U bent directeur-grootaandeelhouder (dga) en laat weleens een privérekening door uw eigen besloten vennootschap (bv) betalen, of u schiet zelf iets voor de bv voor. Zo’n rekening-courant dga bv is een lopende rekening waarop het saldo heen en weer beweegt. Zolang dat saldo klein blijft en snel wordt aangezuiverd, is er weinig aan de hand. Loopt het op, dan ziet de Belastingdienst een lening en toetst zij of de voorwaarden zakelijk zijn: is er een overeenkomst, een zakelijke rente, een aflossingsafspraak en genoeg zekerheid? Valt die toets verkeerd uit, dan kan uw rentevoordeel of zelfs de hele schuld worden belast in box 2.
Wat is een rekening-courant tussen dga en bv?
Een rekening-courant is een aparte rekening in de boekhouding van de bv waarop bedragen worden geboekt die over en weer gaan tussen u en de bv. Neemt u geld op of laat u een privérekening door de bv betalen, dan ontstaat een schuld aan de bv. Schiet u juist iets voor de bv voor, dan ontstaat een vordering op de bv. Het saldo aan het eind van het jaar is dus of een schuld of een vordering.
U en uw bv zijn juridisch twee verschillende partijen, maar in de praktijk zit u aan beide kanten van de tafel. Daardoor kunt u afspraken maken die een vreemde nooit zou maken: geld opnemen zonder rente, zonder aflossingsschema en zonder onderpand. Juist daarom kijkt de Belastingdienst mee. De winst van een onderneming, en via de vennootschapsbelasting ook die van de bv, wordt namelijk bepaald zonder onzakelijke elementen. Loopt er om privéredenen een voordeel van de bv naar u, dan corrigeert de inspecteur dat. De inspecteur is de ambtenaar die uw aangifte beoordeelt en de aanslag vaststelt.
Wanneer is het nog een rekening-courant en wanneer een lening?
Dit is het punt waar het in de praktijk misgaat. Volgens de Belastingdienst is een rekening-courant bedoeld voor kleine bedragen die over en weer worden geboekt en doorlopend met elkaar worden verrekend. U laat bijvoorbeeld een eigen rekening door de bv betalen en betaalt dat bedrag korte tijd later terug, of u betaalt even een rekening voor de bv en krijgt het geld snel weer terug. Zulke bedragen worden alleen voorgeschoten. Daarom is een rekening-courant geen lening met rente.
De Belastingdienst maakt dat concreet met een grens van 17.500 euro. Blijft het saldo het hele jaar op of onder 17.500 euro, dan hoeft er geen rente te worden berekend. Komt het saldo hoger uit, dan moet er over het hele bedrag rente worden berekend. Let op: die grens staat niet in de wet. Het is een praktische lijn die de Belastingdienst op haar website hanteert. U kunt er dus geen wettelijke aanspraak aan verbinden, en de Belastingdienst kan haar wijzigen.
In figuur 1 ziet u in vier vragen welke route uw rekening-courant volgt. De rest van deze paragraaf werkt die vier vragen uit.
Figuur 1: beslisboom met vier vragen die bepalen of u rente moet rekenen. Blijft het saldo het hele jaar op of onder 17.500 euro en wordt het bedrag doorlopend met de bv verrekend, dan is geen rente nodig. Komt het saldo hoger uit, dan is rente verplicht over het hele jaar en het hele bedrag. Is er een looptijd en een aflossingsschema afgesproken, of is het bedrag aflossingsvrij uitgeleend, dan is er in wezen een lening en gelden alle zakelijke voorwaarden, ook onder 17.500 euro.
Eén piek in het jaar is genoeg
Het voorbeeld op de website van de Belastingdienst laat zien hoe streng die eis is, en dat ziet u terug in figuur 2. Op 1 januari staat er 10.500 euro op de rekening-courant. In april loopt het saldo op tot 20.500 euro, bijvoorbeeld omdat de bv een privéaankoop voorschiet. In mei lost u 5.000 euro af, zodat het saldo op 31 december 15.500 euro is. Zowel op de beginbalans als op de eindbalans staat er dus minder dan 17.500 euro. Maar omdat het saldo in april boven de grens uitkwam, was het niet het hele jaar lager. U moet daarom over het hele jaar rente berekenen.

Figuur 2: het saldoverloop uit het voorbeeld van de Belastingdienst, met de grens van 17.500 euro als stippellijn. Het saldo start op 1 januari op 10.500 euro, piekt in april op 20.500 euro, daalt in mei met een aflossing van 5.000 euro en staat op 31 december op 15.500 euro. Begin- en eindstand liggen onder de grens, maar door die ene piek in april rekent u over het hele jaar en het hele bedrag rente.
De grens geldt niet als er in wezen een lening is
De regeling voor bedragen onder 17.500 euro geldt alleen voor het voorschieten van kleine bedragen die doorlopend worden verrekend. Wordt via de rekening-courant bijvoorbeeld 16.000 euro aflossingsvrij uitgeleend met een looptijd van tien jaar, dan is dat volgens de Belastingdienst een rentedragende lening. Die moet aan alle zakelijke voorwaarden voldoen, ook al blijft het bedrag onder 17.500 euro. Zoals figuur 1 laat zien, wijst een afgesproken looptijd of aflossingsschema zelf al op een lening: wie zulke afspraken maakt, schiet niet even iets voor maar leent uit. Het gaat dus niet alleen om de hoogte van het saldo, maar ook om de bedoeling en de looptijd.
Welke voorwaarden maken de lening zakelijk?
Zakelijk betekent: dezelfde voorwaarden die uw bv zou stellen aan een lening aan iemand die niet aan de bv of aan u verbonden is en die verder in vergelijkbare omstandigheden verkeert, met bijvoorbeeld een vergelijkbaar inkomen en vermogen. Twijfelt de Belastingdienst aan de zakelijkheid, dan kan zij zes vragen stellen:
- Is de lening schriftelijk vastgelegd in een leningsovereenkomst?
- Hebt u met de bv afspraken gemaakt over het terugbetalen van de lening?
- Biedt u de bv voldoende zekerheden?
- Hebt u met de bv een zakelijke rente afgesproken?
- Kan de bv aan haar verplichtingen blijven voldoen als u de lening opneemt?
- Zou de bv de lening ook onder dezelfde voorwaarden aan een derde in vergelijkbare omstandigheden hebben verstrekt?
Die zes vragen staan naast elkaar in figuur 3 en worden in samenhang beoordeeld. Eén zwak punt maakt de lening niet automatisch onzakelijk, en een schriftelijke overeenkomst alleen maakt haar niet automatisch zakelijk. Het ontbreken van aflossingsafspraken of zekerheden is wel een sterke aanwijzing dat de lening niet zakelijk is.

Figuur 3: de zes vragen waarmee de inspecteur de zakelijkheid van uw lening toetst, van de schriftelijke leningsovereenkomst tot de vraag of de bv dezelfde lening ook aan een onbekende derde zou hebben gegeven. Die laatste vraag geldt ook voor uw partner en uw kinderen. De zes vragen worden in samenhang beoordeeld: één zwak punt maakt de lening niet automatisch onzakelijk, en een overeenkomst alleen maakt haar niet automatisch zakelijk.
De laatste vraag geldt niet alleen voor u, maar ook voor uw partner en uw kinderen. De Belastingdienst geeft het voorbeeld van een dochter die 20.000 euro nodig heeft om een eigen bedrijf op te richten en bij de bank geen lening krijgt omdat zij niet aan de bankvoorwaarden voldoet. Leent de bv haar het geld toch, dan kan de Belastingdienst dat aanmerken als onzakelijk handelen van de bv.
Wat zet u in de leningsovereenkomst?
De Belastingdienst adviseert een schriftelijke leningsovereenkomst en noemt daarvoor de volgende onderdelen:
- uw naam en adresgegevens en die van de bv
- het bedrag dat u leent van de bv
- de looptijd van de lening en de manier van terugbetalen
- het rentetarief
- of de rente per maand of per jaar wordt berekend, en vooraf of achteraf
- het onderpand dat u als zekerheid stelt, en wat er gebeurt als de waarde van dat onderpand daalt tot onder het bedrag van de lening
- de gevolgen voor u als u niet aan de voorwaarden voldoet of kunt voldoen
U en een bevoegde vertegenwoordiger van de bv ondertekenen de overeenkomst; u kunt zelf die vertegenwoordiger zijn. Bij de handtekening horen de naam van de ondertekenaars, de plaats en de datum. Het is gebruikelijk dat de overeenkomst is ondertekend voordat u het geld krijgt. Een overeenkomst die pas na een boekenonderzoek wordt opgemaakt, overtuigt niet. Een boekenonderzoek is een controle waarbij de Belastingdienst uw administratie ter plaatse doorneemt.
Heeft uw bv maar één aandeelhouder, dan komt daar een civielrechtelijke eis bij: afspraken tussen de bv en die enige aandeelhouder moeten schriftelijk worden vastgelegd, anders kan de rechtshandeling worden vernietigd. Die eis geldt niet voor handelingen die tot de gewone bedrijfsuitoefening van de bv horen.
Hoe onderbouwt u de rente?
De bv moet u jaarlijks een zakelijke rentevergoeding in rekening brengen. Volgens de Belastingdienst, die zich daarbij op vaste rechtspraak beroept, is dat de renteopbrengst die de bv normaal gesproken ook elders als particuliere belegger kan halen. Zou u net zo kredietwaardig zijn als een bank, dan kon u uitgaan van het normale rentetarief op een privérekening bij een bank, dus het tarief dat een particuliere spaarder krijgt. Dat is meestal niet het geval, dus komt daar een passende risico-opslag bovenop.
Voor een variabele rente op een lening met een looptijd korter dan tien jaar mag u als basis het gemiddelde van het T-rendement en het U-rendement nemen. Dat zijn rendementen op staatsobligaties; het U-rendement wordt maandelijks gepubliceerd door het Data Analytics Centre van het Verbond van Verzekeraars, voorheen het Centrum voor Verzekeringsstatistiek. Dat gemiddelde verhoogt u met een risico-opslag, omdat de bv bij een lening aan u meer risico loopt dan bij een lening aan de Nederlandse Staat. Ook de rente die de bv zelf aan haar financiers betaalt, weegt mee. Ter indicatie: het U-rendement liep in 2026 op van 2,71 procent in januari naar 3,01 procent in september. Een vast percentage bestaat niet: hoe hoog de opslag daarboven moet zijn, hangt af van uw situatie en van de voorwaarden van de lening.
Spreekt u juist een vaste rente af, of leent u voor tien jaar of langer, dan valt u buiten deze methode en is een andere onderbouwing nodig. Wel geldt de algemene lijn: de rente wordt hoger als het risico voor de bv toeneemt, als u een vast rentetarief afspreekt, als u aflossingsvrij leent of als u afspreekt de rente pas aan het eind van de maand of het jaar te betalen.
Tarieven waarbij een bank de uitlener is, mag u niet gebruiken. Onbruikbaar zijn dus het tarief dat banken elkaar in rekening brengen, het tarief voor grote zakelijke klanten, de hypotheekrente en de rente op een doorlopend krediet. Voor uw bv is de lening een belegging, en die belegging moet winst opleveren. Figuur 4 zet de opbouw van de rente en de vier verboden tarieven naast elkaar.

Figuur 4: de opbouw van een zakelijke rente, van onder naar boven. De basis is het gemiddelde van het T-rendement en het U-rendement, dat geldt bij een variabele rente en een looptijd korter dan tien jaar. Daarop komt een risico-opslag, en daarboven opslagen voor een vaste rente, voor aflossingsvrij lenen en voor rente die u pas achteraf betaalt. Rechts staan de vier tarieven die u niet mag gebruiken: de hypotheekrente, een doorlopend krediet, het interbancaire tarief en het tarief voor grote zakelijke klanten.
Kies vooraf of u een vaste of een variabele rente wilt en of u de rente per maand of per jaar berekent, en zet die keuze in de overeenkomst. Rekent u per jaar, dan mag u het T-rendement of U-rendement van december gebruiken, eventueel met opslag. Tussentijds van systematiek wisselen kan wel, maar heeft financiële gevolgen, zoals boeterente: een vergoeding die u betaalt omdat u van de afgesproken rentevorm afwijkt.
Welke zekerheid verwacht de bv?
Uw bv moet ervan uit kunnen gaan dat zij het uitgeleende geld terugkrijgt. Daarom is het zakelijk dat u een onderpand geeft dat de bv kan verkopen als u niet meer aflost. Het is gebruikelijk dat de waarde van dat onderpand ten minste even hoog is als de lening, niet alleen bij het verstrekken maar ook tijdens de looptijd. Daalt de waarde onder het bedrag van de lening, dan is het gebruikelijk dat u aanvullende zekerheid geeft.
Het soort onderpand telt mee. Bij een effectenportefeuille is het gebruikelijk een korting van 30 procent toe te passen vanwege het risico dat de effecten in waarde dalen. Wilt u 70.000 euro lenen, dan hoort daar dus een portefeuille van ongeveer 100.000 euro bij. Bij een hoge of risicovolle lening zou een bank hypothecaire zekerheid eisen, en dan geldt voor uw bv hetzelfde. Dat kan een recht van hypotheek zijn op uw eigen woning, maar ook op een vakantiewoning of een woning die u aan derden verhuurt. Voor de bv heeft dat twee voordelen: door inschrijving in het hypotheekregister krijgt zij voorrang bij de aflossing van schulden, en omdat dat register openbaar is, kan zij zien of er al andere hypotheken op de woning rusten.
Kan uw bv haar verplichtingen blijven nakomen?
Leent u van uw bv, dan moet de bv daarna nog aan haar eigen verplichtingen kunnen voldoen: de huur, het loon van werknemers, andere leningen en de termijnen van een lijfrente, stamrecht of pensioen. Kan zij dat niet, dan is de lening niet zakelijk.
De Belastingdienst geeft dit voorbeeld. U leent 100.000 euro van uw bv en spreekt af dat u die na vijftien jaar in één keer terugbetaalt. Daardoor krijgt de bv al die tijd geen aflossingen binnen. Na vijf jaar moet zij jaarlijks een lijfrentetermijn van 15.000 euro gaan uitkeren, en dat kan niet omdat al het geld aan u is uitgeleend. De bv moet daarom vooraf een reële inschatting maken van haar andere verplichtingen en afspreken dat zij op tijd voldoende geld terugkrijgt. In dit voorbeeld moet zij vanaf jaar vijf elk jaar minstens 15.000 euro terugkrijgen.
Wat vraagt een aflossingsvrije lening extra?
U kunt afspreken dat u de lening pas aan het eind van de looptijd in één keer terugbetaalt. De bv heeft dan minder zekerheid dan bij aflossing in termijnen, dus is het zakelijk om aanvullende voorwaarden op te nemen. Gebruikelijk zijn: u betaalt de rente in termijnen, het rentetarief is hoger dan bij een lening die u in termijnen terugbetaalt, en de waarde van de zekerheid is hoger dan bij zo’n lening.
Twijfelt u? Vraag de inspecteur om een beoordeling
Weet u niet of uw lening aan de zakelijke voorwaarden voldoet, dan adviseert de Belastingdienst u eerst te laten adviseren door een belastingadviseur. Daarna kunt u de inspecteur van uw belastingkantoor schriftelijk om een beoordeling vragen. Geef in die brief een duidelijk en volledig overzicht van de feiten en omstandigheden en uw eigen analyse, en stuur een kopie van de leningsovereenkomst mee. Vraagt u om een schriftelijke beoordeling, dan krijgt u binnen acht weken bericht; wilt u een gesprek, dan belt de Belastingdienst u binnen tien werkdagen. Vermeld dus ook uw telefoonnummer. Houd er rekening mee dat de uitkomst ook negatief kan zijn: de inspecteur kan een standpunt innemen dat u niet bevalt, en aan een gemaakte afspraak bent u daarna gebonden. In de praktijk wordt bij grote of oplopende rekening-courantschulden vaak een vaststellingsovereenkomst met de inspecteur gesloten, een schriftelijke afspraak waaraan beide partijen zich binden.
Wat gebeurt er als de rekening-courant niet zakelijk is?
U kunt op twee manieren onzakelijk handelen: de lening voldoet niet aan zakelijke voorwaarden, of u komt de afspraken over terugbetalen en rente niet na. De gevolgen lopen op van een correctie van alleen de rente tot heffing over de volledige schuld.
Eerst iets over de bewijslast, want die wordt vaak vergeten. De inspecteur die een verkapte winstuitdeling wil vaststellen, moet aannemelijk maken dat de bv armer is geworden, dat u als aandeelhouder rijker bent geworden en dat u en de bv zich van die vermogensverschuiving bewust waren. Aannemelijk maken is een lichtere maatstaf dan overtuigend aantonen, maar het is wel de inspecteur die aan zet is. Een compleet dossier met een overeenkomst, een onderbouwde rente en werkelijk geboekte betalingen maakt zijn positie dus aanzienlijk moeilijker. Het toetsingskader en de bewijslast bij een verkapte winstuitdeling worden binnen het project nog afzonderlijk uitgewerkt.
Eerst wordt de rente gecorrigeerd
Rekent de bv geen of een te lage rente, dan is dat een onzakelijk element dat uit de winst wordt gehaald. Bij de bv is het voordeel dat naar u loopt een onttrekking: het komt niet ten laste van haar winst. Een onttrekking is het overbrengen van vermogen van de bv naar de privésfeer. Bij u is datzelfde voordeel een regulier voordeel uit aanmerkelijk belang, belast in box 2. Een aanmerkelijk belang is een belang van meestal 5 procent of meer in een vennootschap. In de praktijk wordt zo’n voordeel verkapt of vermomd dividend genoemd: het is geen formeel uitgekeerd dividend, maar het wordt fiscaal wel zo belast. De Belastingdienst kan het voordeel ook als loon belasten, en dan werkt het anders uit: de last is bij de bv wél aftrekbaar en bij u geldt het progressieve tarief van box 1.
Belangrijk is dat u het geld niet daadwerkelijk hoeft op te nemen. Ook een verrekening in rekening-courant geldt al als het genieten van een voordeel. Verrekening is het tegen elkaar wegstrepen van een vordering en een schuld. Ter illustratie: Hof Den Haag oordeelde in 2020 over een bedrag dat de bv boven op het aandelenkapitaal had ontvangen en dat ten gunste van de rekening-courant vrijviel. De stelling dat er geen uitdeling was omdat er geen geld was onttrokken, ging niet op; het bedrag was belast.
Opnamen in rekening-courant kunnen daarnaast een discussie over uw gebruikelijk loon oproepen, omdat de Belastingdienst opnamen soms ziet als loon dat niet als loon is verwerkt. Wilt u de schuld aflossen met een dividenduitkering, dan moet die uitkering eerst de uitkeringstoets van artikel 2:216 Burgerlijk Wetboek doorstaan: het bestuur moet beoordelen of de bv haar schulden daarna nog kan blijven betalen.
Daarna kan de hele schuld bij uw inkomen worden geteld
Houdt u zich niet aan alle afspraken, dan is de lening niet meteen onzakelijk. De Belastingdienst weegt vier dingen: het bedrag waarvoor u zich niet aan de afspraken houdt, hoelang dat duurt, het aantal afspraken waaraan u zich niet houdt en het belang van de afspraak die u schendt. Wijkt u niet te veel af, dan kan de Belastingdienst alsnog aannemen dat u zakelijk handelt en alleen uw inkomstenbelasting of de vennootschapsbelasting van de bv verhogen. Wijkt u te veel af, dan kan zij het hele bedrag van de lening bij uw inkomen in box 2 tellen. Daarvoor is een oplopend saldo alleen niet genoeg: de inspecteur moet aannemelijk maken dat de vordering feitelijk geen waarde meer heeft, dus dat u niet zult terugbetalen.
Is het hele bedrag van de lening bij uw inkomen geteld, dan kan zij daarna niet meer als lening op de balans van de bv staan; de bv kan haar dan ook niet afwaarderen. Afwaarderen is het verlagen van de boekwaarde van een vordering omdat die niet volledig wordt terugbetaald.
Uw pensioen of lijfrente in de bv loopt gevaar
Voert de bv nog uw pensioen-, stamrecht- of lijfrenteregeling uit, dan komt daar een risico bij. Onzakelijk handelen kan betekenen dat u feitelijk direct beschikt over het geld dat voor die regeling is bestemd, of dat uw recht op de uitkering feitelijk als zekerheid voor de lening dient. In beide gevallen kan dat leiden tot gehele of gedeeltelijke afkoop, en dan moet u direct belasting én revisierente betalen over de waarde van de regeling. Revisierente is een extra heffing bovenop de belasting, omdat u eerder aftrek hebt gehad over de premies.
Ook een te lage zekerheid kan dat gevolg hebben. Het voorbeeld van de Belastingdienst: u leent 100.000 euro van uw bv en geeft alleen een effectenportefeuille van 10.000 euro in onderpand, terwijl dezelfde bv een stamrecht van 150.000 euro uitvoert. Omdat de zekerheid lager is dan de lening, dient het stamrecht feitelijk als extra zekerheid. U betaalt dan direct belasting en revisierente over de volledige waarde van dat stamrecht, en daarbovenop moet u rekening houden met belastingrente en met invorderingsrente, de rente die u betaalt als u een aanslag te laat betaalt.
En dan volgen aanslag, rente en boete
Hebt u de inkomsten niet aangegeven, dan krijgt u een hogere aanslag en betaalt u daarover belastingrente. Die is vanaf 1 januari 2026 5 procent voor alle belastingen. Daarnaast kunt u een boete krijgen. Die boete kan oplopen tot 100 procent van het bedrag dat u meer aan belasting moet betalen. Hoe hoog de boete werkelijk uitvalt, hangt af van de verwijtbaarheid; het percentage van 100 hoort bij de zwaarste gevallen.
Leende u juist geld áán uw bv?
Dan draait het beeld om. Uw vordering op de bv is vermogen dat u aan uw eigen vennootschap ter beschikking stelt; dat heet terbeschikkingstelling (tbs). De zakelijke rente die u ontvangt, is dan geen box 3-inkomen maar resultaat uit overige werkzaamheden in box 1: inkomen uit werkzaamheden die geen dienstbetrekking en geen onderneming vormen. Dat resultaat wordt belast tegen het progressieve tarief van box 1, dat in 2026 oploopt van 35,75 tot 49,50 procent. Wel blijft 12 procent van het tbs-resultaat onbelast door de terbeschikkingstellingsvrijstelling. Ook een vergoeding voor een borgstelling voor schulden van de eigen bv valt onder deze regeling. Een borgstelling is een persoonlijke garantie dat u de schuld van de bv betaalt als zij dat zelf niet doet.
Is voor uw lening aan de bv geen rente te bepalen waartegen een onafhankelijke derde onder dezelfde voorwaarden zou hebben geleend, dan spreken fiscalisten van een onzakelijke lening. U wordt dan geacht het risico dat de bv niet terugbetaalt te hebben aanvaard als aandeelhouder, en niet als geldschieter. Dat is beslist in drie arresten van de Hoge Raad uit 2011 en 2012, de zogenoemde novemberarresten. Het gevolg: een afwaarderingsverlies op die lening is niet aftrekbaar, niet in box 1 en bij een bv als geldgever niet in de winst. Scheldt u de lening kwijt, dan is dat geen aftrekbaar verlies maar een informele kapitaalstorting: fiscaal wordt het behandeld als een storting van eigen vermogen in de bv, ook voor zover de vordering oninbaar is. Het bedrag verhoogt dan de verkrijgingsprijs van uw aanmerkelijk belang, dus u ziet het pas terug bij verkoop of liquidatie van de bv. De verkrijgingsprijs is het bedrag dat bij verkoop van uw aandelen van de opbrengst mag worden afgetrokken. Ook een borgstelling zonder vergoeding kan om dezelfde reden onzakelijk zijn.
Rekenvoorbeeld: wat kost een onzakelijke rekening-courant?
Onderstaand voorbeeld laat de verschillen zien. De bedragen en tarieven zijn die van 2026; loopt een scenario over meer jaren, dan gaan wij uit van gelijkblijvende tarieven.
De situatie
Op 1 januari 2026 staat er al 80.000 euro op de rekening-courant en dat saldo blijft het hele jaar staan. Er is dus geen moment waarop het saldo onder 17.500 euro ligt, en rente is verplicht. Een zakelijke rente is in dit voorbeeld 5 procent, dus 4.000 euro over een vol jaar. Wij rekenen met een dga zonder fiscale partner en zonder ander box 2-inkomen, zodat de eerste schijf van 24,5 procent van toepassing is. De winst van de bv blijft onder 200.000 euro, dus geldt daar 19 procent vennootschapsbelasting. Het voorbeeld volgt de dividendroute; corrigeert de inspecteur het voordeel als loon, dan pakt het anders en meestal duurder uit.
Scenario A: u legt de lening zakelijk vast
U sluit een schriftelijke overeenkomst, spreekt 5 procent rente af, maakt afspraken over aflossing en geeft zekerheid. U betaalt de 4.000 euro rente ook daadwerkelijk. Die rente is winst van de bv, dus zij betaalt daarover 760 euro vennootschapsbelasting. Er is niets te corrigeren. Van de 4.000 euro blijft 3.240 euro in uw bv, en over dat bedrag is bij een latere uitkering nog box 2-belasting verschuldigd. Staat de schuld in box 3, dan is de rente voor u niet aftrekbaar.
Scenario B: u spreekt niets af en betaalt geen rente
De inspecteur corrigeert het rentevoordeel van 4.000 euro per jaar. Bij de bv hoort de rente die zij had moeten ontvangen tot haar winst: 19 procent van 4.000 euro is 760 euro. Het voordeel dat naar u is gelopen, is een onttrekking en komt niet ten laste van die winst. Bij u is datzelfde voordeel een regulier voordeel in box 2: 24,5 procent van 4.000 euro is 980 euro. Direct gaat er dus 1.740 euro belasting over een voordeel van 4.000 euro, een druk van ruim 43 procent.
Vergelijk dat eerlijk met scenario A. Daar is de directe heffing 760 euro, maar dan is de 4.000 euro ook echt naar de bv gegaan en draagt de 3.240 euro die daar achterblijft nog een box 2-claim. Puur in geld gemeten liggen A en B daarom dichter bij elkaar dan de bedragen suggereren. Het echte verschil zit ergens anders: in B betaalt u alsnog belasting over een voordeel dat u al had, plus belastingrente van 5 procent en mogelijk een boete, en de correctie herhaalt zich elk jaar dat de rente niet wordt betaald. Legt u nu een overeenkomst vast en betaalt u de rente vanaf nu, dan voorkomt u correcties voor de toekomst. Correcties over verstreken jaren blijven staan, want het voordeel is toen al genoten.
Scenario C: u legt afspraken vast maar komt ze jarenlang niet na
U hebt wel een overeenkomst, maar u betaalt jaren achtereen geen rente, lost niets af en de schuld loopt door tot 200.000 euro. Dan weegt de inspecteur het bedrag, de duur, het aantal geschonden afspraken en het belang daarvan. Blijft het bij een beperkte afwijking, dan kan het bij een verhoging van de heffing blijven. Maakt de inspecteur aannemelijk dat u de schuld niet zult terugbetalen, dan kan hij het hele bedrag bij uw box 2-inkomen tellen. Over de eerste 68.843 euro is dat 24,5 procent, dus 16.867 euro, en over de resterende 131.157 euro 31 procent, dus 40.659 euro: samen afgerond 57.526 euro in één jaar.
Voert uw bv nog uw pensioen, stamrecht of lijfrente uit én dient dat recht feitelijk als zekerheid voor de lening, dan kan daar de belasting plus revisierente over de waarde van die regeling bovenop komen. Dat is een zelfstandig risico met een eigen oorzaak, dus geen automatisch gevolg van de schuld zelf.
Figuur 5 zet de drie scenario’s naast elkaar. De les: in A en B gaat het om de heffing over het rentevoordeel, en dat verschil is beperkt. In C staat de hoofdsom zelf op het spel, en dat gebeurt niet door één gemiste rentebetaling maar door jaren van afspraken die u niet nakomt.

Figuur 5: de directe heffing in het jaar bij de drie scenario’s, uitgaande van een rekening-courant van 80.000 euro en een zakelijke rente van 5 procent. In scenario A betaalt alleen de bv 760 euro vennootschapsbelasting over de ontvangen rente. In scenario B komt daar 980 euro box 2-belasting bij, samen 1.740 euro. In scenario C loopt de schuld op tot 200.000 euro en wordt het hele bedrag in box 2 belast: 16.867 euro tegen 24,5 procent tot 68.843 euro en 40.659 euro tegen 31 procent daarboven, samen 57.526 euro. Omdat staaf C de andere twee overheerst, staan A en B rechts nog eens vergroot in een uitsnede.
Hoe verwerkt u de rekening-courant in de aangifte?
Een zakelijke lening komt in twee aangiften terug: in uw aangifte inkomstenbelasting en in de aangifte vennootschapsbelasting van de bv. In uw eigen aangifte geeft u de schuld aan in box 3 óf in box 1, maar nooit in beide. Figuur 6 zet die twee routes en de bv-kant naast elkaar.
Geeft u het bedrag aan als schuld in box 3, dan daalt uw belastbaar inkomen in box 3. De rente die u aan de bv betaalt, kunt u dan niet aftrekken. In 2026 geldt in box 3 een tarief van 36 procent en een forfaitair rendement op schulden van 2,70 procent. Forfaitair betekent dat de wet met een vast percentage rekent en niet met uw werkelijke rentelast. Er geldt bovendien een schuldendrempel van 3.800 euro: alleen het bedrag boven die drempel mag u aftrekken.
Gebruikt u de lening voor de aankoop, verbouwing of het onderhoud van uw eigen woning, dan geeft u de rente in box 1 aan als aftrekbare rente eigen woning, tegen maximaal 37,56 procent in 2026. Het bedrag van de schuld hoort dan tot de eigenwoningschuld, het deel van uw schuld dat met uw eigen woning samenhangt, en mag niet ook in box 3 staan. Dat geldt wel alleen als de lening aan de wettelijke eisen voor een eigenwoningschuld voldoet en u de gegevens van de lening zelf in uw aangifte opgeeft, want uw bv geeft die niet automatisch aan de Belastingdienst door. Laat dit punt door uw adviseur nakijken. Koopt u met het geleende geld iets dat u vervolgens aan uw bv ter beschikking stelt, bijvoorbeeld een bedrijfspand, dan hoort de lening eveneens in box 1.
De bv zet de lening als vordering op de balans en geeft de ontvangen rente aan als winst. Over die winst betaalt zij 19 procent vennootschapsbelasting tot en met 200.000 euro en 25,8 procent daarboven.

Figuur 6: één schuld aan de bv volgt in uw aangifte inkomstenbelasting altijd één van twee routes, en nooit beide. In box 3 verlaagt de schuld uw grondslag (tarief 36 procent, forfait op schulden 2,70 procent, schuldendrempel 3.800 euro) maar is de rente niet aftrekbaar. In box 1 is de rente aftrekbaar tot 37,56 procent als het om een eigenwoningschuld gaat, of valt de lening onder de terbeschikkingstelling. Onderaan de bv-kant: de lening staat als vordering op de balans en de ontvangen rente is winst, belast tegen 19 procent tot 200.000 euro en 25,8 procent daarboven.
Wanneer geldt de drempel van 500.000 euro?
Naast de zakelijkheidstoets bestaat er een harde drempel: de regeling excessief lenen. Leent u, of lenen u en uw fiscale partner samen, meer dan 500.000 euro van uw bv, dan wordt het meerdere belast als inkomsten uit aanmerkelijk belang in box 2. Peildatum is 31 december. Dat heet een fictief regulier voordeel: u ontvangt niets, maar u wordt wel belast.
Alle schulden aan uw bv tellen mee, behalve de eigenwoningschuld waarvoor de bv een recht van hypotheek heeft. Die hypotheekeis geldt niet voor een eigenwoningschuld die op 31 december 2022 al bestond. Alleen uw schulden tellen: een vordering die u op de bv hebt, mag u er niet tegenover zetten. Hebt u schulden bij meerdere bv’s, dan worden die bij elkaar opgeteld.
De schulden van uw fiscale partner tellen rechtstreeks mee tegen dezelfde drempel; u en uw partner hebben dus samen één keer 500.000 euro. Bij verbonden personen werkt het anders: zij hebben eerst hun eigen drempel, en alleen hun bovenmatige deel wordt aan u toegerekend. Verbonden personen zijn bloed- of aanverwanten in de rechte lijn van u of uw partner, bijvoorbeeld een kind.
De drempel is niet vast. Is het meerdere in een jaar belast, dan komt dat bedrag het jaar erna bovenop de drempel, zodat u niet twee keer over hetzelfde bedrag wordt belast. Lost u af, dan daalt de drempel met dat bedrag, tot minimaal 500.000 euro. Daalt de schuld onder de opgehoogde drempel, dan ontstaat een negatief fictief regulier voordeel dat u kunt verrekenen met box 2-inkomen van het jaar ervoor of van de komende zes jaar.
Drie dingen worden vaak vergeten, en het eerste verrast bijna iedereen. Anders dan bij een zakelijkheidscorrectie blijft de lening hier in haar geheel bestaan: het is een fictie en geen correctie van de lening zelf. De bv moet dus rente blijven rekenen over het hele bedrag en de overige voorwaarden blijven gelden, ook over het deel dat al in box 2 is belast. Verder houdt de bv over dat belaste deel geen dividendbelasting in. En hebt u eerder met de Belastingdienst afspraken gemaakt over uw schulden bij de bv, dan kunnen die afspraken vervallen zodra het totaal boven 500.000 euro komt.
De drempel ontslaat de Belastingdienst niet van de zakelijkheidstoets daaronder. Blijft u onder 500.000 euro, dan bent u dus nog niet klaar: een te lage rente of een oplopende rekening-courant kan zelfstandig tot een correctie leiden.
Kerncijfers 2026
| Onderdeel | 2026 |
| Box 2, eerste schijf | 24,5 procent tot en met 68.843 euro |
| Box 2, tweede schijf | 31 procent boven 68.843 euro |
| Box 1, tarief over tbs-resultaat | 35,75 tot 49,50 procent |
| Terbeschikkingstellingsvrijstelling | 12 procent van het tbs-resultaat blijft onbelast |
| Box 3 | tarief 36 procent, forfait schulden 2,70 procent, schuldendrempel 3.800 euro |
| Maximaal aftrektarief rente eigen woning | 37,56 procent |
| Vennootschapsbelasting | 19 procent tot en met 200.000 euro, daarboven 25,8 procent |
| Drempel excessief lenen (stand 31 december) | 500.000 euro; schulden van de fiscale partner tellen volledig mee, van verbonden personen alleen hun bovenmatige deel |
| Belastingrente | 5 procent |
| Boete | tot 100 procent van de extra te betalen belasting, afhankelijk van de verwijtbaarheid |
De tarieven en drempels in deze tabel gelden voor het belastingjaar 2026.
Praktische checklist: wat u moet regelen
- Bewaak het saldo. Blijft de rekening-courant het hele jaar op of onder 17.500 euro en gaat het om voorgeschoten bedragen die u doorlopend verrekent, dan hoeft u geen rente te rekenen. Is er in feite een lening, bijvoorbeeld aflossingsvrij voor tien jaar, dan geldt die lijn niet.
- Maak een leningsovereenkomst. Zet daarin het bedrag, de looptijd, de aflossingswijze, het rentetarief, het onderpand en de gevolgen als u niet betaalt. Onderteken die overeenkomst vóór de uitbetaling.
- Onderbouw de rente. Neem bij een variabele rente en een looptijd korter dan tien jaar het gemiddelde van het T-rendement en het U-rendement als basis, tel daar een risico-opslag bij op en bewaar die onderbouwing bij de overeenkomst. Bij een vaste rente of een langere looptijd is een andere onderbouwing nodig.
- Spreek aflossing af en betaal ook echt. Leg de einddatum, de termijnen en de bedragen vast, en boek de betalingen daadwerkelijk. Papieren afspraken die u niet nakomt, helpen niet.
- Geef voldoende zekerheid. Zorg dat het onderpand ten minste de waarde van de lening heeft, ook later. Reken bij een effectenportefeuille met een korting van 30 procent en geef bij een hoog bedrag hypothecaire zekerheid.
- Toets uw bv. Ga na of de bv na de opname haar huur, loon, leningen en pensioen-, stamrecht- of lijfrentetermijnen kan blijven betalen. Zo niet, dan is de lening niet zakelijk.
- Houd de 500.000 euro in het oog. Tel de stand per 31 december van alle bv’s op, samen met de schulden van uw fiscale partner en het bovenmatige deel van verbonden personen. Uw vordering op de bv mag u er niet tegenover zetten. Een eigenwoningschuld met een recht van hypotheek voor de bv telt niet mee, en die hypotheekeis geldt niet voor een schuld die op 31 december 2022 al bestond.
- Verwerk de lening in beide aangiften. Zet de schuld in box 3 of in box 1, nooit in beide, en laat de bv de vordering op de balans en de rente in de winst opnemen.
- Twijfelt u? Vraag het vooraf. Laat uw adviseur meekijken en vraag de inspecteur zo nodig schriftelijk om een beoordeling. U krijgt dan binnen acht weken bericht, of binnen tien werkdagen telefonisch contact.
Veelgestelde vragen
Moet u rente betalen over uw rekening-courant?
Niet als het saldo het hele jaar op of onder 17.500 euro blijft en het gaat om voorgeschoten bedragen die doorlopend worden verrekend. Komt het saldo ook maar één keer hoger uit, dan rekent u over het hele bedrag en over het hele jaar rente. Wordt via de rekening-courant in feite een lening verstrekt, dan geldt de vrijstelling niet, ook al blijft het bedrag lager.
Welke rente moet u in 2026 aan uw bv betalen?
Er is geen vast percentage. Bij een variabele rente en een looptijd korter dan tien jaar neemt u het gemiddelde van het T-rendement en het U-rendement als basis, met daarbovenop een risico-opslag. Het U-rendement liep in 2026 op van 2,71 procent in januari naar 3,01 procent in september. Tarieven waarbij een bank de uitlener is, zoals de hypotheekrente, mag u niet gebruiken.
Moet u de rekening-courant elk jaar aflossen?
Er bestaat geen wettelijke verplichting om jaarlijks een vast bedrag af te lossen, maar u moet zich wel houden aan het aflossingsschema dat u met de bv hebt afgesproken. Een schuld die jaar na jaar oploopt zonder dat er wordt afgelost, is voor de Belastingdienst een signaal dat de lening niet zakelijk is. Spreekt u aflossingsvrij af, dan horen daar aanvullende voorwaarden bij, zoals een hoger rentetarief en meer zekerheid.
Mag u de rente die u aan uw bv betaalt aftrekken?
Alleen als de lening in box 1 hoort. Bij een schuld in box 3 is de rente niet aftrekbaar; het voordeel loopt daar via een lagere box 3-grondslag. Gebruikt u het geld voor aankoop, verbouwing of onderhoud van uw eigen woning en voldoet de lening aan de eisen voor een eigenwoningschuld, dan is de rente in box 1 aftrekbaar tegen maximaal 37,56 procent en hoort de schuld niet ook in box 3.
Wat is voor u het verschil tussen de zakelijkheidstoets en de regeling excessief lenen?
De zakelijkheidstoets kijkt naar de voorwaarden van uw lening en kan de rente of zelfs de hoofdsom als verkapt dividend belasten. De regeling excessief lenen kijkt alleen naar de stand per 31 december en belast het bedrag boven 500.000 euro als fictief regulier voordeel. De drempel ontslaat de Belastingdienst niet van de zakelijkheidstoets daaronder, dus u kunt onder 500.000 euro blijven en tóch een correctie krijgen.
Wat doet u als de rekening-courant al jaren oploopt?
Kom er zelf mee voordat de inspecteur ernaar vraagt. Breng eerst de stand per jaareinde in beeld, leg daarna een overeenkomst met een onderbouwde rente, aflossing en zekerheid vast en betaal de rente vanaf dat moment ook echt. Daarmee voorkomt u correcties voor de toekomst; over verstreken jaren kan een correctie blijven staan. Is de schuld te hoog om af te lossen, laat dan berekenen of een dividenduitkering of een aanpassing van uw loon een reële uitweg is.
Hoe Taxcount u kan helpen
Een rekening-courant is zelden een probleem zolang u de spelregels kent. Wij brengen eerst in beeld waar u staat: hoe hoog het saldo het afgelopen jaar werkelijk is geweest, of de 17.500 euro is overschreden en of er al een overeenkomst ligt. Daarna bepalen wij een onderbouwde zakelijke rente, stellen wij een sluitende leningsovereenkomst met aflossings- en zekerheidsafspraken op en toetsen wij of uw bv haar pensioen- en lijfrenteverplichtingen kan blijven nakomen. Ook volgen wij de stand per 31 december in verband met de drempel van 500.000 euro, en verwerken wij de lening consistent in uw aangifte inkomstenbelasting en de aangifte vennootschapsbelasting van de bv. Waar zekerheid vooraf nodig is, verzorgen wij het overleg met de inspecteur.
Loopt uw rekening-courant al jaren op, of hebt u nooit iets vastgelegd? Ook dan is er vaak nog veel te repareren voor de toekomst, maar correcties over verstreken jaren kunnen blijven staan. Het scheelt daarom veel als u er zelf mee komt in plaats van dat de inspecteur ernaar vraagt. Laat uw situatie beoordelen voordat het boekjaar is afgesloten.
Dit artikel bevat algemene informatie en is geen fiscaal advies. Tarieven, drempelbedragen en regels kunnen wijzigen, en de uitkomst in uw situatie hangt af van uw persoonlijke omstandigheden. Laat uw eigen situatie daarom altijd beoordelen door een belastingadviseur.