zaak rekent de wet dat voordeel uit met een vast percentage: 7% van de waarde van de fiets per jaar. Onder de waarde verstaat de wet de consumentenadviesprijs, dus de adviesprijs die de fabrikant of importeur in Nederland publiceert, inclusief btw. Dat is niet de prijs op de factuur en niet de leaseprijs. Ook voor een tweedehandsfiets geldt de oorspronkelijke adviesprijs; er is geen korting voor de leeftijd van de fiets.

Mag u de fiets voor woon-werkverkeer gebruiken, dan gaat de wet ervan uit dat u hem ook prive gebruikt. Anders dan bij de auto van de zaak is er geen tegenbewijs mogelijk: het aantal privekilometers doet niet ter zake, en er is geen rittenregistratie. Stelt uw werkgever de fiets uitsluitend voor zakelijke ritten ter beschikking, woon-werkverkeer daarvan uitgezonderd, dan is er geen bijtelling.

Rekenvoorbeeld: een elektrische fiets van 2.800 euro

Stel, uw werkgever stelt een elektrische fiets ter beschikking met een consumentenadviesprijs van 2.800 euro inclusief btw. U neemt de fiets mee naar huis. De bijtelling is 7% van 2.800 euro = 196 euro per jaar, ongeveer 16,33 euro per maand bij uw loon (zie figuur 1). Bij een belastingtarief van 37,56% kost dat u ongeveer 74 euro per jaar, dus ruim 6 euro per maand. Betaalt u 10 euro per maand als eigen bijdrage, dan blijft 196 euro min 120 euro = 76 euro bijtelling over.

  Figuur 1: zo rekent u de bijtelling uit. De consumentenadviesprijs (2.800 euro) maal 7 procent geeft 196 euro bijtelling per jaar; bij een tarief van 37,56 procent kost dat ongeveer 74 euro netto. Een eigen bijdrage verlaagt de bijtelling.

Nieuw: nihilbijtelling voor deelfietsen en hubfietsen

Sinds het Belastingplan 2026 geldt een nihilbijtelling voor fietsen die niet bij u thuis worden gestald (zie figuur 2). Wordt de fiets niet meer dan bijkomstig (in de praktijk: niet meer dan 10% van de tijd) bij uw woon- of verblijfadres gestald, dan is het voordeel nihil. Deze regel is bedoeld voor hubfietsen die u voor het laatste stuk tussen station en werkplek gebruikt, en voor ov-fietsen en andere deelfietsen.

Van “stallen” is geen sprake als u in die periode niet zelf over de fiets kunt beschikken. Zet u de fiets voor uw deur en neemt u de sleutel mee naar binnen, dan is er wel gestald. Kunt u de fiets via een app inleveren zodat een ander hem kan gebruiken, dan niet. Belangrijk: deze nihilbijtelling geldt met terugwerkende kracht tot 1 januari 2020. Heeft u in eerdere jaren wel 7% bijtelling toegepast op zulke fietsen, dan kan een correctie over die jaren zinvol zijn.

Figuur 2: beslisboom voor de nihilbijtelling. Staat de fiets niet meer dan bijkomstig bij uw woonadres, of kunt u er in die periode niet zelf over beschikken (bijvoorbeeld een deelfiets die u via een app inlevert), dan is de bijtelling nihil. Anders geldt 7 procent.

Waarom u geen kilometervergoeding meer mag geven

Rijdt u met de fiets van de zaak, dan regelt en betaalt uw werkgever het vervoer al. Dat heet vervoer vanwege de werkgever. Voor die ritten kan geen onbelaste reiskostenvergoeding worden gegeven. Voor dagen waarop u met een eigen vervoermiddel reist, mag wel een vergoeding van maximaal 0,23 euro per kilometer worden gegeven. Werkgever en werknemer kunnen daarover vaste afspraken maken per dag per vervoermiddel, mits die afspraken realistisch zijn en aansluiten bij de persoonlijke situatie.

Ter beschikking stellen of een renteloze lening geven?

Naast een fiets ter beschikking stellen, kan uw werkgever u ook een renteloze lening geven zodat u zelf een fiets koopt. De rente mag dan op nihil worden gesteld en er is geen loon. Het grote verschil: bij een lening houdt u recht op de onbelaste kilometervergoeding van 0,23 euro per kilometer, ook voor woon-werkverkeer. De keuze komt dus hierop neer (zie figuur 3):

  • Fiets ter beschikking stellen: 7% bijtelling, maar geen kilometervergoeding voor ritten met die fiets.
  • Renteloze lening: geen bijtelling, en u houdt wel recht op de kilometervergoeding.

Figuur 3: twee routes vergeleken. Bij een fiets ter beschikking stellen (variant A) geldt 7 procent bijtelling en vervalt de kilometervergoeding; bij een renteloze lening (variant B) is er geen bijtelling en blijft de vergoeding van 0,23 euro per kilometer mogelijk, maar koopt de werknemer de fiets zelf.

Welke route voordeliger is, hangt af van de prijs van de fiets, uw reisafstand en het aantal fietsdagen. Laat dit doorrekenen voordat u een fietsplan invoert.

Vergoeden of verstrekken via de werkkostenregeling

Geeft uw werkgever de fiets in eigendom of vergoedt hij de aanschaf, dan is er geen bijtelling, maar wel loon. Dat loon kan de werkgever als eindheffingsloon aanwijzen en in de vrije ruimte van de werkkostenregeling laten vallen, als aan de gebruikelijkheidseis is voldaan. De Belastingdienst beschouwt in totaal maximaal 2.400 euro per persoon per jaar als gebruikelijk. De vrije ruimte bedraagt in 2026 2% van het loon tot en met 400.000 euro, plus 1,18% van het loon daarboven. Komt u boven de vrije ruimte uit, dan betaalt de werkgever 80% eindheffing over het meerdere.

De btw-drempel van 749 euro

De bijtelling in de loonbelasting staat los van de btw. Voor de btw geldt woon-werkverkeer wel als prive. In beginsel is de btw op een personeelsfiets daardoor niet aftrekbaar, maar er is een uitzondering: verstrekt of stelt u een fiets voor woon-werkverkeer ter beschikking, dan blijft de btw-aftrek in stand als de aanschafkosten niet meer dan 749 euro inclusief btw bedragen, u in het lopende jaar en de twee jaar daarvoor geen fiets aan die werknemer heeft gegeven, en de werknemer niet grotendeels op een andere manier reist. Is de fiets duurder dan 749 euro, dan is bij goedkeuring alleen de btw over het bedrag boven 749 euro uitgesloten van aftrek.

Praktische checklist: wat u moet regelen

  • Bepaal de juiste grondslag. Gebruik de consumentenadviesprijs inclusief btw, niet de factuur- of leaseprijs. Voor tweedehandsfietsen geldt de oorspronkelijke adviesprijs.
  • Kies bewust: ter beschikking stellen of lenen. Weeg de 7% bijtelling af tegen het behoud van de kilometervergoeding bij een renteloze lening.
  • Beoordeel de nihilbijtelling. Wordt de fiets nauwelijks thuis gestald (deelfiets, hubfiets), dan is de bijtelling nihil, ook met terugwerkende kracht tot 2020.
  • Regel de reiskostenvergoeding zorgvuldig. Geef geen kilometervergoeding voor ritten met de fiets van de zaak; maak wel duidelijke afspraken voor dagen met eigen vervoer.
  • Bewaak de btw-drempel van 749 euro. Controleer of u de btw op de fiets mag aftrekken en let op de driejaarsvoorwaarde.
  • Leg de overname vast. Neemt de werknemer de fiets later over, dan mag u uitgaan van 20% waardevermindering per jaar; na vijf jaar kan de overname onbelast.

Veelgestelde vragen

Hoeveel bijtelling betaal ik voor een fiets van de zaak?

U betaalt 7% van de consumentenadviesprijs van de fiets per jaar. Bij een elektrische fiets van 2.800 euro is dat 196 euro per jaar. Wat u daar netto van merkt, hangt af van uw belastingtarief.

Wat is de waarde waarover ik bijtelling betaal?

Dat is de consumentenadviesprijs inclusief btw, de officiele adviesprijs van de fabrikant of importeur. Niet de factuurprijs en niet de leaseprijs. Ook voor een tweedehandsfiets geldt die oorspronkelijke adviesprijs.

Geldt de bijtelling ook voor een speed pedelec of bakfiets?

Ja. Er is geen onderscheid tussen soorten fietsen: een stadsfiets, elektrische fiets, bakfiets en speed pedelec vallen allemaal onder hetzelfde percentage van 7%.

Wanneer is de bijtelling nihil?

Als de fiets niet meer dan bijkomstig bij uw woon- of verblijfadres wordt gestald, bijvoorbeeld bij een deelfiets of hubfiets die u alleen tussen station en werk gebruikt. Deze nihilbijtelling geldt met terugwerkende kracht tot 1 januari 2020.

Mag ik naast de fiets van de zaak een kilometervergoeding krijgen?

Niet voor ritten die u met die fiets maakt: dat is vervoer vanwege de werkgever. Voor dagen waarop u met een eigen vervoermiddel reist, mag wel een vergoeding van maximaal 0,23 euro per kilometer worden gegeven.

Kan ik ook een fiets naast een auto van de zaak krijgen?

Ja. Een fiets van de zaak naast een auto van de zaak is toegestaan. Voor beide geldt een eigen bijtelling.

Hoe Taxcount u kan helpen

Een fiets van de zaak is fiscaal aantrekkelijk, maar de keuze tussen ter beschikking stellen, verstrekken via de vrije ruimte of een renteloze lening bepaalt wat het u en uw personeel oplevert. Ook de nihilbijtelling voor deelfietsen en de btw-drempel van 749 euro worden vaak gemist. Taxcount helpt u een fietsplan op te zetten dat past bij uw personeelsbestand, rekent de varianten voor u door en zorgt dat de bijtelling, de reiskostenvergoeding en de btw kloppen. Overweegt u een fietsregeling? Laat uw situatie door ons beoordelen.

Dit artikel bevat algemene informatie en is geen fiscaal advies. Tarieven, bedragen en drempels kunnen wijzigen en de uitkomst hangt af van uw persoonlijke situatie. Laat uw situatie altijd door een adviseur beoordelen voordat u beslissingen neemt.

Zie ook: