De verleggingsregeling in de btw: wanneer u “btw verlegd” op de factuur zet en hoe u dure fouten voorkomt

Werkt u als onderaannemer in de bouw, koopt u diensten in bij een buitenlandse leverancier of handelt u in schroot, oud metaal of mobiele telefoons? Dan komt u de verleggingsregeling tegen. Bij deze regeling betaalt niet u als verkoper de btw, maar draagt uw klant de btw af. U stuurt daarom een factuur zonder btw, met de vermelding “btw verlegd”. Dat klinkt eenvoudig, maar juist op de factuur gaat het vaak mis, en een verkeerde factuur kan zowel u als uw klant duur komen te staan. In dit artikel leest u wat de verleggingsregeling btw inhoudt, wanneer u deze in 2026 moet toepassen, wat er precies op de factuur hoort, hoe u een fout herstelt en wat u daarna in uw administratie moet bewaren.

Wat is de verleggingsregeling?

Normaal geldt in de btw een simpele hoofdregel: wie een goed levert of een dienst verricht, rekent btw en draagt die af aan de Belastingdienst. Bij de verleggingsregeling wordt die rol omgedraaid. De btw wordt “verlegd” naar uw afnemer: niet u, maar uw klant geeft de btw aan in zijn eigen btw-aangifte.

Voor u als verkoper betekent dit dat u een factuur stuurt zonder btw-bedrag, met daarop de tekst “btw verlegd” en het btw-identificatienummer van uw klant. Uw klant vermeldt de verlegde btw in zijn aangifte als verschuldigd en mag die in dezelfde aangifte weer aftrekken, voor zover hij recht op aftrek heeft. Per saldo betaalt hij dan niets. De btw schuift dus alleen op papier van de ene naar de andere partij (zie figuur 1).

   Figuur 1: bij de hoofdregel int en betaalt de verkoper de btw; bij verlegging factureert hij zonder btw en geeft de koper de btw aan, die hij in dezelfde aangifte weer aftrekt.

Waarom bestaat deze regeling? Bij prestaties van buitenlandse ondernemers is het vooral een kwestie van gemak: de buitenlandse leverancier hoeft zich dan niet in Nederland te registreren voor de btw. Bij de binnenlandse verleggingen is het doel fraudebestrijding. Als het afdragen en het aftrekken van de btw bij dezelfde partij liggen, kan een leverancier de btw niet eerst innen en daarna laten verdwijnen terwijl zijn afnemer diezelfde btw wel aftrekt.

Wanneer geldt de verleggingsregeling?

De verleggingsregeling geldt niet altijd, maar alleen in een aantal aangewezen situaties. Die vallen uiteen in twee groepen: grensoverschrijdende gevallen en binnenlandse gevallen. Figuur 2 laat zien welke vraag u per opdracht moet stellen.

Figuur 2: beslisboom “Moet ik de btw verleggen?”, met de vier uitkomsten buitenlandse leverancier, onderaanneming of uitlening, aangewezen goederen en transacties, en gewone btw.

Inkoop bij een buitenlandse leverancier

Neemt u een dienst of levering af van een ondernemer die niet in Nederland woont of gevestigd is, dan verlegt die leverancier de Nederlandse btw naar u. Dat geldt ook als hij hier wel een vestiging heeft, zolang die vestiging niet bij de opdracht betrokken is. Dit raakt vrijwel elk bedrijf dat diensten inkoopt bij een buitenlands bedrijf, bijvoorbeeld software, advies, marketing of transport, of dat een buitenlandse aannemer of monteur in Nederland laat werken. U ontvangt dan een factuur zonder Nederlandse btw en geeft de btw zelf aan in uw aangifte.

Binnenlandse verlegging in aangewezen sectoren

Daarnaast heeft de wetgever binnen Nederland een aantal fraudegevoelige sectoren en transacties aangewezen waarvoor verlegging verplicht is. De belangrijkste zijn:

  • onderaanneming en het uitlenen van personeel bij werk van stoffelijke aard aan onroerende zaken of schepen;
  • de levering van een onroerende zaak waarbij partijen voor btw-heffing hebben gekozen;
  • goud en halffabrikaten met een zuiverheid van ten minste 325/1000, en beleggingsgoud waarvoor de verkoper voor btw-heffing kiest;
  • executieverkopen, bijvoorbeeld door een hypotheekhouder, deurwaarder of curator;
  • de levering van mobiele telefoons, computerchips, spelcomputers, laptops en tablets;
  • telecommunicatiediensten tussen aanbieders van die diensten;
  • gas- en elektriciteitscertificaten en de overdracht van CO2-emissierechten;
  • de handel in oud materiaal, afval en schroot, met de bijbehorende verwerkingsdiensten.

In de praktijk gaat het op vier manieren mis. Een onderaannemer zet uit gewoonte toch 21 procent btw op zijn factuur. Een bouwbedrijf heeft niet door dat zijn opdrachtgever een eigenbouwer is. Een schroothandelaar controleert het btw-nummer van zijn afnemer niet. En een ondernemer ontvangt een buitenlandse factuur met btw en trekt die btw toch af.

Let op: de eigenbouwer in de bouw

De grootste valkuil in de bouw is de eigenbouwer. Een eigenbouwer is iemand die zonder opdracht van een derde en in de normale uitoefening van zijn bedrijf een werk van stoffelijke aard tot stand laat brengen, bijvoorbeeld een projectontwikkelaar of een bedrijf dat met een vast concept woningen renoveert. De wet stelt zo iemand gelijk met een aannemer. Het gevolg is dat de partij die voor hem werkt als onderaannemer geldt en dus moet verleggen. Algehele leiding over het werk is voldoende; u hoeft het werk niet zelf uit te voeren. Ziet u deze rol over het hoofd, dan staat er ten onrechte btw op de factuur, met alle gevolgen van dien.

Wat valt onder “werk van stoffelijke aard”?

Voor de binnenlandse bouwverlegging moet het gaan om fysieke werkzaamheden aan een onroerende zaak. Onderhoud, schoonmaak, tuinaanleg en tuinonderhoud vallen er wel onder. Zuiver intellectueel of begeleidend werk niet: denk aan een architect, een administratieve bouwbegeleider of het uitlenen van verkeersbegeleiders bij wegwerkzaamheden. Ook geldt de verlegging niet als het werk voor meer dan de helft op de eigen vestigingsplaats van de onderaannemer gebeurt, of als het werk ondergeschikt is aan de koop van een bestaande zaak.

Levert u een pakket van werkzaamheden?

Bestaat uw opdracht uit meerdere handelingen die in elkaar overlopen, dan is eerst de vraag of u voor de btw één prestatie of meerdere losse prestaties verricht. Verlegt u de btw omdat één onderdeel onder een verleggingsregeling valt, terwijl het geheel als één andere, ondeelbare dienst wordt gezien, dan raakt u de verlegging kwijt en is de btw alsnog bij u verschuldigd. Dit speelt bijvoorbeeld bij het inzamelen, sorteren en rapporteren van afval en bij het leveren en monteren van goederen. Over de afvalketen loopt op dit moment een procedure bij de Hoge Raad, waarin het gerechtshof en de advocaat-generaal tot verschillende uitkomsten komen. Levert u zo’n pakket, laat dan vooraf toetsen wat u precies levert, in plaats van achteraf.

Wat moet er op de factuur staan?

Bij verlegging is de factuur geen formaliteit maar de spil van de regeling. Op een correcte verleggingsfactuur staat geen btw-bedrag, maar wel de vermelding “btw verlegd”. Voor de binnenlandse verlegging bij onderaanneming en het uitlenen van personeel luidt de voorgeschreven tekst “omzetbelasting verlegd”. Verder vermeldt u het btw-identificatienummer van uw afnemer, naast uw eigen btw-nummer, en de volledige naam en het volledige adres van beide partijen.

De aanduiding moet voldoende specifiek zijn. Een enkele vermelding als “nultarief” of “vrijstelling” volstaat niet, omdat uw klant aan de hand van uw factuur moet kunnen zien dat hij de btw moet aangeven. De factuur reikt u uiterlijk uit op de vijftiende dag van de maand na die waarin u de prestatie hebt verricht. In figuur 3 ziet u hoe zo’n factuur eruitziet en welke drie onderdelen moeten kloppen.

Figuur 3: voorbeeld van een verleggingsfactuur, met het btw-nummer van de afnemer, een factuur zonder btw-bedrag en de vermelding “omzetbelasting verlegd” uitgelicht.

Besteedt u het factureren uit, of stelt uw afnemer de factuur op (self-billing), dan blijft u als presterende ondernemer altijd verantwoordelijk voor de juistheid. Bij self-billing moet u dat vooraf schriftelijk afspreken, moet elke factuur door u worden aanvaard en staat op de factuur “factuur uitgereikt door afnemer”. Factureert een buitenlandse leverancier onder verlegging, dan gelden meestal de factuurregels van zijn eigen land; factureert de afnemer zelf, dan die van het land van de afnemer.

Leg in uw offerte en opdrachtbevestiging ook vast of uw prijs exclusief of inclusief btw is. Dat lijkt een detail, maar het bepaalt later of u ten onrechte gefactureerde btw kunt terugvragen zonder die aan uw klant te moeten vergoeden.

Wat gaat er mis als u tóch btw op de factuur zet?

Zet u btw op de factuur terwijl verlegging geldt, dan gebeuren er twee onaangename dingen tegelijk. U wordt die btw verschuldigd op grond van de factuur zelf: u moet het bedrag afdragen alleen al omdat het op de factuur staat. Tegelijk mag uw afnemer die btw niet aftrekken, ook niet als hij het bedrag netjes aan u heeft betaald. De Belastingdienst kan de btw dan naheffen, bij u als opsteller of bij de afnemer die ten onrechte heeft afgetrokken.

Belangrijk voor de afnemer: de Belastingdienst hoeft niet eerst een naheffingsaanslag aan uw leverancier op te leggen. De rechter heeft bevestigd dat de te veel afgetrokken btw meteen bij de afnemer mag worden nageheven, ook als op voorhand duidelijk is dat de leverancier het bedrag toch niet zou betalen. Als afnemer kunt u zich er dus niet achter verschuilen dat uw leverancier de fout maakte: in een sector waar de btw wordt verlegd, wordt van u verwacht dat u zelf had kunnen zien dat er geen btw op de factuur hoorde.

Bovenop de naheffing kan de Belastingdienst een verzuimboete opleggen voor de onjuiste factuur, in 2026 ten hoogste 6.709 euro; in de praktijk wordt vaak een deel van dat maximum opgelegd. Ook rekent de Belastingdienst belastingrente over de nageheven btw: voor de btw is dat in 2026 5 procent per jaar, gerekend vanaf 1 januari na het jaar waarover u te weinig hebt afgedragen. Omdat een factuurfout vaak pas jaren later aan het licht komt, loopt die rente op. Gaat de leverancier failliet voordat de fout is hersteld, dan is de te veel betaalde btw voor de afnemer definitief verloren; de rechter heeft bevestigd dat hij die btw dan niet alsnog mag aftrekken.

Rekenvoorbeeld: onderaanneming

Een onderaannemer verricht voor 50.000 euro metselwerk aan een woning, in opdracht van een hoofdaannemer. Omdat het een werk van stoffelijke aard aan een onroerende zaak in onderaanneming is, geldt verlegging. De onderaannemer factureert 50.000 euro zonder btw, met de vermelding “omzetbelasting verlegd” en het btw-nummer van de hoofdaannemer. De hoofdaannemer geeft 10.500 euro verlegde btw aan (21 procent) en trekt diezelfde 10.500 euro weer af: per saldo betaalt hij niets.

Zet de onderaannemer tóch 10.500 euro btw op de factuur, dan is hij dat bedrag verschuldigd op grond van artikel 37 van de wet Omzetbelasting 1968, terwijl de hoofdaannemer de 10.500 euro niet mag aftrekken. De btw wordt dan bij een van beiden nageheven, met belastingrente en een mogelijke verzuimboete erbovenop. Eén verkeerde regel op de factuur kan zo 10.500 euro plus rente en boete kosten (zie figuur 4).

Figuur 4: de correcte verleggingsfactuur levert een saldo van nul op; met btw op de factuur volgt een naheffing van 10.500 euro plus belastingrente en een verzuimboete van ten hoogste 6.709 euro.

Hoe herstelt u een onjuiste factuur?

Een foute verleggingsfactuur is te repareren, maar alleen op de juiste manier en op tijd. U neemt de oorspronkelijke factuur terug of u reikt een echte creditfactuur uit die duidelijk en ondubbelzinnig naar de oorspronkelijke factuur verwijst. Daarna stuurt u een nieuwe, correcte factuur zonder btw en met de juiste verleggingsvermelding.

Een interne correctie in uw eigen boekhouding is niet genoeg. De Belastingdienst mag verlangen dat u uw klant er actief bij betrekt en de factuur samen met hem rechtzet. Dat geldt zelfs als uw klant de btw nooit heeft afgetrokken en dat gezien zijn situatie ook niet zou hebben gedaan: beslissend is dat het gevaar heeft kunnen bestaan dat de Belastingdienst niet meteen zou vaststellen dat de factuur niet voor aftrek mocht worden gebruikt. Verder moet u kunnen aantonen dat uw afnemer de te veel gefactureerde btw niet heeft afgetrokken, niet meer kan aftrekken, of alsnog op aangifte heeft voldaan. Herstelt u niet, dan blijft u de btw verschuldigd en loopt uw afnemer zijn aftrek mis.

Moet u de btw ook aan uw klant terugbetalen? Dat hangt af van wat u met hem hebt afgesproken. Een creditfactuur voor het volle btw-bedrag, waarmee u het bedrag dus aan uw klant vergoedt, mag alleen worden geëist als u zonder die vergoeding onterecht voordeel zou houden. Hebt u exclusief btw geoffreerd, dan is de btw economisch bij uw klant gebleven en ligt de vergoeding voor de hand; hebt u een prijs inclusief btw afgesproken, dan is dat vaak anders. Bewaar uw offerte en opdrachtbevestiging daarom bij het factuurdossier: die stukken bepalen de uitkomst.

Wat als u inkoopt onder de verleggingsregeling?

Ook aan de inkoopkant kunt u de fout in gaan. Ontvangt u een factuur mét btw terwijl verlegging geldt, bijvoorbeeld van een buitenlandse leverancier of van een onderaannemer, trek die btw dan niet af. Stuur de factuur terug en vraag om een correcte factuur zonder btw. Trekt u de btw toch af, dan corrigeert de Belastingdienst dat bij u, omdat u bij verlegging had kunnen weten dat er geen btw op de factuur hoorde.

Krijgt u een correcte verleggingsfactuur, dan geeft u de verlegde btw in uw aangifte aan als verschuldigd en trekt u die in hetzelfde tijdvak weer af, maar alleen voor zover u de inkoop gebruikt voor btw-belaste activiteiten. Presteert u deels vrijgesteld, dan draagt u per saldo dus wel btw af. Controleer bij inkoop ook of uw eigen btw-identificatienummer klopt op de factuur en of de leverancier daadwerkelijk ondernemer is.

Hoe lang moet u uw verleggingsfacturen bewaren?

Bij verlegging moet uit uw administratie blijken dat u de regeling terecht hebt toegepast en wie uw afnemer was. Die onderbouwing moet u ook jaren later nog kunnen laten zien. De wet verplicht u uw administratie zo te voeren en te bewaren dat uw rechten en verplichtingen daaruit altijd duidelijk blijken, en de gegevens ten minste zeven jaar te bewaren. Voor gegevens over onroerende zaken en rechten daarop geldt een bewaartermijn van tien jaar, dus ook voor de facturen van bouw- en verbouwwerk aan een pand (zie figuur 5).

Figuur 5: bewaartermijnen van zeven jaar voor uw facturen, offertes en overige administratie, en van tien jaar voor gegevens over onroerende zaken.

Bewaart u uw facturen digitaal, dan mag dat, mits de weergave juist en volledig is, de gegevens de hele bewaartermijn beschikbaar blijven en ze binnen redelijke tijd leesbaar te maken zijn. Voor een balans en een staat van baten en lasten die u op papier hebt gekregen geldt een uitzondering: die mag u niet alleen digitaal bewaren, u moet ook het papieren stuk houden. Voldoet uw administratie niet, dan kan de Belastingdienst een zogenoemde informatiebeschikking afgeven. Wordt die definitief, dan draait de bewijslast om: u moet dan zelf overtuigend aantonen dat een naheffingsaanslag te hoog is, in plaats van dat de Belastingdienst hem moet onderbouwen. Juist bij verlegging is dat een reëel risico, omdat de toepassing van de regeling uit uw facturen en vastleggingen moet blijken.

Praktische checklist: zo houdt u de verleggingsregeling op orde

  • Beoordeel per transactie: ga bij elke opdracht na of een verleggingsregeling geldt, op grond van de vestigingsplaats van de leverancier, de hoedanigheid van de afnemer en de aard van de prestatie.
  • Controleer het btw-nummer: vraag het btw-identificatienummer van uw afnemer op en controleer of het geldig is; zonder vaststelbare identiteit vervalt de verlegging.
  • Zet de juiste tekst op de factuur: vermeld “btw verlegd” (of “omzetbelasting verlegd” bij bouw en uitlening) en zet er geen btw-bedrag op.
  • Vermeld beide partijen volledig: naam, adres en btw-nummer van zowel u als uw afnemer horen op de factuur.
  • Factureer op tijd: reik de factuur uiterlijk uit op de vijftiende dag van de maand na de prestatie.
  • Let op de eigenbouwer: check in de bouw of uw opdrachtgever als aannemer of eigenbouwer geldt, want dan moet u verleggen.
  • Kwalificeer een pakket van werkzaamheden: verlegt u op grond van één onderdeel van een samenhangende opdracht, laat dan eerst vaststellen of het geheel voor de btw één prestatie is.
  • Leg vast of de prijs exclusief btw is: noteer dat in offerte en opdrachtbevestiging; het bepaalt of u een foutief gefactureerd btw-bedrag kunt terugvragen zonder het aan uw klant te vergoeden.
  • Controleer inkoopfacturen: trek geen btw af van een factuur met btw waar verlegging hoort; laat die eerst corrigeren.
  • Herstel fouten actief en samen met uw klant: corrigeer een onjuiste factuur met een echte creditfactuur, betrek uw afnemer erbij en toon aan dat hij niets heeft afgetrokken.
  • Houd uw administratie bij: leg de uitgereikte en ontvangen facturen en de verlegde btw vast. Verricht u diensten voor zakelijke klanten in andere EU-landen die daar zelf de btw aangeven, dan neemt u die op in de opgaaf ICP, de aparte opgave van EU-klanten per btw-nummer. Btw die naar u is verlegd hoort daar niet in.
  • Bewaar zeven jaar, bij vastgoed tien jaar: houd facturen en onderliggende vastleggingen leesbaar beschikbaar, ook als u ze alleen digitaal bewaart.

Veelgestelde vragen

Wat betekent “btw verlegd” op een factuur?

Het betekent dat niet de verkoper maar de koper de btw aangeeft en afdraagt. De verkoper stuurt een factuur zonder btw-bedrag; de koper vermeldt de verlegde btw in zijn eigen aangifte en trekt die in dezelfde aangifte weer af als hij recht op aftrek heeft.

Wat moet ik als koper doen bij een verleggingsfactuur?

U geeft de verlegde btw in uw btw-aangifte aan als verschuldigd en trekt die in hetzelfde tijdvak weer af, voor zover u de inkoop gebruikt voor btw-belaste activiteiten. Presteert u deels vrijgesteld, dan blijft een deel van de btw voor uw rekening. Dit geldt ook bij inkoop bij een leverancier buiten Nederland: die verlegt de Nederlandse btw naar u, en u geeft die zelf aan.

Mag ik btw aftrekken die ten onrechte op een factuur staat?

Nee. Staat er btw op een factuur terwijl verlegging geldt, dan bestaat daarvoor geen recht op aftrek, ook niet als u het bedrag hebt betaald. Laat de factuur eerst corrigeren voordat u iets aftrekt.

Kan de Belastingdienst de btw bij mij naheffen terwijl mijn leverancier de fout maakte?

Ja. De Belastingdienst hoeft niet eerst uw leverancier een naheffingsaanslag op te leggen en mag de te veel afgetrokken btw meteen bij u naheffen, ook als duidelijk is dat uw leverancier niet zou betalen. In een sector waar de btw wordt verlegd, wordt van u verwacht dat u zelf ziet dat er geen btw op de factuur hoort.

Hoe lang moet ik mijn verleggingsfacturen bewaren?

Ten minste zeven jaar, en tien jaar als het om onroerende zaken gaat. Digitaal bewaren mag, zolang de facturen volledig, beschikbaar en leesbaar blijven. Is uw administratie gebrekkig, dan kan de Belastingdienst de bewijslast omkeren en moet u zelf aantonen dat een naheffing te hoog is.

Welke boete en rente riskeer ik bij een verkeerde verleggingsfactuur?

Naast naheffing van de btw kan de Belastingdienst een verzuimboete opleggen voor de onjuiste factuur, in 2026 ten hoogste 6.709 euro, plus belastingrente van 5 procent per jaar over de nageheven btw. Bij opzet of grove schuld kunnen de gevolgen hoger uitvallen. Laat uw facturen daarom vooraf controleren.

Hoe Taxcount u kan helpen

De verleggingsregeling lijkt eenvoudig, maar de praktijk zit vol valkuilen: de eigenbouwer die u over het hoofd ziet, de buitenlandse factuur met btw die u niet mag aftrekken, de factuurvermelding die net niet klopt en het pakket werkzaamheden dat voor de btw één prestatie blijkt te zijn. Taxcount beoordeelt voor u wanneer verlegging geldt, controleert uw uitgaande en inkomende facturen, begeleidt het herstel van fouten uit eerdere jaren voordat de Belastingdienst naheft, en kijkt mee of uw administratie en bewaartermijnen op orde zijn. Wilt u weten of uw facturen aan de eisen voor 2026 voldoen? Laat uw situatie door ons toetsen, dan weet u zeker dat u niet voor de btw van een ander opdraait.

Dit artikel bevat algemene informatie en is geen fiscaal advies. Tarieven, drempels en regels kunnen wijzigen, en de uitkomst hangt af van uw persoonlijke situatie. Laat u daarom altijd adviseren voordat u beslissingen neemt.