Herziening btw onroerende zaken: zo volgt u de btw-aftrek op uw bedrijfspand tien jaar lang

U koopt een bedrijfspand, trekt de btw af en denkt dat het daarmee klaar is. Toch staat die aftrek dan nog niet vast. Bij de herziening btw onroerende zaken moet u de aftrek nog negen boekjaren na het jaar van ingebruikneming zelf volgen en zo nodig corrigeren. Verandert het gebruik van btw-belast naar btw-vrij, dan betaalt u per jaar een tiende deel van de btw terug. Gaat het de andere kant op, dan kunt u btw juist alsnog terugkrijgen. In dit artikel leest u hoe de regeling werkt, wat er per 1 januari 2026 is veranderd voor dure verbouwingen en wat u zelf moet vastleggen om verrassingen te voorkomen.

Wat is de herziening van btw bij onroerende zaken?

Btw die u zelf op inkopen betaalt, heet voorbelasting. Die mag u aftrekken voor zover u de inkoop gebruikt voor werk of leveringen waarover u btw rekent. Bij een pand loopt dat gebruik jaren door en het kan onderweg veranderen. Een verdieping die u eerst met btw verhuurde aan een adviesbureau, verhuurt u drie jaar later zonder btw aan een tandarts of aan een bewoner. Daarom mag de aftrek niet eenmalig worden vastgesteld: de wet laat u de aftrek jaren volgen en corrigeren. Dat corrigeren heet herziening.

De basis staat in artikel 15 van de Wet op de omzetbelasting 1968, de uitwerking in de artikelen 11 tot en met 13a van de Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968. Belangrijk om te weten: de regeling werkt twee kanten op. Gebruikt u een pand eerst vrijgesteld en daarna belast, dan kunt u btw terugkrijgen die u eerder niet mocht aftrekken. Het Europese Hof van Justitie bevestigde dat al in 2006 in de zaak Uudenkaupungin Kaupunki. Herziening is dus niet alleen een risico, maar ook een kans.

Welke drie meetmomenten gelden bij aanschaf en eerste gebruik?

Moment 1: de bestemming bij de aankoop

U trekt de btw af naar de bestemming die het pand heeft op het moment dat de btw u in rekening wordt gebracht. Koopt u een pand om het met btw te verhuren, dan trekt u de btw volledig af, ook als het pand nog leegstaat. Wel moet die bestemming reëel zijn en met objectieve gegevens te onderbouwen, bijvoorbeeld met een verhuuropdracht of een intentieverklaring van een huurder.

Moment 2: het eerste feitelijke gebruik

Blijkt bij het daadwerkelijk in gebruik nemen dat u te veel of te weinig hebt afgetrokken, dan corrigeert u dat direct. Te veel afgetrokken btw wordt u op dat moment verschuldigd, te weinig afgetrokken btw kunt u op verzoek terugkrijgen. Let op wat gebruiken betekent: het gaat om feitelijk gebruiken. Een pand inrichten, klaarmaken of testen is nog geen gebruik, oordeelde de Hoge Raad in 2008.

Moment 3: het einde van het boekjaar van ingebruikneming

In de laatste btw-aangifte van het boekjaar waarin u het pand in gebruik nam, rekent u opnieuw, nu op basis van de cijfers over het hele boekjaar. Dat percentage is uw ijkpunt. Alle correcties in de negen jaren daarna worden met dit percentage vergeleken. Een fout op dit moment werkt dus tien jaar door.

Hoe lang loopt de herzieningstermijn en wanneer corrigeert u?

Een onroerende zaak wordt voor de btw apart bekeken en gaat niet mee in de verdeelsleutel die u voor uw overige inkopen gebruikt. De aftrek wordt herzien in elk van de negen boekjaren na het jaar van ingebruikneming, telkens voor een tiende deel van de voorbelasting. Samen met het jaar van ingebruikneming is dat een periode van tien boekjaren, zoals u in figuur 1 ziet. De correctie hoort steeds in de aangifte over het laatste tijdvak van dat boekjaar. Een tijdvak is de periode waarover u btw-aangifte doet, meestal een maand of een kwartaal. De correctie hoort dus niet in het tijdvak waarin het gebruik feitelijk verandert.

   Figuur 1: de tien boekjaren waarin u de btw op uw bedrijfspand volgt, met het ijkpunt in het jaar van ingebruikneming en de afrekening in een keer bij verkoop.

Kleine schommelingen blijven buiten schot. Wijkt de aftrek volgens de jaarcijfers niet meer dan 10% af van de btw die u eerder aftrok, dan hoeft u dat jaar niets te corrigeren. Stapt u in of uit de kleineondernemersregeling, dan gaat u van btw-belast naar btw-vrij of omgekeerd. Dan geldt bovendien een ondergrens: is het herzieningsbedrag in dat boekjaar minder dan 500 euro, dan blijft de herziening achterwege.

Met boekjaar wordt uw eigen boekjaar bedoeld, dus de periode waarover u uw jaarcijfers opmaakt. Loopt uw boekjaar niet gelijk met het kalenderjaar, dan volgt de herzieningskalender uw boekjaar. Dat bepaalde de Hoge Raad in 2010. Gaat het pand halverwege de termijn verloren door brand, sloop of diefstal, dan hoeft u niet te herzien: verlies en vernietiging vallen buiten de regeling.

Welk spoor voor uw investering geldt, leest u af in figuur 2. Een pand volgt u tien boekjaren, een dure verbouwing sinds 2026 vijf boekjaren en gewone diensten vallen buiten de meerjarige herziening. Verderop in dit artikel leest u meer over die nieuwe regeling voor verbouwingen.

Figuur 2: beslisboom die per investering laat zien welk herzieningsspoor geldt en wat er gebeurt bij verkoop binnen tien boekjaren.

Rekenvoorbeeld: een bedrijfspand van 800.000 euro

Een bv koopt in 2026 een bedrijfspand voor 800.000 euro plus 168.000 euro btw en gebruikt het dat jaar volledig voor btw-belaste verhuur. De aftrek is 168.000 euro. De herzieningsjaren zijn 2027 tot en met 2035. Per jaar gaat het om een tiende deel, dus 16.800 euro. In de tabel en in figuur 3 ziet u wat er in vier verschillende jaren gebeurt.

Boekjaar Belast gebruik Aftrek volgens jaarcijfers Afwijking Gevolg
2027 100% 168.000 euro 0% geen herziening
2028 60% 100.800 euro 40% 40% van 16.800 euro, dus 6.720 euro terugbetalen
2029 95% 159.600 euro 5% geen herziening, want binnen de 10%-marge
2030 pand vrijgesteld verkocht n.v.t. n.v.t. resterende zes jaren in een keer: 100.800 euro terugbetalen

Figuur 3: rekenvoorbeeld van een pand van 800.000 euro, met per jaar het belaste gebruik, de afwijking van het ijkpunt en het gevolg voor de btw.

Het voorbeeld laat zien waar het geld zit. Een gebruikswijziging van 40% in een enkel jaar kost 6.720 euro, maar een vrijgestelde verkoop halverwege de termijn kost in een keer 100.800 euro. Juist dat laatste bedrag wordt in de praktijk vergeten, omdat de verkoop zelf vrijgesteld is en er dus geen btw op de factuur staat.

Wat gebeurt er als u het pand binnen tien jaar verkoopt?

Verkoopt u binnen de termijn, dan wordt de rest van de termijn in een keer afgerekend in het tijdvak van levering. Bij een vrijgestelde levering geldt het pand voor die resterende jaren als volledig vrijgesteld gebruikt, dus betaalt u de btw over die jaren terug. Bij een belaste levering geldt het pand als volledig belast gebruikt. Dan hoeft u niets terug te betalen en kunt u btw die u eerder niet mocht aftrekken zelfs deels alsnog terugkrijgen.

Verkoopt u binnen twee jaar na de eerste ingebruikneming, dan is de levering verplicht met btw. Daarna is de verkoop in principe vrijgesteld en kunt u alleen samen met de koper kiezen (opteren) voor een belaste levering. Die keuze mag u niet alleen maken: de koper moet het pand voor minstens 90% gebruiken voor activiteiten waarvoor hij btw mag aftrekken. Die eis wordt getoetst over het boekjaar van levering en het boekjaar daarna. De optie sneuvelt ook als de koper het pand niet vóór het einde van dat tweede boekjaar in gebruik neemt.

Kiest u samen met de koper voor een belaste levering, dan betaalt niet u maar de koper die btw aan de fiscus. De heffing wordt naar hem verlegd. Op uw factuur zet u dan geen btw-bedrag, maar de vermelding dat de btw is verlegd. Bij de koper begint vervolgens een nieuwe herzieningsperiode van tien boekjaren.

Haalt de koper de 90%-norm niet, dan vervalt de optie met terugwerkende kracht. De Hoge Raad besliste in 2022 dat de herzieningsbtw dan bij de verkoper kan worden nageheven, ook als die er redelijkerwijs van mocht uitgaan dat de koper aan de eis zou voldoen. Leg contractuele waarborgen en verklaringen dus goed vast.

Een prettig detail bij een verkoop: de opbrengst van het pand telt niet mee in de verdeelsleutel van dat jaar. Een incidentele pandverkoop drukt uw gewone btw-aftrek dus niet. Dat staat los van de afrekening van de resterende herzieningstermijn, die wel gewoon plaatsvindt. Deze twee sporen worden in de praktijk vaak door elkaar gehaald.

Nieuw in 2026: dure verbouwingen worden ook gevolgd

Tot en met 2025 gold de herziening alleen voor goederen en niet voor diensten. Een verbouwing van 200.000 euro viel er dus buiten. Sinds 1 januari 2026 kent de wet het begrip investeringsdienst. Dat is werk aan een pand waar u meerdere jaren iets aan heeft. Materialen en installaties die na montage vast met het pand verbonden raken, horen erbij. Is de vergoeding 30.000 euro of meer (volgens de toelichting exclusief btw), dan wordt die verbouwing apart gevolgd en herzien in de vier boekjaren na ingebruikneming, telkens voor een vijfde deel.

Denk aan een gevel- of dakrenovatie, isolatie, grond- of asbestsanering, het plaatsen van keukens of badkamers, het vervangen van installaties en buitenschilderwerk. Volgens de informatie van de Belastingdienst geldt de regeling voor investeringsdiensten die op of na 1 januari 2026 voor het eerst in gebruik zijn genomen. Nam u een verbouwing eerder in gebruik, laat dan toetsen of die inderdaad buiten de nieuwe regeling blijft. Bestaat een project uit meerdere opdrachten of facturen, dan is nog niet uitgekristalliseerd hoe u de grens van 30.000 euro toepast.

Praktisch betekent dit dat u niet alleen uw panden, maar ook uw grote onderhouds- en verduurzamingsprojecten in een overzicht moet zetten. Een verhuurder die in 2026 voor 120.000 euro laat isoleren en het pand vanaf 2028 vrijgesteld verhuurt, betaalt in 2028, 2029 en 2030 elk jaar een vijfde deel van de afgetrokken btw terug, dus ongeveer 5.000 euro per jaar.

Figuur 4 zet de twee sporen naast elkaar: het pand zelf en de dure verbouwing. Het overzicht daaronder vult aan wat er voor roerende bedrijfsmiddelen en overige diensten geldt.

Figuur 4: het pand volgt u tien boekjaren met 1/10 per jaar, een investeringsdienst vanaf 30.000 euro vijf boekjaren met 1/5 per jaar.

Wat u aanschaft Hoe lang volgen Correctie per jaar
Onroerende zaak (pand, grond, erfpachtrecht) jaar van ingebruikneming plus 9 boekjaren 1/10 van de voorbelasting
Investeringsdienst vanaf 30.000 euro (nieuw in 2026) jaar van ingebruikneming plus 4 boekjaren 1/5 van de voorbelasting
Roerend bedrijfsmiddel waarop u afschrijft jaar van ingebruikneming plus 4 boekjaren 1/5 van de voorbelasting
Overige diensten en niet-afschrijfbare zaken alleen correctie bij eerste gebruik geen meerjarige herziening

Wanneer begint de termijn van tien jaar opnieuw?

Wordt een pand zo ingrijpend verbouwd dat er voor de btw een nieuw gebouw ontstaat, dan geldt de ingebruikneming na die verbouwing als eerste ingebruikneming. Er begint dan een nieuwe termijn van tien boekjaren. Dat gebeurt niet snel. De Hoge Raad besliste in november 2022 dat alleen wijzigingen in de bouwkundige constructie tot een nieuw gebouw kunnen leiden. Een verbouwing van miljoenen die de constructie ongemoeid laat, levert naar Nederlands recht in beginsel geen nieuw gebouw op. Een andere functie, een nieuwe uitstraling of een hoge investering zijn hoogstens aanwijzingen.

Voor u als eigenaar is dat onderscheid belangrijk. Is er geen nieuw gebouw ontstaan, dan loopt de oude termijn van het pand gewoon door en volgt de verbouwing hoogstens als investeringsdienst nog vier jaar mee. Ontstaat er wel een nieuw gebouw, dan start de volledige tienjaarstermijn opnieuw en kan een latere verkoop of gebruikswijziging veel duurder uitpakken. Bij grote projecten is het verstandig dit vooraf te laten beoordelen, ook omdat het Europese Hof van Justitie ruimer naar verbouwingen lijkt te kijken dan de Hoge Raad.

In welke situaties gaat het in de praktijk mis?

Leegstand

Leegstand is voor de btw geen belast en geen vrijgesteld gebruik. Leegstand leidt daarom op zichzelf niet tot herziening, maar de termijn loopt wel door. Staat een pand leeg dat u eerder met btw verhuurde en is het daarvoor nog steeds geschikt, dan gaat de rechter ervan uit dat u die belaste verhuur nog wilt. De btw op kosten om het pand in stand te houden blijft dan in beginsel aftrekbaar en de inspecteur moet het tegendeel aannemelijk maken. Voor kosten van een verbouwing geldt dit niet. Verkoopt u een nooit gebruikt pand vrijgesteld, dan wordt in een keer herzien.

Gefaseerde ingebruikneming en zelfstandige delen

Bestaat een gebouw uit delen die u los kunt gebruiken of verhuren, zoals units, verdiepingen of appartementen, dan beoordeelt u de ingebruikneming en de herziening per zelfstandig deel. Er loopt dan per deel een eigen termijn. Is het gebouw niet te splitsen, dan begint de termijn voor het geheel zodra het eerste deel in gebruik wordt genomen.

Privégebruik van een deel van het pand

Gebruikt u een deel van het pand privé of voor andere dan bedrijfsdoeleinden, dan is de btw alleen aftrekbaar voor het zakelijke deel. De verdeling berekent u op basis van werkelijk gebruik, bijvoorbeeld naar vierkante meters of gebruiksuren. Een verdeling op basis van omzet is hier niet de hoofdregel. Leg die onderbouwing vast, want u moet de verhouding jaarlijks kunnen toetsen.

In of uit de kleineondernemersregeling

Stapt u in of uit de kleineondernemersregeling, dan wisselt u van de belaste naar de vrijgestelde sfeer of omgekeerd. Dat roept herziening op over de resterende jaren van uw pand. Alleen als het bedrag in dat boekjaar onder 500 euro blijft, hoeft u niets te doen. Wie een pand met btw heeft gekocht, doet er dus goed aan de kleineondernemersregeling niet zonder rekenwerk aan te vragen.

Zonnepanelen op een verhuurd pand

Verhuurt u een woning met zonnepanelen erop, dan geldt de verhuur van die panelen meestal als onderdeel van de vrijgestelde woningverhuur. Daardoor kunt u onverwacht met herziening te maken krijgen op de btw die u bij de aanschaf aftrok. Voor aftrek uit de jaren vóór 2023 mag u de verhuur van de panelen tot het einde van de herzieningstermijn nog als losse belaste prestatie blijven zien.

Bedrijfsoverdracht

Draagt u uw onderneming of een zelfstandig onderdeel daarvan over, en geldt dat voor de btw als de overgang van een onderneming, dan treedt de overnemer in uw plaats, ook voor de lopende herzieningstermijn. Draag de herzieningsgegevens dan ook echt over: aanschafbtw, jaar van eerste gebruik, vastgesteld aftrekpercentage en het gebruik per jaar. Verkoopt u los een pand, dan neemt de koper de termijn niet over en rekent u zelf in een keer af. Draagt u midden in het jaar over, dan is de herzieningsbtw pas aan het einde van het boekjaar verschuldigd en niet naar rato. Btw-schulden van voor de overgang blijven bij de overdrager, en een afspraak met de Belastingdienst gaat niet automatisch mee over op de koper.

Belaste verhuur: bewaak het 90%-criterium per boekjaar

Verhuurt u met btw op basis van een gezamenlijke keuze met uw huurder, dan hangt uw aftrek aan die keuze. De eis is dat de huurder het pand voor minstens 90% gebruikt voor activiteiten waarvoor hij btw mag aftrekken. Dat wordt per boekjaar getoetst, voor het eerst over het boekjaar waarin de huurder met toepassing van het keuzerecht is gaan huren. Voldoet de huurder in een boekjaar niet aan de eis, dan moet hij u dat binnen vier weken na afloop van dat boekjaar schriftelijk melden en een afschrift naar de inspecteur sturen. Spreek in het huurcontract daarnaast af dat hij u elk jaar actief informeert, ook als hij de norm wel haalt: u heeft dat signaal nodig voor uw eigen aangifte.

Blijft de huurder in een boekjaar onder de 90%, dan kan de belaste verhuur dat jaar in stand blijven, tenzij hij dit redelijkerwijs kon voorzien. Blijft hij ook het volgende boekjaar onder de norm, dan geldt vanaf dat laatste boekjaar de vrijstelling. U wordt dan over de resterende jaren een deel van de eerder afgetrokken btw verschuldigd, en uw huurder moet zijn aftrek op de huur corrigeren. Ook een huurderswissel, gebruik als woning of het samenvoegen van huurder en verhuurder tot één btw-ondernemer (een fiscale eenheid) kan de belaste verhuur beëindigen.

Wat legt u vast en hoe lang bewaart u het?

De kern van de regeling is administratie. Houd per onroerende zaak, en sinds 2026 ook per investeringsdienst van 30.000 euro of meer, een herzieningsdossier bij. Daarin legt u vier gegevens vast:

  • De betaalde btw op de aankoop, de bouw of de dienst.
  • Het boekjaar waarin u het pand of de dienst voor het eerst feitelijk in gebruik nam.
  • Het aftrekpercentage dat u aan het einde van dat boekjaar hebt vastgesteld, met de berekening erbij.
  • Het gebruik per boekjaar, uitgesplitst naar btw-belast en btw-vrij gebruik.

Uw administratie moet zo zijn ingericht dat de verschuldigde btw en de aftrek per tijdvak zijn vast te stellen en dat een controle binnen redelijke tijd mogelijk is. De algemene bewaartermijn is zeven jaar. Voor gegevens over onroerende zaken en rechten daarop gaat de Belastingdienst uit van tien jaar, wat aansluit bij de lengte van de herzieningstermijn. Bewaar dus de koopakte, de bouw- en verbouwingsfacturen, de huurovereenkomsten, de 90%-verklaringen en uw herzieningsberekeningen. Digitaliseren mag, zolang de gegevens volledig en binnen redelijke tijd leesbaar blijven.

Wat kost het als u de herziening vergeet?

Voldoet u een verschuldigd herzieningsbedrag niet op aangifte, dan legt de inspecteur een naheffingsaanslag op. Daarbij komt belastingrente, die voor de btw in 2026 5% bedraagt. Betaalt u niet, niet volledig of te laat, dan kan een verzuimboete volgen: een boete waarvoor geen opzet nodig is. Is het niet betalen te wijten aan opzet of grove schuld, dan kan een vergrijpboete van maximaal 100% van de niet betaalde belasting worden opgelegd. Bij herzieningsbedragen van tienduizenden euro’s per jaar is dat een serieus risico.

De inspecteur kan tot vijf jaar na het einde van het kalenderjaar waarin de schuld is ontstaan naheffen. Omdat de schuld per boekjaar ontstaat, loopt er per herzieningsjaar een eigen termijn. Is uw vastgoedadministratie gebrekkig, dan kan de inspecteur een informatiebeschikking nemen: een formeel besluit waarin hij vaststelt dat uw administratie niet aan de eisen voldoet. Blijft die beschikking in stand, dan verschuift de bewijslast en moet u overtuigend aantonen dat de aanslag onjuist is.

Praktische checklist: wat u moet regelen

  • Inventariseer uw vastgoed. Zet alle panden, gronden en rechten op een rij die u de afgelopen tien jaar hebt gekocht, gebouwd of verkregen en waarbij btw in rekening is gebracht.
  • Leg het jaar van eerste gebruik vast. Noteer per pand het boekjaar waarin u het feitelijk in gebruik nam en reken vanaf daar negen herzieningsjaren af.
  • Bepaal uw ijkpunt. Stel in de laatste aangifte van het jaar van ingebruikneming het aftrekpercentage vast op basis van de jaarcijfers en bewaar de berekening.
  • Toets elk boekjaar het gebruik. Vergelijk de verhouding belast en vrijgesteld gebruik met het ijkpunt en corrigeer als de afwijking groter is dan 10%.
  • Corrigeer in het juiste tijdvak. Zet de herziening in de aangifte over het laatste tijdvak van uw boekjaar, niet in het tijdvak waarin het gebruik veranderde.
  • Zet uw verbouwingen erbij. Neem vanaf 2026 elke dienst aan een pand van 30.000 euro of meer op in uw overzicht en volg die vier jaar na ingebruikneming.
  • Reken vóór een verkoop. Laat vóór levering doorrekenen of een belaste levering met verlegging voordeliger is dan een vrijgestelde verkoop.
  • Bewaak de 90%-verklaringen. Bij verhuur toetst u elk boekjaar en laat u de huurder binnen vier weken na het boekjaar melden als hij de norm niet haalt; bij een verkoop met btw legt u de verklaring vast in de akte en vraagt u de koper na het boekjaar van levering en het jaar daarna om zijn bevestiging.
  • Bewaar tien jaar. Houd het vastgoeddossier tien jaar beschikbaar in plaats van de gebruikelijke zeven jaar.
  • Draag gegevens over bij overname. Neem bij koop of verkoop van een onderneming het herzieningsdossier op in de overdracht.

Veelgestelde vragen

Hoelang moet ik de btw op een bedrijfspand volgen?

Het jaar waarin u het pand in gebruik neemt plus de negen boekjaren daarna, dus tien boekjaren in totaal. In elk van die negen jaren kan een tiende deel van de btw worden gecorrigeerd. Voor investeringsdiensten van 30.000 euro of meer geldt sinds 2026 een kortere periode van vijf boekjaren.

Wanneer hoef ik niets te corrigeren?

Als de aftrek volgens uw jaarcijfers niet meer dan 10% afwijkt van de btw die u eerder aftrok. Stapt u in of uit de kleineondernemersregeling, dan gaat u van btw-belast naar btw-vrij of omgekeerd; dan geldt daarnaast een ondergrens van 500 euro per boekjaar. U moet de toets wel elk jaar uitvoeren en kunnen onderbouwen.

In welke btw-aangifte hoort de correctie?

In de aangifte over het laatste tijdvak van uw boekjaar. Wijzigt het gebruik in maart, dan verwerkt u dat dus niet in het eerste kwartaal, maar in het laatste tijdvak van dat boekjaar. Een correctie in een ander tijdvak maakt uw aangifte onjuist.

Kan de herziening ook geld opleveren?

Ja. Gaat een pand van vrijgesteld naar belast gebruik, bijvoorbeeld van woningverhuur naar belaste bedrijfsverhuur of doordat u uit de kleineondernemersregeling stapt, dan krijgt u per jaar een tiende deel van de btw alsnog terug. Bij een pand van een miljoen euro is elk herzieningsjaar ongeveer 21.000 euro waard.

Geldt de nieuwe regeling voor investeringsdiensten ook voor mijn verbouwing uit 2025?

Volgens de informatie van de Belastingdienst niet: de regeling geldt voor investeringsdiensten die op of na 1 januari 2026 voor het eerst in gebruik zijn genomen. Nam u de verbouwing eerder in gebruik, laat dan toetsen of die buiten de vijfjaarsherziening blijft. De btw op het pand zelf blijft wel gewoon binnen de tienjaarstermijn vallen.

Wat gebeurt er als ik het pand binnen tien jaar verkoop?

Dan rekent u de resterende jaren in een keer af in het tijdvak van levering. Verkoopt u vrijgesteld, dan betaalt u de btw over die jaren terug. Verkoopt u met btw via de optie belaste levering, dan geldt het pand als volledig belast gebruikt en betaalt de koper de verlegde btw aan de fiscus.

Hoe Taxcount u kan helpen

De herziening van btw op vastgoed staat of valt met een systeem dat tien jaar meegaat, en bij gemengd gebruik ook met een goed onderbouwde berekening. Taxcount zet dat voor u op: wij inventariseren uw panden en investeringsdiensten, bepalen per object het jaar van eerste gebruik en het aftrekpercentage, en leggen een herzieningsdossier aan dat u jaarlijks kunt bijwerken. Ook toetsen wij uw huurcontracten en leveringsakten op de 90%-eisen en de verklaringen die daarbij horen.

Staat er een verkoop, verbouwing of huurderswissel op de planning, dan rekenen wij vooraf door wat de fiscale gevolgen zijn en welk moment het gunstigst is. Denkt u dat er in de afgelopen jaren een correctie is gemist, dan brengen wij in kaart wat nog te herstellen is en wat buiten de naheffingstermijn valt. Wilt u weten of uw vastgoed btw-technisch op orde is? Leg uw situatie aan ons voor, dan bekijken wij het met u.

Dit artikel bevat algemene informatie op basis van de regels en bedragen die golden op het moment van schrijven (2026) en is geen fiscaal advies. Tarieven, drempels en termijnen kunnen wijzigen en de uitkomst hangt af van uw persoonlijke situatie. Laat uw situatie altijd door een adviseur beoordelen voordat u een beslissing neemt.