Vermogenswinstbelasting in box 3 vanaf 2028: beleggers moeten hun winst mogelijk zelf bijhouden

Het kabinet maakte op 29 september 2026 bekend dat het box 3, de belasting op sparen en beleggen, sneller wil omzetten in een vermogenswinstbelasting. Volgens dat voorstel zou u vanaf 2028 over aandelen, obligaties en opties pas belasting betalen als u ze verkoopt. Banken kunnen ten minste het eerste jaar geen gegevens aanleveren, dus dan zou u de winst zelf moeten berekenen. Het voorstel ligt bij de Raad van State en moet vóór 31 december 2026 door beide Kamers.

Wat er verandert

Het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3, nu bij de Eerste Kamer, zou vanaf 2028 vooral de jaarlijkse waardestijging belasten, ook zonder verkoop. Met een aanpassing (novelle) wil het kabinet aandelen, obligaties en opties pas bij verkoop belasten. Andere bezittingen, zoals cryptomunten, zouden in 2030 volgen.

Belast wordt dan het verschil tussen de verkoopprijs en de aankoopprijs voor de belasting. Voor bestaande beleggingen is dat volgens het voorstel de waarde op 1 januari 2028, bij bijkopen een gemiddelde. Minister Heinen van Financiën zei op 6 oktober tegen RTL Z dat de bewijsplicht ‘altijd bij de belastingplichtige’ ligt, dus bij u. Volgens hem leveren sommige beleggingsportefeuilles die gegevens al.

Ter dekking zou het heffingsvrij vermogen, het deel waarover u geen box 3-belasting betaalt, in 2027 dalen van 59.357 naar 30.846 euro per persoon. Het geschatte rendement op overige bezittingen, zoals aandelen en een tweede woning, zou naar verwachting stijgen naar 7,87 procent. Vanaf 2028 zou 1.000 euro resultaat per jaar onbelast blijven, niet 1.800 euro. Na kritiek uit de Tweede Kamer zegde Heinen toe rond 12 oktober een voorstel te doen dat kleine spaarders ontziet.

Voor wie de vermogenswinstbelasting in box 3 geldt

De nieuwe regels raken vooral beleggers die regelmatig bijkopen of deels verkopen. Eigenaren van een tweede woning merken in 2027 het hogere geschatte rendement, spaarders de lagere vrijstelling. Blijft uw vermogen in 2027 onder 30.846 euro, dan betaalt u dat jaar geen box 3-belasting.

Beleggingen die uw besloten vennootschap (bv) zelf bezit, vallen onder de vennootschapsbelasting. Voor u als directeur-grootaandeelhouder (DGA) raakt het pakket wel box 2, de belasting op inkomen uit uw bv. Het hoge box 2-tarief zou van 2027 tot en met 2030 dalen van 31 naar 29,2 procent. Leent u met uw partner meer dan 500.000 euro van uw bv, dan wordt het meerdere in box 2 belast. Die grens zou vanaf 2027 in vijf stappen dalen naar 100.000 euro; leningen voor de eigen woning tellen onder voorwaarden niet mee.

Wat u nu kunt doen

  • Bewaar uw aankoopgegevens. Download transactiebevestigingen en jaaroverzichten, zeker vóór een overstap naar een andere broker.
  • Reken 2027 door. Gaat de verlaging door, dan kan uw voorlopige aanslag, het voorschot op uw belasting, over 2027 hoger uitvallen.
  • Verkoop niet overhaast. Waardestijging van vóór 2028 zou straks niet meetellen. Laat een verkoop dus niet alleen door de nieuwe regels bepalen.
  • Bekijk als DGA uw lening bij de bv. Leent u met uw partner meer dan 100.000 euro, maak dan een aflosplan en laat doorrekenen of dividend tegen het lagere tarief loont.

Prinsjesdag 2026: dit betekent het Belastingplan 2027 voor ondernemers

Vanmiddag heeft minister Eelco Heinen van Financiën de Miljoenennota 2027 en het pakket Belastingplan 2027 aangeboden aan de Tweede Kamer. Het pakket bestaat dit jaar uit vier wetsvoorstellen. De hoofdlijn was al bekend: dit kabinet investeert fors in defensie en laat burgers en bedrijven daaraan meebetalen. Hieronder leest u wat er per 1 januari 2027 verandert, wat nog onzeker is en wat u nu al kunt regelen.

De Miljoenennota is formeel de Nota over de toestand van ’s Rijks financiën: de toelichting bij de rijksbegroting als geheel. De nota zelf is geen wet en bevat geen belastingregels. Die staan in het pakket Belastingplan, dat dit najaar door de Tweede en Eerste Kamer wordt behandeld.

Het budgettaire beeld

De rijksuitgaven komen in 2027 uit op 516,8 miljard euro, de inkomsten op 481,2 miljard euro. Het begrotingstekort komt naar verwachting uit op 2,9% van het bbp en de staatsschuld op 46,9% van het bbp, tegenover de Europese grenswaarden van 3% en 60%. In de jaren daarna verbetert het tekort naar 2,3% in 2031, terwijl de schuld doorgroeit naar 49,6%.

Het Centraal Planbureau rekent voor 2027 op een economische groei van 1,2% en een inflatie van 2,7%. De lonen stijgen naar verwachting met 3,8%. De koopkracht van een doorsnee huishouden daalt in 2027 met 0,1%. Dat is een gemiddelde: uw eigen situatie kan er flink van afwijken, afhankelijk van uw inkomen, uw woonsituatie en uw zorgkosten.

Uw belasting

De tarieven van de inkomstenbelasting gaan in de eerste en tweede schijf juist omlaag, met 0,06 procentpunt. Daarnaast stijgt de arbeidskorting met 173 euro op alle knikpunten. Het kabinet noemt dit een technische invulling van het koopkrachtpakket en gaat er graag met de Kamer over in gesprek.

Daar staat dekking tegenover. Het aanvangspunt van het toptarief wordt in 2027 bevroren op het niveau van 2026, waardoor u eerder in het hoogste tarief valt. De ouderenkorting gaat met 100 euro omlaag. Ook wordt de belasting op leidingwater verhoogd met 10 cent per kubieke meter en schaft het kabinet een aantal negatief geëvalueerde regelingen af.

Dit raakt iedereen met een inkomen in box 1: werknemers, gepensioneerden, mensen met een uitkering en ondernemers met een eenmanszaak. Hoeveel u ervan merkt, hangt af van uw inkomen, want heffingskortingen lopen af naarmate u meer verdient.

Werk, uitkering en zelfstandigen

Bent u in loondienst? Dan merkt u de wijzigingen vooral via de hogere arbeidskorting en het iets lagere tarief in de eerste twee schijven. De maximale onbelaste reiskostenvergoeding is met terugwerkende kracht voor heel 2026 verhoogd van 23 naar 25 cent per kilometer, en blijft ook daarna op dat niveau.

Werkt u als zelfstandige zonder personeel, dan telt daarnaast de verdere afbouw van de zelfstandigenaftrek: die daalt in 2027 naar 900 euro. Ook schaft het kabinet de startersaftrek af, evenals de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid en de willekeurige afschrijving voor starters. De stakingsaftrek en de meewerkaftrek worden stapsgewijs afgeschaft.

Zorg en zorgtoeslag

De aangekondigde verhoging van het eigen risico met 60 euro gaat in 2027 niet door. Die verhoging wordt met een jaar uitgesteld naar 2028. Daardoor stijgen de zorguitgaven met ongeveer een miljard euro, en omdat de zorgpremies aan die uitgaven gekoppeld zijn, stijgen die mee. De zorgtoeslag stijgt vervolgens weer mee met de premies.

Die hogere premies worden gecompenseerd via de eerste twee schijven van de inkomstenbelasting voor het deel dat huishoudens betalen, en via de Aof-premie voor het deel dat werkgevers betalen. Daarnaast verlaagt het kabinet de vermogensgrens van de zorgtoeslag, waardoor op termijn minder mensen er recht op hebben; in 2027 heeft die maatregel nog geen budgettair effect.

Gezin en kinderen

Het stelsel van kindregelingen gaat op de schop. De kinderbijslag en het kindgebonden budget worden samengevoegd tot één kindregeling met een hoger vast bedrag. Dat moet het eenvoudiger maken en de kans op terugvorderingen verkleinen. De kinderarmoede daalt volgens het CPB van 2,4% in 2026 naar 2,3% in 2027; het armoedecijfer als geheel blijft op 2,6%.

Voor de kinderopvang loopt de stelselherziening door. De opzet is dat de opvang voor werkende ouders vrijwel gratis wordt en dat de vergoeding rechtstreeks aan de opvanginstelling wordt betaald in plaats van aan de ouders.

Pensioen en AOW

Het kabinet wil de AOW-leeftijd vanaf 2033 weer één op één koppelen aan de levensverwachting. Voor wie nu met pensioen gaat verandert daar niets door; het raakt vooral de generatie die nu halverwege de loopbaan zit.

Bouwt u pensioen op via uw werkgever? De aftoppingsgrens voor pensioenopbouw wordt voor zes jaar bevroren. Verdient u meer dan die grens, dan bouwt u over het meerdere geen fiscaal gefaciliteerd pensioen op. Bent u al gepensioneerd, dan telt vooral dat de ouderenkorting met 100 euro omlaaggaat.

Wonen

Koopt u een woning waar u zelf niet gaat wonen, om te verhuren of als vakantiewoning? Het algemene woningtarief in de overdrachtsbelasting gaat per 2027 van 8% naar 7%. Voor een eigen woning blijft het tarief 2%.

Woningcorporaties worden per 2028 uitgezonderd van de earningsstrippingmaatregel uit de Europese antibelastingontwijkingsrichtlijn, om hun investeringscapaciteit te vergroten.

Ondernemen en personeel

Voor bedrijven blijft het tarief van de vennootschapsbelasting ongewijzigd. Wel wordt de innovatiebox toegankelijker voor het midden- en kleinbedrijf: het plafond van de forfaitaire regeling gaat van 25.000 naar 100.000 euro. Het aftrekpercentage van de energie-investeringsaftrek gaat naar 45,5%.

Heeft u personeel, let dan op twee dingen. De premie voor de Werkhervattingskas is door het UWV 0,15 procentpunt hoger vastgesteld, en die verhoging wordt dit jaar niet zoals gebruikelijk gecompenseerd binnen de Aof-premie. Daarnaast vervalt de gerichte vrijstelling in de werkkostenregeling voor korting op branche-eigen producten.

Heeft u een start-up of scale-up? Belastingheffing over aandelenopties voor medewerkers wordt uitgesteld tot het moment waarop de aandelen worden verkocht, en de belastinggrondslag wordt versmald naar 65%. Dit staat in een apart wetsvoorstel.

Auto en mobiliteit

De youngtimerregeling wordt minder streng versoberd dan eerder aangekondigd. Na een motie van de Kamer gaat de leeftijdsgrens per 1 januari 2027 naar 17 jaar in plaats van verder omhoog, en wordt die grens structureel per 1 januari 2028 gesteld op 20 jaar. Eerder was 25 jaar het plan. Rijdt u een oudere auto op de zaak, dan is dit gunstiger dan waar u vorig jaar rekening mee hield.

Per 2029 komt er een nieuwe korting voor oudere elektrische auto’s: de greentimerregeling. Elektrische auto’s van vijf tot acht jaar oud krijgen dan maximaal drie jaar lang een bijtelling van 14%, van 2029 tot en met 2032.

De accijnskorting op ongelode benzine en diesel wordt in 2027 verlengd; voor diesel gaat het om 11,905 eurocent per liter. In 2028 wordt de korting deels verlengd en dus langzamer afgebouwd, met volledige afbouw per 2029. De tijdelijke verlagingen van de motorrijtuigenbelasting voor bestelauto’s van ondernemers en het nihiltarief voor vrachtauto’s liepen tot en met december 2026.

De vliegbelasting wordt per 2027 gedifferentieerd naar afstand. Het nieuwe hoge tarief voor langeafstandsvluchten wordt verlaagd naar het niveau van de Duitse vliegbelasting: 59,43 euro.

Energie en dagelijkse uitgaven

De belasting op leidingwater gaat per 2027 met 10 cent per kubieke meter omhoog. De vaste korting op de energierekening, de belastingvermindering in de energiebelasting, wordt vanaf 2030 toegespitst op huishoudens.

Het algemene btw-tarief blijft 21% en het verlaagde tarief 9%. Wel verdwijnt het verlaagde tarief voor een aantal categorieën: sierteelt en luchtballonvaart gaan per 2028 naar 21%. Het verlaagde accijnstarief voor kleine brouwerijen vervalt eveneens per 2028, en de alcoholaccijns wordt vanaf 2027 geïndexeerd. Ook de aftrek van specifieke zorgkosten en de bosbouwvrijstelling verdwijnen.

Waarom nog niets vaststaat

Het gaat om voorstellen, niet om vastgesteld recht. Het kabinet-Jetten is een minderheidskabinet en moet voor elk wetsvoorstel steun zoeken in de Tweede en Eerste Kamer. Maatregelen kunnen tijdens de behandeling worden aangepast, uitgesteld of geschrapt. Wilt u weten wat deze plannen voor uw onderneming betekenen? Neem contact op met Taxcount.

Fiscaal Omnibusvoorstel kan Nederland vanaf 2037 tot 8 miljard euro per jaar kosten: wat dit betekent voor beleggen via uw besloten vennootschap

Twee hoogleraren van de Universiteit Leiden becijferden in augustus 2026 wat het fiscale Omnibusvoorstel van eurocommissaris Wopke Hoekstra voor Nederland betekent. Volgens hun schatting loopt de schatkist vanaf 2029 maximaal 3 miljard euro per jaar mis, oplopend tot 8 miljard euro vanaf 2037. Het voorstel, dat de Europese belastingregels voor bedrijven moet vereenvoudigen, is op 24 juni 2026 gepubliceerd en moet nog unaniem worden aangenomen door alle lidstaten van de Europese Unie (EU). Voor u als ondernemer of directeur-grootaandeelhouder (DGA) verandert er dus voorlopig niets.

Wat er verandert

Het eerste onderdeel is de dividendbelasting. Bedrijven in de EU houden nu geen bronheffing in op dividend aan een moederbedrijf met een belang vanaf 10 procent. Bronheffing is belasting die het uitkerende bedrijf meteen afdraagt. Vanaf 2037 zou die vrijstelling gelden voor alle dividenden tussen bedrijven in de EU. Jan van de Streek en Jan Vleggeert schatten de derving op circa 4 miljard euro per jaar, omdat buitenlandse particulieren dan via zo’n bedrijf gaan beleggen.

Het tweede onderdeel raakt beleggen via een besloten vennootschap (bv). Vanaf 2037 zou Nederland geen vennootschapsbelasting meer heffen over dividend dat een bv ontvangt op kleine aandelenbelangen in andere EU-landen. Een DGA die via zijn bv in Europese aandelen belegt, betaalt dan pas belasting bij uitkering aan zichzelf, in box 2 tegen 24,5 of 31 procent. Stappen box 3-beleggers daardoor massaal over, dan kost dat volgens een ruwe schatting nog eens 1 miljard euro.

Het derde onderdeel zou als eerste ingaan. De earningsstrippingmaatregel beperkt de renteaftrek in de vennootschapsbelasting nu tot 24,5 procent van de operationele kasstroom, met een drempel van 1 miljoen euro. Vanaf 2029 zouden lidstaten bankrente buiten die maatregel laten, het percentage op 30 procent zetten en een tegenbewijsregeling invoeren. Vanaf 2032 zou de drempel naar 3 miljoen euro gaan. Van de opbrengst van 2 tot 3 miljard euro blijft dan weinig over.