Aanmerkelijk belang (box 2) en Fiscaal advies voor DGA’s en beleggers

Aanmerkelijk belang (box 2): wanneer valt u in deze regeling?

Heeft u een belang in een bv, nv, coöperatie of buitenlands lichaam? Dan wilt u weten: val ik in box 2 met een aanmerkelijk belang, of gewoon in box 3 als belegger?

Artikel 4.6 Wet inkomstenbelasting 2001 bepaalt wanneer u een aanmerkelijk belang heeft. Dat artikel vormt de grens tussen:

  • de aandeelhouder‑belegger (box 3), en
  • de aandeelhouder‑ondernemer (box 2, aanmerkelijk belang).

Op deze pagina leggen we uit:

  • wat een aanmerkelijk belang precies is;
  • hoe de 5%-grens werkt;
  • wat het verschil is tussen box 2 en box 3;
  • wanneer het verstandig is om fiscaal advies in te winnen.

U leest dit als DGA, ondernemer, belegger of buitenlands belastingplichtige. Herkent u zich daarin? Dan is de kans groot dat dit direct voor u speelt.

 

Wat is een aanmerkelijk belang volgens artikel 4.6 Wet IB 2001?

Volgens artikel 4.6 Wet IB 2001 heeft u een aanmerkelijk belang als u, al dan niet samen met uw fiscale partner, direct of indirect voor minstens 5% een belang heeft in een vennootschap waarvan het vermogen (geheel of gedeeltelijk) in aandelen is verdeeld.

Het gaat daarbij niet alleen om “gewone” aandelen, maar om een reeks vermogensrechten, zoals:

  • aandelen in een bv of nv;
  • rechten om aandelen te verwerven (bijvoorbeeld opties) vanaf 5% van het geplaatste kapitaal;
  • winstbewijzen of genotsrechten die recht geven op minstens 5% van de jaarwinst of de liquidatie‑uitkering;
  • stemrechten: recht om ten minste 5% van de stemmen uit te brengen in de algemene vergadering van een coöperatie;
  • belangen in bepaalde hybride of buitenlandse lichamen die voor de vennootschapsbelasting als niet‑transparant worden behandeld (zoals omgekeerd hybride lichamen).

Kort gezegd: heeft u 5% of meer van de relevante rechten in één vennootschap of vergelijkbaar lichaam, dan ziet de fiscus u als aanmerkelijkbelanghouder.

 

Wanneer heeft u 5% of meer en dus een aanmerkelijk belang?

In het aanmerkelijkbelangbegrip zitten twee elementen:

  1. Kwantitatief – de 5%-grens
  2. Kwalitatief – wát u precies bezit (bijvoorbeeld aandelen, opties, winstbewijzen, stemrechten)

Belangrijk uit de wet:

  • De 5% wordt per categorie getoetst.
    • Dus 3% aandelen + 3% winstbewijzen = géén aanmerkelijk belang.
  • De verschillende titels cumuleren niet.
    • U kunt bijvoorbeeld 4,9% aandelen, 4,9% opties en 4,9% winstbewijzen hebben zonder dat juridisch sprake is van een aanmerkelijk belang, ook al is uw economische belang veel hoger.

De wetgever heeft bewust gekozen voor een formeel 5%-criterium: dat geeft duidelijkheid en rechtszekerheid, ook al voelt het soms economisch wat kunstmatig.

 

Aanmerkelijk belang of gewoon beleggen in box 3?

De 5%-grens bepaalt of u in box 2 of box 3 valt.

Situatie Belastingbox Waarover wordt u belast?
Minder dan 5% belang in een vennootschap Box 3 Vermogen: fictief rendement over de waarde van uw bezit
5% of meer (aanmerkelijk belang) Box 2 Werkelijke inkomsten: dividend en verkoopwinst

 

In box 2 wordt u belast als u daadwerkelijk een voordeel geniet (bijvoorbeeld dividend of verkoopwinst). In box 3 speelt juist een fictief rendement over de waarde van uw vermogen.

Direct, indirect en samen met uw partner aandelen houden

U kunt een aanmerkelijk belang hebben:

  • direct – de aandelen of rechten staan op uw naam;
  • indirect – u houdt uw belang via een holding of andere tussenvennootschap.

Voor een indirect aanmerkelijk belang geldt als hoofdregel:

  • U moet in de tussenhoudster zelf een aanmerkelijk belang hebben (dus ook daar minimaal 5%);
  • vervolgens wordt gekeken of u via die tussenhoudster in de onderliggende vennootschap ook ten minste 5% houdt.

 

Partner: samen al snel boven de 5%

Voor de 5%-toets telt de wet het belang van u en uw fiscale partner bij elkaar op.

  • U heeft 3% van de aandelen;
  • uw partner heeft 2% in dezelfde bv;

Samen is dat 5%. Dan worden beiden aanmerkelijkbelanghouder en vallen dividend en verkoopwinst in box 2.

Behoren de aandelen tot de huwelijksgemeenschap, dan worden in de rechtspraak zelfs beide echtgenoten als aanmerkelijkbelanghouder gezien, ieder voor de helft.

 

Voorbeeld: zo werkt de 5%-grens in de praktijk

 

Voorbeeld 1 – net geen aanmerkelijk belang

  • U bezit 4,9% van de aandelen in een bv;
  • uw partner bezit niets;
  • er zijn verder geen opties, winstbewijzen of andere rechten.

Gevolg:
U heeft géén aanmerkelijk belang. Uw belang valt in beginsel in box 3.

Voorbeeld 2 – samen boven de grens

  • U bezit 3% van de aandelen;
  • uw fiscale partner bezit 2% van de aandelen in dezelfde bv.

Gevolg:
Gezamenlijk belang is 5%. U wordt allebei aangemerkt als aanmerkelijkbelanghouder.

Krijgt u samen bijvoorbeeld € 20.000 dividend, dan wordt dat in box 2 belast als inkomen uit aanmerkelijk belang (ieder voor zijn/haar deel), in plaats van als box‑3‑vermogen.

Stappenplan: zelf checken of u een aanmerkelijk belang heeft

  1. Maak een overzicht van al uw belangen in één vennootschap:
    • aandelen, opties, winstbewijzen, stemrechten, genotsrechten, participaties.
  2. Bepaal per soort uw percentage (bijvoorbeeld: 6% gewone aandelen, 3% prefs, 0% winstbewijzen).
  3. Tel het bezit van uw fiscale partner mee.
  4. Kijk of u per soort of recht minstens 5% haalt.
  5. Check of u via een holding of andere route indirect ook 5% of meer houdt.
  6. Is het antwoord ja? Dan zit u in de aanmerkelijkbelangsfeer (box 2).

 

Wanneer is fiscaal advies over uw aanmerkelijk belang verstandig?

Neem in ieder geval contact op als u:

  • een bv- of holdingstructuur wilt opzetten, herstructureren of afbouwen;
  • een dividenduitkering plant (bijvoorbeeld voor privé‑investeringen of aflossing);
  • uw bedrijf (of een deel van uw aandelen) wilt verkopen of schenken;
  • bezig bent met bedrijfsopvolging, estate planning of de BOR/DSR;
  • belangen heeft in fondsen, hybride of buitenlandse entiteiten;
  • in het buitenland woont (of daarheen verhuist), maar nog een Nederlands belang heeft.

De combinatie van box 2, vennootschapsbelasting, huwelijksvermogensrecht en internationale regels maakt dit terrein complex.

 

Laat uw aanmerkelijk belang beoordelen

Bij Taxcount kijken we verder dan alleen “heeft u 5% of meer?”. We beoordelen:

  • de juridische structuur (direct/indirect, soorten aandelen, genotsrechten);
  • de positie van uw partner en huwelijksgoederenregime;
  • uw toekomstplannen (uitkeren, verkopen, schenken, erven);
  • en de samenloop met andere regelingen (gebruikelijk loon, terbeschikkingstellingsregeling, BOR/DSR).

Wilt u weten of u een aanmerkelijk belang heeft en of u niet te veel belasting betaalt? Neem contact op via Taxcount.nl voor een vrijblijvende kennismaking of offerte.

 

Juridische basis en belangrijke uitspraken van de Hoge Raad

De uitleg hierboven sluit aan bij:

  • Artikel 4.6 Wet inkomstenbelasting 2001
    – definitie van het aanmerkelijk belang en de 5%-grens, samen met gelijkstellingen uit o.a. art. 4.3, 4.5, 4.5a, 4.7, 4.9, 4.10 en 4.11 Wet IB 2001.
  • HR 10 maart 2006
    – over aandelen in de huwelijksgemeenschap: beide echtgenoten zijn aanmerkelijkbelanghouder en worden geacht ieder de helft van de vervreemdingswinst te genieten.
  • HR 7 februari 2014
    – bevestigt dat het begrip “aandeel” in het aanmerkelijk belang formeel wordt uitgelegd, juist omwille van de rechtszekerheid (een aandeel is een aandeel als het juridisch aandeel is).