U wilt uw kind of kleinkind financieel een zetje geven: een bijdrage aan een verbouwing, een auto, of gewoon een bedrag als steun in de rug. Dan komt al snel de vraag hoeveel u belastingvrij mag schenken in 2026 en vanaf welk bedrag de ontvanger een aanslag van de Belastingdienst krijgt. De Successiewet, de wet die de schenk- en erfbelasting regelt, stelt elk kalenderjaar een vast bedrag vrij: 6.908 euro van ouders aan een kind en 2.769 euro in alle andere gevallen. Wat daarbij vaak wordt vergeten, is dat alle schenkingen aan dezelfde persoon in hetzelfde kalenderjaar bij elkaar worden opgeteld, ook als vader en moeder ieder afzonderlijk schenken. In dit artikel leest u welke bedragen in 2026 gelden, hoe die samentelling precies werkt, wat u boven de vrijstelling betaalt en wanneer u aangifte schenkbelasting moet doen. Zo weet u vooraf of uw schenking helemaal buiten de heffing blijft.
Wat is een schenking en wie betaalt de schenkbelasting?
Een schenking is fiscaal gezien een gift: u geeft iets weg en krijgt daar niets voor terug. Dat kan geld zijn, maar net zo goed een auto, een pakket aandelen, een stuk grond of het kwijtschelden van een lening. Ook een bedrag dat u op papier schuldig blijft, is een schenking. Over wat iemand op deze manier krijgt, is in principe schenkbelasting verschuldigd.
De belasting wordt betaald door de ontvanger, in de wet de begiftigde genoemd. Dat is een belangrijk verschil met wat veel mensen denken: niet u als schenker, maar uw kind of kleinkind krijgt de aanslag. In de praktijk spreken ouders vaak af dat zij de belasting voor hun rekening nemen, maar let op: die betaling is zelf ook weer een schenking en telt dus mee.
Nederlandse schenkbelasting is alleen aan de orde als de schenker op het moment van de schenking in Nederland woonde. Voor emigranten geldt bovendien nog een aantal jaren een fictie, waarover verder in dit artikel meer.
Hoeveel mag u in 2026 belastingvrij schenken?
In 2026 gelden twee jaarlijkse vrijstellingen. Het bedrag hangt af van de relatie tussen de schenker en de ontvanger.
| Wie schenkt? | Aan wie? | Belastingvrij bedrag 2026 |
| Ouder of ouders | Eigen kind, adoptiekind, stiefkind, pleegkind of schoonkind | 6.908 euro |
| Alle andere gevallen | Kleinkind, uw eigen partner, broer, zus, oom, tante, vriend of derde | 2.769 euro |
Een schoonkind valt fiscaal onder het kindbegrip, maar deelt de vrijstelling van 6.908 euro met uw eigen kind: er is dus één vrijstelling voor het paar en niet twee.
Beide bedragen gelden per kalenderjaar en per ontvanger. Blijft u eronder, dan betaalt de ontvanger niets en hoeft er geen aangifte te worden gedaan. Krijgt u toch een brief van de Belastingdienst waarin om aangifte wordt gevraagd, dan moet u die wel doen, ook als er niets te betalen is. Volgend jaar mag u hetzelfde bedrag opnieuw belastingvrij schenken. Figuur 1 zet de twee vrijstellingen naast elkaar.
Figuur 1: De twee jaarlijkse vrijstellingen in 2026: 6.908 euro van ouders aan een kind en 2.769 euro in alle andere gevallen.
Juist die herhaling maakt de regeling waardevol. Bij twee ouders en twee kinderen gaat het elk jaar om twee keer 6.908 euro dat volledig buiten de heffing blijft. Over een reeks jaren wordt uw nalatenschap daardoor bovendien kleiner, zodat later ook minder snel erfbelasting verschuldigd is.
De vrijstelling van ouders aan een kind: 6.908 euro
Schenkt u als ouder aan uw kind, dan is in 2026 6.908 euro vrijgesteld. De leeftijd van uw kind doet daarbij niet ter zake: de jaarlijkse vrijstelling geldt voor een kind van vier net zo goed als voor een kind van vijfenvijftig. Komt u boven het bedrag uit, dan is alleen het meerdere belast.
De vrijstelling in alle andere gevallen: 2.769 euro
Voor iedere andere schenker geldt in 2026 een vrijstelling van 2.769 euro. Het maakt daarbij niet uit hoe dicht de familieband is: een grootouder, een oom, een schoonouder, een broer of iemand zonder familieband valt allemaal onder hetzelfde bedrag. Deze vrijstelling geldt per schenker, dus uw kind kan in hetzelfde jaar van twee verschillende ooms elk 2.769 euro belastingvrij ontvangen.
Wat niet kan, is de twee vrijstellingen bij elkaar optellen. Een kind dat van zijn ouders 6.908 euro krijgt, kan daarnaast niet ook nog 2.769 euro van diezelfde ouders belastingvrij ontvangen. Er geldt per schenker en per jaar één vrijstelling.
Bij dit bedrag hoort één aandachtspunt. De wettekst laat niet met zoveel woorden zien of bij overschrijding alleen het bedrag bóven de 2.769 euro wordt belast, of de hele schenking. De Belastingdienst rekent in haar eigen uitleg met het bedrag boven de vrijstelling, en dat is ook de rekenwijze die wij in dit artikel aanhouden. In de vakliteratuur is die vraag echter niet volledig uitgemaakt. Komt uw schenking dicht bij de 2.769 euro uit, laat de uitwerking dan vooraf toetsen, of blijf gewoon net onder het bedrag.
Los hiervan bestaan er nog bijzondere, ruimere vrijstellingen, bijvoorbeeld voor schenkingen aan een goededoelenorganisatie met een ANBI-status (een algemeen nut beogende instelling) en voor de schenking van een onderneming via de bedrijfsopvolgingsregeling. Die vallen buiten dit artikel.
Waarom alle schenkingen in één jaar bij elkaar worden opgeteld
Dit is het punt waarop het in de praktijk het vaakst misgaat. De Successiewet behandelt alle schenkingen van dezelfde schenker aan dezelfde ontvanger binnen één kalenderjaar als één schenking. Schenkt u in maart 4.000 euro en in november nog eens 4.000 euro aan uw zoon, dan is dat fiscaal één schenking van 8.000 euro en is 1.092 euro belast.
Schenkingen van vader en moeder tellen samen
Voor een schenking aan een kind worden de bedragen van beide ouders bij elkaar opgeteld, ook als de ouders gescheiden zijn of nooit met elkaar gehuwd waren. Vader en moeder gelden dus samen als één schenker. Geven vader en moeder ieder 5.000 euro aan hun dochter, dan is dat één schenking van 10.000 euro en geldt er één vrijstelling van 6.908 euro. Twee keer de vrijstelling benutten door de bedragen over beide ouders te verdelen, werkt dus niet. Figuur 2 laat zien hoe die twee bedragen samenkomen en wat er dan aan schenkbelasting overblijft.

Figuur 2: Schenkingen van vader en moeder aan hetzelfde kind gelden als één schenking, met één vrijstelling.
Partners gelden als één persoon
Dezelfde gedachte geldt aan beide kanten van de schenking. Partners worden voor de schenkbelasting als één persoon gezien, zowel als gever als als ontvanger. Schenken twee gehuwde grootouders aan hetzelfde kleinkind, dan is er samen één vrijstelling van 2.769 euro. En schenkt u aan uw zoon én aan zijn echtgenote, dan worden die twee bedragen meestal ook samengevoegd.
Voor ongehuwd samenwonenden geldt dit alleen als zij fiscaal partner zijn. Daarvoor moeten zij onder andere meerderjarig zijn, op hetzelfde adres staan ingeschreven en een notarieel samenlevingscontract met zorgverplichting hebben, gedurende twee jaar voorafgaand aan de schenking. Staan zij al ten minste vijf jaar onafgebroken op hetzelfde adres ingeschreven, dan is dat contract niet nodig.
Er is één uitzondering die vaak wordt gemist: schenkt u aan uw eigen partner, dan geldt de samenvoeging niet. Voor zo’n schenking geldt de vrijstelling van 2.769 euro, met daarboven het tarief van 10 procent dat voor partners geldt.
Let ook op de aanstaande partner. Doet u een schenking in de twaalf maanden vóór een huwelijk, dan wordt gedaan alsof dat huwelijk op het moment van de schenking al bestond. Dat kan gunstig uitpakken: een aanstaand schoonkind komt daardoor onder het kindbegrip te vallen. Het kan ook betekenen dat bedragen worden samengevoegd die u los had bedoeld. Laat dit narekenen als er een huwelijk op de planning staat.
De grens van het kalenderjaar is hard
Een kalenderjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december. Schenkt u op 31 december en opnieuw op 1 januari, dan zijn dat twee losse schenkingen met elk hun eigen vrijstelling. De Hoge Raad heeft uitdrukkelijk bevestigd dat dit geen ontoelaatbare constructie is, ook niet als de beide schenkingen duidelijk samenhangen. Wilt u meer overhevelen dan de jaarvrijstelling toelaat, dan is spreiden over de jaargrens dus de eenvoudigste route.
Figuur 3 maakt dat concreet: door twee keer 6.908 euro te schenken rond de jaarwisseling gaat er binnen enkele weken 13.816 euro belastingvrij naar uw kind.

Figuur 3: Spreiden over de jaargrens: twee kalenderjaren betekent twee volledige vrijstellingen.
Wat betaalt de ontvanger boven de vrijstelling?
Komt het totaal boven de vrijstelling uit, dan wordt eerst de vrijstelling van de schenking afgetrokken. Over wat er overblijft, geldt het volgende tarief.
| Waarde schenking na aftrek vrijstelling | Partner of kind | Kleinkind of verdere afstammeling | Overige personen |
| Tot en met 158.669 euro | 10 procent | 18 procent | 30 procent |
| Boven 158.669 euro | 20 procent | 36 procent | 40 procent |
Het hogere percentage voor klein- en achterkleinkinderen komt voort uit een opslag: voor afstammelingen in de tweede of verdere graad wordt de berekende belasting met 80 procent verhoogd. Van 10 procent wordt zo effectief 18 procent. Figuur 4 geeft de tarieven en die opslag in één overzicht.

Figuur 4: De tarieven schenkbelasting 2026 over het bedrag boven de vrijstelling.
Een rekenvoorbeeld, hetzelfde als in figuur 2. Stel dat u en uw partner in 2026 ieder 5.000 euro schenken aan uw dochter van dertig, in verschillende maanden. Door de samentelling is dat één schenking van 10.000 euro. Daarvan is 6.908 euro vrijgesteld, zodat 3.092 euro belast blijft tegen 10 procent. Uw dochter betaalt dan ongeveer 309 euro. Had u 5.000 euro in december 2026 en 5.000 euro in januari 2027 geschonken, dan waren beide bedragen onder de jaarvrijstelling gebleven en was er niets verschuldigd.
Nog een voorbeeld. Schenkt u als grootouder 4.000 euro aan uw kleinzoon, dan is 2.769 euro vrijgesteld en blijft 1.231 euro belast. Tegen 18 procent betaalt uw kleinzoon ongeveer 222 euro. Ook hier had spreiden over twee kalenderjaren de heffing volledig kunnen voorkomen.
Wie geldt fiscaal als uw kind?
Voor de hogere vrijstelling van 6.908 euro moet de ontvanger een kind zijn. Dat begrip is ruimer dan alleen uw eigen, biologische kinderen. Onder kind vallen ook een adoptiekind en een stiefkind. Een pleegkind telt mee als u het gedurende ten minste vijf jaar vóór zijn eenentwintigste als eigen kind hebt onderhouden en opgevoed. Ook een kind waarover u samen het gezag of de voogdij hebt, en een kind waarvan het biologisch ouderschap uit een genetische test blijkt, worden gelijkgesteld.
Een schoonkind valt fiscaal eveneens onder het kindbegrip. Dat levert echter geen extra vrijstelling op, omdat uw kind en zijn partner via de partnerregeling als één persoon gelden. Er is dus één vrijstelling van 6.908 euro voor het paar, niet twee.
Over één punt verschillen fiscalisten van mening: of de kindvrijstelling voor een stiefkind blijft gelden nadat u van de ouder van dat kind bent gescheiden. De Successiewet en de algemene wetsdefinitie sluiten hier niet naadloos op elkaar aan en er is geen rechterlijke uitspraak die de vraag beslecht. Speelt dit in uw situatie, laat de schenking dan vooraf toetsen.
De eenmalig verhoogde vrijstelling: iets anders dan de jaarlijkse vrijstelling
Naast de jaarlijkse vrijstelling bestaat er een eenmalig verhoogde vrijstelling voor een schenking van ouders aan een kind. Die is in 2026 33.129 euro voor een vrij te besteden bedrag, of 69.009 euro als het geld voor een aanzienlijk duurdere dan gebruikelijke studie of beroepsopleiding is bestemd. Voorwaarde is dat het kind op het moment van de schenking tussen de achttien en veertig jaar is. De dag van de veertigste verjaardag telt nog mee.
Is uw kind al veertig of ouder maar zijn partner nog niet, dan kan de vrijstelling via die partner alsnog worden benut, mits die partner er zelf geen beroep op doet. Uw kind en zijn partner kunnen de verhoging dus niet twee keer gebruiken. Deze route rust op een goedkeuring in beleid en niet op de wettekst zelf, dus laat de toepassing vooraf toetsen.
Bij deze vrijstelling zijn drie punten van belang. Ten eerste is zij echt eenmalig: heeft uw kind eerder een verhoogde vrijstelling voor een schenking van u gebruikt, dan kan dat niet nog een keer. Ten tweede moet er aangifte worden gedaan en moet in die aangifte uitdrukkelijk een beroep op de vrijstelling worden gedaan. Dat is een harde voorwaarde: gebeurt het niet, dan is er zonder meer belasting verschuldigd en kan het beroep later niet meer worden hersteld. Ten derde kunt u in het jaar waarin u de verhoogde vrijstelling benut, niet ook nog de jaarlijkse vrijstelling van 6.908 euro gebruiken.
Benut u de verhoging maar deels, dan gaat het restant definitief verloren. U kunt de vrijstelling niet in stukken over meerdere jaren gebruiken.
Voor de variant van 69.009 euro voor een dure studie gelden bovendien extra eisen. De opleiding moet minstens 20.000 euro per jaar kosten, exclusief levensonderhoud. De schenking moet in een notariële akte zijn vastgelegd, met daarin de studie, de verwachte kosten en de voorwaarde dat de schenking vervalt voor zover het bedrag niet binnen twee kalenderjaren na het jaar van de schenking aan de opleiding is besteed. Voor een schenking in 2026 betekent dat: besteed vóór 2029. Het geld mag niet worden gebruikt om eerder aangegane studieschulden af te lossen, en voor deze vrijstelling mag u de schenking niet op papier schuldig blijven; het bedrag moet daadwerkelijk zijn betaald.
In welk jaar valt uw schenking precies?
Omdat de samentelling per kalenderjaar werkt, is de datum van de schenking beslissend. Fiscaal gaat het om het moment waarop de schenkingsovereenkomst tot stand komt. Sinds 2003 gelden daarvoor in beginsel geen vormvereisten meer: de overeenkomst komt tot stand zodra de ontvanger het aanbod niet direct afwijst. Bij een gewone overboeking gaat het in de praktijk om de datum van de overboeking.
Rond de jaarwisseling is dat een aandachtspunt, want ook de datum van bijschrijving kan een rol spelen. Wilt u een schenking bewust in het ene of het andere jaar laten vallen, schenk dan niet op de laatste of de eerste dag van het jaar maar met een paar dagen marge, en leg de afspraak schriftelijk vast.
Hebt u een voorwaarde aan de schenking gekoppeld die pas later in vervulling gaat, bijvoorbeeld dat uw kind het bedrag krijgt zodra het een woning koopt, dan geldt de schenking fiscaal pas in het jaar waarin die voorwaarde wordt vervuld. De vrijstelling en de aangiftetermijn schuiven dan mee.
Schenkt u iets anders dan geld, dan is de waarde in het economische verkeer op de schenkingsdatum beslissend, dus de prijs die een willekeurige koper op die dag zou betalen, en niet wat u er zelf voor hebt betaald. Voor beursgenoteerde effecten geldt de slotkoers van de laatste beursdag vóór de schenking. Bij een woning, een stuk grond of een pakket aandelen in uw eigen bv is een onderbouwde waardering dus onmisbaar.
Schenkt u een woning of een stuk grond, dan is er nog een gunstige regel: de overdrachtsbelasting die over de schenking wordt betaald, komt in mindering op de schenkbelasting over hetzelfde bedrag. Dubbele heffing wordt op die manier voorkomen.
Wanneer moet u aangifte schenkbelasting doen?
Blijft het totaal van uw schenkingen in het jaar onder de vrijstelling, dan hoeft er geen aangifte te worden gedaan en is er niets te betalen. Komt het bedrag erboven, dan doet de ontvanger aangifte schenkbelasting. De aangifte gaat online via Mijn Belastingdienst.
De termijn is ruim: de wet bepaalt dat die niet eerder verstrijkt dan twee maanden na het einde van het kalenderjaar waarin de schenking is gedaan. In de praktijk betekent dat: doe aangifte vóór 1 maart van het jaar na de schenking. De wetgever heeft voor dit systeem gekozen omdat pas na afloop van het jaar valt te beoordelen of alle schenkingen bij elkaar boven de vrijstelling uitkomen.
Wacht niet op een brief. Formeel ontstaat de wettelijke aangifteplicht pas doordat de Belastingdienst u uitnodigt om aangifte te doen, maar u kunt in bepaalde gevallen gehouden zijn er zelf om te vragen. De Belastingdienst gaat er daarom van uit dat u een belaste schenking op eigen initiatief aangeeft. Ontvangt u wél een brief, dan moet u aangifte doen, ook als er per saldo niets te betalen is.
Doet u een beroep op de eenmalig verhoogde vrijstelling, dan is aangifte altijd verplicht, ook als er per saldo niets te betalen is. Zonder dat beroep in de aangifte bestaat de vrijstelling eenvoudig niet. Handig om te weten: schenker en ontvanger mogen samen één aangifte doen, wat dubbel werk voorkomt. Krijgen partners beide een schenking, dan legt de Belastingdienst wel aan ieder van hen een eigen aanslag op.
Figuur 5 vat de drie mogelijke uitkomsten samen in een beslisboom.

Figuur 5: Beslisboom: moet u aangifte schenkbelasting doen?
Wat gebeurt er als u te laat bent of geen aangifte doet?
Bij een te late of ontbrekende aangifte kan de inspecteur een verzuimboete opleggen. Dat is een boete voor een vormfout, waarvoor geen opzet nodig is. Het wettelijk maximum is 6.709 euro, maar in het boetebeleid is de standaardboete gesteld op 7 procent daarvan, dus ongeveer 470 euro. Het maximum is bedoeld voor uitzonderlijke gevallen waarin iemand jaar na jaar in verzuim blijft.
Een belangrijke waarborg: van een verzuim is pas sprake als u geen gevolg hebt gegeven aan een aanmaning die u daadwerkelijk heeft bereikt. De Belastingdienst moet aannemelijk maken dat die aanmaning is verzonden én ontvangen. Is de aanmaning eenmaal binnen, dan is de termijn hard: ook een aangifte die één dag te laat is, levert een verzuim op. Alleen als u werkelijk niets te verwijten valt, blijft de boete uit; drukte of ziekte van uw partner zijn daarvoor in beginsel niet genoeg.
Onderschat daarnaast de lange nasleep niet. Is er nooit aangifte gedaan, dan begint de termijn waarbinnen de Belastingdienst een aanslag kan opleggen volgens de rechtspraak van de Hoge Raad pas te lopen na de inschrijving van de overlijdensakte van de schenker of de ontvanger. Een vergeten schenking kan daardoor tientallen jaren later nog opduiken, vaak juist op het moment dat de nalatenschap wordt afgewikkeld.
Twee situaties die vaak worden vergeten
Overlijdt de schenker binnen 180 dagen, dan verschuift de schenking naar de erfenis
Alles wat iemand in de laatste 180 dagen voor zijn overlijden heeft weggegeven, wordt fiscaal behandeld als een erfenis. Dat geldt ook voor een gewone jaarlijkse schenking aan een kind: die valt niet onder de uitzonderingen op deze regel. Betaalde schenkbelasting komt in mindering op de erfbelasting, maar bij meerdere schenkingen in dat jaar slechts naar een evenredig deel.
Voor een schenking waarop de eenmalig verhoogde vrijstelling is geclaimd geldt wél een uitzondering: die blijft buiten de erfenis. Wie op korte termijn nog vermogen wil overdragen, kan aan die vrijstelling dus meer hebben dan aan een reeks gewone jaarschenkingen.
Praktisch gevolg: een schenkingsronde die vlak voor een overlijden wordt gedaan, bijvoorbeeld in een periode van ernstige ziekte, levert vaak niet het beoogde voordeel op. Wie op deze manier de nalatenschap wil verkleinen, is er verstandig aan te beginnen zolang dat rustig en gespreid kan.
Figuur 6 zet deze 180 dagen naast het andere risico uit dit artikel, de verzuimboete bij een te late of ontbrekende aangifte.

Figuur 6: Twee risico’s: de 180 dagen vóór het overlijden en de verzuimboete bij een te late aangifte.
Na emigratie blijft de Nederlandse schenkbelasting nog jaren gelden
Schenkbelasting wordt geheven als de schenker in Nederland woonde. Twee ficties verlengen dat. Een Nederlander die naar het buitenland verhuist, wordt nog tien jaar na vertrek geacht in Nederland te wonen. Voor iemand met een andere nationaliteit geldt die fictie één jaar. Woonde de schenker nooit in Nederland, dan is er geen Nederlandse schenkbelasting.
Voor ondernemers en dga’s die naar het buitenland vertrekken is dit relevant: het schenkingsplan voor de kinderen verandert niet meteen door de verhuizing, en bij een schenking in een ander land kan bovendien de belastingheffing daar meespelen.
Praktische checklist: wat u moet regelen
- Houd een schenkingsoverzicht per jaar en per ontvanger bij. Noteer datum, bedrag en ontvanger van elke schenking, inclusief schenkingen op papier, kwijtscheldingen en giften in natura. Zonder dat overzicht is de samentelling niet te controleren.
- Stem af met de andere ouder. Schenkingen van vader en moeder aan hetzelfde kind worden opgeteld, ook na een scheiding. Spreek af wie wat schenkt, zodat u samen niet ongemerkt boven 6.908 euro uitkomt.
- Toets het bedrag aan de juiste vrijstelling. 908 euro van ouders aan een kind, 2.769 euro in alle andere gevallen, per kalenderjaar en per schenker.
- Spreid over de jaargrens als u meer wilt overhevelen. Een schenking in december en een schenking in januari zijn twee jaren en dus twee vrijstellingen. Houd wel een paar dagen marge rond de jaarwisseling aan, zodat over het jaar geen discussie kan ontstaan.
- Leg de schenkingsdatum schriftelijk vast. Een korte schenkingsbrief of een bankafschrift met datum voorkomt discussie over het jaar waarin de schenking valt.
- Laat niet-geldschenkingen waarderen. Bij aandelen, een auto, een woning of grond geldt de waarde in het economische verkeer op de schenkingsdatum.
- Doe aangifte vóór 1 maart van het volgende jaar. Dat geldt zodra het totaal boven de vrijstelling uitkomt en altijd als u een beroep doet op de eenmalig verhoogde vrijstelling.
- Regel de eenmalige vrijstelling op tijd en volledig. Controleer de leeftijdsgrens van veertig jaar, doe het beroep uitdrukkelijk in de aangifte en zorg bij de studievariant voor een notariële akte.
- Wees voorzichtig met schenken in de laatste levensfase. Overlijdt de schenker binnen 180 dagen, dan wordt de schenking bij de erfenis geteld.
- Denk aan de emigratieficties. Tien jaar voor Nederlanders en één jaar voor anderen: een verhuizing naar het buitenland maakt de Nederlandse heffing niet direct onmogelijk.
Veelgestelde vragen
Hoeveel mag ik in 2026 belastingvrij aan mijn kind schenken?
In 2026 mag u als ouder 6.908 euro per kalenderjaar aan uw kind schenken zonder dat er schenkbelasting verschuldigd is. Onder kind vallen ook een stiefkind, een pleegkind en een adoptiekind. De leeftijd van uw kind maakt voor deze jaarlijkse vrijstelling niet uit.
Tellen schenkingen van mijn vader en mijn moeder apart mee?
Nee. Voor de schenkbelasting gelden uw ouders samen als één schenker, ook als zij gescheiden zijn of nooit gehuwd waren. Schenken zij ieder 5.000 euro, dan is dat fiscaal één schenking van 10.000 euro met één vrijstelling van 6.908 euro.
Moet ik aangifte doen als de schenking onder de vrijstelling blijft?
Nee. Blijft het totaal van de schenkingen van dezelfde schenker in het kalenderjaar onder de vrijstelling, dan is er geen schenkbelasting verschuldigd en hoeft er geen aangifte te worden gedaan. Krijgt u toch een brief waarin om aangifte wordt gevraagd, dan moet u die wel doen. Komt u boven de vrijstelling uit, dan doet de ontvanger aangifte vóór 1 maart van het jaar na de schenking. Bij een beroep op de eenmalig verhoogde vrijstelling is aangifte altijd nodig.
Hoeveel schenkbelasting betaalt mijn kleinkind?
Voor een kleinkind geldt de vrijstelling van 2.769 euro. Over het meerdere betaalt uw kleinkind 18 procent tot en met 158.669 euro en 36 procent daarboven. Die percentages zijn hoger dan bij een kind, omdat de berekende belasting voor klein- en achterkleinkinderen met 80 procent wordt verhoogd. Komt de schenking net boven 2.769 euro uit, laat de uitwerking dan toetsen: over de vraag of alleen het meerdere of de hele schenking wordt belast, bestaat in de vakliteratuur nog discussie.
Mag ik op 31 december en op 1 januari schenken en zo twee keer de vrijstelling gebruiken?
Ja. De samentelling werkt strikt per kalenderjaar en de jaargrens is hard. Een schenking op 31 december en een schenking op 1 januari zijn twee schenkingen met elk hun eigen vrijstelling. De Hoge Raad heeft bevestigd dat dit geen wetsontduiking is. Zorg wel dat de data aantoonbaar zijn.
Kan ik de jaarlijkse vrijstelling combineren met de eenmalig verhoogde vrijstelling?
Niet in hetzelfde jaar. Doet u in een bepaald jaar een beroep op de eenmalig verhoogde vrijstelling van 33.129 euro of 69.009 euro, dan kunt u in dat jaar niet daarnaast nog de jaarlijkse vrijstelling van 6.908 euro benutten. In de jaren daarvoor en daarna kunt u de jaarlijkse vrijstelling gewoon gebruiken.
Hoe Taxcount u kan helpen
Schenken lijkt eenvoudig, maar de rekening komt vaak uit een hoek die u niet had verwacht: een tweede schenking later in het jaar, een bedrag van de andere ouder, een schenking op papier uit een eerder jaar of een overlijden kort na de schenking. Taxcount brengt uw schenkingen per jaar en per ontvanger in kaart, rekent voor wat een voorgenomen schenking kost en laat zien wat het oplevert om te spreiden of om juist de eenmalig verhoogde vrijstelling in te zetten.
Wij verzorgen daarnaast de aangifte schenkbelasting, letten op het tijdig en juist doen van het beroep op een verhoogde vrijstelling en stellen de schenkingsbrief of de afspraken met de notaris af op uw plannen. Gaat het om vermogen in uw bv, om aandelen of om een bedrijfsoverdracht binnen de familie, dan kijken wij in één keer ook naar box 2 en de bedrijfsopvolgingsregeling, zodat de schenkbelasting en de inkomstenbelasting op elkaar afgestemd blijven.
Wilt u weten wat u dit jaar nog belastingvrij kunt schenken, of wat een groter plan over meerdere jaren betekent? Leg uw situatie aan ons voor, dan rekenen wij de mogelijkheden voor u door.
Dit artikel bevat algemene informatie op basis van de regels en bedragen zoals die gelden voor het belastingjaar 2026 en is geen fiscaal advies. Tarieven, vrijstellingen en drempelbedragen worden jaarlijks aangepast en wetgeving en beleid kunnen wijzigen. De uitkomst in uw eigen situatie hangt af van de persoonlijke omstandigheden, zoals de relatie tussen schenker en ontvanger, eerdere schenkingen en de aard van het geschonken vermogen. Laat uw situatie daarom altijd beoordelen door een fiscaal adviseur voordat u besluiten neemt.