Vanmiddag heeft minister «naam» van Financiën de Miljoenennota 2027 en het pakket Belastingplan 2027 aangeboden aan de Tweede Kamer. De hoofdlijn was al bekend: dit kabinet investeert fors in defensie en laat burgers en bedrijven daaraan meebetalen via de zogenoemde vrijheidsbijdrage. Hieronder leest u wat er per 1 januari 2027 verandert, wat nog onzeker is en wat u nu al kunt regelen.

De Miljoenennota is formeel de Nota over de toestand van ’s Rijks financiën: de toelichting bij de rijksbegroting als geheel. De nota zelf is geen wet en bevat geen belastingregels. Die staan in het pakket Belastingplan, dat uit meerdere wetsvoorstellen bestaat en dit najaar door de Tweede en Eerste Kamer wordt behandeld. Prinsjesdag is dit jaar minder een verrassing dan een bevestiging. De richting lag al vast in het coalitieakkoord van 30 januari 2026 en werd concreter in de Voorjaarsnota van 27 maart. Wij lopen daarom eerst langs de plannen die al bekend waren, en behandelen daarna wat vandaag nieuw is.

De rijksuitgaven komen in 2027 uit op circa «€ … miljard». Een groeiend deel daarvan gaat naar defensie. Het begrotingstekort komt naar verwachting uit op «…% van het bbp» en de staatsschuld op «…% van het bbp», tegenover de Europese grenswaarden van 3% en 60%.

Het Centraal Planbureau rekent voor 2027 op een economische groei van «…%» en een inflatie van «…%». De mediane koopkracht ontwikkelt zich «positief of negatief» met «…%».

Die extra uitgaven aan defensie moeten ergens vandaan komen. Daarvoor heeft het kabinet vorig jaar de vrijheidsbijdrage bedacht, en die krijgt in dit Belastingplan zijn definitieve vorm.

Wat al vaststond: de vrijheidsbijdrage

De vrijheidsbijdrage is geen aparte belasting. Het is een verzamelnaam voor twee maatregelen: één die particulieren raakt en één die werkgevers raakt. Samen moeten ze volgens de budgettaire tabel bij het coalitieakkoord structureel ongeveer € 5,1 miljard per jaar opleveren, waarvan tweederde door burgers en eenderde door bedrijven wordt opgebracht.

Particulieren betalen via de inflatiecorrectie

Voor particulieren gaan de tarieven van de inkomstenbelasting niet omhoog. In plaats daarvan beperkt het kabinet de inflatiecorrectie. Normaal stijgen de grenzen van de belastingschijven en de heffingskortingen elk jaar mee met de inflatie, via de zogenoemde tabelcorrectiefactor. In 2027 en 2028 wordt die correctie maar gedeeltelijk toegepast.

Het gevolg: uw inkomen komt sneller in een hogere schijf terecht, terwijl de tarieven op papier gelijk blijven. U betaalt dus meer belasting zonder dat er een tariefsverhoging is aangekondigd. Voor 2027 gaat het om ongeveer € 1,5 miljard, daarna om structureel € 3,4 miljard per jaar. De definitieve tabelcorrectiefactor voor 2027 is «…».

Heeft u een eenmanszaak of een aandeel in een vof? Dan werkt dit rechtstreeks door in uw aangifte inkomstenbelasting. Bent u directeur-grootaandeelhouder, dan merkt u het aan uw gebruikelijk loon in box 1 — en als werkgever nog een tweede keer, zoals hierna blijkt.

Werkgevers betalen via de Aof-premie

Voor bedrijven loopt de vrijheidsbijdrage via een verhoging van de Aof-premie, de premie voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds die u als werkgever betaalt. Gaat die omhoog, dan stijgen uw loonkosten, ook als er niets verandert in uw personeelsbestand. Het gaat om ongeveer € 1,5 miljard in 2027 en € 1,7 miljard per jaar vanaf 2028.

De verhouding tussen het lage en het hoge Aof-tarief blijft gelijk, dus kleine werkgevers betalen nog steeds het lage tarief. De premiepercentages voor 2027 zijn «lage tarief …% en hoge tarief …%».

Naast de vrijheidsbijdrage stonden er nog enkele maatregelen in de steigers die per 2027 ingaan. Die lopen uiteen van de overdrachtsbelasting tot de auto van de zaak.

De overige maatregelen die al bekend waren

Koopt u een woning waar u zelf niet gaat wonen, om te verhuren of als vakantiewoning? Het tarief in de overdrachtsbelasting gaat «van 8% naar …%» per 1 januari 2027. De tarieven van 2% voor een eigen woning en 10,4% voor overige onroerende zaken blijven gelijk. Let op: de verlaging geldt alleen voor woningen, niet voor een bedrijfspand.

De tijdelijke korting op de accijns voor benzine zou eind dit jaar aflopen, maar wordt «wel of niet» verlengd tot en met 2027. Voor bedrijven met bestelauto’s of een eigen bezorgdienst betekent dat «geen stijging of een stijging van …» van de brandstofkosten.

De youngtimerregeling voor de auto van de zaak wordt verder versoberd. Voor auto’s van 15 jaar en ouder mocht u de bijtelling berekenen over de actuele waarde in plaats van over de catalogusprijs. In 2026 ging de minimumleeftijd van 15 naar 16 jaar, en vanaf 2027 naar 25 jaar. Heeft u een auto van rond de 16 jaar in de zaak, dan valt die volgend jaar onder de gewone bijtelling.

Verder wordt het maximum pensioengevend loon bevroren op € 137.800, het niveau van 2026, en wel tot en met 2032. En de eerste twee schijven van de inkomstenbelasting worden aangepast om lagere premie-inkomsten binnen de zorgverzekeringswet op te vangen.

Tot zover wat al bekend was. «Op deze punten wijkt het Belastingplan 2027 af van de eerdere plannen: …» Daarnaast bevat het pakket een aantal maatregelen die vandaag voor het eerst zijn gepresenteerd.

Wat vandaag nieuw is

 

 

 

Waarom nog niets vaststaat

Het gaat om voorstellen, niet om vastgesteld recht. Het kabinet-Jetten is een minderheidskabinet en moet voor elk wetsvoorstel steun zoeken in de Tweede en Eerste Kamer. Maatregelen kunnen tijdens de behandeling worden aangepast, uitgesteld of geschrapt. Wilt u weten wat deze plannen voor uw onderneming betekenen? Neem contact op met Taxcount.