Fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting: voorwaarden, aanvraag en de groepsregeling
Een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting (VPB) betekent dat een moedermaatschappij en één of meer dochtermaatschappijen fiscaal worden behandeld alsof zij samen één belastingplichtige zijn. In plaats van losse aangiftes wordt er één gezamenlijke aangifte vennootschapsbelasting gedaan. Dit kan voordelen opleveren, zoals directe verrekening van winst en verlies binnen de groep, maar er gelden strikte voorwaarden.
In dit artikel lees je:
-
wat een fiscale eenheid is;
-
welke voorwaarden gelden;
-
hoe je een fiscale eenheid aanvraagt;
-
een rekenvoorbeeld met en zonder fiscale eenheid;
-
de belangrijkste ontwikkelingen (de groepsregeling);
-
relevante arresten van de Hoge Raad.
Wat is een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting?
Bij een fiscale eenheid worden de resultaten van alle deelnemende BV’s/NV’s samengevoegd. Praktisch betekent dit:
-
de groep doet één aangifte vennootschapsbelasting;
-
winsten en verliezen van de deelnemende vennootschappen worden gesaldeerd;
-
interne transacties binnen de fiscale eenheid tellen fiscaal vaak niet mee alsof het “binnen één onderneming” gebeurt.
Juridisch blijven het afzonderlijke bedrijven, maar voor de vennootschapsbelasting kijkt de Belastingdienst naar de groep als één geheel.
Voordelen en aandachtspunten van een fiscale eenheid
Voordelen
-
Verliesverrekening binnen de groep: verlies bij BV A kan direct worden verrekend met winst bij BV B.
-
Eén aangifte vennootschapsbelasting: administratief vaak efficiënter.
-
Minder fiscale “ruis” door interne transacties binnen de groep.
Aandachtspunten
-
Niet altijd gunstig door een mogelijk tariefnadeel (zie rekenvoorbeeld hieronder).
-
Strikte voorwaarden en formele spelregels: voldoe je niet (meer), dan kan de fiscale eenheid eindigen.
Voorwaarden fiscale eenheid vennootschapsbelasting (Wet Vpb 1969)
Niet elke groep kan zomaar een fiscale eenheid vormen. Dit zijn de kernvoorwaarden die je in de praktijk vrijwel altijd terugziet:
1) 95%-eis: aandelen, stemrechten en winstrechten
De moedermaatschappij moet minimaal 95% hebben van de dochter:
-
aandelenkapitaal (juridisch eigendom),
-
én doorgaans ook de economische rechten (winst/waarde),
-
inclusief stem- en winstrechten.
Zonder dit belang is er geen fiscale eenheid.
2) In Nederland gevestigd en Vpb-plichtig
De deelnemende vennootschappen moeten:
-
in Nederland gevestigd zijn, én
-
onderworpen zijn aan de Nederlandse vennootschapsbelasting.
Uitzondering (EU/EER-situaties): in bepaalde structuren is een fiscale eenheid “over de grens” in aangepaste vorm mogelijk (bijvoorbeeld met een EU-tussenholding of een EU/EER-moeder), waarbij de buitenlandse vennootschap zelf buiten de fiscale eenheid blijft, maar de Nederlandse vennootschappen wél samen kunnen.
3) Gelijk boekjaar
Moeder en dochter(s) moeten hetzelfde boekjaar hebben. Dit voorkomt timingproblemen bij het samenvoegen van resultaten.
4) Zelfde winstbepalingssystematiek
De winst moet op een consistente manier worden bepaald binnen de groep (vergelijkbare grondslagen en uitgangspunten).
5) Alleen Vpb-lichamen (bv/nv e.d.)
Een fiscale eenheid kan alleen tussen lichamen die Vpb-plichtig zijn, zoals:
-
BV’s, NV’s,
-
en soms stichtingen/verenigingen (als zij Vpb-plichtig zijn).
Eenmanszaken/vof/maatschap kunnen geen fiscale eenheid VPB vormen.
6) Formeel (gezamenlijk) verzoek bij de Belastingdienst
De fiscale eenheid ontstaat niet automatisch: moeder en dochter(s) moeten samen een schriftelijk verzoek doen. Bij akkoord volgt een beschikking.
Fiscale eenheid aanvragen: stappenplan
Stap 1 – Check of aan de voorwaarden wordt voldaan
Met name: 95%-belang, vestiging, boekjaar en Vpb-plicht.
Stap 2 – Vul de formulieren in
Gebruik de officiële Belastingdienst-formulieren:
-
deel A (moeder),
-
deel B (per dochter).
Stap 3 – Indienen bij het belastingkantoor van de moeder
Na indiening beoordeelt de Belastingdienst het verzoek.
Stap 4 – Let op de ingangsdatum (terugwerkende kracht)
Terugwerkende kracht kan, maar maximaal 3 maanden, mits tijdig aangevraagd.
Stap 5 – Bewaak wijzigingen
Daalt het belang onder 95% of verandert een kernvoorwaarde? Dan kan de fiscale eenheid (automatisch) eindigen.
Rekenvoorbeeld: met en zonder fiscale eenheid
| Scenario | Winst moeder | Winst dochter | Te betalen VPB (19% voorbeeld) | Netto groepswinst |
|---|---|---|---|---|
| Zonder fiscale eenheid | € 200.000 | – € 100.000 | € 38.000 | € 62.000 |
| Met fiscale eenheid | € 200.000 | – € 100.000 | € 19.000 | € 81.000 |
Uitleg in gewone taal:
Zonder fiscale eenheid kan de moeder het verlies van de dochter niet meteen gebruiken. Met fiscale eenheid wordt het verlies direct verrekend, waardoor de totale belastbare winst lager is.
Tip: let op tariefnadeel
Bij meerdere winstgevende BV’s kan een fiscale eenheid juist nadelig zijn, omdat je het lage Vpb-tarief (bijvoorbeeld de eerste schijf) binnen de fiscale eenheid maar één keer optimaal benut. Door samenvoegen kan sneller een deel in het hogere tarief vallen.
Ontwikkelingen fiscale eenheid vennootschapsbelasting: de groepsregeling
De regels rondom de fiscale eenheid zijn de afgelopen jaren veranderd door Europese rechtspraak en jurisprudentie. Een belangrijk gevolg daarvan is de groepsregeling.
Waarom is de groepsregeling ontstaan?
Internationale concerns (met buitenlandse tussenholdings of een buitenlandse moeder) konden in sommige gevallen geen fiscale eenheid vormen, terwijl een vergelijkbare puur Nederlandse structuur wél die voordelen had. Dat leidde tot ongelijke behandeling.
De wetgever heeft daarom onderdelen “gerepareerd” met de groepsregeling.
Wat is de groepsregeling?
De groepsregeling betekent in de kern:
Ook zonder fiscale eenheid kunnen bepaalde regels zo worden toegepast alsof er wél een groep is.
Dus: geen fiscale eenheid in formele zin, maar wél een groepsbenadering bij specifieke bepalingen.
Wanneer speelt de groepsregeling?
Met name als:
-
een fiscale eenheid juridisch niet mogelijk is (bijv. buitenlandse tussenholding),
-
maar de economische werkelijkheid wel lijkt op een groep.
Voor welke onderwerpen is de groepsregeling vooral relevant?
De groepsregeling is geen “allesomvattende” vervanging van de fiscale eenheid, maar werkt vooral door bij:
-
Renteaftrekbeperkingen (zoals earningsstripping): soms moet je op groepsniveau kijken.
-
Antimisbruikregels: internationale structuren mogen niet zwaarder worden geraakt dan binnenlandse fiscale eenheden.
-
Verliesaspecten (beperkt): geen volledige groepsverliesverrekening zoals in een echte fiscale eenheid, maar bij sommige bepalingen speelt groepsverband wél mee.
Praktisch overzicht: fiscale eenheid vs. groepsregeling
| Onderwerp | Fiscale eenheid | Geen fiscale eenheid, wel groep |
|---|---|---|
| Gezamenlijke aangifte vennootschapsbelasting | Ja | Nee |
| Verliesverrekening binnen de groep | Volledig | Beperkt / afhankelijk van regeling |
| Toepassing “groepsregels” | Automatisch | Via groepsregeling |
| Doel | Fiscaal + administratief voordeel | Gelijke behandeling (EU-proof) |
Wat betekent dit voor de aangifte vennootschapsbelasting?
Voor ondernemers en accountants is dit vooral belangrijk omdat je bij de aangifte vennootschapsbelasting niet alleen moet vragen:
-
“Is er een fiscale eenheid?”
maar óók:
-
“Is er sprake van een groep waardoor bepaalde regels op groepsniveau gelden?”
Dat vraagt om scherpte bij concernstructuren en documentatie.
Relevante arresten van de Hoge Raad
Fiscale eenheid (klassiek)
-
HR 13 januari 2011 (X Holding) – buitenlandse dochter: geen fiscale eenheid op grond van vestigingseis.
-
HR 27 december 2017 – geen fiscale eenheid tussen Nederlandse zusters met een moeder buiten de EU (in die casus: Israël); EU/EER-moeder kan onder voorwaarden anders uitpakken.
-
HR 1 december 2023 – als achteraf blijkt dat niet aan materiële voorwaarden (zoals economisch 95%-belang) is voldaan, biedt een beschikking geen “reddingsboei”.
Groepsregeling / per-elementbenadering
-
HR 25 oktober 2019 – per-elementbenadering: onderdelen van de fiscale eenheid moeten afzonderlijk aan EU-recht worden getoetst.
-
HR 22 november 2019 – gevolgen van ongelijkheden en herstel buiten fiscale eenheid.
-
HR 12 juni 2020 – verdere invulling gevolgen ontbreken fiscale eenheid in internationale structuren.