Heeft u via uw holding een dochter-bv of een andere deelneming die verlies lijdt en die u wilt opheffen? Dan komt u al snel bij een vervelende verrassing uit: winst uit een deelneming is meestal onbelast, maar een verlies is daardoor ook níet aftrekbaar. Toch is er een belangrijke uitzondering, en die kan u tienduizenden tot honderdduizenden euro’s schelen. In dit artikel leest u wanneer u een liquidatieverlies mag aftrekken, welke voorwaarden voor 2026 gelden en waar het in de praktijk misgaat.
Wat is een liquidatieverlies?
Bezit uw bv minstens 5% van de aandelen in een andere vennootschap, dan is er sprake van een deelneming. Op zo’n deelneming geldt de deelnemingsvrijstelling: winst, dividend en koerswinst die uw bv uit de deelneming haalt, zijn vrijgesteld van vennootschapsbelasting. De keerzijde is dat verliezen op de deelneming in beginsel ook niet aftrekbaar zijn.
De liquidatieverliesregeling (artikel 13d en 13e van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969) is hierop de belangrijkste uitzondering. Als een deelneming wordt ontbonden en de vereffening is voltooid, mag uw bv het verlies dat op de deelneming is geleden alsnog aftrekken. De gedachte erachter: als de deelneming ophoudt te bestaan, kan het verlies nergens meer worden verrekend, dus mag de moeder het nemen.
Het liquidatieverlies berekent u met een eenvoudige formule:
- Opgeofferd bedrag: alles wat uw bv voor de deelneming heeft opgeofferd, zoals de aankoopprijs en latere stortingen op de aandelen.
- Min de liquidatie-uitkeringen: alles wat uw bv bij de ontbinding nog uit de deelneming ontvangt.
Het verschil is het liquidatieverlies. Voor een buitenlandse vaste inrichting (een filiaal in het buitenland) bestaat een vergelijkbare regeling: het stakingsverlies, geregeld in samenhang met artikel 15i van dezelfde wet.
Voorwaarden voor 2026
Sinds 2021 is de regeling aangescherpt. Belangrijk nieuws voor de meeste ondernemers: een liquidatieverlies tot en met € 5 miljoen blijft altijd volledig aftrekbaar. Deze drempel (de franchise) betekent dat de meeste mkb-verliezen buiten de extra voorwaarden vallen. Pas voor het deel van het verlies bóven € 5 miljoen gelden drie aanvullende eisen:
- Kwantitatieve voorwaarde: uw bv heeft een kwalificerend belang in de ontbonden vennootschap. Dat betekent doorgaans meer dan 50% van de zeggenschap, zodat u de activiteiten van de deelneming kon bepalen.
- Territoriale voorwaarde: de ontbonden vennootschap is gevestigd in Nederland, een andere EU-lidstaat of de Europese Economische Ruimte (EER). Verliezen op deelnemingen daarbuiten zijn boven de drempel niet meer aftrekbaar.
- Temporele voorwaarde: het liquidatieverlies neemt u binnen drie jaar na het jaar van staking van de onderneming in aftrek. De vereffening moet dus tijdig zijn afgerond.
Wordt aan alle voorwaarden voldaan, dan is het volledige liquidatieverlies aftrekbaar. Wordt boven de drempel van € 5 miljoen niet aan de voorwaarden voldaan, dan blijft alleen de eerste € 5 miljoen aftrekbaar en vervalt het meerdere. Voor uw bv is dat een direct verschil in de te betalen vennootschapsbelasting.
Rekenvoorbeeld
De situatie: een holding heeft jaren geleden een dochter-bv verworven. Het opgeofferd bedrag (koopsom plus latere stortingen) is € 9.000.000. De dochter lijdt structureel verlies en wordt geliquideerd. Bij de vereffening ontvangt de holding nog een liquidatie-uitkering van € 1.000.000. Het liquidatieverlies bedraagt dus € 9.000.000 min € 1.000.000, oftewel € 8.000.000.
Scenario A: aan alle voorwaarden voldaan
- Kwalificerend belang van 100%, dochter gevestigd in Nederland, vereffening binnen drie jaar afgerond.
- Volledig liquidatieverlies aftrekbaar: € 8.000.000.
- Belastingvoordeel tegen 25,8% Vpb: € 2.064.000.
Scenario B: niet aan de voorwaarden voldaan
- Dochter gevestigd buiten de EU/EER (of geen kwalificerend belang).
- Alleen de franchise van € 5.000.000 is aftrekbaar; het meerdere van € 3.000.000 vervalt.
- Belastingvoordeel tegen 25,8% Vpb: € 1.290.000.
De conclusie: het verschil bedraagt € 774.000 aan vennootschapsbelasting. Door tijdig aan de voorwaarden te voldoen, blijft in dit voorbeeld het volledige verlies aftrekbaar in plaats van slechts een deel.
| Onderdeel | Scenario A (voorwaarden gehaald) | Scenario B (niet gehaald) |
| Liquidatieverlies | € 8.000.000 | € 8.000.000 |
| Aftrekbaar bedrag | € 8.000.000 | € 5.000.000 |
| Belastingvoordeel (25,8%) | € 2.064.000 | € 1.290.000 |
Praktische gevolgen
De liquidatieverliesregeling is aantrekkelijk, maar de aftrek staat of valt met een goede voorbereiding. Let op de volgende punten:
- Onderbouw het opgeofferd bedrag: houd van begin af aan bij wat u voor de deelneming heeft betaald en gestort. Zonder deugdelijke onderbouwing kunt u de hoogte van het verlies niet aantonen.
- Bewaak de termijn van drie jaar: rond de vereffening op tijd af. Sleept de liquidatie te lang, dan riskeert u dat het verlies niet meer aftrekbaar is.
- Let op de EU/EER-eis bij buitenlandse deelnemingen: boven € 5 miljoen is een verlies op een deelneming buiten de EU of EER niet meer aftrekbaar.
- Kijk naar de samenhang met andere regelingen: bij een fiscale eenheid en bij eerdere waardeverminderingen of terugbetaling van kapitaal gelden extra correcties op het opgeofferd bedrag.
Omdat het verlies in mindering komt op de winst die tegen 19% of 25,8% is belast, bepaalt uw winstniveau hoeveel de aftrek in euro’s waard is.
Conclusie en advies
Het opheffen van een verlieslatende dochter-bv hoeft fiscaal geen verloren zaak te zijn. Dankzij de liquidatieverliesregeling is een liquidatieverlies tot € 5 miljoen volledig aftrekbaar, en ook grotere verliezen blijven aftrekbaar zolang u aan de kwantitatieve, territoriale en temporele voorwaarden voldoet. De valkuilen zitten in de onderbouwing van het opgeofferd bedrag, de driejaarstermijn en de behandeling van buitenlandse deelnemingen. Overweegt u een deelneming te liquideren, laat uw situatie dan vooraf door de fiscalisten van Taxcount beoordelen. Zo stelt u de aftrek veilig en voorkomt u dat een aftrekbaar verlies alsnog verloren gaat.